Mexico heeft een barslechte reputatie als het om persvrijheid gaat. Het geweld van de georganiseerde criminele bendes en de diep gewortelde corruptie in alle segmenten van de maatschappij, houden het land in een wurggreep. Journalisten die over de activiteiten van de drugskartels en omgekochte ambtenaren berichten, lopen een groot risico vermoord te worden - vorig jaar werden minstens 10 verslaggevers om het leven gebracht.
...

Mexico heeft een barslechte reputatie als het om persvrijheid gaat. Het geweld van de georganiseerde criminele bendes en de diep gewortelde corruptie in alle segmenten van de maatschappij, houden het land in een wurggreep. Journalisten die over de activiteiten van de drugskartels en omgekochte ambtenaren berichten, lopen een groot risico vermoord te worden - vorig jaar werden minstens 10 verslaggevers om het leven gebracht.Mexico staat op de 149e plaats van de index van Reporters Without Borders over de persvrijheid in 180 landen. Dit jaar lijkt het nog erger te worden. In nog geen twee maanden tijd kwamen vijf reporters door geweld om. Hun dood wekt hevige beroering op. Activisten trekken de straat op om te betogen tegen de eindeloze spiraal van geweld en de straffeloosheid. Ook president Enrique Peña Nieto spreekt zijn afschuw uit. Maar de overheid blijkt niet in staat de veiligheid te waarborgen. Javier Valdez Cárdenas (50) is een van de weinige Mexicaanse journalisten die al jaren over de onderwereld schrijft en nog altijd springlevend is. In 2003 startte hij samen met collega's Ríodoce op, een weekblad over criminaliteit en corruptie in Sinaloa, een van de meest gewelddadige deelstaten van Mexico. Cárdenas specialiseert zich in drugshandel en georganiseerde misdaad. In 2011 won hij de Internationale Persvrijheid Award van de CPJ, (Committee to Protect Journalists). 'In dit land moet je jezelf tegen alles en iedereen beschermen', zei hij toen in een emotionele speech. 'En er is geen verbetering of oplossing in zicht. Meestal kun je nergens terecht voor hulp.''Helaas is het er niet beter op geworden', zegt Cárdenas via Skype. 'Zowat alle politici in dit land zijn betrokken bij de drugshandel. Dat maakt ons werk levensgevaarlijk. Ik ben banger voor de overheid dan voor de drugskartels. De een na de andere politicus laat zich omkopen. Gevolg is dat de georganiseerde misdaad zich niet alleen bezig houdt met drugs, ze is ook actief in de landbouw, in onroerend goed, de voedingssector, in alles eigenlijk. De meeste journalisten in dit land zijn dan ook doodsbang. Een klein deel slaagt erin in leven te blijven. Met de meesten loopt het slecht af. Ze verdwijnen of worden geëxecuteerd. Veel collega's geven er de brui aan. Of ze zwichten voor het systeem. Laten zich betalen om te schrijven wat de machthebbers willen horen. Ik schat dat nog geen drie procent van de journalisten in dit land níet corrupt is. Maar dat kleine groepje kan elkaar niet helpen, niet beschermen. Iedereen staat er alleen voor.'Ook Cárdenas krijgt doodsbedreigingen. Het kantoor van Ríodoce werd in 2009 vernield door een granaat. Volgens collega's is het een wonder dat hij het zo lang volhoudt - Cárdenas werkt al 26 jaar als journalist.'Ik ben bang, ik leef onder constante stress. Maar ik schrijf - bewust - over de menselijke kant van het geweld. Over jonge mensen die betrokken zijn geraakt bij de drugshandel, over het leven van de vriendinnen en vrouwen van de drugsbaronnen. Dat is vermoedelijk de reden dat ik nog niet te grazen ben genomen.'Stoppen staat niet in zijn woordenboek: 'Ik blijf hopen dat het ooit beter zal gaan in dit land. Door een totale ommezwaai in de regering. Dus blijf ik schrijven. Ik houd er pas mee op als ik sterf. Hopelijk zal dat niet door een kogel zijn.'