5 februari 2019
...

De foto van 1 mei 2011 is zonder meer legendarisch. In een volgepakte kamer kijken twaalf mensen gebiologeerd naar een scherm. President Barack Obama is een en al concentratie, minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton houdt verschrikt een hand voor de mond, minister van Defensie Robert Gates en vicepresident Joe Biden kijken in spanning toe terwijl een team Navy SEALs een Pakistaans dorp binnendringt en Osama bin Laden liquideert. Vlak achter Obama, de handen losjes op de rug, staat Michael Mullen, de toenmalige stafchef van het Amerikaanse leger: getaande huid, bril, kortgeknipt haar, keurige das. De Mike Mullen die acht jaar later uit een lift in een Amsterdams hotel stapt, heeft zijn keurige pak ingewisseld voor een informele bodywarmer. Later op de avond spreekt hij op de jaarlijkse Nexus-conferentie van het gelijknamige Nederlandse cultuurfilosofische instituut. Ook dit jaar schakelde het Amerikaanse leger zijn voornaamste vijand uit. Abu Bakr al-Baghdadi, in betere tijden de kalief van de Islamitische Staat, werd op 27 oktober omgebracht in een zo mogelijk nog spectaculairdere raid. Het brengt bij Mullen herinneringen terug aan de raid op Bin Laden. 'Dat was zonder twijfel het hoogtepunt uit mijn carrière, maar het was in zekere zin ook another day at the office. Diezelfde avond hebben we maar liefst veertien andere operaties uitgevoerd, waarvan verschillende een stuk moeilijker waren.' Zelfs in volle operatie was Mullen niet te beroerd om vicepresident Joe Biden bij de les te houden. Biden, een overtuigd katholiek, had tijdens de raid op Bin Laden een rozenkransring om gedaan, bij wijze van geluksbrenger. 'Nadat Bin Laden was uitgeschakeld, zag ik Biden de ring afdoen en terug in zijn portefeuille stoppen', vertelt Mullen met een nauwelijks verholen glimlach. 'Ik boog voorover en zei hem: "Doet u die ring alstublieft weer om, Mister Vice President. Ik moet deze jongens het komende uur in een helikopter over Pakistan krijgen. Deze missie is nog lang niet gedaan."' 'De operatie met Bin Laden viel in een uiterst hectische periode. De avond tevoren was ik samen met de president nog op het Correspondents' Dinner geweest, het jaarlijkse diner waarbij president en pers elkaar op de korrel nemen. De hele operatie was maanden op voorhand gepland: we wisten exact wat er wanneer moest gebeuren. We waren er alleen als de dood voor dat het plan zou uitlekken. Als dat was gebeurd, dan zou Bin Laden zeker gevlucht zijn. Zijn luitenants hadden hem al proberen te verhuizen omdat ze vonden dat het er niet meer veilig was.' Verbaast het u dat de huidige regering de operatie tegen Al-Baghdadi geheim heeft kunnen houden? Mullen: Washington is zo lek als een zeef. Altijd geweest. Hoe belangrijk is dat Amerika dit soort operaties blijft doen? Mullen: Het is een onmisbaar deel van onze capaciteiten. Dan heb ik het niet alleen over de Special Forces of de Navy SEALs. De uitschakeling van Bin Laden is voor mij het culminatiepunt van een evolutie waarbij we sinds het begin van de jaren tachtig ons leger hebben opgebouwd. De huidige capaciteit van het Amerikaanse leger is met de vingers in de neus de beste die ik ooit heb gezien. De huidige president wil dat leger niet meer gebruiken. Hij vindt dat Amerika zich moet terugtrekken van het wereldtoneel. Mullen: Ik zie vooral gelijkenissen met zijn voorganger. Obama is in 2008 verkozen met de belofte om de troepen uit Irak terug te trekken. Ik was het daar niet mee eens, maar ik respecteer dat hij zijn belofte wilde houden. Ook Donald Trump was in zijn campagne duidelijk dat hij het leger uit het Midden-Oosten wilde terugtrekken. Wat vond u van zijn beslissing om de Amerikaanse troepen terug te trekken uit Noord-Syrië? Mullen: Er is maar één woord dat mij te binnen schiet: verraad. We hebben de mensen verraden met wie we zij aan zij tegen de Islamitische Staat vochten. Voor een militair bestaat er niets ergers. Niet dat we de keuze hadden: als de president ons beveelt terug te trekken, dan trekken we terug. Het is ondertussen wel duidelijk dat die beslissing een enorme strategische fout was. Het is het soort beslissing waarbij iedereen van wie wij willen dat ze verliezen, gewonnen heeft. Poetin, Erdogan, Assad, Rohani, Hezbollah in Libanon: ze hebben hier allemaal bij gewonnen, en al onze bondgenoten hebben verloren. Dit was de gedroomde uitkomst voor onze tegenstanders. Het ergste is dat we, door ons terug te trekken, Iran in de kaart hebben gespeeld. Iran heeft een corridor van Teheran tot in Beirut, waarmee het de terreurgroep Hezbollah kan bereiken. Ik kan me voorstellen dat Israël daardoor zeer ongerust is. Na de terugtrekking van de Amerikaanse troepen verspreidde de Russische staatstelevisie beelden van Russische soldaten die een verlaten Amerikaans kamp oprolden. Dat moet u ongetwijfeld in de ziel snijden. Mullen: Ik denk dat de Russen in het algemeen weinig hebben om vrolijk over te doen. Ergens denk ik: laat de Russen maar eens proberen om stabiliteit te brengen, en er ook voor betalen. Het Midden-Oosten is een totale janboel. Ik ben er geen fan van dat Amerika zich aan de kant houdt, maar het is duidelijk dat wij die puinhoop ook niet opgelost zouden krijgen. Hebben presidenten als Obama of Trump geen punt? Doet Amerika gewoon niet té veel? Mullen: We hadden in Syrië met nauwelijks enkele duizenden troepen een coalitie op de been gebracht die een derde van het grondgebied controleerde. We hadden de IS tot een minimum herleid. De situatie op de grond was behoorlijk stabiel. Dat is nu allemaal weg, alleen maar door een campagnebelofte. Ik maak me zorgen over de beloftes die Trump over Afghanistan heeft gemaakt. Het gaat echt niet goed met Afghanistan. Als ik even mag vergelijken met Obama: toen hij besloot terug te trekken uit Irak, ging het redelijk goed met het land. En ook daar is de beslissing om terug te trekken een ramp gebleken. Ondergraaft dat debacle het vermogen van de Amerikanen om bondgenoten te vinden? Mullen: Onze bondgenoten zijn zich sinds 2012 vragen beginnen te stellen, toen duidelijk werd dat Amerika begon terug te trekken. Trump heeft die onrust alleen maar doen toenemen. Onze historische vrienden hebben volgens mij allang geconcludeerd dat wij er niet meer voor hen zullen zijn. Net als onze vijanden, overigens. Wat zou uw advies zijn aan Europese leiders die zich zorgen maken over de staat van de NAVO? Mullen: Ik praat niet over de adviezen die ik geef. Maar ik heb natuurlijk akte genomen van de uitspraken van de Franse president Emmanuel Macron. Had hij gelijk toen hij stelde dat de NAVO 'hersendood' is? Mullen: Ik ben een absolute voorstander van de NAVO. Ik ben het fundamenteel oneens met wat Macron beweert. Ik verklaar zijn demarche door het feit dat de Fransen altijd een dubbele houding hebben gehad tegenover de NAVO, vooral over de vraag wie de baas moet zijn. Is Macrons bezorgdheid terecht? Mullen: Het is niet onredelijk dat Europeanen zich de vraag stellen of ze nog op de Amerikanen kunnen vertrouwen. Maar het is ronduit gevaarlijk om de NAVO dood te verklaren, met alles wat er gaande is in de wereld. Over Turkije heb ik hetzelfde gevoel. Ik ben geen fan van wat Recep Tayyip Erdogan doet in Syrië en van de Turkse houding binnen de NAVO, maar tegelijk is Turkije allang een bondgenoot en verdient het land krediet omdat het onderdak biedt aan miljoenen vluchtelingen. Ik zou de raad geven om zeer voorzichtig met Turkije om te gaan, en ze er zeker niet uit te gooien. Turkije is cultureel en geografisch een brug naar het Midden-Oosten. Heeft Amerika de Turkse bezorgdheid over de Koerdische milities in Noord-Syrië onderschat? Mullen: Nee. Maar is het wel mogelijk om zowel met Turkije als met de Koerden goede relaties te hebben? Mullen: Daar zijn we de voorbije 25 jaar nochtans in geslaagd. Het was duidelijk dat Erdogan erop hoopte dat Amerika uit de weg zou gaan, zodat hij zijn gang kon gaan tegenover de Koerden. Dat hadden we nooit mogen toelaten. Bestaat artikel 5, dat bepaalt dat alle NAVO-lidstaten elkaar bij een aanval te hulp komen, nog steeds? Mullen:Oh yeah. Het is normaal dat Europese landen de vraag stellen of Amerika bereid is om oorlog te voeren voor, pakweg, Montenegro. Vooral de Oost-Europeanen zijn uiterst nerveus door hoe Amerika zich opstelt. Ironisch genoeg is artikel 5 nog maar één keer ingezet: om de Verenigde Staten na de aanslagen van 11 september 2001 te hulp te komen. Denkt u dat 'de overkant' nog gelooft dat artikel 5 bestaat? Mullen: Ik zou ze afraden om het uit te testen. Want dan lopen ze een enorm risico.Gaat Amerika goed om met zijn machtspositie in de wereld? Mullen:(denkt na) Tijdens de Golfoorlog: ja. In Afghanistan: ja. In Irak: nee, en daar zitten we nog steeds mee. Ik maak me vooral zorgen over de onophoudelijke machtshonger vanuit het Witte Huis. De functie van president is echt véél dominanter geworden. Het baart me zorgen dat het Congres er niet meer in slaagt controle te houden op de manier waarop Amerika zijn macht uitoefent, vooral als het op oorlog aankomt. Waaraan merkt u dat? Mullen: Het is veel te makkelijk geworden om een oorlog te beginnen. De wapens zijn veel krachtiger, dodelijker, verwoestender en van een steeds grotere afstand bedienbaar. Dat zorgt voor een vreemde vorm van conditionering, waarbij het idee ontstaat dat dergelijke precisiewapens niet zo schadelijk zijn. Politici snappen onvoldoende wat voor onwaarschijnlijke schade dat soort wapens veroorzaakt. (pauzeert) Ik heb als marinier gezien hoe bloederig en verwoestend de effecten van zulke wapens zijn. Gaan presidenten te lichtvaardig met dergelijke wapens om? Mullen: Ik geloof uit de grond van mijn hart dat presidenten de waarheid spreken als ze zeggen dat zulke beslissingen de moeilijkste uit hun leven waren. Ik heb het bij George W. Bush en Obama zelf kunnen vaststellen, en ik ben ervan overtuigd dat het bij de huidige president niet anders is. Waar ik me zorgen om maak, is de technische evolutie naar wapens die van een steeds grotere afstand gebruikt kunnen worden en steeds autonomer werken. Het is verleidelijk om zulke wapens te gebruiken, want je riskeert er geen eigen troepen mee. Ik vind het kwalijk dat zulke wapens de mogelijkheid geven om niet te hoeven aanvoelen dat je oorlog voert. Het is veel te gemakkelijk om ze te gebruiken. Francis Fukuyama lanceerde in zijn nieuwste boek het idee om de dienstplicht opnieuw in te voeren. Dat zou ervoor zorgen dat Amerika minder snel ten oorlog trekt. Mullen: Ik deel zijn bezorgdheid. Het leger is tegenwoordig een smallere vertegenwoordiging van de Amerikaanse maatschappij dan toen ik in dienst ging. Soldaten komen uit minder verschillende plekken in Amerika, ze hebben vaak al familieleden in het leger. Het Amerikaanse leger lijkt steeds meer op het Franse vreemdelingenlegioen. We worden heel goed betaald, maar de boodschap is steeds nadrukkelijker: vecht onze vuile oorlogen uit, en laat de rest rustig hun leven leiden. Op lange termijn is dat een ramp voor de democratie. Ik wil dat het Amerikaanse volk beseft wat de consequenties zijn van een oorlog. Daarom pleit ik ervoor - en ik maak daarmee geen vrienden bij mijn voormalige collega's - om het leger kleiner te maken. Ik zou voorstellen om het met 100.000 manschappen minder te doen. Dan zouden we nog steeds 100.000 soldaten kunnen inzetten als we dat nodig achten. Alleen zou het ervoor zorgen dat we na een jaar onvoldoende manschappen hebben om die eerste 100.000 af te lossen. Als ik dat troepenaantal toch ter plaatse wil houden, zou ik dus een half miljoen jongeren moeten oproepen. Ik wil dat in elk Amerikaans huishouden met een 18-jarige die uitgeloot kan worden, de discussie wordt gevoerd of het echt nodig is om in die oorlog te gaan vechten. Dat debat hebben we de voorbije decennia nooit gehad, en dat is ons zuur opgebroken. Vindt u dat een president in militaire dienst moet zijn geweest? Mullen: Eigenlijk wel. Na de Tweede Wereldoorlog was nog 75 procent van de volksvertegenwoordigers in militaire dienst geweest. Dat is nadien teruggezakt tot 3 à 5 procent, maar gelukkig neemt het nu weer toe. Ik hoop dat die toename ervoor kan zorgen dat het Congres beter begrijpt wat het betekent om het militaire apparaat te gebruiken. In het algemeen hebben militairen een temperende invloed op het beleid. Wij zijn doorgaans de laatsten die ten oorlog willen trekken. We weten maar al te goed wat voor verwoestingen een oorlog kan veroorzaken. Net als Obama focust Trump op China. Vindt u dat terecht? Mullen: Ik speel basketbal, en ik weet dus perfect hoe een pivot werkt: je draait weg van iets, in de richting van iets. Toen Obama van China naar Europa pivoteerde - een move waarover ik overigens niet gelukkig was - heb ik vooral Europeanen moeten geruststellen. Ik had ook nooit gedacht dat Europa zich ooit in de toestand zou bevinden waarin het zich vandaag bevindt. Net op dat moment is Rusland weer full Soviet gegaan, wat Europese landen natuurlijk als een bedreiging beschouwen. Los daarvan is de relatie tussen China en Amerika de belangrijkste bilaterale relatie ter wereld. De stabiliteit van de wereld hangt af van het goed draaien van die twee economieën. In heel de wereld willen ouders hun kinderen een beter leven geven. De beste manier daarvoor is stabiliteit. We kunnen het ons niet veroorloven om in de relatie met China fouten te maken. We hoeven niet de beste vrienden te zijn, maar we zijn verbonden op manieren die we niet eens begrijpen. Daar denkt de huidige president anders over. Mullen:(knikt) Ik hoor tegenwoordig geregeld dat we onze economieën moeten 'ontkoppelen'. Ik snap niet eens wat dat betekent. Het is niet te bevatten hoe diep verbonden de Amerikaanse en de Chinese economie zijn. Gaan we écht beslissen om alles voortaan op eigen houtje te doen? Zegt u het maar. Mullen: De vraag is: hoe kun je de Amerikaanse belangen verdedigen op een manier die Xi Jinping en zijn opvolgers toelaat om de Chinese economie te doen groeien? Hoe zorg je ervoor dat zij het leven kunnen verbeteren van de 800 miljoen Chinezen die weinig whebben? Hoe doen we dat in een tijd waarin 350 miljoen Amerikanen willen blijven groeien en welvaart creëren? Dat is onze verantwoordelijkheid. En dan ontketen je beter geen handelsoorlog. Mullen: Inderdaad. We moeten een manier vinden om goede relaties te onderhouden met Zuidoost-Azië. China, Zuid-Korea en Japan behoren samen met de Verenigde Staten tot de grootste economieën van de wereld. Als die regio instabiel wordt, komt de hele wereldeconomie in de problemen. Als voormalig student aan de militaire academie bent u ongetwijfeld vertrouwd met de val van Thucydides, die stelt dat een opkomende macht en een grootmacht bijna altijd met elkaar in conflict komen. Mullen: Uiteraard. Ik wijs u er meteen graag op dat het een theoretisch concept is, geen wetmatigheid. Acht u het mogelijk dat Amerika en China in conflict komen? Mullen: (zucht) In Amerika zijn we slecht in geschiedenis, en wie de geschiedenis niet bestudeert, dreigt de fouten te herhalen. Het is duidelijk dat de kans groot is. In de zestien bekende casestudy's van opkomende machten is het maar vier keer niet tot een grootschalig conflict gekomen. Dat is de uitdaging waarvoor Donald Trump en Xi Jinping staan. De verwoesting die een oorlog tussen China en Amerika kan veroorzaken, is onbevattelijk.