Professor Cheng Qing van de universiteit van Shanghai, gediplomeerd in Moderne Geschiedenis, heeft de historie verlaten voor het boeddhisme. Dààr kan hij tenminste nog wat over zeggen, zo lang het niet te veel over de godsdienst zelf gaat. Politieke commentaar geven gaat al lang niet meer. 'Na 2005 hebben wij tien jaar publieke discussie verloren', zegt hij. 'Veel vrienden hebben zich in zichzelf gekeerd en lezen alleen nog wat. Mijn studenten hebben geen interesse voor geschiedenis, ze weten niet wat wij deden in onze tijd. Wij hebben zeer snel een collectief geheugenverlies ontwikkeld.'

Dat geheugenverlies is al een aantal jaren manifest. Het wordt ook aangemoedigd door het Chinese regime. Vooral de jongeren worden erdoor getroffen. Zij studeren liefst eerst af en maken carrière en zullen later, als de kinderen groot zijn, wel nadenken over die donkere wolk die over het verleden hangt. Als ze het niet vergeten. Maar een verleden dat je niet kent, kan terugkomen. Zoals nu - veel Chinezen zijn het daar wel over eens - bepaalde aspecten van de Culturele Revolutie (1966-'76) weer opduiken in de retoriek, de propaganda en de controle-oprispingen van de Xi Jinping-tijd. Willen die studenten ook dat niet zien?

Hoe dan ook, zegt de prof, ze weten niet wat het is dat op hen afkomt. Over politiek spreken mag niet.

De Culturele Revolutie, 4 juni 1989 bij Tiananmen in Peking en de regeringspolitiek meer in het algemeen zijn thema's die uit de publieke discussiesfeer gebannen zijn, bijna als taboes. Veel jongeren weten niet eens dat er iets gebeurd is.

Het mag dan niet maar er zijn er, zoals altijd in China, die aftasten hoe ver ze precies geraken op verboden terrein. Remembrance is een bijna virtueel tijdschrift. Het wordt gemaakt door een stel oude mannen, professoren, die materiaal bij elkaar brengen over momenten in de Culturele Revolutie (1966-'76).

Eén behandeld dossier ging over studentes van een eliteschool. Niet zomaar een school, de chicste school in Peking, die in mei 1966 - hoogtepunt in de gewelddadige golf van de Culturele Revolutie - hun vicedirectrice, het hoogste partijlid in de school, hadden doodgemarteld en geslagen tot in de toiletten waar zij bezweken was. En dan de berouwvolle biecht die één van hen afgelegd had. Waarna het ging op de redactievergadering over de vraag wat die biecht eigenlijk waard was, maar ook - veel gevaarlijker, want dit waren ten slotte tieners - wie voor die feiten verantwoordelijk was: die studente, of degenen die haar stuurden, die haar zo opgevoed hadden? 'Wij willen dat die studenten zich verontschuldigen,' zei Yin Hongbiao, 'maar moeten die anderen zich ook niet verontschuldigen?'

Professor Yin Hongbiao van de Peking Universiteit of Beida is redactielid van Remembrance. Een beetje tot mijn verbazing heeft hij het gewoon in zijn kantoor tussen de andere boeken staan. Hij legt uit dat ze het eigenlijke tijdschrift uitgeven als 'nieuwsbrief' en het per e-mail verspreiden.

Het is geen geregistreerde publicatie, omdat het naar minder dan 200 lezers gaat, per e-mail, als PDF. Dat maakt het een 'privélijst', een briefwisseling tussen toevallig in geschiedenis geïnteresseerden, die niet aan de censuur moet worden voorgelegd. Vanaf 201 lezers zou dat wèl moeten. Als sommige lezers dan hun e-mails verder doorsturen, zijn dat eigenlijk hun zaken niet.

Lees verder onder de foto

Peking, Tiananmenplein: Omfloersd uitzicht op de Macht, wat denken deze Chinezen daarbij? © Maria Fialho

Daarnaast leggen ze ook dossiers aan over specifieke onderwerpen, die als boek in Hong Kong gedrukt worden en geïmporteerd -- wat van langsom moeizamer gaat. Eén boek ging over studentengeweld tijdens de Culturele Revolutie, dat geproduceerd werd in Taipei. Daarin ging het ook over wie goed en wie fout zat, en verantwoordelijkheid. Ze maakten een boek over de 'model-landbouwcommune' Dachai in Shanxi, essays over de vliegtuigcrash van Mao's nummer twee Lin Biao in Mongolië in 1971, of de gebeurtenissen aan de Fudan-universiteit in Shanghai. Van de boeken geeft hij een exemplaar aan de universiteitsbibliotheek en houdt er een in zijn kantoor. Studenten kunnen die raadplegen in de leeszaal, met een brief van hun professor.

Het ene is als onderwerp al gevoeliger dan het andere, 'maar over het algemeen denk ik dat de Culturele Revolutie niet meer zo'n groot probleem is,' zegt Yin. 'Het is tenslotte vijftig jaar geleden.'

Hij legt uit waarom de Chinese Communistische Partij het zo moeilijk heeft met de episode van de Culturele Revolutie, die ze zelf erkent als één van de verschrikkelijkste van de maoïstische tijd.

De kern van het probleem zit in de vraag wie eigenlijk verantwoordelijk moet gesteld worden voor dit alles: de Partij? Het systeem? Mao Zedong? De maoïstische periode werd stopgezet door Deng Xiaoping. In 1982 besliste het Centraal Comité van de Partij dat Mao een groot leider was geweest, die in zijn latere jaren serieuze blunders had gemaakt. Immers, als Mao juist zat, waarom dan veranderen? Maar men kon Mao ook niet zomaar overboord zetten.

Toen Nikita Chroestsjov in de Sovjetunie Josef Stalin veroordeelde, behield hij Vladimir Lenin als groot revolutionair leider, en de Partij kon aanblijven. Maar in China was Mao Zedong tegelijk Lenin en Stalin: als de Partij hém veroordeelde, wie hield ze dan over? Dus besliste Deng Xiaoping in 1988 dat dit potje verder maar gedekt moest blijven en de geschiedenis stopgezet. Het laatste boek over de Culturele Revolutie dat in China gepubliceerd werd, dateert van 1988.

Yin Hongbiao gebaart van niets, hij vertelt hoe hij in zijn lessen ook altijd juni 1989 bij Tiananmen vermeldt: 'Ik zeg ze, ook als je de regering daarin steunt, dien je toch iets te weten van wat er gebeurd is.' Hij praat over het Culturele Revolutie Museum dat ze aanleggen op het Internet, met teksten over de Culturele Revolutie die in China en erbuiten gepubliceerd werden.

Wat ze doen, hij en zijn collega's aan de Beida-universiteit en de andere grote universiteiten van China, is archiefmateriaal verzamelen, dat een verborgen geheugen van het land zal zijn. Later zullen studenten met belangstelling voor het politieke verleden daar, misschien, terecht kunnen voor het feitenmateriaal. Voor wat er gebeurd is. Daar zullen ze dan zelf over kunnen denken wat ze willen.

De hoofdredacteur van Remembrance kreeg eerder dit jaar van hogerhand verbod om nog voort te doen, en vertrok naar de VS. Nu stuurt de nieuwe hoofdredacteur de kopij klaargemaakt naar hem in de VS, en van daaruit gaat alles naar de abonnees. Per e-mail, als nieuwsbrief. Alles lijkt rustig onder de mooie bomen van de universiteit van Peking.

Het immense belang van Remembrance, en van soortgelijke ondergrondse en semi-ondergrondse literatuur is natuurlijk dat ze het afstervende geheugen van de Chinese samenleving een steuntje geven. Dat ze tegelijk de quasi verboden discussie over minder puike historische episodes aanzwengelt en oudere Chinezen aanzet om met wat zij weten naar buiten te komen. Zij zijn het levend bewijs dat de totale hersenspoeling van de Volksrepubliek nog verre van voltooid is. De stopgezette geschiedenis kan hier opnieuw beginnen.