'Om eerlijk te zijn, van alle oorlogen waar Trump ons in kon meeslepen - denk aan een nucleaire oorlog - is een handelsoorlog nog de minst slechte optie', grapte Trevor Noah, presentator van de Amerikaanse satirische nieuwsshow The Daily Show onlangs. Heeft de man gelijk? Knack onderzoekt het, op basis van tien cruciale vragen.
...

'Om eerlijk te zijn, van alle oorlogen waar Trump ons in kon meeslepen - denk aan een nucleaire oorlog - is een handelsoorlog nog de minst slechte optie', grapte Trevor Noah, presentator van de Amerikaanse satirische nieuwsshow The Daily Show onlangs. Heeft de man gelijk? Knack onderzoekt het, op basis van tien cruciale vragen. Een handelsoorlog is een oorlog tussen landen zonder wapens of soldaten. De oorlog wordt uitgevochten op het terrein van de handel, waar landen elkaar met sancties proberen te treffen. Ze beschikken daarvoor over een heel arsenaal aan middelen. Ze kunnen bijvoorbeeld de eigen industrie subsidiëren: dat maakt de producten goedkoper, en dan kun je ze makkelijker in het buitenland slijten. Of heffingen instellen op producten die worden ingevoerd. Ze kunnen de invoer beperken en zelfs verbieden. Of ze kunnen hun munt in waarde laten dalen, zodat hun exportproducten goedkoper en ingevoerde producten duurder worden. Meestal worden in een handelsoorlog verschillende van die elementen gecombineerd. Typisch is dat een handelsoorlog escaleert tot tit-for-tat - oog om oog, tand om tand: 'Jij verhoogt de invoertarieven op mijn product? Dan verhoog ik de invoertarieven op jouw product.' Een handelsoorlog is een uitloper van protectionisme, de economische politiek waarbij de eigen bedrijven worden beschermd tegen buitenlands concurrentie. Alle landen steunen in meerdere of mindere mate hun eigen industrie en landbouw, want jobs zijn altijd en overal belangrijk. Maar na de Tweede Wereldoorlog werd steeds meer het belang van de internationale handel onderstreept. Niet alleen omdat men ervan overtuigd was dit de snelste weg was om de wereld welvarender te maken, ook omdat internationale handel zou bijdragen tot het behoud van de vrede. Om de handel tussen landen vlot te laten verlopen, werd in 1995 de World Trade Organisation (WTO) opgericht. De oorsprong van de WTO gaat terug tot in 1947, toen 23 landen de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT) ondertekenden. Zo goed als alle landen ter wereld zijn nu aangesloten bij de WTO. Als er handelsgeschillen ontstaan - en dat gebeurt geregeld - is de WTO er om ze te beoordelen en op te lossen. De voorbije maanden kondigde de Amerikaanse president Donald Trump handelstarieven aan die op drie vlakken afwijken van de klassieke handelsgeschillen. Ten eerste viseert hij niet één product of sector, maar een brede waaier aan producten. Ten tweede liet hij de WTO links liggen, want hij houdt niet van zulke bureaucratische instellingen en hun lange procedures. Ten derde gebruikte hij geen economische argumenten, maar verklaarde hij dat het voor de VS een kwestie van 'nationale veiligheid' was. 'Trump nam zijn beslissingen in cowboystijl', zegt Jan Van Hove, docent internationale handel aan de KU Leuven en hoofdeconoom bij KBC. 'Hij trok zich niets aan van bestaande regels of gebruiken. Op 1 maart kondigde Trump heffingen aan op de invoer van aluminium en staal van respectievelijk 10 en 25 procent voor alle landen die naar de VS uitvoeren. 'Om ons land te beschermen moeten we het Amerikaanse staal beschermen', twitterde hij, met als hashtag zijn verkiezingsslogan 'America First'. In een andere tweet zei de president dat de Amerikaanse staal- en aluminiumsector 'verwoest zijn door decennia van slecht beleid en oneerlijke handel met landen over de hele wereld'. Volgens Trump heeft de VS zich altijd laten rollen door slechte handelsverdragen. Die uitspraken sluiten naadloos aan bij zijn verklaringen tijdens de verkiezingscampagne. Trump fulmineerde toen al dat de VS meer invoeren dan uitvoeren. Voor hem is het helder dat dit de reden is waarom er bedrijven en banen sneuvelen in Amerika. Dat jobs teloorgaan als gevolg van de technologische vooruitgang, waardoor meer goederen kunnen worden geproduceerd met steeds minder arbeiders, wil hij niet horen. Macro-economisch zorgt meer invoer dan uitvoer voor een negatieve handelsbalans. Anders gezegd: de VS geven meer uit dan ze verdienen. Als je naar de handel in goederen kijkt, kampen de VS met een enorm handelstekort van 800 miljard dollar. Het Amerikaanse handelstekort met China bedraagt 375 miljard dollar. De VS voeren dus véél meer Chinese producten in dan dat ze er uitvoeren naar China. Economen verschillen erg van mening over de gevolgen van een handelstekort. Het is duidelijk dat de Amerikaanse consumenten konden genieten van goedkope Chinese producten, maar daar staat tegenover dat China met 1189 miljard de grootste buitenlandse schuldeiser van de VS is. Ook met andere landen hebben de VS belangrijke handelstekorten. Met Mexico bedraagt het 71 miljard, met Japan 68 miljard en met Duitsland 64 miljard dollar. Het Amerikaanse handelstekort met de Europese Unie is 151 miljard. Tussen haakjes: met België heeft de VS een handels overschot van 14 miljard. 'We hebben een tekort met bijna elk land waarmee we handel drijven', aldus Trump. Met een handelsoorlog hoopt hij daar verandering in te brengen en die 'handelsoorlogen zijn goed en makkelijk te winnen'. Bij zijn eerste aankondiging van invoerheffingen viseerde Trump zowat alle landen die naar de VS exporteren. 'Als een dronken malloot maakte hij een zwabberige maaibeweging en raakte hij ook bijna Europa, Zuid-Amerika en Canada, terwijl hij op China mikte', schreef Sandra Phlippen van de Erasmus School of Economics (Rotterdam) daarover. De EU reageerde prompt: ze overwoog om de invoertarieven op Harley Davidson-motoren, bourbon en jeans te verhogen, stuk voor stuk iconische Amerikaanse producten. Die spullen zouden dan voor de Europese consument duurder worden en zouden hier minder worden gekocht. Trump was daar bepaald niet mee ingenomen, en dreigde ermee de belasting te verhogen op de invoer van Europese auto's - lees: BMW en Mercedes Benz uit Duitsland. Na druk overleg kwam Trump uiteindelijk met een lijst van landen die 'voorlopig' uitstel van de heffingen krijgen, en daar is de EU bij. Sindsdien richt de president zijn handelswoede vooral op China. Trump heeft alleen nog maar hogere handelstarieven aangekondigd, te beginnen met plus 10 procent op aluminium en 25 procent extra op staal. China antwoordde onmiddellijk dat het 128 Amerikaanse exportproducten tot 25 procent extra zal belasten. Het gaat onder andere om varkensvlees, wijn, fruit en noten, in totaal goed voor 3 miljard dollar uitvoer. Vervolgens maakte Trump eind maart een lijst bekend met 1333 Chinese producten waarop hij een extra importheffing van 25 procent wil lanceren. Op die lijst staan medicijnen, vaatwassers, televisies en auto-onderdelen voor een handelsbedrag van 50 miljard dollar. Binnen de 24 uur kwam China met een lijst van 106 Amerikaanse producten die 25 procent extra zouden worden belast, met daarop onder andere sojabonen en whisky. Trump liet meteen weten nog eens 100 miljard aan Chinese exportproducten te willen belasten - zijn diensten zoeken uit op welke producten precies. China dreigt er nu mee zijn munt, de yuan, in waarde te laten zakken, zodat alle Chinese producten in het buitenland goedkoper worden. We zeiden het al: tit-for-tat. De producten op de tarieflijsten zijn economisch belangrijk, maar hebben ook een politieke betekenis. Neem nu de Amerikaanse sojabonen die China extra wil belasten. Van alle sojabonen die de VS uitvoert, gaat 55 procent naar China, goed voor 13,3 miljard dollar. Dat stelt economisch dus wel wat voor. Bovendien worden die sojabonen geteeld in de zogenaamde swing states, waar de verkiezingen vaak een nek-aan-nekrace zijn tussen Republikeinen en Democraten. De sojaboeren zijn over het algemeen Trumpgezind, maar zouden weleens ongelukkig kunnen zijn met het resultaat van het handelsbeleid dat de president voert ten aanzien van China. De keuze van China om extra belastingen te heffen op sojabonen doet dus ook politiek pijn. Goed om te weten: op 6 november zijn er in de VS tussentijdse verkiezingen, waarbij álle 435 zetels in het Huis van Afgevaardigden en een derde van de senaatszetels op het spel staan. Experts roepen almaar luider dat een handelsoorlog geen winnaars heeft. Daarbij wordt verwezen naar de handelsoorlog die in de jaren dertig uitbrak. Ook toen begon het allemaal in de VS. De Amerikaanse boeren zagen zwarte sneeuw: ze hadden zwaar geïnvesteerd in landbouwmachines, maar de prijzen van de producten daalden en velen konden hun schulden niet meer terugbetalen. Presidentskandidaat Herbert Hoover beloofde dat hij de invoertarieven op Europese landbouwproducten zou verhogen als hij verkozen zou worden. Hoover wérd verkozen, en hij hield woord. Hij wilde de extra heffingen in een wet gieten en die laten goedkeuren door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Maar die wilden daar alleen mee instemmen als ook andere sectoren en producten bescherming zouden krijgen. Uiteindelijk stelden senator Reed Smoot en Congreslid Willis Hawley in 1930 de Tariff Act op. Daarin werd bepaald dat de VS de invoertarieven op ruim 20.000 buitenlandse producten met minstens 50 procent verhoogden. Meer dan 1000 economen ondertekenden een oproep waarin ze waarschuwden voor de gevolgen van die tariefverhogingen. Er werd geargumenteerd dat het leven voor de Amerikanen duurder zou worden omdat ze meer zouden moeten betalen voor ingevoerde producten. Er werd op gewezen dat andere landen als tegenmaatregel ook hun invoertarieven zouden optrekken. Dat invoer én uitvoer zouden instorten, met grote economische schade tot gevolg. Autobouwer Henry Ford bezocht het Witte Huis en probeerde president Hoover ervan te overtuigen dat de wet 'een economische stupiditeit' was. Het mocht allemaal niet baten, Hoover zette zijn handtekening. De voorspellingen kwamen uit. Ook andere landen verhoogden hun invoertarieven, en de wereldwijde protectionistische kettingreactie was een van de belangrijkste oorzaken van de diepe economische depressie in de jaren dertig. Tussen 1929 en 1934 daalde de Amerikaanse uitvoer van 5,2 tot 1,7 miljard dollar, de wereldhandel liep terug met 66 procent. Daar kwam nog eens een beurscrash bovenop. De Amerikaanse werkloosheid steeg tot 25 procent. De rest van de wereld werd meegesleept in die economische achteruitgang, en kreeg te maken met sociale ellende. Het bleek de ideale voedingsbodem voor volksmenners zoals Adolf Hitler en Benito Mussolini. Sindsdien staat de Tariff Act bekend als een van de grootste economische blunders uit de Amerikaanse geschiedenis. President Trump trekt zich niets aan van de catastrofe die de Tariff Act veroorzaakte, maar dat deden zijn voorgangers evenmin. Alle Amerikaanse presidenten namen protectionistische maatregelen. In 2009 beschuldigde Barack Obama China van dumping: Chinese autobanden werden op de Amerikaanse markt onder de kostprijs verkocht. Daarop besliste hij de invoerheffing op auto- en vrachtwagenbanden te verhogen van 4 naar 35 procent. China sloeg terug en verhoogde de invoertarieven op Amerikaanse kippen. Resultaat van die minihandelsoorlog: de prijsverhoging van de autobanden kostte de Amerikaanse consumenten 1,1 miljard dollar, boven op de meer dan 1 miljard kosten als gevolg van de Chinese invoerheffingen op het pluimvee. In ruil voor die zware factuur redde Obama een schamele 1200 banen. De besognes en oplossingen van Trump zijn dus niet nieuw. Alleen doet Trump het op zijn manier: twitterend en met de botte bijl. De handelsmaatregelen van Trump passen trouwens in een internationale trend. De WTO, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de wereldleiders van de G20 waarschuwden al meerdere malen dat het protectionisme toeneemt. 'We zien inderdaad dat landen steeds meer protectionistische maatregelen nemen naarmate de opkomende landen aan belang winnen', zegt professor Jan Van Hove. Harvard-econoom Dani Rodrik argumenteerde tien jaar geleden al in zijn boek The Globalization Paradox dat globalisering, nationale staten en democratie niet alle drie tegelijk mogelijk zijn. Bij de bevolking weerklinkt steeds luider de roep om protectionistische maatregelen, en daar spelen politici op in. Daar is niet alleen Trump een voorbeeld van, maar ook de brexit. 'Vooralsnog blaft Trump veel maar bijt hij weinig', zegt Koen De Leus, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis. 'Zolang de aangekondigde tarieven niet worden toegepast, is er nog geen sprake van een handelsoorlog. En tot dan is er hoop.' Heel veel economen bidden dat het gedreig met tariefverhogingen niet meer is dan een deel van Trumps onderhandelingstactiek. Zijn manier van werken werd al vergeleken met die van een tweedehandsautohandelaar (met onze excuses als daarmee die beroepsgroep wordt beledigd). Trump lanceert eerst een extreem bod, en wacht af wat de tegenpartij doet. Een beetje gas terugnemen kan later nog. Zowel de VS als China hebben laten weten dat ze willen onderhandelen, en ook dat voedt de hoop dat het niet tot een handelsoorlog zal komen. 'Ik beschouw hen als mijn vrienden', zei Trump over de Chinezen, maar dat wil nog niet zeggen dat een verdere escalatie uitgesloten is. 'China hoopt niet verzeild te raken in een handelsoorlog, maar het is ook niet bang om er een te voeren', verklaarde het Chinese ministerie van Handel. Hoe dan ook zal het nog even duren voordat de Amerikaanse tariefverhogingen een feit zijn. In de VS lopen er nog een maand lang consultaties. Bedrijfsleiders mogen bij Trump langsgaan. Mogelijk kunnen zij de president op andere gedachten brengen. Op 15 mei volgt over dit alles een publieke hoorzitting. Wat als er uiteindelijk geen overeenkomst wordt gevonden tussen de VS en China? Beide landen zijn elkaars belangrijkste handelspartners. China exporteerde vorig jaar voor 506 miljard dollar naar de VS en importeerde voor 130 miljard Amerikaanse producten. Beide samen staan in voor 3,5 procent van de wereldhandel. Als daar de klad in komt, merkt de hele wereld dat. Zowel de Amerikaanse als de Chinese economie zal nadelen ondervinden wanneer de handelstarieven worden verhoogd. In de VS zullen alle staal- en aluminiumproducten duurder worden. De Amerikanen zullen meer moeten betalen voor auto's, wasmachines, blikjes bier enzovoort. Misschien dat de Amerikaanse staal- en aluminiumbedrijven op korte termijn kunnen profiteren van de invoerheffingen, maar andere ondernemingen en consumenten zullen de rekening betalen. Finaal betekent dit dat zij minder geld zullen overhouden om te consumeren en te investeren, en dat beschadigt de Amerikaanse economie. Hoeveel dat allemaal zal kosten, is nog onduidelijk omdat er heel veel onzekere factoren zijn. Volgens economische modellen zal een wereldwijde tariefverhoging met 10 procent de groei van de wereldeconomie met 2,5 procent verminderen. Het Amerikaanse bruto binnenlands product zou met zowat 1 procent dalen, het Chinese nog iets meer. De beleggers hebben dat door: de Amerikaanse beurzen verloren sinds begin maart al ettelijke procenten. De aandelen van bijvoorbeeld vliegtuigbouwer Boeing, machinefabrikant Caterpillar en grote autoconcerns zoals Ford en General Motors doken in het rood, net als de aandelen van de Chinese onlinereus Alibaba. 'Een handelsoorlog is als een mierenhoop waar een steen opvalt', zegt Sandra Phlippen. Ze is een van de weinigen die in een handelsoorlog nog wat kansen ziet voor onze contreien: 'Even is het chaos, maar in een mum van tijd zijn er nieuwe optimale routes. Wij kunnen proberen zo'n route te zijn.' Ze hoopt dat Europa zo veel mogelijk de handel naar zich toe kan trekken die wegvalt tussen China en de VS. Maar de meeste economen zijn pessimistischer. 'Als het tot een echte handelsoorlog komt, zou Europa als open economie hard worden getroffen,' zegt Jan Van Hove, 'en een kleine open economie zoals België is extra kwetsbaar. De Europese en de Belgische uitvoer zouden eronder lijden.' Voor sommige bedrijven in ons land kan een handelsoorlog heel hard aankomen. In Lier, bijvoorbeeld, houden directie en vakbonden van busbouwer Van Hool hun hart vast, omdat Europa nog maar 'voorlopig' uitstel kreeg van hogere Amerikaanse tarieven op staal en aluminium. Van Hool exporteert jaarlijks ongeveer 500 touringcars naar de VS, en die lopen gevaar als de invoertarieven van kracht zouden worden. Van Hool kan trouwens geen stadsbussen uitvoeren naar de VS, omdat Amerikaanse openbare besturen alleen maar bussen mogen aanschaffen die voor minstens 70 procent in de VS worden gebouwd - een kleine protectionistische maatregel. Daarom is Van Hool actief in de VS voor de bouw van stadsbussen, en het is niet uitgesloten dat daar in de toekomst ook touringcars voor de Amerikaanse markt worden gebouwd. Het zou allemaal geen goed nieuws zijn voor de werkgelegenheid in België. Het conflict met China gaat om veel meer dan de negatieve Amerikaanse handelsbalans met China. Het gaat over de manier waarop China zakendoet. Net als zijn voorgangers verwijt Trump aan Peking dat het zich op een oneerlijke manier opwerkt tot een economische grootmacht. Buitenlandse bedrijven die in China iets willen opbouwen, moeten vaak een samenwerkingsakkoord sluiten met een lokale onderneming. Op die manier wordt dan de kennis gedeeld, en dat is 'diefstal van intellectuele eigendom', aldus Trump. Bovendien krijgen westerse bedrijven maar moeilijk toegang tot de miljarden potentiële Chinese consumenten, maar nemen Chinese bedrijven wel steeds meer bedrijven over in het buitenland - vanzelfsprekend gesteund door Chinese staatsfinanciën. Dat alles zint de Amerikaanse president niet. Voor al die opwerpingen krijgt Trump veel bijval van zijn westerse bondgenoten. Ook Europa vindt dat China het spel niet eerlijk speelt. Toen hij nog Europees commissaris voor Handel was, veegde Karel De Gucht China daarover de mantel uit: 'De toegang tot de Chinese markt blijft zeer beperkt. Het probleem is niet zozeer wat in de Chinese regels staat, maar dat buitenlandse spelers simpelweg geen contracten binnenhalen tenzij dat in het belang van China is.' Hij waarschuwde ervoor dat 'het fundamentele onevenwicht tussen de Europese openheid en de Chinese geslotenheid' niet zonder gevaar blijft. Veel buitenlandse experts vinden dat Trump beter een coalitie zou vormen met andere westerse landen, in plaats van in z'n eentje ten strijde te trekken tegen China. Bij dat alles komt nog dat Peking drie jaar geleden een ambitieus plan uitwerkte onder de titel 'Made in China 2025'. Met de financiële slagkracht van het staatsapparaat moet China binnen enkele jaren 'de fabriek van de wereld' zijn van producten met veel toegevoegde waarde. China wil niet meer geassocieerd worden met goedkope prullen, maar wil computerchips, medische apparatuur, energiezuinige auto's enzovoort produceren voor de hele wereld. Het gigantische land wil zich ontpoppen tot een hoogtechnologische supermacht, en valt met die ambitie de Amerikaanse dominantie aan. Niet toevallig liet het Witte Huis weten dat de laatste ronde van tariefverhogingen vooral gericht zal zijn tegen sectoren die betrokken zijn bij het project 'Made in China 2025'. De voorbije weken probeerde Peking het Westen wat te paaien. De Chinese president Xi Jinping verklaarde dat hij de buitenlandse toegang tot zijn economie wil vergemakkelijken. Buitenlandse investeerders zouden een meerderheidsbelang of zelfs de volledige controle over Chinese banken en verzekeraars kunnen verwerven. In de autoproductie, de scheepsbouw en de luchtvaartsector zouden buitenlands bedrijven niet langer verplicht hoeven samen te werken met een Chinese partner. En buitenlandse investeerders zouden beter worden beschermd, de intellectuele eigendom zou meer worden gerespecteerd. Washington reageerde koel: 'Daden spreken luider dan woorden.' Begin vorige jaar schreef Paul De Grauwe (London School of Economics) dat de handelsoorlog die Trump bereid is te ontketenen 'een prelude kan worden tot een echte oorlog'. Experts verwijzen vaak naar het boek dat Harvard-professor Graham Allison vorig jaar uitbracht met de doemtitel Destined For War: Can America and China Escape Thucydides's Trap? - 'De VS en China zijn voorbestemd voor een oorlog. Kunnen ze de val van Thucydides vermijden?' De val van Thucydides verwijst naar de Griekse geschiedschrijver die in de vijfde eeuw voor Christus beschreef hoe de stadstaat Athene uitgroeide tot het centrum van de Griekse beschaving en de gevestigde macht Sparta zich daardoor steeds meer bedreigd voelde. Na wat dreigementen over en weer kwam het tot een oorlog die (met rustpauzes) dertig jaar zou duren. Daarbij ontwikkelde Thucydides de stelling dat grootmachten die aan macht winnen en zij die aan macht verliezen elkaar tegenkomen, wat vaak leidt tot oorlog. Allison en zijn medewerkers onderzochten zestien gebeurtenissen in de laatste 500 jaar waarbij een gevestigde macht werd geconfronteerd met een opkomende macht. In twaalf van de zestien gevallen leidde dat tot een oorlog. De opkomst van een nieuwe mogendheid verstoort altijd de bestaande orde, aldus Allison, en dat leidt tot 'structurele stress' in de onderlinge verhoudingen. Het zelfbewustzijn van de opkomende macht groeit, ze eist respect, terwijl de gevestigde macht zich bedreigd voelt en onzeker wordt. Een escalatie van een conflict is dan heel goed mogelijk. Allison mocht zijn inzichten komen presenteren aan de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad. Ook Xi Jinping kent zijn werk, hij verwees er zelfs al naar tijdens een ontmoeting met westerse bezoekers: 'We moeten samenwerken om te voorkomen dat we in de val van Thucydides trappen.' Lukt dat niet, dan zal Trevor Noah van The Daily Show zijn tekst moet bijsturen: 'Om eerlijk te zijn, van alle oorlogen waar Trump ons in kon meeslepen, dachten we dat een handelsoorlog nog de minst slechte optie was, maar het leidde tot een nucleaire oorlog.'