Precies honderd jaar na de onthulling door Leon Trotski, in naam van de bolsjewieken, van het geheime Sykes-Picotverdrag dat het Midden-Oosten in Europese invloedssferen verdeelde, hield de Russische president Vladimir Poetin een markante topontmoeting over Syrië in de Russische badstad Sotsji. Deze keer waren het geen West-Europese mogendheden die hun invloed in de Levant probeerden te maximaliseren. Het waren regionale grootmachten: Iran, Turkije en natuurlijk Rusland zelf. De top was zonder meer een mijlpaal voor het Midden-Oosten. Hij bevestigde de tanende invloed van het Westen in die regio. Maar het blijft onwaarschijnlijk dat enkele grote staten het Midden-Oosten klein kunnen krijgen, laat staat dat ze er een nieuw politiek evenwicht kunnen bewerkstelligen.
...

Precies honderd jaar na de onthulling door Leon Trotski, in naam van de bolsjewieken, van het geheime Sykes-Picotverdrag dat het Midden-Oosten in Europese invloedssferen verdeelde, hield de Russische president Vladimir Poetin een markante topontmoeting over Syrië in de Russische badstad Sotsji. Deze keer waren het geen West-Europese mogendheden die hun invloed in de Levant probeerden te maximaliseren. Het waren regionale grootmachten: Iran, Turkije en natuurlijk Rusland zelf. De top was zonder meer een mijlpaal voor het Midden-Oosten. Hij bevestigde de tanende invloed van het Westen in die regio. Maar het blijft onwaarschijnlijk dat enkele grote staten het Midden-Oosten klein kunnen krijgen, laat staat dat ze er een nieuw politiek evenwicht kunnen bewerkstelligen. Het signaal dat Poetin vorige week gaf was duidelijk: de Russen nemen de regie over. Na de leiding te hebben genomen in een opzienbarende maar niet altijd even feilloze militaire campagne tegen de rivalen van de Syrische leider Bashar al-Assad, willen de Russen de politieke transitie van diens land mee bepalen. Hoorde ik de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov vorig jaar, op een Midden-Oosten-top, nog fulmineren dat het Westen die transitie saboteerde door Assads vertrek te eisen, dan blijkt datzelfde Westen nu niet langer vast te houden aan die eis. In een telefoongesprek liet de Amerikaanse president Donald Trump weten dat hij vooral 'bezorgd om de vrede' in Syrië is. Met andere woorden: Assad kan voorlopig blijven. Hoe verleidelijk het ook is om te spreken van een nieuwe verdeling in invloedssferen tussen Iran, Rusland en Turkije, de realiteit in het Midden-Oosten is veel complexer. Om te beginnen zijn het niet noodzakelijk die drie regionale mogendheden die de meeste invloed winnen. Vooral op economisch vlak blijft hun gewicht beperkt. Neem de uitvoer. Terwijl het aandeel van het Westen in de uitvoer van het Midden-Oosten is teruggelopen van 30 procent in 2000 tot 20 procent in 2016, dreef vooral Oost-Azië - met China op kop - zijn aandeel in die uitvoer op, van rond de 30 procent tot 54 procent. Regionale grootmachten als Turkije en Iran blijven economisch kwetsbaar. Ja, zij kunnen een land als Syrië destabiliseren, bombarderen en intimideren. Maar het heropbouwen en zijn stabiliteit herstellen? Dat is een andere zaak. De kans is groot dat het Midden-Oosten zal blijven versplinteren, om te beginnen met Syrië zelf. Er komen verkiezingen, maar de oppositie zal zich nooit neerleggen bij een nieuwe regering onder leiding van of onrechtstreeks aangestuurd door Assad. Nieuw geweld zou dan waarschijnlijk worden. Sinds het begin van de negentiende eeuw is die versplintering eigenlijk nooit gestopt. De regio werd lang gedomineerd door het Turks-Ottomaanse Rijk, dat ruim honderdduizend militairen op de been hield. Gaandeweg werd dat imperium verzwakt door Europese rijken. Na de Eerste Wereldoorlog werd het verdeeld tussen de Europeanen. Daarna werd het eerst verkaveld in staten die veelal geleid werden door autoritaire bondgenoten van de Europeanen; vervolgens was het onderhevig aan minstens even roekeloos Amerikaans unilateralisme. En nu heerst dus vooral interne anarchie. Konden de Ottomanen een relatief kleine bevolking nog onder de duim houden, dan werd dat later almaar moeilijker. Veel landen in de regio mochten met hun olie onze industrialisering ondersteunen, maar ontwikkelden zelf te weinig industrie om hun groeiende bevolking tewerk te stellen. Die afhankelijkheid van de energiesector doet hun nu de das om. De olieprijzen zijn laag en de jonge bevolking blijft explosief groeien, met ruim 3 miljoen mensen per jaar. Daarbovenop komt de catastrofale en ontwrichtende impact van de klimaatopwarming. Doordat de gletsjers in het Turkse hoogland smelten, zal volgens een recent rapport het debiet van rivieren als de Tigris en de Eufraat met een kwart tot de helft verkleinen. Landbouw wordt daardoor vrijwel onmogelijk, en de migratiedruk op onleefbare en vaak verwoeste steden wordt onhoudbaar. Het huidige Syrische conflict werd al mee in gang gezet door waterschaarste. De aspiraties van de regionale grootmachten in het Midden-Oosten vormen dus maar één dimensie in het hele verhaal. We moeten vooral verder kijken: economische, demografische en ecologische trends zijn minstens even belangrijk. Hoewel veel Europeanen het niet eens zo erg vinden dat de Russen nu het voortouw nemen, kunnen we het Midden-Oosten nooit volledig de rug toe keren. Want wat daar ook gebeurt, het zal Europa beïnvloeden. De verdere aftakeling van de ene regio zal onvermijdelijk de verzwakking van de andere bespoedigen.