De pandemie eist almaar meer slachtoffers in het zuiden. Op het ogenblik dat virologen voorspellen dat zich in Europa stilaan een tweede coronagolf aankondigt en het bang uitkijken is naar het najaar, laat de gezondheidscrisis zich ongemeen sterk voelen in ontwikkelingslanden. Doorgaans besteden westerse media relatief weinig aandacht aan landen in Afrika. De WHO drukt ons nochtans onafgebroken op de feiten.

Dagelijks volg ik de ontwikkelingen in Zuid-Afrika. De cijfers zijn niet bemoedigend. Op maandag 13 juli waren er 276242 geregistreerde besmettingen met Covid-19, 4079 bevestigde sterfgevallen en 134874 personen die het ziekenhuis mochten verlaten. De overheidsmaatregelen ten spijt, zoals het hernieuwde verbod op drankverkoop en het opnieuw invoeren van een avondklok en dus uitgaansverbod, verwachten epidemiologen de eerste coronapiek de volgende weken en maanden. Bij gebrek aan voldoende verzorgingsinstellingen, verpleegapparatuur en beschermingskledij is het bang afwachten hoe wild de epidemie om zich heen zal grijpen. Scholen en universiteiten zijn al maanden gesloten.

De lockdown is ingesteld in maart, toen ook in ons land is beslist het maatschappelijk leven aan banden te leggen. Versoepelingen worden door de Zuid-Afrikaanse regering en president Cyril Ramaphosa aangekondigd, om enkele weken later te worden teruggedraaid. Onder druk van de economische conjunctuur zijn ook elders op de wereld politieke besluitvaardigheid en een consistent beleid niet voor de hand liggend.

Van social distancing kan in de onmetelijke townships rond grootsteden zoals Johannesburg en Kaapstad geen sprake zijn. Het adagium 'blijf in uw kot' is voor miljoenen mensen niet van toepassing. Virologen moeten deze reële leefsituaties beschouwen als gefundenes Fressen voor het dodelijke virus. De economie die het in Zuid-Afrika al zwaar te verduren heeft, stevent af op een catastrofe. De kloof tussen arm en rijk wordt almaar dieper, om nog te zwijgen over de beperkte toegang tot de gezondheidszorg. Wie rijk is krijgt de beste zorgen. Nadat het land al onder het regime van Jacob Zuma in slechte financiële papieren kwam, lijkt het erop dat zoals in Zuid-Afrikaanse media gesteld het bankroet om de hoek loert. Recent was er nog het nieuws over de vele ontslagen in mediaconcerns: journalisten verliezen massaal hun baan omdat de uitgave van kranten en tijdschriften wordt stopgezet. De Zuid-Afrikaanse luchtvaartmaatschappij stevent af op een faillissement. Enzovoort.

Onze kijk op de wereld is door de coronacrisis nog meer egocentrisch geworden dan ze daarvoor al was.

Yves T'sjoen

Wat naast alle maatschappelijke en economische problemen zorgen baart - naast de politieke twisten in de rangen van de regeringspartij ANC - is de toestand van het onderwijs. Collega's van de Universiteit van Wes-Kaapland, de zogeheten bruine universiteit van Kaapstad, luiden geruime tijd de alarmbel. Ze laten weten dat studenten al maanden onbereikbaar zijn. Bij gebrek aan laptops en iPads, vanwege slechte of geen internetverbinding, kunnen minder gegoede ('bruine' en 'zwarte') studenten geen online colleges volgen. Zij hebben geen studiemateriaal ter beschikking of de leefomgeving maakt het vrijwel onmogelijk om rustig de studies voort te zetten. De situatie van het onderwijs was in Zuid-Afrika al weinig rooskleurig. Nu zorgt de virale uitbraak ervoor dat wellicht miljoenen jongeren voor langere tijd verstoken blijven van lager, middelbaar en universitair onderwijs. Zeker voor een ontwikkelingsland is dat vooruitzicht funest.

In het westen sakkeren academici dezer dagen dat geplande colloquia met collega's in Zuid-Afrika niet kunnen plaatsvinden. Ook ik heb seminaries en symposia moeten uitstellen: de presentatie in Pretoria en Potchefstroom, later ook in Gent, van de Afrikaanse vertaling van Hugo Claus' Het verdriet van België. Het internationaal colloquium dat in november in Amsterdam zou plaatsvinden, met vele collega's uit zuidelijk Afrika, is verdaagd tot 2021. Gastdocentschappen, internationale studentenmobiliteit, de aanstelling van een Zuid-Afrikaans leerstoelbekleder aan de alma mater: het kan in de gegeven omstandigheden niet (meer). Die besognes, vanuit westers perspectief, zijn niets in vergelijking met de leer- en leefomgeving van vele Zuid-Afrikaanse jongeren. Voor hen is er geen digitaal alternatief voor het onderwijs.

Vorig jaar liet ik vanuit Pretoria weten dat de infrastructuur en benodigdheden voor onderwijs in vele arme gebieden van Zuid-Afrika te wensen overlaten. Het vervoer vanuit landelijke streken naar school is soms slecht geregeld, leerlingen beschikken niet over boeken of de economische leefsituatie maakt het schier onmogelijk degelijk les te volgen. Wat wij hier te weinig beseffen, is wat mijn collega's van UWK in Bellville signaleren: studenten haken af, ze zijn letterlijk niet meer bij de les. Hier te lande zijn acties ondernomen om in woonzorgcentra en ook op school iPads ter beschikking te stellen: nobele initiatieven. In Afrika is er geen budget om in een fundamentele grondwettelijke bepaling te voorzien: het recht op onderwijs. Jongeren moeten over de instrumenten en faciliteiten beschikken om les te volgen, opgeleid te worden tot kritische burgers en te streven naar een professionele toekomst.

In het moderne westen zal de economische weerslag van deze ongeziene gezondheidscrisis zich nog jaren laten voelen. Economen voorspellen weinig goeds voor de komende jaren. Sociologen spreken op hun online conferenties wellicht al over de "coronageneratie". We realiseren ons veelal niet wat dit met de bevolking van ontwikkelingslanden doet. In Zuid-Afrika gaan de gesprekken niet over wel of niet op restaurant gaan, het tweede verblijf bezoeken of voor zichzelf op een zomerse dag een strandstrook reserveren. Onze kijk op de wereld is door de coronacrisis nog meer egocentrisch geworden dan ze daarvoor al was. Wanneer Vlamingen zelfs geen benul hebben van of veel interesse tonen voor de gezondheidssituatie in Wallonië, dan weet je het wel. Dan zijn Zuid-Afrika en andere landen op het Afrikaanse continent heel ver weg.

De pandemie eist almaar meer slachtoffers in het zuiden. Op het ogenblik dat virologen voorspellen dat zich in Europa stilaan een tweede coronagolf aankondigt en het bang uitkijken is naar het najaar, laat de gezondheidscrisis zich ongemeen sterk voelen in ontwikkelingslanden. Doorgaans besteden westerse media relatief weinig aandacht aan landen in Afrika. De WHO drukt ons nochtans onafgebroken op de feiten.Dagelijks volg ik de ontwikkelingen in Zuid-Afrika. De cijfers zijn niet bemoedigend. Op maandag 13 juli waren er 276242 geregistreerde besmettingen met Covid-19, 4079 bevestigde sterfgevallen en 134874 personen die het ziekenhuis mochten verlaten. De overheidsmaatregelen ten spijt, zoals het hernieuwde verbod op drankverkoop en het opnieuw invoeren van een avondklok en dus uitgaansverbod, verwachten epidemiologen de eerste coronapiek de volgende weken en maanden. Bij gebrek aan voldoende verzorgingsinstellingen, verpleegapparatuur en beschermingskledij is het bang afwachten hoe wild de epidemie om zich heen zal grijpen. Scholen en universiteiten zijn al maanden gesloten. De lockdown is ingesteld in maart, toen ook in ons land is beslist het maatschappelijk leven aan banden te leggen. Versoepelingen worden door de Zuid-Afrikaanse regering en president Cyril Ramaphosa aangekondigd, om enkele weken later te worden teruggedraaid. Onder druk van de economische conjunctuur zijn ook elders op de wereld politieke besluitvaardigheid en een consistent beleid niet voor de hand liggend.Van social distancing kan in de onmetelijke townships rond grootsteden zoals Johannesburg en Kaapstad geen sprake zijn. Het adagium 'blijf in uw kot' is voor miljoenen mensen niet van toepassing. Virologen moeten deze reële leefsituaties beschouwen als gefundenes Fressen voor het dodelijke virus. De economie die het in Zuid-Afrika al zwaar te verduren heeft, stevent af op een catastrofe. De kloof tussen arm en rijk wordt almaar dieper, om nog te zwijgen over de beperkte toegang tot de gezondheidszorg. Wie rijk is krijgt de beste zorgen. Nadat het land al onder het regime van Jacob Zuma in slechte financiële papieren kwam, lijkt het erop dat zoals in Zuid-Afrikaanse media gesteld het bankroet om de hoek loert. Recent was er nog het nieuws over de vele ontslagen in mediaconcerns: journalisten verliezen massaal hun baan omdat de uitgave van kranten en tijdschriften wordt stopgezet. De Zuid-Afrikaanse luchtvaartmaatschappij stevent af op een faillissement. Enzovoort.Wat naast alle maatschappelijke en economische problemen zorgen baart - naast de politieke twisten in de rangen van de regeringspartij ANC - is de toestand van het onderwijs. Collega's van de Universiteit van Wes-Kaapland, de zogeheten bruine universiteit van Kaapstad, luiden geruime tijd de alarmbel. Ze laten weten dat studenten al maanden onbereikbaar zijn. Bij gebrek aan laptops en iPads, vanwege slechte of geen internetverbinding, kunnen minder gegoede ('bruine' en 'zwarte') studenten geen online colleges volgen. Zij hebben geen studiemateriaal ter beschikking of de leefomgeving maakt het vrijwel onmogelijk om rustig de studies voort te zetten. De situatie van het onderwijs was in Zuid-Afrika al weinig rooskleurig. Nu zorgt de virale uitbraak ervoor dat wellicht miljoenen jongeren voor langere tijd verstoken blijven van lager, middelbaar en universitair onderwijs. Zeker voor een ontwikkelingsland is dat vooruitzicht funest.In het westen sakkeren academici dezer dagen dat geplande colloquia met collega's in Zuid-Afrika niet kunnen plaatsvinden. Ook ik heb seminaries en symposia moeten uitstellen: de presentatie in Pretoria en Potchefstroom, later ook in Gent, van de Afrikaanse vertaling van Hugo Claus' Het verdriet van België. Het internationaal colloquium dat in november in Amsterdam zou plaatsvinden, met vele collega's uit zuidelijk Afrika, is verdaagd tot 2021. Gastdocentschappen, internationale studentenmobiliteit, de aanstelling van een Zuid-Afrikaans leerstoelbekleder aan de alma mater: het kan in de gegeven omstandigheden niet (meer). Die besognes, vanuit westers perspectief, zijn niets in vergelijking met de leer- en leefomgeving van vele Zuid-Afrikaanse jongeren. Voor hen is er geen digitaal alternatief voor het onderwijs. Vorig jaar liet ik vanuit Pretoria weten dat de infrastructuur en benodigdheden voor onderwijs in vele arme gebieden van Zuid-Afrika te wensen overlaten. Het vervoer vanuit landelijke streken naar school is soms slecht geregeld, leerlingen beschikken niet over boeken of de economische leefsituatie maakt het schier onmogelijk degelijk les te volgen. Wat wij hier te weinig beseffen, is wat mijn collega's van UWK in Bellville signaleren: studenten haken af, ze zijn letterlijk niet meer bij de les. Hier te lande zijn acties ondernomen om in woonzorgcentra en ook op school iPads ter beschikking te stellen: nobele initiatieven. In Afrika is er geen budget om in een fundamentele grondwettelijke bepaling te voorzien: het recht op onderwijs. Jongeren moeten over de instrumenten en faciliteiten beschikken om les te volgen, opgeleid te worden tot kritische burgers en te streven naar een professionele toekomst. In het moderne westen zal de economische weerslag van deze ongeziene gezondheidscrisis zich nog jaren laten voelen. Economen voorspellen weinig goeds voor de komende jaren. Sociologen spreken op hun online conferenties wellicht al over de "coronageneratie". We realiseren ons veelal niet wat dit met de bevolking van ontwikkelingslanden doet. In Zuid-Afrika gaan de gesprekken niet over wel of niet op restaurant gaan, het tweede verblijf bezoeken of voor zichzelf op een zomerse dag een strandstrook reserveren. Onze kijk op de wereld is door de coronacrisis nog meer egocentrisch geworden dan ze daarvoor al was. Wanneer Vlamingen zelfs geen benul hebben van of veel interesse tonen voor de gezondheidssituatie in Wallonië, dan weet je het wel. Dan zijn Zuid-Afrika en andere landen op het Afrikaanse continent heel ver weg.