Het is eigen aan mensen om het drama van hun tijd als een kantelpunt te beschouwen. Zo zijn we ook geneigd om het presidentschap van Donald Trump te beschouwen als de doodsteek voor de Amerikaanse democratie en voor Amerika's leiderschap in de wereld. Het is verleidelijk om Donald Trump met de zonden van Israël te overladen, maar de voorbije vier jaar waren slechts een opstoot in een crisis die al langer aan de gang is.
...

Het is eigen aan mensen om het drama van hun tijd als een kantelpunt te beschouwen. Zo zijn we ook geneigd om het presidentschap van Donald Trump te beschouwen als de doodsteek voor de Amerikaanse democratie en voor Amerika's leiderschap in de wereld. Het is verleidelijk om Donald Trump met de zonden van Israël te overladen, maar de voorbije vier jaar waren slechts een opstoot in een crisis die al langer aan de gang is. Om te vatten wat er aan de hand is, moeten we twee historische realiteiten onder ogen zien. Allereerst blijft het land een federatie, een amalgaam van staten. De stichters in de achttiende eeuw zagen die federatie als een alliantie tegen Europese rivalen. George Washington, Alexander Hamilton, Benjamin Franklin en anderen waren zich bewust van het feit dat zo'n federatie een permanente inspanning zou vergen tegen de krachten van de fragmentatie: de ambities van de deelstaten en van de veelheid aan meningen en belangen. Het doembeeld van anarchie werd van bij de aanvang gevreesd. Een tweede historische realiteit is dat de Verenigde Staten nooit een natiestaat zijn geweest, maar altijd een samenraapsel van culturen en ideologieën zijn gebleven. Thomas Jefferson probeerde de Amerikaanse identiteit ooit te definiëren als vrijheid, gelijkheid, en menselijkheid. De VS moeten ook zowat het enige westerse land zijn waar miljoenen scholieren elke ochtend hun trouw aan de vlag zweren. Desalniettemin betekent die vlag verschillende zaken voor verschillende bevolkingsgroepen. Wat kort door de bocht kun je stellen dat de vlag voor de blanke Amerikanen leiderschap betekent, voor de Afro-Amerikanen onderhorigheid en voor de hispanics een onbereikbare droom van welvaart. De Amerikaanse smeltkroes is immer een ideaal geweest, nooit een realiteit. Hét keerpunt tussen de Amerikaanse opmars als wereldmacht en het proces van aftakeling zou je in de jaren zeventig kunnen situeren. Het was in die periode dat we de oorzaken vinden van de etnische spanningen. Terwijl de overheid inzette op desegregatie, segregeerde Amerika meer dan ooit. Terwijl meer Afro-Amerikanen de buitenwijken van de steden gingen bevolken, emigreerden blanke Amerikanen naar landelijke gebieden: 'de blanke vlucht'. Het zuiden van het land kende een ongeziene migratie vanuit Cuba en Mexico, met meer dan een miljoen migranten per jaar. Ook daar trad een stuk verdringing op, of toch minstens een exodus van blanke Amerikanen. Het gevoel van veel blanke Amerikanen dat ze in het defensief zitten, dateert van toen. In de jaren zeventig zien we ook een economisch keerpunt. Amerika gaf in 1971 de goudstandaard op. Die belofte voor elke dollar een hoeveelheid goud in reserve te houden, legde financiële discipline op. Het land verloor van dan af snel concurrentiekracht ten aanzien van opkomende spelers als Japan en het eengemaakte Europa. Inflatie en werkloosheid stegen, waarop Ronald Reagan in de jaren tachtig reageerde met privatisering, lagere belastingen en lagere minimumlonen. Het consumentenvertrouwen herstelde zich, maar gaandeweg groeide ook de ongelijkheid tussen de rijke kuststeden en het hinterland. In de jaren negentig werden de kwetsbaarheden nog zichtbaarder. Bill Clinton beloofde een meer menselijke economie. Maar onder zijn presidentschap nam de ongelijkheid toe en ging de Amerikaanse economie massaal krediet aan om de consumptieboom te ondersteunen. Tegelijkertijd joeg de sterke dollar industriële bedrijven naar verre oorden. In 2000 volgde een eerste crash. Maar men deed weinig met de waarschuwing. Amerika ging verder boven zijn stand leven. Onder George W. Bush liepen de schulden - binnenlands en buitenlands - verder op. Een groot deel van het kapitaal hielp speculatiebubbels vormen. Een nieuwe crash volgde. Onder Barack Obama werd de geldkraan wagenwijd opengezet, maar afgezien van de doorbraak in schaliegas en de energieonafhankelijkheid, werden de zwaktes van de economie niet weggewerkt. De combinatie van etnische en economische onzekerheid leidde tot hoogspanning. Ofschoon we president Obama in Europa kennen voor zijn eloquente toespraken, leidde zijn presidentschap tot bittere teleurstelling zowel bij de Afro-Amerikanen, die vonden dat hij niet strijdvaardig genoeg was, als bij de blanke conservatieve Amerikanen, tegenover wie Obama zich laatdunkend uitliet. De doorbraak van de Tea Party en Alt Right werd mede daardoor in de hand gewerkt. Die laatdunkendheid bij de Democraten kwam ook naar voren tijdens de presidentsverkiezingen in 2016, toen Hillary Clinton en haar medewerkers meermaals giftig deden over de achterban van Bernie Sanders en van Donald Trump. Trump is de verpersoonlijking van de woede van honderden miljoenen Amerikanen die hun leefwereld, hun privileges en rijkdom in het gedrang zien komen. Misschien kunnen we het best naar dit Amerika kijken als een blank getto. 'Hun' muur in het zuiden is niet die van Trump, maar die van een gordel steden die meer op Mexico lijken dan op het Amerika van weleer. In het oosten en in het westen zien zij een gordel van steden, waarvan de buitenwijken bewoond worden door Afro-Amerikanen en de rijke centra door kosmopolieten wier blik meer op de wereld is gericht dan op het hinterland. Het bange blanke binnenland als één grote probleemwijk. Over de vier jaar van Trump kunnen we kort zijn. Hoewel de president nog steeds surft op de blanke woede, heeft zijn beleid de levensomstandigheden van zijn kiezers niet meteen verbeterd. Volgens de economische denktank Brookings Institution steeg het inkomen in landelijke gemeentes de voorbije jaren iets sneller, maar tijdens de coronapandemie bleek opnieuw hoe kwetsbaar die gemeenschappen zijn. De polarisatie tussen bevolkingsgroepen heeft het gettogevoel alleen maar versterkt. Het zijn immers niet alleen boze blanke milities die op straat komen, ook andere bevolkingsgroepen sturen hun milities op pad. 'Make America Great Again' heeft nauwelijks gewerkt. De onvoorstelbare rally op de beurzen de voorbije jaren heeft een schijn van economische vooruitgang gewekt. Maar die wordt niet bevestigd door de cijfers. Tussen begin 2017 en eind 2019 groeiden investeringen en productie in de maakindustrie, een belangrijke prioriteit, nauwelijks sneller dan onder Obama. Het handelstekort daalde slechts in zeer beperkte mate. Ook de productiviteit nam niet sneller toe dan in voorgaande jaren. In het conflict met China deelde Donald Trump enkele rake klappen uit aan het telecombedrijf Huawei, maar bedrijven als Wal-Mart en Tesla zullen alleen maar meer in China investeren. Omdat Trump met zowat iedereen tezelfdertijd de strijd aanbond, bleven veel bondgenoten aarzelen in hun weerwerk tegen het steeds machtigere China. Binnen de NAVO weigerden veel lidstaten naar China te kijken, met als enige verklaring: de onberekenbaarheid van Donald Trump zelf. Amerika staat er dus eigenlijk redelijk alleen voor. Washington heeft ongeziene bijkomende uitgaven in defensie aangekondigd, maar met een fragiele economie blijft het de vraag hoe het de nieuwe wapenwedloop met China kan blijven bekostigen. Hét grote vraagteken blijft natuurlijk de binnenlandse toestand. Veel generaals benadrukten dat de VS kwetsbaar zullen worden als de breuklijnen groter worden. President Trump is nu bijna even populair als Obama aan het eind van zijn tweede termijn: 41 procent tegenover 46 procent. Terwijl Obama onbewust en onbedoeld de spanningen verder opdreef, heeft Trump die spanningen bewust aangestookt. Met het openlijk steunen van gewapende milities is een nieuwe grens overschreden. Het doembeeld van de Founding Fathers, dat van anarchie, komt dichterbij.