Ze landde voor het eerst in Egypte in 2011. Het land brandde in die dagen, van verwarring en hoop. De meesten van haar collega's stonden op het Tahrirplein, om de protesterende menigte te vereeuwigen.
...

Ze landde voor het eerst in Egypte in 2011. Het land brandde in die dagen, van verwarring en hoop. De meesten van haar collega's stonden op het Tahrirplein, om de protesterende menigte te vereeuwigen. Bieke Depoorter trok naar de buitenwijken van het land: op zoek naar de schaduw van de revolutie, het echte hartland van Egypte. 'Overal waren de mensen vriendelijk, maar het was moeilijk om binnen te dringen in hun levens. Laat staan om die in beeld te brengen: in een Arabisch land mag je vrouwen niet zonder hoofddoek of al slapend fotograferen.' Elke avond zocht ze een slaapplaats voor de nacht, liefst bij mensen thuis. In hun huizen maakte ze haar opnames: soms heel intieme. 'Ook sommige moslims hadden daar geen probleem mee, ondanks hun geloofsregels. Tijdens die overnachtingen leerde ik hoe complex Egypte in elkaar zit.' Na die eerste keer ging ze nog zevenmaal terug. Ze zag het land veranderen. 'In 2011 discussieerde iedereen nog luid en openlijk over politiek. Er kwamen democratische verkiezingen aan en alles zou anders worden. De laatste keer werd er alleen nog maar op gedempte toon over politiek gepraat: de hoop van de revolutiedagen was verdwenen. Het was ook zo goed als onmogelijk om nog een slaapplaats te vinden. De overheid waarschuwt iedereen voor vreemdelingen, want dat kunnen spionnen zijn.' Vorig jaar verzamelde Depoorter al haar Egypte-foto's, maar ze miste iets. 'Ik vond dat ik de complexiteit van het land te weinig vatte: er stonden bijvoorbeeld geen rijke mensen op mijn foto's, want die hadden geweigerd. Ik wilde ook niet het zoveelste boek vanuit een westers perspectief maken.' Daarom trok ze een laatste keer naar Egypte, met een eerste versie van haar nieuwe boek onder de arm. 'Overal ging ik aan mensen vragen wat zij ervan vonden. In het begin was ik bang dat ze ze zouden verscheuren, maar het tegendeel gebeurde. Zelfs de meest conservatieven waren blij dat ik naar hun mening vroeg en schreven commentaar op mijn beelden. Zo ontstond er een dialoog tussen mensen die anders niet met elkaar zouden praten.' Sommige zinnen waren woest, andere grappig. Sommige deden haar ook nadenken. Zoals die ene vrouw die schreef: 'Je hebt een momentopname meegemaakt, een uur of twee. Misschien een nacht. Gewoon een foto. Maar het leven op die foto heb je niet geleefd.'