Bij zijn benoeming zei Naidoo dat Amnesty zich meer dan ooit open moet stellen om een wereldwijde gemeenschap op te bouwen, met name in het Zuiden. 'De mensenrechtenbeweging moet inclusiever worden. We moeten opnieuw definiëren wat het betekent om voor mensenrechten te strijden. Activisten kun je ook op minder voor de hand liggende plaatsen aantreffen.'

De uit Zuid-Afrika afkomstige Naidoo begon zijn loopbaan in de anti-apartheidsbeweging en was daarna actief op het terrein van onderwijs, ongelijkheid en klimaatverandering. 'Onze wereld heeft te maken met complexe problemen die alleen aangepakt kunnen worden als we oude ideeën loslaten die stellen dat mensenrechten alleen gaan over sommige vormen van onrecht, en niet over andere', zegt hij. 'Patronen van onderdrukking zijn onderling met elkaar verbonden.'

Waarom is het zo belangrijk om verbanden te leggen en mensenrechtenorganisaties te laten samenwerken, en hoe ziet u dit in de praktijk gebeuren?

KUMI NAIDOO: Allereerst geloof ik dat mensen teleurgesteld zullen raken als ze verwachten dat individuele organisaties resultaten boeken. Het succes van Amnesty hangt grotendeels af van de kwaliteit van relaties met anderen en allianties die we aangaan.

Het goede is dat Amnesty, door meer capaciteit vanuit Londen te verplaatsen naar andere regio's, daar nu meer mogelijkheden toe heeft. Maar het gaat ook om het laten overlappen van agenda's. Als je je inzet voor gendergelijkheid, kun je die kwestie niet oppakken zonder te begrijpen dat economische uitsluiting van vrouwen veel meer omvat. Het gaat dus zowel om economische rechten als om genderrechten.

Een deel van ons succes zal afhangen van onze capaciteit om op dergelijke kruispunten goed samen te werken.

Een deel van de problemen uit het verleden kwam voort uit het feit dat mensen alleen wilden samenwerken als ze het over alles eens waren. Dat is niet waar allianties over gaan en niet hoe coalities werken.

Ik hoop dat we de stem van mensen ter plaatse meer kracht kunnen geven, door hun partner te worden.

Toen ik voorzitter was van de Global Call to Action Against Poverty, bijvoorbeeld, bestond er spanning tussen vertegenwoordigers van de vrouwenbeweging en religieuze groepen. De vrouwenbeweging wilde expliciet engagement op het gebied van seksuele rechten. De religieuze groepen dreigden daardoor uit de coalitie te stappen. We hebben beide partijen aan tafel gezet met de opdracht er samen uit te komen. Dat leidde uiteindelijk tot een compromis dat minder opleverde dan de vrouwenbeweging wilde, maar meer dan wat de religieuze groepen wilden. Maar beide partijen konden leven met het compromis.

Op alle andere terreinen, zoals werkgelegenheid voor vrouwen en het stoppen van geweld tegen vrouwen, waren ze het met elkaar eens.

Er zijn zo veel breuklijnen en scheidingen ontstaan op basis van religie, ras, klasse, migratie, en ga zo maar door. Als we niet meer en veiliger ruimten creëren waar gesproken kan worden over deze verschillen en hoe we daarmee omgaan, ontstaan er alleen maar meer conflicten.

Wat betekent dat voor het Zuiden? U zegt dat Amnesty nu in veel landen afdelingen heeft. Wat betekent het voor die regio's dat Amnesty zichtbaarder is geworden?

NAIDOO: Ik hoop dat het betekent dat Amnesty gevoeliger is geworden voor de kennis van mensen ter plaatse, zich door hen laat leiden en bescheidener is geworden als het gaat om de eigen rol.

Voor mensen ter plaatse betekent het hopelijk dat ze meer vertrouwen krijgen omdat een grote organisatie met een lange staat van dienst, een Nobelprijswinnaar, hun bondgenoot is.

Helaas komt het vaak voor, ik heb het duizenden keren zien gebeuren, dat een plaatselijke ngo die vraagt om een gesprek geweigerd wordt. Als een internationale organisatie met een bekende naam hetzelfde vraagt, gebeurt het wel.

Dus ik hoop dat we de stem van mensen ter plaatse meer kracht kunnen geven, door hun partner te worden.

Waarom is klimaatverandering voor Amnesty een mensenrechtenkwestie?

NAIDOO: Laat ik het zeggen in de woorden van Sharan Burrow, de eerste vrouw die de International Trade Union Confederation (ITUC) leidde. Wij hadden, toen ik nog bij Greenpeace zat, een afspraak met de voormalige secretaris-generaal Ban Ki-moon. Terwijl we op hem zaten te wachten, ruilden we elkaars aantekeningen. Zij deed de presentatie over klimaatverandering en ik die over fatsoenlijk werk. Je zag Ban Ki-moon in zijn aantekeningen kijken. Wie is nu van Greenpeace, en wie gaat hier over arbeid?

Burrow zei tegen Ban Ki-moon: 'U vraagt zich wellicht af waarom ik als vakbondsvrouw, die het moet hebben over fatsoenlijk werk en betere arbeidsomstandigheden, zo gepassioneerd ben over klimaatverandering? Dat komt omdat ik als moeder en mens, en als vakbondsvrouw, zie dat er geen banen zijn op een dode planeet. En als er geen banen zijn op een dode planeet, zijn er geen mensen. En als er geen mensen zijn op een dode planeet, zijn er ook geen mensenrechten.'

Wat ik wil zeggen is dat er geen belangrijker mensenrecht is dan het recht op leven.

Daarom zeg ik altijd dat onze strijd niet het redden van de planeet is. De planeet heeft onze redding niet nodig. Als wij doorgaan op ons huidige pad, warmen we de planeet op tot een grens die leidt tot ons uitsterven. Maar de planeet blijft bestaan. In feite is het zo dat als wij uitsterven als soort, de bossen en oceanen zich zullen herstellen.

Onze strijd gaat over de vraag of de mensheid erin zal slagen voor de komende eeuwen een nieuwe manier te vinden om in harmonie met de natuur te leven. Daarom moet de mensenrechtenbeweging klimaatverandering serieus nemen.