Macron veroordeelde zaterdag 'onvergeeflijke misdaden' tijdens een officiële ceremonie. Hij ging veel verder dan de 'bloedige repressie' die voormalig president François Hollande in 2012 had toegegeven.

De staatsleider nam zaterdag deel aan een eerbetoon voor de slachtoffers aan de Seine, ongezien voor een Franse president. Het eerbetoon vond plaats ter hoogte van de brug 'pont de Bezons', waar zestig jaar geleden 30.000 Algerijnse manifestanten aankwamen. Zij wilden betogen in de Franse hoofdstad, waar voor Algerijnen een uitgaansverbod gold na 20.30 uur.

Die nacht kregen de manifestanten te maken met een 'brutale, gewelddadige, bloedige' repressie, aldus het Elysée. 'Bijna 12.000 Algerijnen werden opgepakt en overgebracht naar sorteercentra in het Coubertin-stadion, het Palais des sport en andere plaatsen. Naast de talrijke gewonden, zijn verschillende tientallen gedood en werden hun lichamen in de Seine gegooid. Talrijke gezinnen hebben nooit het lichaam van hun naasten gevonden', aldus het Franse presidentschap.

Historici schatten het aantal doden bij het bloedbad op minstens enkele tientallen, maar de officiële balans telt er slechts drie.

Hollande hekelde in 2012 nog een bloedige repressie, maar zijn opvolger ging zaterdag veel verder. Macron 'erkende de feiten: de misdaden die die nacht zijn gepleegd onder de autoriteit van Maurice Papon, zijn onvergeeflijk voor de Republiek', aldus een persbericht van het Elysée. Papon was toen de politieprefect van Parijs. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij nog politiechef van Bordeaux en deporteerde er Joden.

Het persbericht van het Franse presidentschap kwam uit net na de minuut stilte en bloemenkrans die werd neergelegd op het eerbetoon. Macron, de eerste Franse president die geboren is na de Algerijnse oorlog die in 1962 was afgelopen, gaf geen toespraak op de pont de Bezons, maar sprak ter plaatse met enkele nabestaanden.

Macron veroordeelde zaterdag 'onvergeeflijke misdaden' tijdens een officiële ceremonie. Hij ging veel verder dan de 'bloedige repressie' die voormalig president François Hollande in 2012 had toegegeven. De staatsleider nam zaterdag deel aan een eerbetoon voor de slachtoffers aan de Seine, ongezien voor een Franse president. Het eerbetoon vond plaats ter hoogte van de brug 'pont de Bezons', waar zestig jaar geleden 30.000 Algerijnse manifestanten aankwamen. Zij wilden betogen in de Franse hoofdstad, waar voor Algerijnen een uitgaansverbod gold na 20.30 uur. Die nacht kregen de manifestanten te maken met een 'brutale, gewelddadige, bloedige' repressie, aldus het Elysée. 'Bijna 12.000 Algerijnen werden opgepakt en overgebracht naar sorteercentra in het Coubertin-stadion, het Palais des sport en andere plaatsen. Naast de talrijke gewonden, zijn verschillende tientallen gedood en werden hun lichamen in de Seine gegooid. Talrijke gezinnen hebben nooit het lichaam van hun naasten gevonden', aldus het Franse presidentschap. Historici schatten het aantal doden bij het bloedbad op minstens enkele tientallen, maar de officiële balans telt er slechts drie. Hollande hekelde in 2012 nog een bloedige repressie, maar zijn opvolger ging zaterdag veel verder. Macron 'erkende de feiten: de misdaden die die nacht zijn gepleegd onder de autoriteit van Maurice Papon, zijn onvergeeflijk voor de Republiek', aldus een persbericht van het Elysée. Papon was toen de politieprefect van Parijs. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij nog politiechef van Bordeaux en deporteerde er Joden. Het persbericht van het Franse presidentschap kwam uit net na de minuut stilte en bloemenkrans die werd neergelegd op het eerbetoon. Macron, de eerste Franse president die geboren is na de Algerijnse oorlog die in 1962 was afgelopen, gaf geen toespraak op de pont de Bezons, maar sprak ter plaatse met enkele nabestaanden.