'Nee,' zegt Carl Slater, directeur communicatie van de Navajo-regering in de Verenigde Staten, 'wij vinden indiaan geen scheldwoord. Het is helemaal niet vergelijkbaar met wat nigger betekent voor de Afro-Amerikanen. Native American is een onzorgvuldige benaming voor ons. De inheemse bevolkingen van Hawaï en Alaska zijn ook native Americans, maar het zijn geen indianen. Daarom noemen wij onszelf liever Amerikaanse indianen dan native Americans. En daarom heet het museum in Washington DC ook het National Museum of the American Indian, en niet van de Native American. Die hele discussie over "native Americans" is een beetje belachelijk. Iedereen die in de VS wordt geboren is een native. En "Amerikaan" verwijst naar some dude from Italy.' (Slater doelt op Amerigo Vespucci (1454-1512), de Florentijnse bankier en ontdekkingsreiziger naar wie het Amerikaanse continent is vernoemd, nvdr).
...

'Nee,' zegt Carl Slater, directeur communicatie van de Navajo-regering in de Verenigde Staten, 'wij vinden indiaan geen scheldwoord. Het is helemaal niet vergelijkbaar met wat nigger betekent voor de Afro-Amerikanen. Native American is een onzorgvuldige benaming voor ons. De inheemse bevolkingen van Hawaï en Alaska zijn ook native Americans, maar het zijn geen indianen. Daarom noemen wij onszelf liever Amerikaanse indianen dan native Americans. En daarom heet het museum in Washington DC ook het National Museum of the American Indian, en niet van de Native American. Die hele discussie over "native Americans" is een beetje belachelijk. Iedereen die in de VS wordt geboren is een native. En "Amerikaan" verwijst naar some dude from Italy.' (Slater doelt op Amerigo Vespucci (1454-1512), de Florentijnse bankier en ontdekkingsreiziger naar wie het Amerikaanse continent is vernoemd, nvdr). We staan op de stoep voor het parlement van de Navajo in Window Rock, een klein stadje (2700 inwoners) in het oosten van Arizona, dat de Navajo al sinds 1936 als hun hoofdstad beschouwen. Ik ben hiernaartoe gekomen om te praten met Jonathan Nez, de officiële president van de Navajo-indianen in de VS. Aanleiding: de racistische tweet die president Donald Trump de wereld instuurde, over vier pas in het Congres verkozen vrouwen van niet-blanke afkomst, politici die tot de progressieve vleugel van de Democratische Partij behoren en die volgens Trump maar beter konden 'terugkeren' naar de 'corrupte, kapotte, van misdaad vergeven landen' waar ze vandaan kwamen. Dat was op zijn zachtst gezegd een problematische uitspraak, aangezien drie van de vier geviseerde vrouwen in de VS geboren zijn, en ze alle vier de Amerikaanse nationaliteit hebben. Trumps tweet oogstte veel kritiek, zowel in de VS als in Europa. Maar één bevolkingsgroep hield zich opvallend afzijdig: de Amerikaanse indianen. Ook de Navajo - met hun 350.000 leden de grootste indiaanse natie in het land - lieten niets van zich horen. Waarom niet? Wat zouden zij van Trump denken? Carl Slater wil er alvast geen inhoudelijke uitspraak over doen, die middag daar op de stoep in Window Rock. 'Dat moet je straks maar aan de president vragen.' Die wordt pas over een uur weer in de stad verwacht. In afwachting vertelt de communicatiedirecteur van de Navajo me wat er volgens hem mis is met de situatie van de indianen in de VS. 'Het verleden', zegt hij. 'Wij lijken alleen te bestaan in het verleden. Het gaat altijd over vroeger. Over wat ons vroeger is aangedaan. Over wat we hebben verloren. Alsof er over de indianen niets meer valt te zeggen sinds Wounded Knee (Bloedbad in december 1890, toen het Amerikaanse leger in South Dakota minstens 150 Lakota-indianen, onder wie veel vrouwen en kinderen, doodschoot, nvdr). Het gaat nooit over nu. Het gaat nooit over de toekomst. Wat leeft er vandaag onder de indianen? Wat hebben we vandaag nodig? Daar moet het over gaan. Indianen zouden veel meer betrokken moeten worden bij de grote gesprekken in de VS. Zelfbepaling. Empowerment. Dát is wat we nodig hebben. En daarover bestaat ook grote eensgezindheid onder de verschillende naties. Ook al spreken de Hopi bijvoorbeeld een totaal andere taal dan de Navajo of de Apaches, er zijn toch altijd meer gelijkenissen en overeenkomsten dan verschillen. In allerlei instellingen en verenigen werken we heel goed samen. Behalve wanneer het over de casino's gaat: dan hebben verschillende stammen vaak tegengestelde belangen. Dan is er plots wel rivaliteit. Omdat het dan over geld gaat. Veel geld.' Ooit waren ze met tien miljoen, of meer - precieze cijfers ontbreken. Ze behoorden tot honderden verschillende stammen, spraken honderden verschillende talen, kenden zeer diverse gebruiken en sociale structuren. In de zestiende eeuw begon de ellende. Eerst kwamen de Spanjaarden, toen de Mexicanen, maar het waren de Engelsen die uiteindelijk zouden zegevieren over alles en iedereen. Toen de Engelse kolonisten in de achttiende eeuw bonje kregen met het Britse moederland begingen veel indianen een politiek-strategische vergissing die hen bijna fataal zou worden: ze kozen de kant van de Engelse overheid. Dat is hen na de Onafhankelijkheidsoorlog door de eertijdse kolonisten zwaar aangerekend. De eerste federale overheden van de Verenigde Staten beschouwden indianenstammen die met de Britten hadden meegeheuld als overwonnen tegenstanders, wier land ze dan ook zonder enige vergoeding inpikten. En een eeuw later, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), kozen veel stammen dan weer voor het Zuiden... Land, daar ging het altijd over. Meer land. De westwaartse expansiedrift van de vrome kapitalisten uit het noordoosten van de VS was onverzadigbaar. Telkens opnieuw werden indianen, in ruil voor beperkt zelfbestuur binnen duidelijk afgebakende gebieden, de zogenaamde reservaten, gedwongen om steeds grotere delen van hun woon- en jachtgebieden prijs te geven. In 1830 tekende president Andrew Jackson de Indian Removal Act, een wet die alle nog loslopende indianen verplichtte om zich permanent in Oklahoma te vestigen. Het Hooggerechtshof vernietigde de wet, maar Jackson had een trumpiaans dedain voor de rechterlijke macht, en ging door met zijn deportatiebeleid. In 1838 dwong het Amerikaanse leger 17.000 Cherokee om te voet uit Georgia naar Oklahoma te marcheren. Zowat een derde overleefde de tocht niet, het noodlottige parcours staat dan ook bekend als The Trail of Tears. Ook de Navajo hebben iets dergelijks meegemaakt. In 1864 dwong de Amerikaanse overheid 8500 Navajo om uit hun woon- en jachtgebieden in Arizona te vertrekken. Ze moesten te voet naar Bosque Redondo, een stadje in New Mexico vijfhonderd kilometer verder. Honderden zouden deze Long Walk, een achttien dagen durende voettocht, niet overleven. Dat waren de 'gelukkigen', de anderen wachtte vier jaar opsluiting in erbarmelijke omstandigheden, ver van huis. In 1868 sloten de Navajo een deal met de federale overheid: in ruil voor een duurzame wapenstilstand en bepaalde blanke privileges, bijvoorbeeld het aanleggen van spoorwegen op indiaans grondgebied, mochten de Navajo terugkeren naar hun thuislanden. Een dergelijke deal tussen de federale overheid en indianen was hoogst uitzonderlijk. Maar het is duidelijk dat de Long Walk tot op vandaag voor de Navajo een bepalende, traumatische ervaring is. Wanneer Navajo-president Jonathan Nez me later die middag in zijn bureau ontvangt, duurt het geen vijf minuten of hij verwijst naar dat cruciale verdrag uit 1868. 'Er is ons toen veel goeds beloofd. Recht op goed onderwijs, gezondheidszorg, een betere levenskwaliteit voor het Navajovolk. Sommige mensen zeggen dat de indianen vandaag nog altijd in een derdewereldland lijken te leven. Als dat zo is, dan is dat omdat de federale regering de afspraken die anderhalve eeuw geleden zijn gemaakt nog steeds niet nakomt.' Nez zegt het rustig maar beslist, er blinkt iets hards in de ogen van deze minzame, elegante man. Ik wil weten wat hij vond van Trumps sneer aan het adres van 'the squad'. Jonathan Nez: Als je zegt dat sommigen beter zouden terugkeren naar waar ze thuishoren, dan kun je het niet over Amerikaanse indianen hebben. Wij zíjn hier thuis. Wij zijn de enigen die dat hier kunnen zeggen. Wij waren hier eerst. Maar wij begrijpen ook dat de tijden veranderd zijn, en dat we hier nu met verschillende nationaliteiten naast elkaar leven. Dat moet het Witte Huis erkennen. We kunnen maar beter geen retoriek gebruiken die dit land verdeelt. U bent president van de Navajo, de grootste stam in de VS. Voelt u zich uitsluitend verantwoordelijk voor uw stam, of voor alle indianen in Amerika? Nez: Iedereen verwacht leiderschap van de Navajo. Vroeger kwamen mensen vaak naar ons toe met de bedoeling ons te helpen. Ze wilden alles voor ons doen, in onze plaats. Dat heeft ons heel lang vastgehouden in een staat van onderworpenheid. Maar nu is voor indianen de tijd aangebroken om zelfredzaam te zijn, om zelf te bepalen wie en wat ze willen zijn. Vóór er in dit land mensen van elders op bezoek kwamen, beslisten we ook alles zelf. We waren zelfstandig en onafhankelijk. Daar gaan we nu weer naartoe. De tijd dat we alleen maar gingen bedelen in Washington, is voorbij. Het is fantastisch om te zien hoe Navajo en ook andere stammen die soevereiniteit weer voor zichzelf opeisen. Hoe kunnen we onszélf verder helpen? Dat is de uitdaging vandaag. U bent optimistisch over de toekomst van de indianen in dit land? Nez: Er is geen keus. Ik wéét dat we in staat zijn om voor onszelf te zorgen. Dat hebben vorige generaties ons geleerd. Hier in de Navajo-natie is de werkloosheid groot. Je kunt die vele werklozen inschakelen als vrijwilligers die anderen kunnen helpen. Als vrijwilliger verdien je geen geld, maar vrijwilligerswerk kan mensen opnieuw integreren in onze samenleving. Dat maakt mensen en families weer trots. We hebben nu een project om families te helpen hun eigen huis te bouwen, in plaats van op een wachtlijst voor gratis huisvesting te gaan staan. Zo creëer je betrokkenheid en ook banen. Elkaar en onszelf helpen, voor onze buren zorgen, dat zijn dingen die we vroeger ook allemaal deden. Wij zijn in staat om zelf het probleem van onze werkloosheid op te lossen, als we maar samenwerken. Wij zijn ook een economische macht. Zij die werk hebben in de Navajo-natie genereren meer dan een miljard dollar per jaar. We creëren steeds meer economische opportuniteiten binnen het Navajo-grondgebied. Navajo rijden vaak honderden kilometers om goederen en diensten te kopen. Dat moet anders. Ons devies luidt: buy local, buy Navajo. Als mensen de helft van hun inkomen hier uitgeven, zal dat de Navajo-economie een enorme boost geven. We moeten onze eigen mensen opnieuw opvoeden, we moeten hen uitdagen om hun geld in onze eigen natie uit te geven. Wat is uw grootste politieke droom? Hebt u één bepaald doel dat u tijdens uw ambtstermijn absoluut wilt realiseren? Nez: We focussen op gezondheid en welbevinden. Alcoholisme en drugsverslaving zijn hier grote problemen. Depressie ook. Mensen verliezen hun hoop, ze geven het op. Ik geloof dat wij voor al onze problemen zelf de oplossingen hebben, als we maar de lessen leren die vorige generaties ons hebben doorgegeven. Wij moeten op onze eigen kennis en onze eigen overlevering vertrouwen, en niet op soorten kennis die van buiten onze grenzen komen. Neem nu diabetes. Sommigen onder ons groeiden op op een boerderij. Daar leerde je op te staan voor de zon opkwam, dan ging je een eind lopen, je groette de zon en je zei je gebeden. Wisten wij veel dat we op die manier diabetes bestreden! We hechten ook veel belang aan de herwaardering van ambachten, van vakmanschap. Iedereen wordt tegenwoordig aangemoedigd om verder te studeren, om naar de universiteit te gaan. Maar je hebt ook elektriciens nodig, loodgieters, lassers. Dat is een belangrijk onderdeel van nationbuilding. Veel Navajo werken buiten onze grenzen, ze bouwen huizen, wolkenkrabbers, stadions voor anderen. Die mensen moeten we weer naar huis brengen, zodat ze hun werk hier voor de eigen Navajo kunnen verrichten. Maar niet iedereen is geïnteresseerd in wolkenkrabbers en winkelcentra. Vooral oudere Navajo blijven liever in rurale gebieden leven, in de ongerepte landschappen van vroeger, en dat willen ze zo houden. We moeten een goed evenwicht vinden. Uw moedertaal is Navajo. Maar de taal lijkt bedreigd, veel jongeren spreken ze niet meer. Hoe kan de Navajo-cultuur overleven als de taal zou verdwijnen? Nez: We willen de taal nieuw leven inblazen. Deze administratie gaat het Navajo uitroepen tot officiële taal van de Navajo-natie. Signalisatieborden op straat, officiële documenten, dat zal allemaal ook in het Navajo moeten. Er komt een taalcommissie die voor bepaalde zaken nieuwe, politiek correcte woorden en omschrijvingen zal moeten bedenken. Kennen de jonge Navajo hun geschiedenis? Nez: Het is belangrijk dat we onze geschiedenis herschrijven vanuit ons eigen perspectief. In de officiële geschiedenisboeken zitten grote gaten. Neem nu The Long Walk in 1864. Kinderen leren op school niet waaróm de deportatie van hun voorouders uit Arizona naar een kamp in het oosten van New Mexico heeft plaatsgevonden. Ze leren niet over de westwaartse expansiedrang van mensen die uit het oosten kwamen en ons verdreven omdat ze ons land wilden. Ze leren niet waar het woord 'reservaat' vandaan komt. Sommige stammen gebruiken die term nog altijd, wij niet. Wij hebben het consequent over de Navajo- natie. Wij zijn een natie, geen reservaat. De mensen die ons land wilden, pasten de tactiek van de verschroeide aarde toe. Alle huizen en boerderijen van de Navajo werden in brand gestoken. We werden uitgehongerd en verdreven naar Fort Sumner, meer dan vijfhonderd kilometer hiervandaan. Ze wilden ons in reservaten stoppen in Oklahoma en in Florida, ver weg van onze geboortegrond. Tijdens onze gedwongen voetmars werden we in dorpen en straten getoond aan de lokale bevolking, om de mensen te waarschuwen: dit is wat je te wachten staat als je je verzet tegen de federale overheid. Mensen die ons zagen voorbijkomen beschimpten ons. Ze gooiden met stenen. Navajo die het transport fysiek niet aankonden - oude mensen, kinderen, zieken - werden onderweg gewoon afgemaakt. Dat is een donkere bladzijde in onze geschiedenis. Vier jaar lang zaten we opgesloten in Fort Sumner, een concentratiekamp. Daar hebben we het Verdrag onderhandeld dat ons uiteindelijk níét naar Oklahoma en Florida heeft gevoerd, maar terug naar ons geboorteland, hier in Arizona. Wat staat er dan wel in de geschiedenisboeken? Nez: Die vertellen alleen over The Long Walk van hier naar Fort Sumner. Ze vertellen niet wat er gebeurde ná het ondertekenen van het Verdrag. Ze vertellen niet over onze terugreis en onze thuiskomst. Tien kilometer lang en zeven kilometer breed: zo groot was de Navajo-groep die terugkeerde. Iedereen hielp iedereen om weer thuis te raken, om onze vier Heilige Bergen terug te zien. Toen we eindelijk weer thuiskwamen, troffen we niets anders aan dan vernielde huizen en vernielde gewassen. We hebben alles moeten heropbouwen. Dat is ons gelukt door samen te werken. Dat verhaal krijgt in onze scholen en onze geschiedenis veel te weinig aandacht. Maar het is nu net het verhaal dat moet worden verteld: het verhaal van onze veerkracht, van een volk dat nooit opgeeft. Die boodschap kan ons de hoop teruggeven en ons weer trots maken op wie we zijn. De geschiedenis hervertellen kan grote, positieve veranderingen teweegbrengen in onze gemeenschap. Het kan al die mensen die worstelen met alcoholisme, drugsverslaving, zelfmoordgedachten, diabetes of hartkwalen zoveel sterker maken. Hoe zwaar wegen die verschrikkingen uit het verleden vandaag nog? Nez: Vorig jaar hebben we de honderdvijftigste verjaardag van de ondertekening van het Verdrag van 1868 gevierd door die voetreis opnieuw te maken. Ruim vijfhonderd kilometer. Dertien dagen. We wilden onze mensen laten zien hoe sterk we zijn. Sommigen onder ons hebben problemen, maar die stellen niets voor vergeleken bij wat onze voorouders hebben doorstaan. Als we begrijpen wat zij hebben overleefd, dan kunnen wij vandaag al onze problemen overwinnen. Die voettocht ter nagedachtenis van onze voorouders is voor veel mensen buitengewoon helend geweest. Heel veel Navajo hebben daardoor kunnen zeggen: 'Oké, we vergeven de federale overheid wat ze ons in het verleden heeft aangedaan.' Dat is niet gering. Dat is groots. Het is tijd om vooruit te kijken en om verder te gaan. Ik zeg niet dat we het verleden moeten vergeten, maar we mogen ons niet langer laten onderdrukken door dat loodzware, negatieve gewicht van wat ons is overkomen. Vergeven lucht ook op: het maakt je vrij om je te focussen op de toekomst. Tijdens onze herhaling van The Long Walk begonnen sommige non-natives met ons mee te lopen. We vroegen ons af waarom. Ze zullen met ons sympathiseren, dachten we. Toen kwamen we erachter: sommigen onder hen bleken afstammelingen te zijn van soldaten die honderdvijftig jaar geleden onze voorouders in Fort Sumner hadden gevangengehouden. Zij hadden daar niets mee te maken, maar het vrat nog steeds aan hen dat hun voorouders onze voorouders zo hadden behandeld. We hebben onderweg verhalen uitgewisseld, we hebben samen gegeten, samen gebeden. We hebben elkaar omhelsd en elkaar vergeven. Dat was indrukwekkend. Honderdvijftig jaar geleden werden de Navajo in diezelfde straten en dorpen beschimpt en bekogeld door mensen wier nakomelingen ons nu omhelsden. Ze openden de deuren van hun huizen en hun kerken. Santa Fe gaf ons zelfs de sleutels van de stad! Het is een onbeschrijflijk gevoel om dit moment van vergeving te hebben meegemaakt.