De katholieke kerk daverde vorige week op haar grondvesten toen aan het licht kwam dat de voorbije 70 jaar minstens 216.000 kinderen seksueel misbruikt zouden zijn door Franse geestelijken. Voor het eerst zei paus Franciscus openlijk dat hij zich schaamde voor het onvermogen van de kerk om met pedofiele priesters om te gaan. 'Ik voel zowel frustratie als verdriet, maar ook een heel groot plichtsbesef', reageert Hans Zollner. De Duitse professor en priester is voorzitter van het Instituut voor Antropologie, opgericht als het centrum voor Kinderbescherming (IADC) aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana. Hij praat wereldwijd met geestelijken en slachtoffers in de hoop seksueel misbruik binnen de kerk te voorkomen.
...

De katholieke kerk daverde vorige week op haar grondvesten toen aan het licht kwam dat de voorbije 70 jaar minstens 216.000 kinderen seksueel misbruikt zouden zijn door Franse geestelijken. Voor het eerst zei paus Franciscus openlijk dat hij zich schaamde voor het onvermogen van de kerk om met pedofiele priesters om te gaan. 'Ik voel zowel frustratie als verdriet, maar ook een heel groot plichtsbesef', reageert Hans Zollner. De Duitse professor en priester is voorzitter van het Instituut voor Antropologie, opgericht als het centrum voor Kinderbescherming (IADC) aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana. Hij praat wereldwijd met geestelijken en slachtoffers in de hoop seksueel misbruik binnen de kerk te voorkomen. Het IADC neemt het op voor kwestbare mensen die in aanraking komen met misbruik in de kerk. Hoe bent u daar terechtgekomen? Hans Zollner: Twaalf jaar geleden kwam in de Duitse kerk misbruik aan het licht dat dateerde van de jaren 1950 tot 1980. Rome droeg me toen op om als professor, psycholoog en therapeut onderzoek te doen, waarna ik in de Pauselijke Universiteit Gregoriana het eerste congres over seksueel misbruik van kinderen door geestelijken heb georganiseerd. Sindsdien besteed ik met het IADC veel tijd aan de vorming van priesters over de hele wereld. De klemtoon ligt daarbij op het voorkomen van misbruik en het verbeteren van de omgang met slachtoffers. Over de financiële compensatie van slachtoffers circuleren uiteenlopende bedragen. Hoeveel is een kinderleven waard voor de katholieke kerk? Zollner:Het is belangrijk dat de zaken in het juiste perspectief worden geplaatst. De kerk koopt haar onschuld niet af. Ze vergoedt slachtoffers. Al zal geld hun wonden niet helen. Die mensen zijn getraumatiseerd voor het leven. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen slachtoffers onderling. Sommigen vragen alleen een schadevergoeding, anderen willen priesters in de gevangenis zien. Nog anderen willen er nooit meer iets over horen. Het is in elk geval niet de bedoeling dat de kerk slachtoffers monddood probeert te maken door hen geld toe te stoppen. Recent is binnen de kerk afgesproken dat geestelijken bestraft moeten worden. Ze mogen niet langer in naam van de kerk spreken, missen opdragen of priestergewaden dragen. Paus Franciscus wil seksueel misbruik niet onder de mat vegen. We moeten het onderzoek grondig voeren, het liefst niet in de media. Wie schuldig is, moet uit de kerk worden gezet, maar wie onschuldig is, moet beschermd worden. Ik pleit ervoor om nog meer werk te maken van preventie. Voor veel mensen zal dat antwoord niet volstaan. De kerk blijft wikken en wegen en toont weinig daadkracht. Zollner: Ik begrijp dat mensen kwaad zijn, maar ik denk dat het een grote stap is dat paus Franciscus vergiffenis heeft gevraagd voor wat er in de kerk gebeurd is. Het belangrijkste lijkt me dat we blijven luisteren naar slachtoffers en gesprekken niet uit de weg gaan. De Pontificale Commissie voor de bescherming van minderjarigen bestaat sinds maart 2014. Welke stappen heeft ze al genomen? Zollner: Overal ter wereld luisteren we naar slachtoffers. Daarnaast geven we vormingen aan priesters en bisschoppen. Hoe kan de kerk het seksueel misbruik in de kerk stoppen? Zollner: In de eerste plaats zou ik ouders willen oproepen om waakzaam te zijn. Zodra ze zien dat hun kinderen zich anders gedragen, zou ik hen aanraden om contact op te nemen met de politie. Ik zou liegen mocht ik zeggen dat misbruik in de kerk niet meer zal voorkomen. Seksuele agressie zal blijven bestaan zolang er mensen zijn. De enige manier om het probleem aan te pakken is door het onderwerp bespreekbaar te maken en duidelijk aan te geven dat overtreders uit de kerk gezet zullen worden. Dankzij de hervormingen in het canoniek recht van 2010 mogen priesters die seksueel misbruik hebben gepleegd geen mis meer voorgaan en kunnen ze uit de congregatie worden verwijderd. Dat is revolutionair. Sinds 2019 kunnen ook bisschoppen ter verantwoording geroepen worden als ze wegkijken van het misbruik dat priesters in hun bisdom plegen. Daarnaast zetten we in op preventie en op therapie voor slachtoffers. In België voelen veel van die slachtoffers zich in de steek gelaten. Wat kunt u doen om hen te helpen? Zollner: Ik heb al meermaals overlegd met Belgische bisschoppen. We hebben gesproken over hoe we de fouten die in het verleden zijn gemaakt in de toekomst kunnen vermijden. Heel concreet worden op dit moment nog slachtoffers in de zaak-Vangheluwe gehoord. Maar het is allemaal zeer delicaat en moeilijk, omdat zijn proces al uitgebreid in de Belgische media gevoerd is. Daardoor hebben we het gevoel dat al onze pogingen in België tekortschieten. Ik hoop nog altijd op overleg met de slachtoffers, zodat we ook over schadevergoedingen en terugbetaling van therapieën kunnen spreken. Jammer genoeg hebben veel slachtoffers daar geen oren naar. Begrijpt u dat nogal wat Belgen het gevoel hebben dat de kerk aan de kant van de priesters staat en de slachtoffers in de kou laat staan? Zollner: Dat begrijp ik. Ik roep de mensen op om opnieuw in gesprek te gaan met de kerk. De gevolgen voor de priesters hangen samen met de ernst van de feiten. Bij 70 tot 80 procent van de beschuldigingen zijn de priesters daadwerkelijk uit hun ambt ontzet. In sommige gevallen waren de daden minder ernstig en zijn er tijdelijke straffen uitgesproken. Priesters moeten voortaan ook zelf de kosten van hun slachtoffers vergoeden. Wat vertellen slachtoffers van misbruik u? Zollner: Ze willen dat er naar hen geluisterd wordt en dat ze als slachtoffer erkend worden. Ik kan alleen maar met hen meevoelen. Zodra ik hun getuigenissen gehoord heb, wend ik me tot de bisschop van de betrokken regio. Ik druk de bisschoppen op het hart dat ze naar slachtoffers moeten luisteren. Want dat is net het probleem in België. Er is onvoldoende naar slachtoffers geluisterd. Luisteren de Belgische bisschoppen nu wel naar u? Zollner: De meeste wel. Een minderheid luistert niet, maar namen zal ik niet noemen. Ik wil hen via deze weg oproepen om meer empathie te tonen. Ze luisteren onvoldoende omdat er angst en paniek is binnen de kerk. Het is geen actief verzet, maar inertie, om het met een woord uit de fysica te zeggen. En wie niets doet, zal geen verandering veroorzaken. Wat zou u doen mocht u als vader vernemen dat uw kind door een priester misbruikt is? Zollner: Ik zou hetzelfde verdriet en dezelfde machteloosheid voelen als alle vaders ter wereld. Maar mijn geloof verplicht me om hoopvol te zijn, om de problematiek bespreekbaar te maken en op zoek te gaan naar oplossingen. Het aantal slachtoffers in Frankrijk is ontzettend hoog. Is uw werk wel zinvol? Zollner: Ik voel zowel frustratie als verdriet, maar ook een heel groot plichtsbesef. We moeten mensen meer vorming geven. Als academicus probeer ik op zoek te gaan naar oplossingen die gebaseerd zijn op kennis en overleg. Als priester koester ik de hoop dat we daarmee het aantal gevallen van misbruik drastisch kunnen verminderen en voorkomen.