De patrouilles begonnen om ongeveer 10.00 uur Belgische tijd in een dorp in de regio Dirbassiyeh. De soldaten, aan boord van een dozijn Turkse en Russische militaire voertuigen, trokken ten oosten van Dirbassiyeh naar een strook van enkele tientallen kilometers, volgens Turkse militaire bronnen.

Het Turkse leger trok op 9 oktober met geallieerde rebellen het noorden van Syrië binnen en begon er een offensief tegen de Koerdische militie YPG, in de ogen van Ankara een terreurorganisatie. Rusland en Turkije kwamen later overeen het grensgebied samen te controleren.

Ze gaven YPG 150 uur de tijd om zich uit het gebied terug te trekken. Binnen die termijn was een staakt-het-vuren van kracht.