Herinnert u het zich nog? Nauwelijks een jaar geleden was de olieprijs negatief: de opslagtanks in de VS zaten overvol, waardoor de producenten de tussenhandelaren moesten betalen om hun olie te mogen opslaan. Voor een vat ruwe olie werd toen amper 20 dollar betaald, terwijl in 2019 zo'n vat nog meer dan 100 dollar kostte en sommigen toen voorspelden dat de prijs zou stijgen tot 200 of zelfs 300 dollar per vat. Ondertussen bedraagt de prijs voor een vat olie weer 75 dollar het hoogste niveau in 2,5 jaar. En op 1 juli komen de olie-uitvoerende landen van de OPEC samen om te beslissen hoe ver ze de kraan weer zullen opendraaien.
...

Herinnert u het zich nog? Nauwelijks een jaar geleden was de olieprijs negatief: de opslagtanks in de VS zaten overvol, waardoor de producenten de tussenhandelaren moesten betalen om hun olie te mogen opslaan. Voor een vat ruwe olie werd toen amper 20 dollar betaald, terwijl in 2019 zo'n vat nog meer dan 100 dollar kostte en sommigen toen voorspelden dat de prijs zou stijgen tot 200 of zelfs 300 dollar per vat. Ondertussen bedraagt de prijs voor een vat olie weer 75 dollar het hoogste niveau in 2,5 jaar. En op 1 juli komen de olie-uitvoerende landen van de OPEC samen om te beslissen hoe ver ze de kraan weer zullen opendraaien. Dat olie vorig jaar spotgoedkoop was, had twee redenen. Ten eerste was er natuurlijk de coronacrisis, waardoor de wereldhandel wegviel. Alleen essentiële reizen waren nog toegelaten, er moest van thuis uit worden gewerkt, bedrijven vielen stil. Het leidde tot een serieuze daling van de vraag naar olie. Ten tweede barstte net voor de uitbraak van de coronacrisis een hevige concurrentiestrijd los tussen de olieproducerende landen. Saudi-Arabië raakte in een prijzenoorlog verwikkeld met Rusland. Beide landen, die tot de top drie van de olieproducerende landen behoren, slaagden er maar niet in om tot afspraken te komen over een productiebeperking. Door een overvloedig aanbod aan olie op een moment dat de vraag zo goed als wegviel, kelderde de olieprijs. De historisch lage olieprijs van een jaar geleden was geen goed nieuws voor oliegiganten als Saudi Aramco, Royal Dutch Shell, Total, Exxon Mobil en Chevron, maar evenmin voor de olieproducerende landen, die veel minder inkomsten binnenkregen. Uiteindelijk bereikten ze, gedwongen door de omstandigheden, toch overeenstemming en werd de olieproductie beperkt. Gelijktijdig herstelde de economie sneller dan velen hadden verwacht. En dus steeg de olieprijs naar 75 dollar per vat. Nu de olieprijs weer zo hoog is, wordt de productie van Amerikaanse schalieolie, die duurder is dan gewone oliewinning, weer financieel interessant. Toen de prijs onder de 50 dollar per vat zakte, moesten veel schaliebedrijven stoppen omdat de verliezen te hoog opliepen. Sommigen zien het al zo hard gaan dat het opkrikken van de productie van schalieolie zal wegen op de olieprijs omdat er weer een overaanbod van olie dreigt. Het is in elk geval iets wat de traditionele olieproducerende landen nauwlettend in de gaten houden. De brede context is nog veel spannender. Oliegroep BP verklaarde eind vorig jaar dat het 'tijdperk van de almaar groeiende vraag naar olie voorbij is' en stelde dat 2019 de geschiedenis zal ingaan als het jaar waarin het wereldverbruik van vloeibare brandstof zijn hoogtepunt heeft bereikt. Enerzijds omdat ze het transport zag afnemen terwijl het thuiswerken aan belang zou winnen, anderzijds omdat met elektrische voertuigen verplaatsingen zonder olie mogelijk zijn. De verklaring van BP zorgde bij velen voor een schok. Er kan over worden gediscussieerd of we in 2019 de piek in olieverbruik hebben genoteerd of dat die er pas in 2026 of 2027 komt, zoals het Internationaal Energieagentschap meent, maar één zaak is duidelijk: 'Het gouden tijdperk van olie ligt achter ons', aldus Thijs Van de Graaf. Als we de klimaatdoelstellingen van Parijs willen halen, die de opwarming van de aarde moeten beteugelen, 'zal een groot deel van de oliereserves onder de grond moeten blijven', zo stelt de expert energiebeleid en internationale politiek aan de UGent. Als gevolg van de energietransitie ziet het energieonderzoeks- en adviesbureau Wood Mackenzie de prijs van een vat olie tegen 2050 dalen tot 10 dollar. Dat is geen prettig vooruitzicht voor de petrostaten. Geopolitiek dreigen grote gevolgen. Maar ook in Europa en in eigen land zal die energietransitie enorme gevolgen hebben. Het gaat om veel meer dan het al dan niet openhouden van de kerncentrales en het bouwen van gascentrales. Ook qua energieverbruik hebben we lang boven onze stand geleefd. Het zal niet makkelijk zijn om ons aan de nieuwe realiteit aan te passen. Ter illustratie: in het coronajaar 2020 nam het snelwegverkeer met bijna 20 procent af, maar nu snort er bijna evenveel verkeer over de Vlaamse snelwegen als twee jaar geleden. Er was de afgelopen maand zelfs bijna 7 procent meer vrachtverkeer dan in juni 2019. Het zal niet vanzelf gaan.