'Meisjes jonger dan 18 zijn de grootste uitgesloten groep ter wereld'

Wereldwijd 28 kindhuwelijken per minuut, meer dan 3 miljoen meisjes die jaarlijks besneden worden, en 131 miljoen meisjes die geen scholing krijgen. De rechten van meisjes moeten hoger op de internationale agenda, concludeert Plan International.

In India zijn kindhuwelijken nog wijdverspreid, ook al ligt de wettelijke ondergrens voor een huwelijk op 18 jaar. © Reuters

De systematische discriminatie van meisjes is een wereldwijd fenomeen, en toch vormen meisjes zelden een zwaartepunt in internationale wetgeving. Dat zegt Plan International, dat internationale instellingen oproept om meisjesrechten expliciet te erkennen. Zelfs een mijlpaal als het VN-Kinderrechtenverdrag laat heel veel te wensen over, zegt Anthony Vanoverschelde, beleidsexpert van Plan International België.

'Nergens in dat verdrag gaat het uitdrukkelijk over meisjes. Tijdens de onderhandelingen kwamen praktijken als de voorkeur voor zonen en het doden van pasgeboren dochters niet aan bod. In het Verdrag staat ook niets over kindhuwelijken, waar vooral meisjes slachtoffer van zijn. Ter vergelijking: er is wel een bepaling over kindsoldaten, een praktijk die in de eerste plaats jongens treft,' zegt Vanoverschelde.

De cijfers van de organisatie liegen er niet om. Wereldwijd 28 kindhuwelijken per minuut, meer dan 3 miljoen meisjes die jaarlijks besneden worden, en 131 miljoen meisjes die geen scholing krijgen. Ook in internationaal recht blijven meisjes vaak een blinde vlek, klinkt het. De ngo onderzocht meer dan 71.000 paragrafen aan internationale rechtsteksten, maar in amper 8 procent daarvan ging het over de discriminatie van meisjes onder de 18.

Dat cijfer moet omhoog, zegt Plan International, maar ook bij de uitvoering van het beleid loopt het grondig mis. Veel landen sluiten zich wel aan bij nieuwe verdragen, maar tekenen daarbij voorbehoud aan tegen bepalingen die meisjes beschermen omdat die botsen met lokale tradities of religieuze voorschriften. De organisatie verwijst opnieuw naar de VN, dit keer naar het Vrouwenrechtenverdrag. Verscheidene landen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten beroepen zich op de islam en shariawetten om zich te onttrekken aan de verplichting om bijvoorbeeld een verbod op kindhuwelijken in te voeren.

'Willen overheden via internationale wetgeving iets doen aan de discriminatie van meisjes wereldwijd, dan moeten ze stoppen met patriarchale wetten, tradities en religieuze gebruiken aan te voeren die meisjes onderdrukken', zegt Vanoverschelde daarover.

Lees meer...