De Amerikaanse presidentsverkiezing is niet altijd een populariteitstest.
...

De Amerikaanse presidentsverkiezing is niet altijd een populariteitstest. Het kwam laatst voor in 2000: Al Gore haalde een half miljoen stemmen meer maar verloor de verkiezingen aan George W. Bush. Hoe controversieel en nipt die nederlaag ook was, een verschil tussen stemmen en kiespersonen zit ingebakken in het Amerikaans systeem, waarbij de president wordt verkozen door kiespersonen die per staat worden verdiend.In 2012 kwamen stemmenaantallen en kiespersonen overeen. Democraat Barack Obama haalde bijna 3,5 miljoen stemmen meer dan Republikein Mitt Romney. Dat vertaalde zich in een duidelijk resultaat inzake kiespersonen. Romney won er 206 tegen 332 voor Obama. Voor een verkiezing tot president zijn 270 kiespersonen nodig.Voor Hillary Clinton is de opgave: zo min mogelijk verliezen van wat Obama in 2012 won en eventueel iets wegplukken van wat Romney won. Zij speelt grotendeels verdediging. Donald Trump moet daarentegen staten afsnoepen en speelt de voorbije dagen offensief. Omdat de nationale peilingen nog enorm fluctueren, zijn ook de staatsgewijze peilingen in flux, en is het moeilijk voorspellingen te maken, maar naarmate de peilingen iets beter worden voor Trump komen in theorie meer staten binnen zijn bereik.Tot een week geleden was het andersom. De algemene malaise binnen de Trump-campagne, na diens desastreuze video annex klachten wegens ongewenste intimiteiten, gaf Hillary Clinton een opening in welhaast zeker Republikeinse staten, zoals Texas en Georgia. Utah, de zekerste van alle Republikeinse staten, was niet langer verzekerd voor Trump. Ook een andere Republikeinse staat, Arizona, leek binnen haar bereik te komen.Maar sinds de heropening van het FBI-onderzoek naar Clintons e-mails slaat de balans in de andere richting om. Volgens een gemiddelde van peilingen dat de politieke site RealClearPolitics samenstelt, is nationaal gesproken de voorsprong van Clinton gezakt naar 1,7 procent. Een recente peiling gaf Trump zelfs een lichte voorsprong. De ommezwaai is zo groot dat Wall Street zich zorgen maakt.Trump krijgt kansen in staten die zeker Democratisch leken, zoals Colorado. Hij houdt ook meetings in staten als Nevada, Michigan en Wisconsin die hij hoopt weg te halen bij de Democraten. Zelfs een staat als Virginia, waar Hillary's kandidaat vicepresident Tim Kaine vandaan komt, is volgens recentste peilingen niet buiten het bereik van Trump.De ommezwaai is zo aanzienlijk dat Trump nu tijdens meetings aangeeft dat kiezers die hun stem al hebben uitgebracht, al dan niet via de post, in enkele staten nog van mening kunnen veranderen, zoals in Wisconsin, waar kiezers blijkbaar het recht hebben om tot twee keer toe hun stem te wijzigen. Welke staten wordt het hardst betwist?Toen hij net genomineerd was, gaf Trump vier staten aan als must-win. Hij noemde Florida, waar Obama in 2012 nipt won, North Carolina, waar Obama in 2008 won, maar in 2012 verloor, Pennsylvania en Ohio, waar Obama in 2012 won.Al enkele cycli is Florida een belangrijke twiststaat. In 2000 won George W. Bush uiteindelijk met 500 fel betwiste stemmen.Dit keer tonen de peilingen ook weer een nek-aan-nek-race, met in de peiling van peilingen van RealClearPolitics een voordeel van 0,6 procent voor Trump - dat is statistisch verwaarloosbaar. De winnaar verdient in Florida 29 kiespersonen. De recente Spaanstalige migratie (vaak uit Puerto Rico) werkt in het voordeel van Clinton, terwijl de toenemende groep bejaarden overwegend Trump verkiest. De zwarte kiezers worden tot dusver minder gemobiliseerd dan in 2012 wat Democraten zorgen baart.Van de vier cruciale staten die hij viseerde, liggende de kansen van Trump het best in Ohio (18 kiespersonen), waar hij in de meeste peilingen ofwel voorligt ofwel gelijk staat, geholpen door witte arbeiders die in het verleden Democratisch stemden. In Pennsylvania (20 kiespersonen) ondervindt hij de grootste problemen. Ja, hij wint meer witte arbeidersstemmen dan Mitt Romney deed, maar hij verliest de hoger opgeleide vrouwen in de buitenwijken van grootste stad Philadelphia, die gedegouteerd zijn door de onthullingen over Trump. Zwarte kiezers in Philadelphia blijven volgens peilingen quasi unaniem Hillary Clinton ondersteunen, maar komen misschien minder massaal op de been dan in 2012. Trump ligt minstens 4 procent achterop in de peilingen, al maakt hij ook in deze staat recent een inhaalbeweging. Clinton zet in op advertenties die het vrouwonvriendelijk karakter van Trump benadrukken om de hoger opgeleide vrouwen in haar kamp te houden. North Carolina (15 kiespersonen) is een bizar probleemgeval voor Trump. De staat is overwegend conservatief, maar toch verkiezen de bewoners volgens de peilingen Clinton - hoewel de marge na de FBI-ingreep kleiner werd. Dat de staat zich sinds Romney afkeert van de Republikeinen wordt gelinkt aan twee elementen: vele inwoners zijn de conservatieve ingrepen in de staat beu. De gouverneur introduceerde wetgeving om transgenders te verplichten het toilet te gebruiken dat in overeenstemming is met het geslacht op hun geboortecertificaat. Die perfect onzinnige tussenkomst (want hoe valt te controleren wat het oorspronkelijk geslacht is van iemand die een publiek toilet gebruikt?) paaide misschien de evangelische achterban maar leverde de staat tegelijk een boycot op van talloze bedrijven, sportorganisaties en artiesten. Voor honderden miljoenen dollar aan investeringen zijn afgezegd voor iets wat hoogstens een symbooldossier kan zijn. Trump was weliswaar naar Republikeinse normen eerder pro-transgender, maar hij draagt mee de gevolgen van een bredere weerbots tegen de partij.Tweede element: de staat telt een serie universiteiten en die hoger opgeleiden met diverse achtergrond vinden Trump echt niet verteerbaar. De oorspronkelijke redenering van Trump ging als volgt: als hij in deze vier staten wint, en niets verliest van wat Romney won, is hij president met 273 kiespersonen.Maar Pennsylvania lijkt onwaarschijnlijk (Hillary Clinton stuurt vice-president Joe Biden naar de staat, en mobiliseert een serie zwarte artiesten, zoals Stevie Wonder, om kiezers over de streep te halen), en ook North Carolina, waar president Obama een aantal meetings houdt, is verre van verzekerd. Florida is op dit ogenblik 50-50 en Ohio is zeker niet binnen. Stel - en dat is een zware veronderstelling - dat hij drie van deze vier staten wint. Dan heeft hij andere staten nodig. The Washington Post berekende dat bij verlies van Pennsylvania Trump Colorado, Iowa en New Hampshire nodig heeft om president te worden. Zijn kansen liggen het best in Iowa, minder in Colorado, en slechtst in New Hampshire. The Washington Post zocht ook wat de kansen van Trump zijn als hij slechts 2 van de 4 prioriteitsstaten binnenhaalt: Ohio en Florida. In dat geval heeft hij winst nodig in Colorado, Iowa, Nevada, New Hampshire, en Wisconsin om aan een meerderheid te komen (273 kiespersonen).Een deel van die staten is denkbaar: al deze staten is een onwaarschijnlijke boterham. Vorige week donderdag schatte The New York Times de kans op een overwinning van Hillary Clinton op 92 procent. De krant heeft dat percentage nu verlaagd naar 87. Andere schattingen zijn positiever voor Trump en geven hem tot 30 procent kans op winst.Dat zijn kansen zijn toegenomen bewijst ook de gewijzigde strategie van Clinton die ineens wel middelen mobiliseert voor bijvoorbeeld Wisconsin. Het advies van Michelle Obama - als zij laag gaan, gaan wij hoog - is tijdelijk van geen tel meer: de Clintoncampagne is helemaal geconcentreerd op negatieve aspecten van Trump.Trump ligt achter, maar heeft op dit ogenblik momentum. Daar staat tegenover: in deze verkiezingscampagne is er zelden een week geweest zonder ommezwaai/schandaal/verrassing. Het is niet gegarandeerd dat het momentum blijft aanhouden. Maar als het aanhoudt, stijgen de kansen van Trump.Daar staat tegenover dat Clinton drie troeven heeft: haar campagne heeft voor vele tientallen miljoenen dollar meer geld in kassa dan die van Trump. Ze heeft een uitgewerkte organisatie om kiezers naar de stembus te brengen - iets waar Trump, die steunt op Republikeinse infrastructuur, duidelijk de mindere is. En die 25 miljoen die al gestemd hebben, deden dat grotendeels voor het momentum in de richting van Trump veranderde.Hij heeft dan weer de enthousiasme-factor, zoals steeds maar blijkt uit peilingen: zijn kiezers zijn enthousiaster dan die van Clinton.