Een keer per jaar probeer ik Primo Levi opnieuw te lezen. Is dit een mens? blijft voor mij het krachtigste getuigenis van de concentratiekampen en het vermogen om menselijkheid te vermorzelen. Ik lees het omdat ik me er soms op betrap over de wereld na te denken als een systeem van grote spelers, staten en rijken, zonder altijd ook aandacht te schenken aan de verhalen van mensen, aan hun dromen, hun verlangens en hun angsten. Internationale politiek wordt dan een abstracte machine met even abstracte wetmatigheden van vooruitgang en weerstand, van opkomst en verval. De diplomatie wordt ontkoppeld van empathie. Dat is gevaarlijk.
...

Een keer per jaar probeer ik Primo Levi opnieuw te lezen. Is dit een mens? blijft voor mij het krachtigste getuigenis van de concentratiekampen en het vermogen om menselijkheid te vermorzelen. Ik lees het omdat ik me er soms op betrap over de wereld na te denken als een systeem van grote spelers, staten en rijken, zonder altijd ook aandacht te schenken aan de verhalen van mensen, aan hun dromen, hun verlangens en hun angsten. Internationale politiek wordt dan een abstracte machine met even abstracte wetmatigheden van vooruitgang en weerstand, van opkomst en verval. De diplomatie wordt ontkoppeld van empathie. Dat is gevaarlijk. Ik vraag me daarbij af of dat niet onontkoombaar is, de cyclus waarbij de mens een zoveelste keer bewijst tot wat voor onmenselijkheid hij in staat is, zich vervolgens geschokt afvraagt hoe dat in godsnaam kon gebeuren, zweert de zonde nooit meer te begaan, maar doorheen enkele generaties zo ver van de historie afdrijft dat de herinnering niet meer wordt dan een ritueel. Rituelen worden op hun beurt eigenlijk niet meer dan een dunne dekmantel voor nieuwe roekeloosheid. De geschiedenis vormt op dat moment een dikke glazen wand. Je hoort in documentaires nog wel over de weeë geur van dood in de kampen, maar je ruikt hem niet meer. Worden uiteindelijk niet alle gedenkstenen van menselijke wreedheid zoals het Colosseum, waar de in bloed gedrenkte spelen nu van ons gescheiden zijn door bijna tweeduizend jaar geschiedenis? De duizenden joodse gevangenen die er naar alle waarschijnlijkheid mee aan bouwden. De christenen die er volgens Tacitus en Tertullianus voor de leeuwen werden geworpen. Damnatio ad bestias! Voor de met selfiesticks zwaaiende meute is de geschiedenis van het Colosseum niet meer dan wat Hollywood ervan maakte. In het Anne Frankhuis in Amsterdam is het al niet veel beter. Anne Frank als sprookjespersonage. Bestaat er een stramien? Eerst komt lichtzinnigheid, zo komt het mij voor: de commercialisering haalt de bovenhand en het historische besef als een temperende kracht verdwijnt. Het begint met foute mopjes en vooral veel onwetendheid, héél veel onwetendheid. Dan volgt de baldadigheid: grootschalige en respectloze minimalisering, mensen die elkaar het hoofd gek maken om daarin verder te gaan. De barbarij keert terug in het domein van het woord en het beeld. De alertheid voor de dreiging van nieuwe gruwel verdwijnt. Uiteindelijk keert ook de gewelddadigheid terug, steeds in een andere vorm. Laten we kritisch kijken naar de herdenking van de bevrijding van Auschwitz deze week. Tal van enquêtes tonen aan dat jongeren amper weten wat er in de kampen is gebeurd, laat staan hoe de Holocaust tot stand kwam. Ook in de scholen is historisch besef een randverschijnsel. Studenten moeten kritisch denken over de samenleving, klinkt het, maar zonder de geschiedenis te kennen. Of wat de denken van de oorverdovende stilte wanneer bevolkingsgroepen opnieuw meedogenloos systematisch worden geviseerd, en bij de ontmenselijking die daarop volgt. Nee, dit valt in de verste verte niet te vergelijken met de gruwel van de Holocaust, maar in welke richting evolueert de wereld waarin politici er geen graten in zien dat kinderen van hun ouders worden gescheiden, dat miljoenen mensen van een minderheidsgroep mentaal gebroken worden in heropvoedingskampen en dat de grootste democratie ter wereld van een religieuze minderheid tweederangsburgers neigt te maken. Dit is geen Holocaust, maar het doet mij er wel aan denken. Zo schreef Primo Levi: 'De plaag is weg, maar de infectie is er nog steeds. Het wegebben van menselijke solidariteit, de cynische onverschilligheid voor het lijden van anderen, de abdicatie van het verstand en de ethiek in de uitoefening van autoriteit.' Of wat te denken van de hordes demagogische politici voor wie het bijwonen van een Holocaustherdenkingen vandaag lijkt te fungeren als een morele aflaat, een kort moment van loutering, waarna ze in hun land verder gaan met het ophitsen van de ene meute tegen de andere en over vreemdelingen spreken als een kakkerlakkenplaag. Of de recuperatie van de Shoah door de Israëlische lobby ten bate van hedendaagse machtspolitiek? Wat moet die mensen door de geest gaan als ze schouder aan schouder luisteren naar de laatste getuigen? Wellicht zien zij de extreme gruwel als een reden om hun eigen baldadigheid te minimaliseren. Men kan zich het verweer al voorstellen: 'Hoe kun je dit vergelijken?' Werkelijk waardig is alleen hij die macht kan gebruiken zonder te haten. In de haat schuilt de kiem van het exces, de overmoed en het verval.