De wijk Ain Zara in Zuid-Tripoli is totaal verlaten. Uitgestorven, stoffige straten, verweesde woningen. Een onnatuurlijke stilte in de zinderende zon. De bewoners zijn op de vlucht geslagen voor de bommen van de zelfbenoemde veldmaarschalk Khalifa Haftar, wiens Libische Nationale Leger (LNA) sinds april een offensief is begonnen om de Libische hoofdstad onder controle te krijgen. Hij ontketende een burgeroorlog die al ruim duizend mensenlevens heeft gekost.
...

De wijk Ain Zara in Zuid-Tripoli is totaal verlaten. Uitgestorven, stoffige straten, verweesde woningen. Een onnatuurlijke stilte in de zinderende zon. De bewoners zijn op de vlucht geslagen voor de bommen van de zelfbenoemde veldmaarschalk Khalifa Haftar, wiens Libische Nationale Leger (LNA) sinds april een offensief is begonnen om de Libische hoofdstad onder controle te krijgen. Hij ontketende een burgeroorlog die al ruim duizend mensenlevens heeft gekost. Haftar komt uit het oosten van het land, niet ver van Al-Bayda bij Tobruk, waar het parlement is gevestigd. Hij staat recht tegenover de milities die vechten voor de door de Verenigde Naties gesteunde Libische nationale eenheidsregering (GNA) van premier Fayez al-Sarraj, die in 2015 met internationale steun in Tripoli aan de macht kwam. Haftar wil de macht breken van de vele milities in de hoofdstad, waaronder heel wat criminele en extremistische eenheden. Als die verdwijnen, zegt Haftar, kan Libië beginnen aan de eerste stap naar meer stabiliteit. Sinds de val van Muammar Khaddafi in 2011 lijdt het land onder chaos en onderlinge conflicten. De regering van Al-Sarraj beweert dat Haftar alleen op eigen macht uit is en dat er een nieuwe dictatuur zal ontstaan als hij de leiding neemt. De strijder achter het stuur raast over de weg. De angst is groot om geraakt te worden door een militaire drone van het LNA. Auto's zijn een geliefd doelwit aan de frontlijn van Tripoli, samen met groepjes strijders op straat. Elke nacht zwermen de drones uit. Zodra de zon ondergaat, rond een uur of acht, begint het. Je ziet ze niet maar je hoort ze wel. Het zoemende geluid is zenuwslopend voor de milities die het opnemen tegen Haftar. Je kunt maar één ding doen: naar binnen rennen en hopen dat het venijnige explosief niet net boven jouw hoofd naar binnen slaat. De militaire drones veroorzaken minder zware vernielingen aan gebouwen en maken minder slachtoffers dan de bommen die uit vliegtuigen worden gedropt. Maar het zijn venijnige en dodelijke wapens. Als ze een auto raken, schiet die prompt in brand en komen de inzittenden onherroepelijk om. De explosieven van de drones zijn bovendien vaak fragmentatiegranaten die uiteenspatten voor ze de grond raken en daardoor meer slachtoffers maken, horen we van de strijders. Een militie die we deze middag zagen, vertelde dat ze gisteren vijf mensen heeft verloren door een drone-inslag. De chauffeur van onze gepantserde wagen, gecamoufleerd door geelbruine modder, geeft nog wat gas bij. Want ook overdag is het niet veilig. De drones zijn overal. Constant. Bij de militaire post, een verlaten villa, parkeren we onder de bomen. Onzichtbaar blijven is de boodschap. In een provisorisch ingericht vergaderzaaltje kijken we op een groot scherm naar een kaart waarop een belangrijk deel van de frontlijn is afgebeeld. De kaart is opgedeeld in genummerde vakjes. Op het eerste gezicht doet het denken aan een doorsnee stafkaart van de KSA of Chiro. Maar dit gaat om zeer geheime informatie, verzekert Salem Fateh el-Mahesi ons, drone-expert en ingenieur. Elk vakje komt overeen met een gebied van 100 keer 100 meter en heeft een geheim nummer. 'Net als Haftar gebruiken wij Grad-raketten (van Russische makelij, nvdr) om de vijand te bestoken', legt El-Mahesi uit. 'Als we een gebied willen bombarderen, geven we het geheime nummer door in plaats van een straatnaam. Zo weet wie meeluistert niet waar we zullen toeslaan.' Het is een zondagmiddag, half juli. We zijn op stap met het dronecoördinatieteam van de milities die de GNA van premier Al-Sarraj steunen. 'Het is de eerste keer dat we tegen drones vechten', zegt Azabi, een strijder die sinds april aan de frontlijn actief is. 'We hebben helaas de middelen niet om ze neer te schieten. Enorm frustrerend.' Hij kijkt ons aan. 'Maar geef ons nog twee dagen en de oorlog gaat een andere fase in', klinkt het geheimzinnig. Hij doelt op de militaire drones, geleverd door de Turken aan de GNA. Volgens El Mahesi hebben de strijders in Tripoli de testfase van de militaire drones afgerond en gaan ze de gewapende toestellen nu volop inzetten tegen Haftar. De verkoop van wapens aan Libië is in strijd met een VN-embargo, maar dat wordt niet door iedereen even serieus genomen. De afgelopen weken is de internationale bemoeienis in de Libische burgeroorlog flink toegenomen. Even gijzelden Haftars troepen zes Turkse burgers, als reactie op de levering van de Turkse drones en andere wapens aan de milities in Tripoli. In een wapenopslagplaats van Haftar zijn dan weer vier geavanceerde Franse Javelin-antitankraketten gevonden. Frankrijk ontkent dat het de wapens aan Haftar heeft geleverd. Feit is dat de Libische burgeroorlog muurvast zit en de internationale verdeeldheid over het land groot is. Turkije en Qatar steunen de GNA, vooral vanwege financiële en zakelijke belangen. Ook de ideologische verwantschap met de in Tripoli gevestigde regering, die voor een aanzienlijk deel uit Moslimbroeders bestaat, speelt een rol. Maar Turkije is nog om andere redenen betrokken bij de kwestie. Griekenland zou na de dood van Khaddafi de rechten hebben opgeëist van een grote maritieme zone ten noorden van Libië, een inbeslagname waarmee het land een poort creëert naar het oostelijke Middellandse Zeegebied, rijk aan gasreserves, en daarmee zijn macht uitbreidt. Turkije probeert een deal te sluiten met Libië om de Griekse plannen te dwarsbomen. Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië kiezen de zijde van Khalifa Haftar en steunen hem op militair vlak. De houding van de VS is dubbelzinnig: minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo verklaarde dat Amerika achter de internationaal erkende regering in Tripoli blijft staan, terwijl Donald Trump in een telefoongesprek met Haftar liet weten dat hij diens strijd tegen het terrorisme steunde. Rusland zegt dan weer de internationaal erkende regering in Tripoli te steunen, maar kiest de facto partij voor Haftar. Europa raakt meer en meer verdeeld over de kwestie. Voor Frankrijk is Libië belangrijk wegens oliebelangen en de Franse strijd tegen terrorisme in de Sahel. De Fransen scharen zich aan de zijde van Haftar, zij het in mindere mate dan Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië. De Britten kiezen de kant van de GNA, net als België, Nederland en Duitsland. De Italianen steunen het VN-draaiboek dat zich op Tripoli richt, maar sluiten ondertussen allerlei deals onder de tafel af. Zo betalen ze Libische milities om migranten tegen te houden of terug te sturen. 'Libië is voor Europa van belang vanwege migratie en terrorisme', zegt Michel Cousins, oprichter en hoofdredacteur van de politiek neutrale onlinekrant Libya Herald. We spreken hem voor ons vertrek naar Libië in Tunis. 'Migranten worden door beide kampen in het conflict gebruikt om elkaar te kunnen beschuldigen van mensonterende toestanden. Volgens de GNA heeft Haftar bewust migranten gedood tijdens de aanval op het detentiecentrum in Tajoura op 3 juli, terwijl strijders van de GNA tijdens gevechten een veilig onderkomen zoeken bij migranten. Die mensen zelf zijn de dupe. Ze kunnen nergens heen.' Filippo Grandi en Antonio Vitorino, de topmannen van de VN-organisaties UNHRC en de Internationale Organisatie voor Migratie, willen dat Europa de reddingsacties op zee voortzet en dat migranten naar een veilige plaats worden gebracht. De repatriëring van wie wordt gered op de Middellandse Zee moet worden gestopt, vroegen ze onlangs, omdat Libië een gevaarlijk land is. 'De toestand van de migranten in Libië moet Europa en andere gastlanden aan het denken zetten', klonk het. 'Haftar wil niet alleen de criminele milities weg uit Tripoli, hij wil ook dat de Moslimbroeders verdwijnen', vervolgt Cousins. Toen in 2014 voor de eerste keer na de revolutie van 2011 vrije verkiezingen werden gehouden in Libië, verliepen die niet bepaald vlot. De moslimfundamentalisten van de Moslimbroederschap, die het aftredende parlement domineerden, accepteerden hun verkiezingsnederlaag niet, grepen de macht in Tripoli en vormden een eigen regering. Waarop de oorspronkelijk democratisch verkozen regering van premier Abdullah al-Thinni zich aan de andere kant van het land in Tobruk vestigde. De door de Moslimbroeders uitgeroepen regering werd internationaal erkend. Sindsdien staan de twee overheden tegenover elkaar: de islamitische milities aan de kant van Tripoli vechten tegen het LNA van Khalifa Haftar, dat het opneemt voor de regering in Tobruk. Omdat het conflict bleef aanslepen, werd eind 2015 de GNA onder leiding van Fayez al-Sarraj gevormd. 'Onder de Moslimbroeders zitten heel wat mensen uit politieke hoek, onder wie enkele ministers', zegt Cousins. 'Haftar wil de regering in Tripoli vervangen door een seculiere overheid. Maar hij zal in bepaalde wijken in Tripoli op een muur botsen. De milities in de stad zijn misschien ongecoördineerd, maar ze beschikken over een enorm arsenaal aan wapens. Ze haten het LNA diep, dat is hun sterkste motivatie. Ze vechten niet voor Al-Sarraj, ze vechten tegen Haftar.' De echte macht in Tripoli ligt bij de milities en niet bij de regering. De milities bestaan uit religieuze moslimfanaten en Moslimbroeders, maar ook uit meer seculiere groeperingen. Anderen zijn dan weer uit op gewin via criminele activiteiten. Vaak loopt het allemaal door elkaar, wat de situatie des te complexer maakt. Vannacht zijn er opnieuw massa's luchtaanvallen geweest, horen we van Marwan Adaissi, medewerker van de Libische Rode Halvemaan. We rijden met de hulpverlener naar de wijk Al-Swani in het zuidwesten van Tripoli, waar deze nacht een veldhospitaal is getroffen door luchtaanvallen van Haftar. Drie strijders van de GNA kwamen om het leven, tien anderen raakten gewond, onder wie drie ambulancechauffeurs en een arts. 'Probleem is dat er ook burgerslachtoffers in de veldhospitalen worden behandeld', zegt Adaissi. Bij het gebouw dat dienstdoet als hospitaal zien we een uitgebrande auto staan. 'De wagens die de gewonde strijders van de frontlijn naar hier vervoerden werden gevolgd door drones. Toen ze parkeerden, werden ze prompt bestookt', zegt Adaissi. De oorlog wordt ook nog altijd op de klassieke manier uitgevochten. Vooral in het begin werd er volop artillerie gebruikt. Inmiddels is het kalmer. Twee sluipschutters zitten op post aan de frontlijn bij Ain Zara, waar we eerder waren met het droneteam. Haftars mannen bevinden zich op 600 meter afstand, vertellen de sluipschutters die op de bovenste verdieping van een huis de omgeving in het oog houden. 'Op de grond kan het LNA ons niet verslaan', klinkt het zelfverzekerd. 'Daarom gebruikt het zo veel drones.' De strijders in het huis vormen geen eenheid die altijd samenwerkt. Er zitten mannen bij uit Misrata, uit Tripoli en uit kleinere plaatsen ten zuiden van de hoofdstad. Feit is dat de verschillende milities die elkaar voordien bevochten nu als één groep tegenover Haftar staan. Of dat zo zal blijven als Haftar verslagen wordt, is nog maar de vraag. Beneden is de rest van de eenheid aan het barbecueën. 'Omdat de strijd vooral met drones wordt uitgevochten, is het rustiger dan anders', zegt een strijder uit Kikla, een kleine gemeente ten zuidwesten van Tripoli. 'Dus gaan we aan de barbecue. Stukje lamsvlees proeven?' 's Middags staan we voor het migrantencentrum in Tajoura dat begin juli werd gebombardeerd. Na anderhalf uur wachten mogen we het kantoor van de directeur binnen. De man is duidelijk niet opgezet met de komst van journalisten. Hij wil alleen kwijt dat er tijdens het bombardement 600 migranten aanwezig waren en dat er in totaal 53 mensen zijn omgekomen. De migranten en vluchtelingen die er nog zaten, zijn sindsdien allemaal vertrokken. 'Ze zijn zelf weggelopen. Ze hebben 20 kilometer te voet afgelegd naar Tripoli.' De mars was bedoeld als een protestbeweging tegen de overheid, die de vluchtelingen geen veilig onderkomen kon of wilde bieden. Vandaag is een groot deel van hen ondergebracht in een kamp in Tripoli. De directeur weigert zijn echte naam te geven. Als we ernaar vragen, mompelt hij bewust iets onverstaanbaars. Als de tolk het nog eens vraagt, geeft hij de naam Nuri el-Gritly op, een bijnaam. De migrantenkwestie ligt gevoelig in Libië. De Libiërs zijn zich terdege bewust van de internationale berichtgeving over de slechte behandeling van de migranten en vluchtelingen in de detentiecentra. De directeur vertelt op afgemeten toon dat dit centrum na de vernielingen is opgeruimd en dat er twee dagen geleden tweehonderd nieuwe migranten zijn gearriveerd. We mogen het centrum niet binnen om hen te spreken, klinkt het beslist. De komst van de nieuwe migranten in Tajoura krijgt heel wat internationale kritiek. Het centrum ligt vlak bij een militaire basis en een wapenopslagplaats en wordt daarom niet als veilig beschouwd. De opslagplaats en de basis waren de redenen voor het bombardement, klonk het van Haftars kant. Het was nooit de bedoeling om migranten te raken. Een medewerker uit een detentiecentrum in Tripoli die anoniem wil blijven, bevestigt dat de migrantenopvang in Libië op veel plaatsen rotslecht is. 'In de huidige situatie hebben we nog minder middelen dan anders. Er is nauwelijks plaats voor opvang. In Zuwara, bij de Tunesische grens, zitten meer dan duizend mensen opeengepakt. Een onhoudbare situatie. Natuurlijk is het niet ideaal om opnieuw migranten naar Tajoura te sturen. Maar we hebben gewoon geen plek. Sinds de burgeroorlog zitten we zelf met burgers die een veilig onderkomen nodig hebben.' Het aantal bewoners dat uit hun huizen aan de frontlijn gevlucht is, is opgelopen tot honderdduizend. 'Als Europa wil dat de migranten in Libië blijven, is het belangrijk dat de stabiliteit in het land hersteld wordt', zegt Cousins. 'Nu denkt Libië erover hen vrij te laten. Als dat gebeurt, zullen ze opnieuw proberen over te steken.' Rondom Tripoli zouden tussen drie- en zesduizend migranten gevangenzitten. 'Als de Libische economie naar behoren zou werken, zou er plaats en werkgelegenheid zijn voor drie tot vier miljoen migranten', zegt Cousins. 'En de migranten zelf willen graag werken en wonen in een stabiel Libië, dat is het probleem niet.' Cousins voorspelt dat de strijd zal toenemen en dat Libië alleen maar dieper in chaos zal wegzinken. Wat ook het terrorisme in het land zal aanwakkeren. Zo zijn er verschillende kleine eenheden van de IS actief die profiteren van de onstabiele situatie. 'Op een dag zullen de regering in Tripoli en Khalifa Haftar toch rond de tafel moeten gaan zitten', zegt de Nederlandse Libiëkenner Herman Klijnsma. 'Maar de regering gelooft niet dat Haftar werkelijk stabiliteit en vrede wil. Haftar van zijn kant wil niet praten vóór de criminele milities zijn uitgeschakeld. Bovendien bestempelt hij de Moslimbroederschap als een terroristische organisatie. Met de Moslimbroeders in de regering wil hij niet onderhandelen.' Volgens Klijnsma is een oplossing mogelijk als - met nadrukkelijke internationale steun - de ondemocratische moslimfundamentalistische elementen consequent worden geweerd aan de onderhandelingstafel. 'Selecteer aan beide zijden de gematigde, democratisch gezinde voorstanders van een seculiere rechtsstaat. Want dat is waar vijfennegentig procent van de Libische bevolking hard naar verlangt.'