Overal in ontwikkelingslanden worden gezondheidszorgmedewerkers geconfronteerd met hetzelfde scenario: coronabesmettingen en sterfgevallen onder collega's, in combinatie met vertrek en ontslag, verergeren de werkdruk en stress voor degenen die nog altijd aan het front staan.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn 'minstens' 115.000 gezondheids- en zorgmedewerkers overleden aan covid-19. WHO-directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus erkent dat het werkelijke aantal waarschijnlijk hoger ligt aangezien betrouwbare data schaars zijn.

Nu covid-19 zich exponentieel verspreidt in Afrika en Latijns-Amerika en Azië-Pacific worden geconfronteerd met aanhoudende gezondheidsproblemen, zal het aantal sterfgevallen onder zorgpersoneel waarschijnlijk verder stijgen.

In de rijkste landen ter wereld is het aantal in het buitenland opgeleide of geboren artsen en verpleegkundigen de afgelopen twintig jaar sterk toegenomen. Nu leidt het extra verlies van personeel door overlijden en emigratie tot een afname van kennis in de toch al kwetsbare gezondheidsstelsels, zeggen deskundigen en gezondheidswerkers.

Toch denken wereldwijde gezondheidsspecialisten dat er te midden van het trauma van de pandemie kansen liggen, om beleid te creëren dat zorgpersoneel beschermt en stimuleert om aan te blijven.

Vrouwen in de zorg niet veilig

'Gezondheidswerkers over de hele wereld hebben hun leven op het spel gezet om mensen te beschermen tegen covid-19, maar ze zijn veel te vaak onbeschermd gebleven en hebben de ultieme prijs betaald', zegt Steve Cockburn, hoofd Economische en Sociale Rechtvaardigheid bij Amnesty International. 'Dat er elke 30 minuten één gezondheidswerker sterft aan covid-19, is zowel een tragedie als een onrecht.'

Dit gebrek aan bescherming dwong vrouwen, die wereldwijd ongeveer 70 procent van de zorgmedewerkers uitmaken, om persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) te gebruiken die zijn ontworpen voor mannen - en vrouwen vaak niet beschermen. Ook hebben ze vaak te maken met geweld en intimidatie op de werkplek.

Beschermen en investeren

Women in Global Health, een internationaal netwerk dat pleit voor gendergelijkheid in wereldwijd gezondheidszorgbeleid, lanceerde recent een 'nieuw sociaal contract voor vrouwen in de gezondheidszorg'. Dit Gender Equal Health and Care Workforce Initiative, een partnerschap tussen de WHO, Women in Global Health en de regering van Frankrijk, heeft als doel beleid te intensiveren dat investeert in zorgmedewerkers en hen beschermt.

'Gezondheidswerkers zijn uitgeput, velen willen weg. We kunnen het ons op dit moment niet veroorloven om zelfs één enkele werknemer te verliezen', zegt Roopa Dhatt, een Indiase arts en uitvoerend directeur van Women in Global Health. 'Investeren in vrouwen is de best mogelijke investering voor onze toekomst en de toekomst van de bescherming van gezondheidszorg.'

De wereld is afhankelijk van vrouwen voor veel gezondheidszorgdiensten, stelde WHO-directeur Tedros op het Generation Equality Forum, waar op 1 juli de eerste toezeggingen aan het initiatief werden aangekondigd. Vrouwen zijn goed voor zo'n 90 procent van de verpleegkundigen en verloskundigen, en bijna de helft van alle artsen, zei hij.

'Deze afhankelijkheid vereist dat we onszelf moeilijke vragen stellen over arbeidsomstandigheden en gelijkheid, inclusief hoe we vrouwen waarderen en belonen in de gezondheidszorg', aldus Ghebreyesus. 'En over hoe we garanderen dat werkplekken vrij zijn van discriminatie, geweld, seksuele uitbuiting en misbruik.'

Verschillende regeringen - waaronder die van Mexico, Pakistan, de Democratische Republiek Congo en Liberia - zetten zich samen met ngo's in voor het genderbeleidsinitiatief. Maar nog altijd, zegt Dhatt, zijn er miljoenen gezondheidszorgmedewerkers onbetaald of onderbetaald. Velen hebben bovendien geen toegang tot covid-19 vaccins. 'We moeten vrouwen overhalen om te blijven.'

Westerse kapers

Het mondiale Zuiden levert al langere tijd veel van het personeel aan zorgstelsels in het mondiale Noorden. En terwijl de gezondheidsdiensten in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Europa worstelden onder de coronacrises, nam de vraag naar geschoold personeel uit het Zuiden toe.

In de rijkste landen van de wereld is bijna 25 procent van alle artsen en 16 procent van de verpleegkundigen in het buitenland geboren, volgens een document van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De paper, die in mei werd gepubliceerd, onderzoekt hoe rijke landen hebben geprobeerd personeel uit ontwikkelingslanden aan te trekken in reactie op de coronapandemie.

In het document staat dat de landen waaruit personeel werd aangetrokken 'al vóór de covid-19-pandemie kampten met ernstige tekorten aan geschoolde gezondheidswerkers'.

Toen het VK in 2020 een versneld zorgvisum lanceerde om meer buitenlandse gezondheidswerkers aan te trekken, verlaagde de regering tegelijkertijd haar budget voor buitenlandse hulp drastisch - een besluit in strijd met advies van de OESO.

Fragiele gezondheidssystemen

Om de factoren tegen te gaan die gezondheidswerkers ertoe aanzetten hun land van herkomst te verlaten, is beleid nodig dat 'internationale samenwerking versterkt, met name overzeese ontwikkelingshulp en technische bijstand, om minder geavanceerde landen te helpen bij het opbouwen van voldoende zorgpersoneel en hun gezondheidsstelsels te versterken', zo stelt het OESO-document.

In het British Medical Journal schrijven Kaci Kennedy McDade en Wenhui Mao van de Amerikaanse Duke University dat de bezuinigingen op hulpgelden de mondiale gezondheidsstelsels in gevaar brengen. Meer dan de helft van de 102 landen waar hulp is stopgezet, heeft een gemiddeld laag inkomen en bijna een kwart is kwetsbaar of getroffen door conflicten, zeggen ze.

In fragiele gezondheidssystemen kan kennis verloren gaan wanneer een gemeenschapszorgwerker of een medisch specialist sterft. En dat kan gevolgen hebben op lange termijn, zeggen de gezondheidsexperts.

Sterfgevallen

De Filippijnen leveren de meeste verpleegkundigen aan rijke landen, blijkt uit OESO-gegevens. India levert het hoogste aantal buitenlandse artsen en het op een na hoogste aantal verpleegkundigen aan het buitenland.

De Filipino UK Nurses Association heeft haar bezorgdheid geuit over het onevenredig hoge aantal sterfgevallen als gevolg van covid-19 onder het personeel van de National Health Service (NHS) en in de sociale zorg. In de VS was ruim 30 procent van de verpleegsters die aan covid-19 zijn overleden Filipijns, hoewel zij slechts 4 procent uitmaken van de geregistreerde verpleegsters in het land, volgens de vakbond National Nurses United.

De Filippijnen zelf hebben door de pandemie prominente specialisten verloren: Leandro Resurreccion III en Salvacion Gatchalian stierven in maart 2020. Gatchalian was voorzitter van de Filipijnse vereniging voor kindergeneeskunde en hielp bij het opzetten van de Filipijnse Coalitie tegen Tuberculose, en kinderchirurg Resurreccion was uit Australië teruggekeerd om voor de Filipijnse gezondheidsdienst te werken.

Hoogopgeleide onderzoekers zijn schaars in lage- en middeninkomenslanden, zegt Glenda Gray, voorzitter van de South African Medical Research Council (SAMRC). 'Elk verlies van wetenschappers door dood of migratie is een punt van zorg.' De Afrikaanse wetenschap verloor een gerespecteerde collega toen de beroemde hiv-onderzoeker Gita Ramjee in maart 2020 stierf aan de gevolgen van covid-19.

Gray zei daar vorig jaar over: 'Gita was onlosmakelijk verbonden met de inspanningen om oplossingen te vinden om hiv bij vrouwen te voorkomen. Ze was onvermoeibaar in dit streven, haar vasthoudendheid zal nooit worden vergeten.' Winnie Byanyima, uitvoerend directeur van UNAIDS, zei dat de dood van Ramjee een enorm verlies was 'in een tijd waarin de wereld haar juist hard nodig heeft'.

Veel zorgmedewerkers vertrekken

Onderzoek wijst uit dat emigratie van artsen arme landen jaarlijks bijna 14 miljard euro kost en bijdraagt aan extra sterfgevallen als gevolg van verloren gegane medische kennis.

In sommige Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen vertrekken tot wel 50 procent van de artsen en verpleegkundigen. Dat kan volgens de OESO betekenen dat er meer artsen uit deze landen in OESO-gebied werken dan in hun land van herkomst.

Gezondheidswerkers in kwetsbare systemen belanden in een vicieuze cirkel: slechte lonen en arbeidsomstandigheden zorgen voor een groot verloop; stress en werkdruk nemen toe voor het personeel dat achterblijft. Met covid-19 zijn hier de dood van collega's en langdurige fysieke en mentale gezondheidseffecten bijgekomen.

'De psychologische impact van sterfgevallen, infecties en [verhoogde werkdruk] brachten veel artsen ertoe om verlof aan te vragen, en als het management dat weigerde, besloten sommigen ontslag te nemen uit overheidsziekenhuizen', vertelt de Egyptische arts Abdel Hamid Mahmoud.

Johan Fagan, KNO-specialist aan de Universiteit van Kaapstad, zegt dat beleid zoals het versnelde zorgvisum van het VK verdere migratie aanjaagt. 'Deze landen leiden niet genoeg eigen gezondheidswerkers op en buiten de arbeidskrachten uit lagelonenlanden uit', zegt Fagan. 'In een pandemie heeft dit een aanzienlijke impact op onze gezondheidssystemen en hoe we zorg kunnen leveren.'

De Algerijnse arts Al Arabi Bin Hara voorspelt een uittocht van geschoolde arbeiders zodra de grenzen weer opengaan. 'Vorig jaar en begin dit jaar zagen we heel weinig migratie van artsen vanwege de gesloten grenzen als gevolg van de maatregelen rond de pandemie.'

Maar de situatie 'post-covid' zal een massale uittocht van artsen betekenen 'zolang de situatie blijft zoals hij is en het lijden voortduurt', zegt Bin Hara. Extra pijnlijk is volgens de arts dat ziekenhuizen en klinieken in Europa - vooral in Frankrijk - Algerijnse artsen aantrekken met cruciale specialisaties die zelfs in de grootste ziekenhuizen van Algerije vaak ontbreken.

Het tij keren

Ook in Zimbabwe, dat een van de hoogste emigratiecijfers voor thuisopgeleide artsen kent, waarschuwen experts voor deze situatie. Charles Moyo, een Zimbabwaanse arts in opleiding in Zuid-Afrika, zegt dat Afrika een gezondheidscrisis zal doormaken als verder verlies van zorgmedewerkers niet wordt tegengehouden.

'Het gezondheidszorgsysteem staat al onder druk door beperkte middelen en covid-19. Als er nog meer krachten verloren gaan, kan het hele zorgsysteem in elkaar storten', zegt hij.

De International Council of Nurses ondersteunt het Gender Equal Health and Care Workforce Initiative. De belangenvereniging was blij met de unanieme goedkeuring van de bijgewerkte wereldwijde strategie voor verpleging en verloskunde van de WHO, tijdens de World Health Assembly. Deze strategie presenteert beleidsprioriteiten om verloskundigen en verpleegkundigen te ondersteunen bij het streven naar universele dekking van de gezondheidszorg.

ICN-hoofd Howard Catton zegt dat de boodschap van de strategie duidelijk is: 'We moeten nu investeren in verpleegkundig onderwijs, leiderschap en banen, en we hebben de lidstaten nodig om deze nieuwe strategie aan te nemen en nu te implementeren.'

'De tragische ironie is natuurlijk: hadden we dit eerder gedaan, dan zouden we een beter beschermd personeelsbestand in de gezondheidszorg hebben gehad en waren minder van onze collega's overleden.'

-

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner SciDev.

Overal in ontwikkelingslanden worden gezondheidszorgmedewerkers geconfronteerd met hetzelfde scenario: coronabesmettingen en sterfgevallen onder collega's, in combinatie met vertrek en ontslag, verergeren de werkdruk en stress voor degenen die nog altijd aan het front staan.Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn 'minstens' 115.000 gezondheids- en zorgmedewerkers overleden aan covid-19. WHO-directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus erkent dat het werkelijke aantal waarschijnlijk hoger ligt aangezien betrouwbare data schaars zijn.Nu covid-19 zich exponentieel verspreidt in Afrika en Latijns-Amerika en Azië-Pacific worden geconfronteerd met aanhoudende gezondheidsproblemen, zal het aantal sterfgevallen onder zorgpersoneel waarschijnlijk verder stijgen.In de rijkste landen ter wereld is het aantal in het buitenland opgeleide of geboren artsen en verpleegkundigen de afgelopen twintig jaar sterk toegenomen. Nu leidt het extra verlies van personeel door overlijden en emigratie tot een afname van kennis in de toch al kwetsbare gezondheidsstelsels, zeggen deskundigen en gezondheidswerkers.Toch denken wereldwijde gezondheidsspecialisten dat er te midden van het trauma van de pandemie kansen liggen, om beleid te creëren dat zorgpersoneel beschermt en stimuleert om aan te blijven.'Gezondheidswerkers over de hele wereld hebben hun leven op het spel gezet om mensen te beschermen tegen covid-19, maar ze zijn veel te vaak onbeschermd gebleven en hebben de ultieme prijs betaald', zegt Steve Cockburn, hoofd Economische en Sociale Rechtvaardigheid bij Amnesty International. 'Dat er elke 30 minuten één gezondheidswerker sterft aan covid-19, is zowel een tragedie als een onrecht.'Dit gebrek aan bescherming dwong vrouwen, die wereldwijd ongeveer 70 procent van de zorgmedewerkers uitmaken, om persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) te gebruiken die zijn ontworpen voor mannen - en vrouwen vaak niet beschermen. Ook hebben ze vaak te maken met geweld en intimidatie op de werkplek.Women in Global Health, een internationaal netwerk dat pleit voor gendergelijkheid in wereldwijd gezondheidszorgbeleid, lanceerde recent een 'nieuw sociaal contract voor vrouwen in de gezondheidszorg'. Dit Gender Equal Health and Care Workforce Initiative, een partnerschap tussen de WHO, Women in Global Health en de regering van Frankrijk, heeft als doel beleid te intensiveren dat investeert in zorgmedewerkers en hen beschermt.'Gezondheidswerkers zijn uitgeput, velen willen weg. We kunnen het ons op dit moment niet veroorloven om zelfs één enkele werknemer te verliezen', zegt Roopa Dhatt, een Indiase arts en uitvoerend directeur van Women in Global Health. 'Investeren in vrouwen is de best mogelijke investering voor onze toekomst en de toekomst van de bescherming van gezondheidszorg.'De wereld is afhankelijk van vrouwen voor veel gezondheidszorgdiensten, stelde WHO-directeur Tedros op het Generation Equality Forum, waar op 1 juli de eerste toezeggingen aan het initiatief werden aangekondigd. Vrouwen zijn goed voor zo'n 90 procent van de verpleegkundigen en verloskundigen, en bijna de helft van alle artsen, zei hij.'Deze afhankelijkheid vereist dat we onszelf moeilijke vragen stellen over arbeidsomstandigheden en gelijkheid, inclusief hoe we vrouwen waarderen en belonen in de gezondheidszorg', aldus Ghebreyesus. 'En over hoe we garanderen dat werkplekken vrij zijn van discriminatie, geweld, seksuele uitbuiting en misbruik.'Verschillende regeringen - waaronder die van Mexico, Pakistan, de Democratische Republiek Congo en Liberia - zetten zich samen met ngo's in voor het genderbeleidsinitiatief. Maar nog altijd, zegt Dhatt, zijn er miljoenen gezondheidszorgmedewerkers onbetaald of onderbetaald. Velen hebben bovendien geen toegang tot covid-19 vaccins. 'We moeten vrouwen overhalen om te blijven.'Het mondiale Zuiden levert al langere tijd veel van het personeel aan zorgstelsels in het mondiale Noorden. En terwijl de gezondheidsdiensten in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Europa worstelden onder de coronacrises, nam de vraag naar geschoold personeel uit het Zuiden toe.In de rijkste landen van de wereld is bijna 25 procent van alle artsen en 16 procent van de verpleegkundigen in het buitenland geboren, volgens een document van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De paper, die in mei werd gepubliceerd, onderzoekt hoe rijke landen hebben geprobeerd personeel uit ontwikkelingslanden aan te trekken in reactie op de coronapandemie.In het document staat dat de landen waaruit personeel werd aangetrokken 'al vóór de covid-19-pandemie kampten met ernstige tekorten aan geschoolde gezondheidswerkers'.Toen het VK in 2020 een versneld zorgvisum lanceerde om meer buitenlandse gezondheidswerkers aan te trekken, verlaagde de regering tegelijkertijd haar budget voor buitenlandse hulp drastisch - een besluit in strijd met advies van de OESO.Om de factoren tegen te gaan die gezondheidswerkers ertoe aanzetten hun land van herkomst te verlaten, is beleid nodig dat 'internationale samenwerking versterkt, met name overzeese ontwikkelingshulp en technische bijstand, om minder geavanceerde landen te helpen bij het opbouwen van voldoende zorgpersoneel en hun gezondheidsstelsels te versterken', zo stelt het OESO-document.In het British Medical Journal schrijven Kaci Kennedy McDade en Wenhui Mao van de Amerikaanse Duke University dat de bezuinigingen op hulpgelden de mondiale gezondheidsstelsels in gevaar brengen. Meer dan de helft van de 102 landen waar hulp is stopgezet, heeft een gemiddeld laag inkomen en bijna een kwart is kwetsbaar of getroffen door conflicten, zeggen ze.In fragiele gezondheidssystemen kan kennis verloren gaan wanneer een gemeenschapszorgwerker of een medisch specialist sterft. En dat kan gevolgen hebben op lange termijn, zeggen de gezondheidsexperts.De Filippijnen leveren de meeste verpleegkundigen aan rijke landen, blijkt uit OESO-gegevens. India levert het hoogste aantal buitenlandse artsen en het op een na hoogste aantal verpleegkundigen aan het buitenland.De Filipino UK Nurses Association heeft haar bezorgdheid geuit over het onevenredig hoge aantal sterfgevallen als gevolg van covid-19 onder het personeel van de National Health Service (NHS) en in de sociale zorg. In de VS was ruim 30 procent van de verpleegsters die aan covid-19 zijn overleden Filipijns, hoewel zij slechts 4 procent uitmaken van de geregistreerde verpleegsters in het land, volgens de vakbond National Nurses United.De Filippijnen zelf hebben door de pandemie prominente specialisten verloren: Leandro Resurreccion III en Salvacion Gatchalian stierven in maart 2020. Gatchalian was voorzitter van de Filipijnse vereniging voor kindergeneeskunde en hielp bij het opzetten van de Filipijnse Coalitie tegen Tuberculose, en kinderchirurg Resurreccion was uit Australië teruggekeerd om voor de Filipijnse gezondheidsdienst te werken.Hoogopgeleide onderzoekers zijn schaars in lage- en middeninkomenslanden, zegt Glenda Gray, voorzitter van de South African Medical Research Council (SAMRC). 'Elk verlies van wetenschappers door dood of migratie is een punt van zorg.' De Afrikaanse wetenschap verloor een gerespecteerde collega toen de beroemde hiv-onderzoeker Gita Ramjee in maart 2020 stierf aan de gevolgen van covid-19.Gray zei daar vorig jaar over: 'Gita was onlosmakelijk verbonden met de inspanningen om oplossingen te vinden om hiv bij vrouwen te voorkomen. Ze was onvermoeibaar in dit streven, haar vasthoudendheid zal nooit worden vergeten.' Winnie Byanyima, uitvoerend directeur van UNAIDS, zei dat de dood van Ramjee een enorm verlies was 'in een tijd waarin de wereld haar juist hard nodig heeft'.Onderzoek wijst uit dat emigratie van artsen arme landen jaarlijks bijna 14 miljard euro kost en bijdraagt aan extra sterfgevallen als gevolg van verloren gegane medische kennis.In sommige Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen vertrekken tot wel 50 procent van de artsen en verpleegkundigen. Dat kan volgens de OESO betekenen dat er meer artsen uit deze landen in OESO-gebied werken dan in hun land van herkomst.Gezondheidswerkers in kwetsbare systemen belanden in een vicieuze cirkel: slechte lonen en arbeidsomstandigheden zorgen voor een groot verloop; stress en werkdruk nemen toe voor het personeel dat achterblijft. Met covid-19 zijn hier de dood van collega's en langdurige fysieke en mentale gezondheidseffecten bijgekomen.'De psychologische impact van sterfgevallen, infecties en [verhoogde werkdruk] brachten veel artsen ertoe om verlof aan te vragen, en als het management dat weigerde, besloten sommigen ontslag te nemen uit overheidsziekenhuizen', vertelt de Egyptische arts Abdel Hamid Mahmoud.Johan Fagan, KNO-specialist aan de Universiteit van Kaapstad, zegt dat beleid zoals het versnelde zorgvisum van het VK verdere migratie aanjaagt. 'Deze landen leiden niet genoeg eigen gezondheidswerkers op en buiten de arbeidskrachten uit lagelonenlanden uit', zegt Fagan. 'In een pandemie heeft dit een aanzienlijke impact op onze gezondheidssystemen en hoe we zorg kunnen leveren.'De Algerijnse arts Al Arabi Bin Hara voorspelt een uittocht van geschoolde arbeiders zodra de grenzen weer opengaan. 'Vorig jaar en begin dit jaar zagen we heel weinig migratie van artsen vanwege de gesloten grenzen als gevolg van de maatregelen rond de pandemie.'Maar de situatie 'post-covid' zal een massale uittocht van artsen betekenen 'zolang de situatie blijft zoals hij is en het lijden voortduurt', zegt Bin Hara. Extra pijnlijk is volgens de arts dat ziekenhuizen en klinieken in Europa - vooral in Frankrijk - Algerijnse artsen aantrekken met cruciale specialisaties die zelfs in de grootste ziekenhuizen van Algerije vaak ontbreken.Ook in Zimbabwe, dat een van de hoogste emigratiecijfers voor thuisopgeleide artsen kent, waarschuwen experts voor deze situatie. Charles Moyo, een Zimbabwaanse arts in opleiding in Zuid-Afrika, zegt dat Afrika een gezondheidscrisis zal doormaken als verder verlies van zorgmedewerkers niet wordt tegengehouden.'Het gezondheidszorgsysteem staat al onder druk door beperkte middelen en covid-19. Als er nog meer krachten verloren gaan, kan het hele zorgsysteem in elkaar storten', zegt hij.De International Council of Nurses ondersteunt het Gender Equal Health and Care Workforce Initiative. De belangenvereniging was blij met de unanieme goedkeuring van de bijgewerkte wereldwijde strategie voor verpleging en verloskunde van de WHO, tijdens de World Health Assembly. Deze strategie presenteert beleidsprioriteiten om verloskundigen en verpleegkundigen te ondersteunen bij het streven naar universele dekking van de gezondheidszorg.ICN-hoofd Howard Catton zegt dat de boodschap van de strategie duidelijk is: 'We moeten nu investeren in verpleegkundig onderwijs, leiderschap en banen, en we hebben de lidstaten nodig om deze nieuwe strategie aan te nemen en nu te implementeren.''De tragische ironie is natuurlijk: hadden we dit eerder gedaan, dan zouden we een beter beschermd personeelsbestand in de gezondheidszorg hebben gehad en waren minder van onze collega's overleden.'-Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner SciDev.