Salah Abdeslam is de enige overlevende van het commando van terreurgroep IS dat 130 dodelijke slachtoffers en honderden gewonden eiste. Hij riskeert levenslang voor de terroristische misdaden waarvan hij beschuldigd wordt. Sinds het begin van het proces op 8 september stelt de Franse Marokkaan van 32 jaar uit Sint-Jans-Molenbeek zich voor als 'strijder van IS'. Hij doorbrak zo zijn nagenoeg volledige stilzwijgen dat hij had volgehouden sinds zijn arrestatie in april 2016, na een klopjacht van vier maanden.

Maar over hun religieuze overtuiging en radicalisering zal het speciale hof van assisen de veertien aanwezige beschuldigden de komende dagen niet ondervragen. Die aspecten komen pas in januari aan bod, in maart wordt hun psychologische en psychiatrische evaluatie besproken.

Vandaag werd Abdeslam door de voorzitter van het hof, Jean-Louis Périès, en verschillende advocaten aan de tand gevoeld over zijn leven voor de aanslagen, en later ook over zijn leven in de gevangenis.

Abdeslam beschreef zichzelf als een man van Marokkaanse origine, van Franse nationaliteit en geboren in België. Zijn ouders emigreerden eerst naar Frankrijk, voor ze naar België verhuisden. 'Mijn kindertijd was heel eenvoudig. Ik was een rustig, aardig iemand. Ik gehoorzaamde mijn ouders', herinnerde hij zich. Hij was naar eigen zeggen een goede leerling, geliefd bij zijn leerkrachten. Na de middelbare school ging hij in hetzelfde bedrijf als zijn vader aan de slag als elektromecanicien.

Later werkte hij als taxichauffeur, maar hij werd ontslagen na zijn eerste gevangenisstraf. In 2011 werd Abdeslam veroordeeld voor poging tot inbraak. Daarop volgden een paar veroordelingen voor verkeersmisdrijven. 'Ik hou van snelheid', reageerde Abdeslam voor het hof. Na de aanslagen werd van 2015, werd nog een feit aan zijn strafblad toegevoegd, namelijk poging tot moord tijdens zijn arrestatie in België in 2016.

Abdeslam over leven in de gevangenis: 'Zelfs dieren worden zo niet behandeld'

Na de vragen over zijn leven voor de aanslagen, kwam zijn hechtenis aan bod. In de gevangenis krijgt hij bezoek van zijn zus, moeder en tante. Hij staat op goede voet met het penitentiair personeel. 'Het is hallo en tot ziens. Maar dat wil niet zeggen dat ik gesloten ben. Als men met mij praat, praat ik', benadrukte Abdeslam tegenover voorzitter Périès. Verschillende detentieverslagen werden aangehaald. In 2016 en 2017 wordt hij afgeschilderd als een 'paranoïde' gevangene, hij zou ervan overtuigd geweest zijn dat iemand hem wilde vergiftigen. Abdeslam wenste daar echter niet over te spreken. Sinds 2019 is zijn verblijf in de gevangenis zonder incidenten verlopen.

Hij staat bekend als 'respectvol en innemend'. Hij weigerde psychologische hulp, omdat hij dat naar eigen zeggen niet nodig had.

Zijn advocaat, Olivia Ronen, stelde hem vragen over zijn hechtenis in de gevangenis van Fleury-Mérogis, nabij Parijs, waar hij 22 uur per dag in de cel doorbrengt. 's Ochtends en 's middags sport hij of wandelt hij op de ommuurde binnenplaats. 'Mijn cel is negen vierkante meter groot, er zijn twee bewakingscamera's', vertelde Abdeslam. Volgens meester Ronen is Abdeslam de eerste gevangene die door twee bewakingscamera's in de gaten wordt gehouden. Hoewel hij leek te beseffen dat het cameratoezicht als doel heeft zelfdoding te voorkomen, wenste hij het de andere gevangenen naar eigen zeggen niet toe. '24 uur op 24 uur leven met camera's op je gericht... Ik heb het met moeite doorstaan, dankzij mijn Heer, maar misschien zullen anderen het niet volhouden', getuigde Abdeslam. Hij meende zelfs dat het gevangenen juist tot wanhoopsdaden zou kunnen drijven. 'Zelfs dieren worden zo niet behandeld', besloot hij.

Voorzitter Périès, wees Abdeslam erop dat zijn medegevangenen in Fleury-Mérogis de cel delen met een andere gevangene, soms zelfs met twee anderen en dat zij niet beschikken over een aparte cel om in hun eentje te sporten. Een van de magistraten vroeg hem nog of hij sinds zijn arrestatie al een verzoek tot vrijlating had ingediend. Dat is niet het geval. Waarom? 'Omdat ik me moeilijk kan voorstellen dat jullie me zouden laten gaan', antwoordde Abdeslam.

Mohamed Abrini over hoe het misliep: 'Gefaald op school, gefaald in sport, schaakmat'

Na Salah Abdeslam was het dinsdag de beurt aan zijn jeugdvriend Mohamed Abrini, de 'man met het hoedje' die verdacht wordt van de aanslagen in Brussel in maart 2016.

Voor het speciale hof van assisen tracht hij de vinger leggen op wanneer het misliep, na 'een normale jeugd', bericht de Franse krant Le Figaro.

Mohamed Abrini werd gezocht sinds de aanslagen in Parijs, nadat bewakingsbeelden twee dagen voor de aanslagen, samen met jeugdvriend Salah Abdeslam, lokaliseerden in een tankstation langs de snelweg naar Parijs. Toen hij in april 2016 werd opgepakt in Anderlecht, bekende hij dat hij de 'man met het hoedje' was, die op bewakingsbeelden van de luchthaven van Zaventem te zien was kort voor zijn twee mededaders zich daar opbliezen. Hij liet in de vertrekhal zijn bagage achter, met de zwaarste lading explosieven.

Vandaag/dinsdag werd Abrini door de voorzitter van het hof, Jean-Louis Périès, en verschillende advocaten aan de tand gevoeld over zijn leven voor de aanslagen. 'Toen ik heel klein was, noemde men me Spiderman', omdat hij op muren klom. Later kreeg hij nog de bijnamen Brioche en La Brink's. Abrini had naar eigen zeggen 'een normale jeugd', tot het misliep. 'Gefaald op school, gefaald in de sport, schaakmat', vertelde Abrini. 'Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen: in Molenbeek heb je geen keuze.' Volgens Abrini slaagt 80 procent van de jongeren die opgroeien in Sint-Jans-Molenbeek niet in het leven, slechts 20 procent lukt het wel. 'Ik maak deel uit van zij die niet geslaagd zijn', stelde hij. Nog veel meer dan zijn jeugdvriend Abdeslam gokte hij. 'In tegenstelling tot bij Salah, was het een ziekte', gaf hij toe. I

n een periode van vier tot vijf maanden zou hij 'soms wel 5.000 euro per dag' hebben verspeeld. Een bijstaande rechter vroeg hem naar zijn alcoholgebruik en cannabisconsumptie. 'We gingen naar discotheken, we dronken, we rookten', vertelde Abrini. 'We zijn niet zo uit de buik van onze moeders gekomen, bebaard met een Kalasjnikov in de hand.' 'Men krijgt de indruk dat u niet echt een doel had in het leven', schatte voorzitter Périès. Zes dagen voor zijn achttiende verjaardag, kwam hij na een veroordeling voor inbraak voor het eerst in de gevangenis terecht. Daarna volgden nog elf veroordelingen voor allerlei feiten.

Een week voor zijn celstraf ten einde liep in 2015, kreeg Abrini te horen dat zijn jongere broer, die zich aangesloten had bij de Islamitische Staat, om het leven was gekomen in Syrië. 'Ik wilde niks anders doen dan naar Syrië gaan', vertelde hij. 'Salah Abdeslam en ik, we zijn op dezelfde manier door het lot getroffen, we hebben allebei een broer verloren', vertelde Abrini. 'Wat er gebeurd is, is compleet geschift. Ik weet dat iedereen hem haat. Maar Salah Abdeslam is als een broer.'

In tegenstelling tot Abdeslam, die de vragen van de voorzitter van het hof en de aanwezige advocaten rustig en beheerst beantwoordde, leek Abrini nerveuzer: hij geraakte niet goed uit zijn woorden en hij versprak zich, meldde Sophie Parmentier, een verslaggever van de omroep France Inter vanuit de rechtszaal. 'Nooit van mijn leven heb ik, heeft iemand, gespot met de beklaagden? Sorry, met de slachtoffers', zei Abrini. 'Ik heb niemand gedood, ik was geen opdrachtgever', zei hij nog. Een sluitende verklaring voor zijn levenswandel kon hij uiteindelijk niet geven. Maar hij wees op de alomtegenwoordigheid van gewelddadige oorlogsbeelden.

Volgens Abrini stemde elk huishouden af op de Arabische nieuwszender al-Jazeera. 'In alle families, in alle huizen, in alle cafés, zag je de oorlog. Je zag alleen maar de oorlog', vertelde hij.

Salah Abdeslam is de enige overlevende van het commando van terreurgroep IS dat 130 dodelijke slachtoffers en honderden gewonden eiste. Hij riskeert levenslang voor de terroristische misdaden waarvan hij beschuldigd wordt. Sinds het begin van het proces op 8 september stelt de Franse Marokkaan van 32 jaar uit Sint-Jans-Molenbeek zich voor als 'strijder van IS'. Hij doorbrak zo zijn nagenoeg volledige stilzwijgen dat hij had volgehouden sinds zijn arrestatie in april 2016, na een klopjacht van vier maanden. Maar over hun religieuze overtuiging en radicalisering zal het speciale hof van assisen de veertien aanwezige beschuldigden de komende dagen niet ondervragen. Die aspecten komen pas in januari aan bod, in maart wordt hun psychologische en psychiatrische evaluatie besproken. Vandaag werd Abdeslam door de voorzitter van het hof, Jean-Louis Périès, en verschillende advocaten aan de tand gevoeld over zijn leven voor de aanslagen, en later ook over zijn leven in de gevangenis. Abdeslam beschreef zichzelf als een man van Marokkaanse origine, van Franse nationaliteit en geboren in België. Zijn ouders emigreerden eerst naar Frankrijk, voor ze naar België verhuisden. 'Mijn kindertijd was heel eenvoudig. Ik was een rustig, aardig iemand. Ik gehoorzaamde mijn ouders', herinnerde hij zich. Hij was naar eigen zeggen een goede leerling, geliefd bij zijn leerkrachten. Na de middelbare school ging hij in hetzelfde bedrijf als zijn vader aan de slag als elektromecanicien. Later werkte hij als taxichauffeur, maar hij werd ontslagen na zijn eerste gevangenisstraf. In 2011 werd Abdeslam veroordeeld voor poging tot inbraak. Daarop volgden een paar veroordelingen voor verkeersmisdrijven. 'Ik hou van snelheid', reageerde Abdeslam voor het hof. Na de aanslagen werd van 2015, werd nog een feit aan zijn strafblad toegevoegd, namelijk poging tot moord tijdens zijn arrestatie in België in 2016.Na de vragen over zijn leven voor de aanslagen, kwam zijn hechtenis aan bod. In de gevangenis krijgt hij bezoek van zijn zus, moeder en tante. Hij staat op goede voet met het penitentiair personeel. 'Het is hallo en tot ziens. Maar dat wil niet zeggen dat ik gesloten ben. Als men met mij praat, praat ik', benadrukte Abdeslam tegenover voorzitter Périès. Verschillende detentieverslagen werden aangehaald. In 2016 en 2017 wordt hij afgeschilderd als een 'paranoïde' gevangene, hij zou ervan overtuigd geweest zijn dat iemand hem wilde vergiftigen. Abdeslam wenste daar echter niet over te spreken. Sinds 2019 is zijn verblijf in de gevangenis zonder incidenten verlopen. Hij staat bekend als 'respectvol en innemend'. Hij weigerde psychologische hulp, omdat hij dat naar eigen zeggen niet nodig had.Zijn advocaat, Olivia Ronen, stelde hem vragen over zijn hechtenis in de gevangenis van Fleury-Mérogis, nabij Parijs, waar hij 22 uur per dag in de cel doorbrengt. 's Ochtends en 's middags sport hij of wandelt hij op de ommuurde binnenplaats. 'Mijn cel is negen vierkante meter groot, er zijn twee bewakingscamera's', vertelde Abdeslam. Volgens meester Ronen is Abdeslam de eerste gevangene die door twee bewakingscamera's in de gaten wordt gehouden. Hoewel hij leek te beseffen dat het cameratoezicht als doel heeft zelfdoding te voorkomen, wenste hij het de andere gevangenen naar eigen zeggen niet toe. '24 uur op 24 uur leven met camera's op je gericht... Ik heb het met moeite doorstaan, dankzij mijn Heer, maar misschien zullen anderen het niet volhouden', getuigde Abdeslam. Hij meende zelfs dat het gevangenen juist tot wanhoopsdaden zou kunnen drijven. 'Zelfs dieren worden zo niet behandeld', besloot hij.Voorzitter Périès, wees Abdeslam erop dat zijn medegevangenen in Fleury-Mérogis de cel delen met een andere gevangene, soms zelfs met twee anderen en dat zij niet beschikken over een aparte cel om in hun eentje te sporten. Een van de magistraten vroeg hem nog of hij sinds zijn arrestatie al een verzoek tot vrijlating had ingediend. Dat is niet het geval. Waarom? 'Omdat ik me moeilijk kan voorstellen dat jullie me zouden laten gaan', antwoordde Abdeslam.Na Salah Abdeslam was het dinsdag de beurt aan zijn jeugdvriend Mohamed Abrini, de 'man met het hoedje' die verdacht wordt van de aanslagen in Brussel in maart 2016.Voor het speciale hof van assisen tracht hij de vinger leggen op wanneer het misliep, na 'een normale jeugd', bericht de Franse krant Le Figaro.Mohamed Abrini werd gezocht sinds de aanslagen in Parijs, nadat bewakingsbeelden twee dagen voor de aanslagen, samen met jeugdvriend Salah Abdeslam, lokaliseerden in een tankstation langs de snelweg naar Parijs. Toen hij in april 2016 werd opgepakt in Anderlecht, bekende hij dat hij de 'man met het hoedje' was, die op bewakingsbeelden van de luchthaven van Zaventem te zien was kort voor zijn twee mededaders zich daar opbliezen. Hij liet in de vertrekhal zijn bagage achter, met de zwaarste lading explosieven. Vandaag/dinsdag werd Abrini door de voorzitter van het hof, Jean-Louis Périès, en verschillende advocaten aan de tand gevoeld over zijn leven voor de aanslagen. 'Toen ik heel klein was, noemde men me Spiderman', omdat hij op muren klom. Later kreeg hij nog de bijnamen Brioche en La Brink's. Abrini had naar eigen zeggen 'een normale jeugd', tot het misliep. 'Gefaald op school, gefaald in de sport, schaakmat', vertelde Abrini. 'Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen: in Molenbeek heb je geen keuze.' Volgens Abrini slaagt 80 procent van de jongeren die opgroeien in Sint-Jans-Molenbeek niet in het leven, slechts 20 procent lukt het wel. 'Ik maak deel uit van zij die niet geslaagd zijn', stelde hij. Nog veel meer dan zijn jeugdvriend Abdeslam gokte hij. 'In tegenstelling tot bij Salah, was het een ziekte', gaf hij toe. In een periode van vier tot vijf maanden zou hij 'soms wel 5.000 euro per dag' hebben verspeeld. Een bijstaande rechter vroeg hem naar zijn alcoholgebruik en cannabisconsumptie. 'We gingen naar discotheken, we dronken, we rookten', vertelde Abrini. 'We zijn niet zo uit de buik van onze moeders gekomen, bebaard met een Kalasjnikov in de hand.' 'Men krijgt de indruk dat u niet echt een doel had in het leven', schatte voorzitter Périès. Zes dagen voor zijn achttiende verjaardag, kwam hij na een veroordeling voor inbraak voor het eerst in de gevangenis terecht. Daarna volgden nog elf veroordelingen voor allerlei feiten. Een week voor zijn celstraf ten einde liep in 2015, kreeg Abrini te horen dat zijn jongere broer, die zich aangesloten had bij de Islamitische Staat, om het leven was gekomen in Syrië. 'Ik wilde niks anders doen dan naar Syrië gaan', vertelde hij. 'Salah Abdeslam en ik, we zijn op dezelfde manier door het lot getroffen, we hebben allebei een broer verloren', vertelde Abrini. 'Wat er gebeurd is, is compleet geschift. Ik weet dat iedereen hem haat. Maar Salah Abdeslam is als een broer.' In tegenstelling tot Abdeslam, die de vragen van de voorzitter van het hof en de aanwezige advocaten rustig en beheerst beantwoordde, leek Abrini nerveuzer: hij geraakte niet goed uit zijn woorden en hij versprak zich, meldde Sophie Parmentier, een verslaggever van de omroep France Inter vanuit de rechtszaal. 'Nooit van mijn leven heb ik, heeft iemand, gespot met de beklaagden? Sorry, met de slachtoffers', zei Abrini. 'Ik heb niemand gedood, ik was geen opdrachtgever', zei hij nog. Een sluitende verklaring voor zijn levenswandel kon hij uiteindelijk niet geven. Maar hij wees op de alomtegenwoordigheid van gewelddadige oorlogsbeelden. Volgens Abrini stemde elk huishouden af op de Arabische nieuwszender al-Jazeera. 'In alle families, in alle huizen, in alle cafés, zag je de oorlog. Je zag alleen maar de oorlog', vertelde hij.