Boris Johnson plaatste maandag zijn openingszet in de onderhandelingen over de toekomstige relaties tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. De Britse premier wil net als Barnier een ambitieus vrijhandelsakkoord, zei hij. 'We hebben onze keuze gemaakt: we willen een vrijhandelsakkoord, gelijkaardig aan dat tussen de EU en Canada', klonk het.

Dat verdrag laat nagenoeg volledig tariefvrije handel toe in goederen, al zijn er wel grenscontroles. Maar waar Barnier strenge voorwaarden koppelt aan dergelijk akkoord - een 'gelijk speelveld op lange termijn', met 'mechanismen die de hoogste normen op sociaal vlak, milieuvlak, staatssteun en fiscaliteit hooghouden' - wil Johnson zich niet op voorhand vastpinnen op het behoud van de Europese standaarden.

'Het Verenigd Koninkrijk zou niet verplicht mogen worden om Europese regels te accepteren', klonk het ferm, al benadrukte Johnson tegelijkertijd dat de Britten 'niet zullen meedoen aan een soort moordende race to the bottom'. 'We zijn niet van plan onze standaarden te verlagen nu we de EU hebben verlaten. We doen niet mee aan dumping', zei Johnson, waarna hij een reeks voorbeelden aanhaalde waar de Britten nu al hogere standaarden hebben dan veel Europese lidstaten.

'Het Verenigd Koninkrijk staat voor op de EU in zaken als ouderschapsverlof, flexibel werken en betaald moederschapsverlof. We hebben een hoger minimumloon dan alle Europese lidstaten, op drie na.' Ook de andere voorwaarde van Barnier - toegang voor Europese vissers tot Britse wateren, en vice versa - wil Johnson niet zonder slag of stoot inwilligen. 'Een akkoord over de visserij moet respecteren dat het Verenigd Koninkrijk een onafhankelijke kuststaat is, dat zijn eigen wateren controleert.'

De Britse premier denkt eerder aan jaarlijks terugkerende onderhandelingen over de Europese visquota, op basis van het recentste wetenschappelijke onderzoek, 'om te verzekeren dat de Britse viswateren in de eerste plaats voor de Britse boten zijn'. De eigenlijke onderhandelingen over de toekomstige relaties starten wellicht pas in maart, wanneer de Europese lidstaten het onderhandelingsmandaat van de Commissie zullen hebben goedgekeurd. Londen en Brussel hebben dan nog tot eind dit jaar om de nieuwe relatie uit te werken. Lukt dat niet, dan 'zullen we handel moeten drijven op basis van het bestaande brexitakkoord met de Europese Unie', speculeerde Johnson, al acht hij die mogelijkheid 'erg onwaarschijnlijk'.

Een handelsakkoord in de stijl van het CETA-verdrag met Canada laat sowieso nog wat onzekerheden open. Zo is de belangrijke dienstensector daar niet inbegrepen. Ook hoe eventuele handelsdisputen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk in de toekomst opgelost moeten worden, bestaat nog onduidelijkheid. Johnson wil een 'vlot en niet-hinderlijk mechanisme' om conflicten op te lossen, evenwel zonder dat het Europees Hof van Justitie nog een rol speelt, gaf hij een schot voor de boeg.

Intussen loopt Londen zich warm om handelsakkoorden te onderhandelen met andere landen, onder meer met de Verenigde Staten. 'Het Verenigd Koninkrijk zal spieren moeten gebruiken die het al tientallen jaren niet gebruikt heeft', zei Johnson, die 'een pleitbezorger van vrijhandel overal ter wereld' wil zijn. De Britten hebben een legertje onderhandelaars klaarstaan, zei hij, en zullen extra mensen aanwerven als dat nodig is.

Barnier

Enkele ogenblikken eerder presenteerde Barnier maandagochtend het Europese ontwerpmandaat voor de onderhandelingen over de toekomstige relaties met Londen. Eind dit jaar verstrijkt de overgangsperiode waarin de Britten nog steeds de Europese regels volgen en deel blijven uitmaken van de eenheidsmarkt en de douane-unie. Vanaf 2021 'zal het geen business as usual meer zijn', zei Barnier. Zo zullen er bijvoorbeeld hoe dan ook controles uitgevoerd worden op goederen afkomstig uit het VK. 'De beste relatie met de EU is lid zijn. Als men dat niet is, dan belandt men uiteraard in een minder gunstige situatie', stelde Barnier vast. Niettemin mikt de Europese hoofdonderhandelaar op een 'heel ambitieus vrijhandelsakkoord', zonder tarieven of quota voor alle goederen die de Britten op het vasteland willen verkopen en vice versa.

Daarnaast streeft de Commissie naar een vrijhandelsakkoord voor dienstverleners op uiteenlopende domeinen, en wil ze de toegang tot openbare aanbestedingen vrijwaren. Barnier koppelt wel twee voorwaarden aan 'dit uitzonderlijke aanbod'. Ten eerste moeten beide partijen 'een gelijk speelveld op lange termijn' garanderen, via 'mechanismen die de normen op sociaal vlak, milieuvlak, staatssteun en fiscaal vlak hooghouden'. 'We moeten ervoor zorgen dat de concurrentie open en eerlijk blijft', zei de Fransman. Hij legt de bal in het Britse kamp. 'Willen ze het Europese model aanhangen, of ervan afwijken? Het Britse antwoord op die vraag zal de sleutel tot het ambitieniveau zijn.'

Ten tweede vraagt Barnier een akkoord over de toegang van Europese vissers tot Britse wateren, en vice versa. De Europeanen hebben er alle belang bij die toegang te behouden, maar net zo goed hebben de Britten er belang bij dat ze hun visproducten kunnen blijven verkopen op de Europese markt. De Commissie meent dat er over dat luik van het vrijhandelsakkoord eigenlijk al tegen 1 juli duidelijkheid moet ontstaan, met het oog op de onderhandelingen over de vangstquota voor 2021.

Het vrijhandelsakkoord moet 'de centrale pijler' worden van de nieuwe relatie met Londen, maar daarnaast hopen de Europeanen ook nauw met de Britten te blijven samenwerken in de strijd tegen terrorisme, cybercriminaliteit en georganiseerde misdaad, en op het vlak van buitenlands beleid en defensie. De Commissie hoedt zich wel voor een 'Zwitsers' model met een veelvoud aan aparte sectorakkoorden. Ze wil alles bundelen in een associatie-akkoord, met een overkoepelend governance-luik, dat ook de rol van het door de Britten zo verfoeide Hof van Justitie moet uitklaren. 'Enkel het Hof kan nu eenmaal Europese wetgeving interpreteren, en internationale akkoorden maken deel uit van Europese wetgeving', klinkt het in het Berlaymontgebouw.

Met de presentatie van het ontwerpmandaat start opnieuw een race tegen de tijd. Indien de lidstaten zoals verhoopt het mandaat op 25 februari goedkeuren, dan kunnen de onderhandelingen in de eerste week van maart op gang gefloten worden. De Commissie voorziet twaalf 'onderhandelingstafels' die alle aspecten van de toekomstige relaties bestrijken. Er wordt gedacht aan drieweekse cycli: de eerste week dient voor voorbereiding, de tweede voor onderhandelingen en de derde voor debriefings aan de lidstaten en het Europees Parlement.

In juni lijkt er een eerste scharniermoment aan te komen. Dan zullen de staatshoofden en regeringsleiders van de 27 lidstaten moeten nagaan of en in hoeverre de Britse premier Boris Johnson wil afwijken van het 'gelijke speelveld' dat hij heeft toegezegd in de politieke verklaring die beide partijen vorig najaar sloten. Die maand moet Johnson ook bevestigen dat hij geen verlenging van de overgangsperiode wil, en zijn land effectief op 31 december uit de Europese eenheidsmarkt en de douane-unie wil halen.

Hoewel het een uitdaging zonder weerga wordt, acht de Commissie het mogelijk dat er tegen oktober een allesomvattend akkoord met Londen kan bereikt worden. Blijkt dat toch niet te lukken, dan wil de Commissie dat de onderhandelaars hun aandacht richten op die sectoren waar een 'no deal' de grootste schade dreigt aan te richten. Denk daarbij onder meer aan de handel in goederen. Andere sectoren, zoals de dienstensector, kunnen desgevallend later aan het akkoord worden toegevoegd.

De Commissie hoopt alvast een tijdrovende ratificatieprocedure door nationale parlementen te vermijden. Ze gaat ervan uit dat het huidige ontwerpmandaat kan leiden tot een associatie-akkoord dat enkel op Europees niveau goedgekeurd moet worden: door het Europees Parlement en alle 27 lidstaten. Maar zeker is dat niet, zo stipt men bij de Commissie aan. De ratificatieprocedure is uiteindelijk afhankelijk van de precieze inhoud van het akkoord. Bovendien kunnen niet enkel juridische, maar ook politieke overwegingen een rol spelen.

Boris Johnson plaatste maandag zijn openingszet in de onderhandelingen over de toekomstige relaties tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. De Britse premier wil net als Barnier een ambitieus vrijhandelsakkoord, zei hij. 'We hebben onze keuze gemaakt: we willen een vrijhandelsakkoord, gelijkaardig aan dat tussen de EU en Canada', klonk het. Dat verdrag laat nagenoeg volledig tariefvrije handel toe in goederen, al zijn er wel grenscontroles. Maar waar Barnier strenge voorwaarden koppelt aan dergelijk akkoord - een 'gelijk speelveld op lange termijn', met 'mechanismen die de hoogste normen op sociaal vlak, milieuvlak, staatssteun en fiscaliteit hooghouden' - wil Johnson zich niet op voorhand vastpinnen op het behoud van de Europese standaarden. 'Het Verenigd Koninkrijk zou niet verplicht mogen worden om Europese regels te accepteren', klonk het ferm, al benadrukte Johnson tegelijkertijd dat de Britten 'niet zullen meedoen aan een soort moordende race to the bottom'. 'We zijn niet van plan onze standaarden te verlagen nu we de EU hebben verlaten. We doen niet mee aan dumping', zei Johnson, waarna hij een reeks voorbeelden aanhaalde waar de Britten nu al hogere standaarden hebben dan veel Europese lidstaten. 'Het Verenigd Koninkrijk staat voor op de EU in zaken als ouderschapsverlof, flexibel werken en betaald moederschapsverlof. We hebben een hoger minimumloon dan alle Europese lidstaten, op drie na.' Ook de andere voorwaarde van Barnier - toegang voor Europese vissers tot Britse wateren, en vice versa - wil Johnson niet zonder slag of stoot inwilligen. 'Een akkoord over de visserij moet respecteren dat het Verenigd Koninkrijk een onafhankelijke kuststaat is, dat zijn eigen wateren controleert.' De Britse premier denkt eerder aan jaarlijks terugkerende onderhandelingen over de Europese visquota, op basis van het recentste wetenschappelijke onderzoek, 'om te verzekeren dat de Britse viswateren in de eerste plaats voor de Britse boten zijn'. De eigenlijke onderhandelingen over de toekomstige relaties starten wellicht pas in maart, wanneer de Europese lidstaten het onderhandelingsmandaat van de Commissie zullen hebben goedgekeurd. Londen en Brussel hebben dan nog tot eind dit jaar om de nieuwe relatie uit te werken. Lukt dat niet, dan 'zullen we handel moeten drijven op basis van het bestaande brexitakkoord met de Europese Unie', speculeerde Johnson, al acht hij die mogelijkheid 'erg onwaarschijnlijk'. Een handelsakkoord in de stijl van het CETA-verdrag met Canada laat sowieso nog wat onzekerheden open. Zo is de belangrijke dienstensector daar niet inbegrepen. Ook hoe eventuele handelsdisputen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk in de toekomst opgelost moeten worden, bestaat nog onduidelijkheid. Johnson wil een 'vlot en niet-hinderlijk mechanisme' om conflicten op te lossen, evenwel zonder dat het Europees Hof van Justitie nog een rol speelt, gaf hij een schot voor de boeg. Intussen loopt Londen zich warm om handelsakkoorden te onderhandelen met andere landen, onder meer met de Verenigde Staten. 'Het Verenigd Koninkrijk zal spieren moeten gebruiken die het al tientallen jaren niet gebruikt heeft', zei Johnson, die 'een pleitbezorger van vrijhandel overal ter wereld' wil zijn. De Britten hebben een legertje onderhandelaars klaarstaan, zei hij, en zullen extra mensen aanwerven als dat nodig is. Enkele ogenblikken eerder presenteerde Barnier maandagochtend het Europese ontwerpmandaat voor de onderhandelingen over de toekomstige relaties met Londen. Eind dit jaar verstrijkt de overgangsperiode waarin de Britten nog steeds de Europese regels volgen en deel blijven uitmaken van de eenheidsmarkt en de douane-unie. Vanaf 2021 'zal het geen business as usual meer zijn', zei Barnier. Zo zullen er bijvoorbeeld hoe dan ook controles uitgevoerd worden op goederen afkomstig uit het VK. 'De beste relatie met de EU is lid zijn. Als men dat niet is, dan belandt men uiteraard in een minder gunstige situatie', stelde Barnier vast. Niettemin mikt de Europese hoofdonderhandelaar op een 'heel ambitieus vrijhandelsakkoord', zonder tarieven of quota voor alle goederen die de Britten op het vasteland willen verkopen en vice versa. Daarnaast streeft de Commissie naar een vrijhandelsakkoord voor dienstverleners op uiteenlopende domeinen, en wil ze de toegang tot openbare aanbestedingen vrijwaren. Barnier koppelt wel twee voorwaarden aan 'dit uitzonderlijke aanbod'. Ten eerste moeten beide partijen 'een gelijk speelveld op lange termijn' garanderen, via 'mechanismen die de normen op sociaal vlak, milieuvlak, staatssteun en fiscaal vlak hooghouden'. 'We moeten ervoor zorgen dat de concurrentie open en eerlijk blijft', zei de Fransman. Hij legt de bal in het Britse kamp. 'Willen ze het Europese model aanhangen, of ervan afwijken? Het Britse antwoord op die vraag zal de sleutel tot het ambitieniveau zijn.' Ten tweede vraagt Barnier een akkoord over de toegang van Europese vissers tot Britse wateren, en vice versa. De Europeanen hebben er alle belang bij die toegang te behouden, maar net zo goed hebben de Britten er belang bij dat ze hun visproducten kunnen blijven verkopen op de Europese markt. De Commissie meent dat er over dat luik van het vrijhandelsakkoord eigenlijk al tegen 1 juli duidelijkheid moet ontstaan, met het oog op de onderhandelingen over de vangstquota voor 2021. Het vrijhandelsakkoord moet 'de centrale pijler' worden van de nieuwe relatie met Londen, maar daarnaast hopen de Europeanen ook nauw met de Britten te blijven samenwerken in de strijd tegen terrorisme, cybercriminaliteit en georganiseerde misdaad, en op het vlak van buitenlands beleid en defensie. De Commissie hoedt zich wel voor een 'Zwitsers' model met een veelvoud aan aparte sectorakkoorden. Ze wil alles bundelen in een associatie-akkoord, met een overkoepelend governance-luik, dat ook de rol van het door de Britten zo verfoeide Hof van Justitie moet uitklaren. 'Enkel het Hof kan nu eenmaal Europese wetgeving interpreteren, en internationale akkoorden maken deel uit van Europese wetgeving', klinkt het in het Berlaymontgebouw. Met de presentatie van het ontwerpmandaat start opnieuw een race tegen de tijd. Indien de lidstaten zoals verhoopt het mandaat op 25 februari goedkeuren, dan kunnen de onderhandelingen in de eerste week van maart op gang gefloten worden. De Commissie voorziet twaalf 'onderhandelingstafels' die alle aspecten van de toekomstige relaties bestrijken. Er wordt gedacht aan drieweekse cycli: de eerste week dient voor voorbereiding, de tweede voor onderhandelingen en de derde voor debriefings aan de lidstaten en het Europees Parlement. In juni lijkt er een eerste scharniermoment aan te komen. Dan zullen de staatshoofden en regeringsleiders van de 27 lidstaten moeten nagaan of en in hoeverre de Britse premier Boris Johnson wil afwijken van het 'gelijke speelveld' dat hij heeft toegezegd in de politieke verklaring die beide partijen vorig najaar sloten. Die maand moet Johnson ook bevestigen dat hij geen verlenging van de overgangsperiode wil, en zijn land effectief op 31 december uit de Europese eenheidsmarkt en de douane-unie wil halen. Hoewel het een uitdaging zonder weerga wordt, acht de Commissie het mogelijk dat er tegen oktober een allesomvattend akkoord met Londen kan bereikt worden. Blijkt dat toch niet te lukken, dan wil de Commissie dat de onderhandelaars hun aandacht richten op die sectoren waar een 'no deal' de grootste schade dreigt aan te richten. Denk daarbij onder meer aan de handel in goederen. Andere sectoren, zoals de dienstensector, kunnen desgevallend later aan het akkoord worden toegevoegd. De Commissie hoopt alvast een tijdrovende ratificatieprocedure door nationale parlementen te vermijden. Ze gaat ervan uit dat het huidige ontwerpmandaat kan leiden tot een associatie-akkoord dat enkel op Europees niveau goedgekeurd moet worden: door het Europees Parlement en alle 27 lidstaten. Maar zeker is dat niet, zo stipt men bij de Commissie aan. De ratificatieprocedure is uiteindelijk afhankelijk van de precieze inhoud van het akkoord. Bovendien kunnen niet enkel juridische, maar ook politieke overwegingen een rol spelen.