We moeten het over Tigray hebben. Het stond er niet letterlijk, maar dat was wel de boodschap in de mail van Seppe Deckers. Tijdens een korte periode, eind november, begin december vorig jaar, was het conflict in de noordelijke deelstaat van Ethiopië wereldnieuws. Tussen de dagelijkse portie corona en de nasleep van de Amerikaanse presidentsverkiezingen door, bereikten ons vanuit de Hoorn van Afrika berichten over een burgeroorlog met een complexe voorgeschiedenis. Alleen al het begin valt lastig te situeren. 4 november was een kantelmoment, toen de Ethiopische premier Abiy Ahmed een militair offensief met luchtraids aankondigde om de opstandige regering van Tigray omver te werpen. Maar evengoed kun je verwijzen naar 9 september, toen het Tigray People's Liberation Front (TPLF) besloot om in de eigen deelstaat parlementsverkiezingen te houden, dwars tegen de beslissing van Addis Abeba in om de stembusgang vanwege de pandemie uit te stellen. Op 28 november, na drie weken van intense gevechten, slaagde het regeringsleger erin het TPLF uit de hoofdstad Mekelle te verdrijven. Er circuleerden beelden van vluchtelingenstromen richting Sudan, maar ook getuigenissen over bloedbaden die ver buiten camerabereik werden gepleegd. Toch voorspelde Jan Abbink, Ethiopiëkenner van het African Studies Centre in Leiden, begin december in Knack een snelle stabilisering. Het TPLF genoot onder de eigen bevolking weinig steun en was alleszins geen partij voor een goed getraind en zwaar bewapend regeringsleger. Abbink relativeerde het gevaar op een internationale escalatie.
...

We moeten het over Tigray hebben. Het stond er niet letterlijk, maar dat was wel de boodschap in de mail van Seppe Deckers. Tijdens een korte periode, eind november, begin december vorig jaar, was het conflict in de noordelijke deelstaat van Ethiopië wereldnieuws. Tussen de dagelijkse portie corona en de nasleep van de Amerikaanse presidentsverkiezingen door, bereikten ons vanuit de Hoorn van Afrika berichten over een burgeroorlog met een complexe voorgeschiedenis. Alleen al het begin valt lastig te situeren. 4 november was een kantelmoment, toen de Ethiopische premier Abiy Ahmed een militair offensief met luchtraids aankondigde om de opstandige regering van Tigray omver te werpen. Maar evengoed kun je verwijzen naar 9 september, toen het Tigray People's Liberation Front (TPLF) besloot om in de eigen deelstaat parlementsverkiezingen te houden, dwars tegen de beslissing van Addis Abeba in om de stembusgang vanwege de pandemie uit te stellen. Op 28 november, na drie weken van intense gevechten, slaagde het regeringsleger erin het TPLF uit de hoofdstad Mekelle te verdrijven. Er circuleerden beelden van vluchtelingenstromen richting Sudan, maar ook getuigenissen over bloedbaden die ver buiten camerabereik werden gepleegd. Toch voorspelde Jan Abbink, Ethiopiëkenner van het African Studies Centre in Leiden, begin december in Knack een snelle stabilisering. Het TPLF genoot onder de eigen bevolking weinig steun en was alleszins geen partij voor een goed getraind en zwaar bewapend regeringsleger. Abbink relativeerde het gevaar op een internationale escalatie. Die analyse is Seppe Deckers zwaar op de maag blijven liggen. De Leuvense emeritus hoogleraar bodemkunde stoffeert zijn verhaal met enkele recente data. Op 12 februari schatte de gespecialiseerde ngo Europe External Programme with Africa de dodentol van het conflict op 52.000. 2,5 miljoen Tigreërs zijn op de vlucht, de meesten ontheemd in eigen land. 4,5 van de 6 miljoen Tigreërs worden door honger bedreigd. Voor Deckers zijn dat geen droge statistieken. In de jaren tachtig werkte hij als expert voor de FAO, de landbouworganisatie van de VN, in Ethiopië. Hij zat op de eerste rij toen het land de apocalyptische hongersnood meemaakte in 1985 die aanleiding gaf voor het benefietconcert Live Aid. Dat veruit de meeste doden toen in Tigray vielen, had niet alleen klimatologische oorzaken. De toenmalige communistische dictator Mengistu Haile Mariam zette het hongerwapen in om het verzet van guerrillabeweging TPLF te onderdrukken. Deckers heeft de voorbije 35 jaar als expert en gastdocent alle hoeken van Ethiopië verkend. Samen met zijn Gentse collega Jan Nyssen stippelde hij een traject uit dat als een referentie voor de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking te boek staat. Onder de vlag van de Vlaamse Interuniversitaire raad (VLIR) werden grote stappen gezet op terreinen zoals woestijnvorming, herbebossing en voedselveiligheid. Nu dreigt het resultaat van een kwarteeuw Vlaamse coöperatie te worden weggevaagd. 'De berichten zijn zeer verontrustend', zegt Deckers, die ondanks de vele black-outs van internet en telefonie contact houdt met bekenden in Tigray. 'Tijdens het beleg van Mekelle werd de universiteit eerst gebombardeerd en daarna geplunderd, volgens onze bronnen door Eritrese militairen. Ook de met Vlaams geld gebouwde laboratoria zijn verloren. Ik werkte begin jaren negentig aan de KU Leuven toen ik door een Ethiopische collega werd benaderd. Ze hadden in Mekelle een gespecialiseerde universiteit opgericht, het College of Dryland Agriculture. Ik ging maar al te graag in op de vraag om hulp. Tijdens mijn FAO-missie had ik Tigray goed leren kennen. Mengistu heeft de hongersnood uitgebuit en verergerd, maar de ramp werd wel uitgelokt door klimatologische factoren, gecombineerd met ondeskundig land- en watergebruik. Ik wist het toen al: ooit kom ik terug, want hier kan ik een verschil maken.' Ziet u parallellen tussen de hongersnood onder Mengistu en de huidige situatie? Seppe Deckers: Net als toen spelen klimatologische factoren een hoofdrol. De Hoorn van Afrika kampt al twee jaar met een rampzalige droogte die op haar beurt een ongeziene sprinkhanenplaag aandrijft. Tigray is hard getroffen, in een gebied zo groot als België zijn alle akkers zwaar beschadigd. Voedseltekort is natuurlijk een structureel gegeven. In een normaal jaar wordt 20 procent van de Tigrese bevolking erdoor bedreigd, wat betekent dat de eigen voedselproductie slechts de helft van hun jaarnoden dekt. Door de droogte en de sprinkhanenplaag is dat aandeel vorig jaar tot 50 procent gestegen. Als je daar een oorlog bovenop gooit, krijg je een perfecte storm. De 2,5 miljoen ontheemden kunnen geen kant op. Bij het begin van het conflict zijn tienduizenden Tigreërs naar Sudan gevlucht. Intussen heeft het leger de grens gesloten, want het regime wil geen ooggetuigen die de buitenwereld informeren over de vuile oorlog waarin voedsel als wapen wordt gebruikt. De vluchtelingen zoeken hun heil in afgelegen dorpen in de bergen, vaak bij verwanten die zelf nauwelijks genoeg te eten hebben. Hoe wordt het hongerwapen ingezet? Deckers: Door Tigray helemaal af te grendelen. De konvooien die het Wereldvoedselprogramma (WPO) van de VN en verschillende ngo's al wekenlang klaar houden, botsen op wegversperringen en bureaucratische obstakels. Vorige week werd onder zware internationale druk toch een akkoord met het WPO gesloten voor een betere doorstroming. Afwachten wat dat geeft. Maar het gaat niet alleen om het toelaten van voedselhulp. Tijdens het offensief tegen het TPLF werd de techniek van de verschroeide aarde toegepast: langs de hoofdwegen gingen alle oogsten in de fik. Ironisch genoeg betaalt Tigray daarmee een prijs voor de snelle ontwikkeling van de voorbije decennia. Er zijn heel wat nieuwe wegen aangelegd, vaak met Chinees geld. Die investeringen worden nu gebruikt om de oorlog tot diep in het binnenland te voeren. Maar wat even zorgwekkend is: het Productive Safety Net Program (PSNP) is in elkaar gestuikt. Wat is dat precies? Deckers: Na de val van de Mengistu-dictatuur in 1991 heeft Ethiopië van voedselveiligheid een prioriteit gemaakt. Met veel steun van de internationale gemeenschap, de meeste VLIR-projecten passen trouwens in dat kader. Kort gezegd komt PSNP erop neer dat regionale voedselsurplussen worden gebruikt om tekorten in andere regio's te compenseren. Het programma omvat 'early warning'-systemen en digitale gewasbewaking om oogsten te voorspellen. Daarnaast is er een fijnmazig netwerk van betaalde medewerkers die tot in de kleinste dorpen behoeftige families identificeren. Afhankelijk van de oogsten wordt jaarlijks met een half tot twee miljoen ton graan geschoven, een gigantische operatie. Maar dat graan wordt niet zomaar uitgedeeld, boeren moeten er in ruil voor werken. Ze graven irrigatiekanalen of worden ingeschakeld bij herbebossings- of rehabilitatieprojecten, werken die de kans op voedseltekorten doen verminderen. Het systeem is zo robuust dat het zelfs ernstige noodsituaties zoals de droogte- en sprinkhanenplaag in Tigray de baas kan.Helaas geldt dat niet in tijden van oorlog. Als reactie op de verboden verkiezingen in september heeft Addis Abeba alle financiële transfers naar Tigray geblokkeerd, ook de subsidies en salarissen voor het PSNP. Sinds het uitbreken van de vijandelijkheden ligt het programma helemaal stil. De meeste medewerkers zijn werkloos, als ze al niet zijn omgekomen of op de vlucht geslagen. In 2019 kreeg premier Abiy Ahmed de Nobelprijs voor de Vrede als erkenning voor democratische hervormingen en vooral voor het beëindigen van de twintig jaar durende oorlog met buurland Eritrea. Waarom is de vredestichter op het oorlogspad gegaan? Deckers: Dat is een complex verhaal. Abiy was een grote onbekende toen hij door het Ethiopian People's Revolutionary Democratic Front (EPRDF) als premier werd verkozen. Het EPRDF is al sinds de val van de dictatuur aan de macht, het is een coalitie die zowel de grootste etnische groepen als de verschillende regio's moet weerspiegelen. Dat zogenaamde Ethiopisch federalisme was het geesteskind van Meles Zenawi, de TPLF-leider en sterke man binnen het EPRDF die Ethiopië tot zijn dood in 2012 heeft geleid. Geen modeldemocraat, opposanten werden vlotjes in de gevangenis gedraaid. Hoe dan ook, zijn opvolger bleek een zwakke figuur en werd al in 2018 aan de kant geschoven en vervangen door een kopstuk van de veiligheidsdiensten, Abiy Ahmed. Ik was op dat moment in Ethiopië en deelde in de algemene euforie. Abiy liet politieke gevangenen vrij, benoemde vrouwen in topposities, en knoopte vredesonderhandelingen aan met erfvijand Eritrea. Intussen schiet van die goede indruk niets meer over, ik ben diep ontgoocheld in de man. Maar is hij wel verantwoordelijk voor de huidige chaos? Er wordt gewezen naar het TPLF, dat zich niet wilde neerleggen bij de door Abiy doorgevoerde hervormingen omdat die de privileges van het TPLF dreigden te kortwieken... Deckers: Die analyse is veel te gemakzuchtig. Het klopt dat er in de rest van Ethiopië een breed ressentiment leeft tegen het Noorden, zeg maar de Tigreërs. Die hadden inderdaad een dikke vinger in de pap, meer dan hun aandeel van 6 procent in de totale bevolking wettigde. Dat heeft een voorgeschiedenis, het TPLF heeft samen met het Eritrese EPLF een eind gemaakt aan het schrikbewind van Mengistu. Om al die redenen was de benoeming van Abiy Ahmed bijzonder. Half Amhaars en half Oromo, daarmee belichaamt hij de twee voornaamste etnische groepen van Ethiopië. De Oromo-bevolking is de grootste, de Amharen vormen als zelfverklaarde afstammelingen van koning Solomon een sociale en culturele elite.Ik begrijp overigens dat Abiy het etnisch federalisme wilde hervormen. Het systeem was verre van perfect, maar om te zeggen dat het land kreunde onder een dictatuur van geprivilegieerde Tigreërs? Ik heb de voorbije dertig jaar heel Ethiopië doorkruist. Noord of Zuid, overal heb ik de welvaart spectaculair zien toenemen. Dat is in hoge mate de verdienste van de EPRDF-coalitie, vooral van president Meles Zenawi die een economisch beleid uitstippelde waarin landbouw de basis vormde voor industrialisatie. Met succes, onder zijn bewind tekende Ethiopië jaar na jaar groeicijfers van 6 à 10 procent op. Daar heeft niet alleen Tigray maar heel Ethiopië van geprofiteerd. Toch valt niet te ontkennen dat het TPLF het verlies aan invloed slecht heeft verteerd. In 2018 heeft de partij zich uit de nieuwe federale coalitie teruggetrokken. Was dat geen oorlogsverklaring door een gewezen guerrillabeweging die in Tigray over een aanzienlijke militaire macht beschikte? Deckers: Wederzijds wantrouwen heeft zeker een rol gespeeld, maar de echte katalysator was volgens mij het vredesakkoord met Eritrea. Ik was daar zelf enthousiast over, maar intussen realiseer ik me dat Abiy zijn hand heeft overspeeld door een nagenoeg onvoorwaardelijk vredesakkoord te sluiten met de Eritrese president Isaias Afewerki. Hij heeft de aversie onderschat die de Eritrese president in Tigray opwekt. Hoe valt dat te verklaren? Het TPLF en het Eritrese EPLF stonden schouder aan schouder in de strijd tegen de zogenaamde rode dictatuur van Mengistu. Deckers: Na de val van Mengistu zijn hun wegen snel gaan uiteenlopen. Terwijl de TPLF-leiders in Addis Abeba het Ethiopisch federalisme op de sporen zetten, heeft EPLF-leider Afewerki zijn land via een referendum naar de onafhankelijkheid geleid. Het vervolg is bekend, Ethiopië en Eritrea raakten verwikkeld in een grensconflict dat algauw escaleerde tot een grootschalige oorlog die twintig jaar zou duren. Alleen al aan Ethiopische kant zijn daarbij 150.000 soldaten gesneuveld, hoofdzakelijk Tigreërs. Zo'n verleden veeg je niet uit met een handtekening onder een vredesakkoord. Vergeet ook niet dat Eritrea het Noord-Korea van Afrika wordt genoemd. Alle mannen moeten vanaf 18 jaar levenslang onder de wapens, een van de redenen waarom ze er massaal proberen te vluchten, meestal naar Tigray, waar vlak over de grens enorme kampen zijn ontstaan. Die kampen werden intussen geplunderd door het Eritrese leger, er is grote bezorgdheid over het lot van de 100.000 vluchtelingen. Zowel Ethiopië als Eritrea ontkent de betrokkenheid van Eritrese troepen. Hoe geloofwaardig is dat? Deckers: De bewijzen zijn verpletterend. Al mijn contacten in Ethiopië zijn eensluidend, het oorlogsgebied wemelt van de Eritrese militairen, aan wie trouwens de meeste plunderingen en moordpartijen worden toegeschreven. Abiy ontkent het in alle toonaarden, maar wellicht had hij de steun van Eritrea nodig om de militaire macht van het TPLF te breken. Om dezelfde reden heeft hij de deur opengezet voor gewapende milities uit de aangrenzende deelstaat Amhara. Die grijpen nu hun kans om oude territoriale aanspraken op Tigray hard te maken. Het TPLF heeft zich als vanouds in de bergen teruggetrokken. Is dit het begin van een eindeloze guerrillaoorlog? Deckers: Dat lijkt onvermijdelijk. Ik ben erg bezorgd. Bij de grote hongersnood in de jaren tachtig zijn officieel 1 miljoen doden gevallen, wellicht een grove onderschatting. Zoals de kaarten nu liggen, dreigt dat scenario zich te herhalen. Het conflict zet ook buiten Tigray hoogspanning op de relaties tussen bevolkingsgroepen. Tigreërs durven zich amper nog te vertonen, in Addis Abeba werden hun bankrekeningen geblokkeerd. Dit kan de hele regio ontwrichten. Niet alleen Eritrea is betrokken, er vechten Somalische militairen aan de kant van het regeringsleger. De kans bestaat dat het TPLF steun gaat zoeken bij Sudan en Egypte, landen die op ramkoers liggen met Ethiopië over de verdeling van het Nijlwater. Hoe voelt het om machteloos toe te zien bij de teloorgang van een levenswerk? Deckers: Het is bitter, er staat veel op het spel. Na enkele projecten vanuit de KU Leuven heb ik in 2003 bij de VLIR een structurele financiering versierd. Samen met Jan Nyssen, mijn eerste onderzoekscoördinator in Ethiopië die intussen hoogleraar aan de UGent is. We kregen 8 miljoen euro voor een tienjarig interdisciplinair project. Daar hebben we mooie dingen mee gedaan, zoals het opleiden van dertig doctoraatstudenten die intussen sleutelposities bekleden in het Ethiopische landbouwbeleid. We werken overigens in heel Ethiopië, Jan en ik hebben in zowat alle deelstaten gastcolleges gegeven. Toch blijft Tigray centraal staan, nergens hebben we meer impact gehad. Toen ik er in de jaren tachtig rondreisde, zag ik een maanlandschap zonder één boom. Intussen is 20 à 30 procent van Tigray vergroend, een enorme troef in het licht van de klimaatverandering. Al die winst dreigt nu verloren te gaan, al troost ik me met de gedachte dat kennis niet zomaar kan weggebombardeerd of geplunderd worden. Zo hebben we de appelteelt bij Tigrese boeren geïntroduceerd, niet vanzelfsprekend in een heet en droog klimaat, maar wel een belangrijke aanvulling van hun inkomen. Ik ken boeren, ze zullen die kennis niet laten verloren gaan, maar overdragen. Ondanks de oorlog - als ze die tenminste overleven.