‘Russische vrienden geloven niet dat we een maand in een kelder hebben geleefd’: de getuigenis van Oekraïense burgers (Mensen van het jaar)

Anatolij Bondarenko en Olena Babajeva vonden onderdak in Tildonk. © Savka Design
Jeroen Zuallaert
Jeroen Zuallaert Redacteur Knack

Door de Oekraïense burgers als Mens van het jaar uit te roepen, brengt Knack hommage aan hun weerbaarheid, inventiviteit en moed. Anatolij en Olena getuigen over hun tijd in de schuilkelder.

In de vroege ochtend van 24 februari, even over vijf uur ’s ochtends, tuurt Anatolij Bondarenko op het balkon van zijn appartement in Charkiv in de verte. ‘Ik werd wakker door enkele explosies in de verte’, vertelt Anatolij. ‘Ik dacht dat iemand in een dronken bui wat vuurwerk af hadden geschoten. Wisten wij veel dat de oorlog was begonnen.’ Hij haalde de schouders op en ging opnieuw slapen.

De volgende dag heerst vooral onduidelijkheid. Op aanraden van hun zoon gaan Anatolij en Olena naar diens schoonouders, een twintigtal kilometer buiten de stad. Hoewel ze van plan zijn die avond al terug te keren, pakt Olena een halve huisraad mee: pantoffels, scheermesjes, tandenborstels, paspoorten, de eigendomspapieren van hun huis. ‘Ik kan niet goed uitleggen waarom’, zegt Olena. ‘Ik moet een soort voorgevoel gehad hebben.’ ‘Vrouwen weten gewoon meer’, concludeert Anatolij.

Anatolij en Olena zijn het soort koppel dat voortdurend elkaars zinnen en verhalen afmaakt. Hun goedlachsheid verheelt niet dat ze eerder dit jaar in Oekraïne een verschrikkelijke tijd hebben meegemaakt. Meer dan een maand brachten ze door in de voorraadkelder van de schoonfamilie, twee meter onder de grond. In de verte hoorden ze hoe Charkiv zwaar gebombardeerd werd. Toen Anatolij een keer naar buiten kroop om poolshoogte te nemen, vloog er vijftig meter verder een Gradraket voorbij. Buiten daalde het kwik tot min achttien. Een maand lang sliepen ze met hun kleren aan om warm te blijven. ‘Gaandeweg doe je alles op het gehoor’, zegt Olena. ‘Je leert onderscheiden of het onze jongens zijn die schieten, of de Russen. Maar na verloop van tijd stop je met luisteren. Je bent voortdurend bang. Het is erg slopend.’

Onze vrienden in Rusland willen niet meer met ons praten.

Begin april waagden Anatolij en Olena het erop, en keerden ze met de auto terug naar het appartement. Het gebouw bleek stevig beschadigd door Russische clustermunitie. Langer dan tien minuten hielden ze het er niet uit. ‘We hoorden constant explosies’, vertelt Anatolij. ‘Er vlogen voortdurend vliegtuigen en helikopters over. Op straat raasde er een tank voorbij. Je kon gewoon niet nadenken. We vergaten bijna onmiddellijk waarvoor we gekomen waren.’ Een andere keer dat Anatolij zich buiten waagde, brak er aan een checkpoint waar hij passeerde een vuurgevecht uit. ‘Ik ben op het gaspedaal gaan staan en aan 120 per uur weggescheurd’, vertelt Anatolij.

Begin augustus nemen ze de beslissing om te vertrekken. ‘Je blijft hopen dat het stopt’, zegt Anatolij. ‘Ons huis, onze auto, onze datsja, onze vrienden, ons hele leven ligt in Charkiv. Mijn broer is hartpatiënt en kan niet vluchten. Finaal besloten we toch om weg te gaan. We waren bang dat we het niet nog eens een winter lang zouden uithouden.’ Op aanraden van een vriend reizen Anatolij en Olena via Warschau en Hannover naar België. Vandaag logeren ze in een karaktervolle woning met natuurvriendelijk onderhouden tuin in het landelijke Tildonk.

Met hun vrienden in Rusland is het contact al even verbroken. ‘Ze willen niet meer met ons praten’, zucht Anatolij. ‘Ze geloven ons niet als we vertellen dat we een maand in een kelder hebben geleefd omdat het Russische leger Charkiv beschiet. Ze zeggen dat de Oekraïners hun eigen bevolking beschieten om meer westerse hulp te krijgen. Ze geloven alles wat de televisie hen vertelt.’ ‘Mijn collega in Charkiv is geboren in Rusland’, vertelt Olena. ‘Haar eigen moeder gelooft haar niet als ze zegt dat er Russische raketten op woonwijken vallen. Dat hou je toch niet voor mogelijk?’

Ondanks hun positieve ervaringen in België hopen ze zo snel mogelijk terug te keren. ‘We hebben ongelofelijk veel geluk gehad dat we hier goede mensen hebben gevonden die ons echt helpen. Maar ons leven ligt in Charkiv.’

‘België is een wonderlijk land’, besluit Anatolij. ‘Als je hier een week als toerist bent, heb je het idee dat je België kent. Als je hier een maand woont, denk je dat je België een beetje kent. En als je hier drie maanden woont, snap je dat je België totaal niet kent.’

Lees hier al onze getuigenissen: Mensen van het Jaar: de Oekraïense burgers

Lees meer over:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content