Tientallen andere manschappen van het Syrisch regeringsleger liggen volgens het Observatorium bedolven onder het puin van de kapot gebombardeerde gebouwen. De bombardementen in het noordoosten van Afrin zouden de zwaarste zijn sinds eenheden van president Bashar al-Assad twee weken geleden het gebied waren binnengetrokken.

Daar steunen ze groepen onder leiding van de Koerdische militie YPG, die door Turkije en pro-Turkse strijders in januari werden aangevallen. Ankara beschouwt de YPG als de vleugel van de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK en dus als een terreurorganisatie.

De gevechten in de regio gaan ondanks de eis van de VN-Veiligheidsraad voor het installeren van een 30 dagen durende wapenstilstand onverminderd voort. De Turkse regering heeft duidelijk gesteld dat de aangenomen resolutie volgens haar niet van tel is voor het conflict in Afrin.

Volgens de Britse zender BBC werd de intrede van Syrische regeringstroepen in Afrin eerder beschouwd als een poging de situatie te ontzenuwen. Onder gedeelde controle van het Syrisch leger en Koerdische milites zouden de Turken Afrin als minder bedreigend kunnen beschouwen. Maar de dodelijke bombardementen wijzen aan dat de voorspelde kalmering van de situatie geen realiteit is geworden.

Ze volgden een dag nadat acht Turkse soldaten in de buurt van Afrin het leven lieten. Dertien Turken werden die dag gewond.

Betoging in Brussel

De situatie in Afrin was ook wat zowat 600 mensen zaterdag samenbracht voor een manifestatie aan het Justitiepaleis in Brussel. De betogers eisten een einde aan het geweld tegen de Koerdische enclave.

'Op een maand tijd zijn er 250 burgers gedood en 600 zijn gewond geraakt. Volgens artsen zijn er chemische wapens gebruikt door het Turkse leger', zegt Delil Agbaba, woordvoerder van NavBel, een koepel van Koerdische verenigingen in België, die de betoging had georganiseerd. 'Ondanks een resolutie van de Verenigde Naties van 24 februari die oproept tot een staakt-het-vuren, gaat het Turkse leger door met zijn offensief', aldus Agbaba. 'We willen het zwijgen en de passiviteit van de internationale gemeenschap doorbreken, want de landen die de resolutie hebben goedgekeurd, doen niets om ze op het terrein te laten toepassen.'

Tientallen andere manschappen van het Syrisch regeringsleger liggen volgens het Observatorium bedolven onder het puin van de kapot gebombardeerde gebouwen. De bombardementen in het noordoosten van Afrin zouden de zwaarste zijn sinds eenheden van president Bashar al-Assad twee weken geleden het gebied waren binnengetrokken.Daar steunen ze groepen onder leiding van de Koerdische militie YPG, die door Turkije en pro-Turkse strijders in januari werden aangevallen. Ankara beschouwt de YPG als de vleugel van de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK en dus als een terreurorganisatie.De gevechten in de regio gaan ondanks de eis van de VN-Veiligheidsraad voor het installeren van een 30 dagen durende wapenstilstand onverminderd voort. De Turkse regering heeft duidelijk gesteld dat de aangenomen resolutie volgens haar niet van tel is voor het conflict in Afrin.Volgens de Britse zender BBC werd de intrede van Syrische regeringstroepen in Afrin eerder beschouwd als een poging de situatie te ontzenuwen. Onder gedeelde controle van het Syrisch leger en Koerdische milites zouden de Turken Afrin als minder bedreigend kunnen beschouwen. Maar de dodelijke bombardementen wijzen aan dat de voorspelde kalmering van de situatie geen realiteit is geworden.Ze volgden een dag nadat acht Turkse soldaten in de buurt van Afrin het leven lieten. Dertien Turken werden die dag gewond. De situatie in Afrin was ook wat zowat 600 mensen zaterdag samenbracht voor een manifestatie aan het Justitiepaleis in Brussel. De betogers eisten een einde aan het geweld tegen de Koerdische enclave.'Op een maand tijd zijn er 250 burgers gedood en 600 zijn gewond geraakt. Volgens artsen zijn er chemische wapens gebruikt door het Turkse leger', zegt Delil Agbaba, woordvoerder van NavBel, een koepel van Koerdische verenigingen in België, die de betoging had georganiseerd. 'Ondanks een resolutie van de Verenigde Naties van 24 februari die oproept tot een staakt-het-vuren, gaat het Turkse leger door met zijn offensief', aldus Agbaba. 'We willen het zwijgen en de passiviteit van de internationale gemeenschap doorbreken, want de landen die de resolutie hebben goedgekeurd, doen niets om ze op het terrein te laten toepassen.'