Spionagesoftware die aan de Mexicaanse overheid is verkocht om misdadigers en terroristen te surveilleren blijkt nu ook ingezet tegen een team van internationale onderzoekers dat de verdwijning in 2014 van 43 studenten uit de stad Iguala onderzocht. Dat melden gespecialiseerde onderzoekers van het Citizen Lab van de universiteit van Toronto.

De spionage zou kaderen in een bredere campagne van pesterijen en belemmeringen die de onderzoekers vorig jaar al aan de kaak hadden gesteld.

Eerder onthulde Citizen Lab samen met de New York Times dat dezelfde spyware de voorbije jaren is ingezet tegen ten minste 19 prominente journalisten, corruptieonderzoekers en politici.

Kwaadaardige links

Volgens forensisch onderzoek door het in cyberspionage gespecialiseerde Citizen Lab gepubliceerd op maandag zou de smartphone van de hoofdonderzoeker besmet zijn met spyware die is ontwikkeld door de Israëlische NSO Group, een producent van cyberwapens. Sinds 2011 hebben drie Mexicaanse overheidsdiensten voor 80 miljoen dollar van de spyware aangekocht, aldus de New York Times.

Ook andere onderzoekers van het team zouden berichten ontvangen hebben met links die de spyware zouden geïnstalleerd hebben. De spionagesoftware maakt het mogelijk om telefoontjes, berichten, e-mails en contacten in kaart te brengen. Zelfs de microfoon en camera kunnen ingeschakeld worden.

'Goedkeuring rechter onwaarschijnlijk'

Surveillance kan in Mexico enkel uitgevoerd worden met de toestemming van een rechter, en wanneer de overheid voldoende aanleiding kan bewijzen. Het team van onderzoekers genoot echter een speciale status gelijk aan diplomatieke onschendbaarheid. Daarom zou de goedkeuring van een rechter erg onwaarschijnlijk zijn, aldus de onderzoekers.

Na de eerste onthulling over de cyberspionage had de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto aangekondigd de hulp van de Amerikaanse FBI en de Verenigde Naties te zullen inroepen voor een onderzoek naar mogelijk wangedrag bij zijn veiligheidsdiensten. Sindsdien heeft de Amerikaanse ambassadeur in Mexico echter te kennen gegeven dat de VS niet betrokken is bij het onderzoek.

Spionagesoftware die aan de Mexicaanse overheid is verkocht om misdadigers en terroristen te surveilleren blijkt nu ook ingezet tegen een team van internationale onderzoekers dat de verdwijning in 2014 van 43 studenten uit de stad Iguala onderzocht. Dat melden gespecialiseerde onderzoekers van het Citizen Lab van de universiteit van Toronto.De spionage zou kaderen in een bredere campagne van pesterijen en belemmeringen die de onderzoekers vorig jaar al aan de kaak hadden gesteld.Eerder onthulde Citizen Lab samen met de New York Times dat dezelfde spyware de voorbije jaren is ingezet tegen ten minste 19 prominente journalisten, corruptieonderzoekers en politici. Volgens forensisch onderzoek door het in cyberspionage gespecialiseerde Citizen Lab gepubliceerd op maandag zou de smartphone van de hoofdonderzoeker besmet zijn met spyware die is ontwikkeld door de Israëlische NSO Group, een producent van cyberwapens. Sinds 2011 hebben drie Mexicaanse overheidsdiensten voor 80 miljoen dollar van de spyware aangekocht, aldus de New York Times.Ook andere onderzoekers van het team zouden berichten ontvangen hebben met links die de spyware zouden geïnstalleerd hebben. De spionagesoftware maakt het mogelijk om telefoontjes, berichten, e-mails en contacten in kaart te brengen. Zelfs de microfoon en camera kunnen ingeschakeld worden. Surveillance kan in Mexico enkel uitgevoerd worden met de toestemming van een rechter, en wanneer de overheid voldoende aanleiding kan bewijzen. Het team van onderzoekers genoot echter een speciale status gelijk aan diplomatieke onschendbaarheid. Daarom zou de goedkeuring van een rechter erg onwaarschijnlijk zijn, aldus de onderzoekers. Na de eerste onthulling over de cyberspionage had de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto aangekondigd de hulp van de Amerikaanse FBI en de Verenigde Naties te zullen inroepen voor een onderzoek naar mogelijk wangedrag bij zijn veiligheidsdiensten. Sindsdien heeft de Amerikaanse ambassadeur in Mexico echter te kennen gegeven dat de VS niet betrokken is bij het onderzoek.