Opinie

Bruno De Lille

‘Laten we de Oekraïense LGBTI+-vluchtelingen welkom heten’

Bruno De Lille Bruno De Lille is gewezen Brussels staatssecretaris voor Groen en LGBTI+-activist

‘Als we zien dat sommige groepen elders minder goed geholpen worden terwijl wij de mensen en de expertise in huis hebben om hen op te vangen, dan moeten we daar voluit voor gaan’, schrijft Bruno De Lille. Hij vraagt aandacht voor de situatie van LGBTI+-personen op de vlucht.

L

Nee, we moeten geen rankings maken van wie nu het ergste lijdt onder de oorlog in Oekraïne. En elke vluchteling die onze hulp vraagt, moeten we proberen te helpen. Maar als we zien dat sommige groepen elders minder goed geholpen worden terwijl wij de mensen en de expertise in huis hebben om hen op te vangen, dan moeten we daar voluit voor gaan. Vandaar deze oproep aan de Belgische regering om de Oekraïense LGBTI+-vluchtelingen actief welkom te heten.

Voor LGBTI+-personen was het in Oekraïne sowieso niet makkelijk leven. Als je er de Rainbow map van ILGA-Europe op naslaat, dan zie je dat het land op de 39ste plaats staat van alle Europese landen waarvan de organisatie de regelgeving tegen het licht hield. Als het gaat over het respect voor holebi- en transrechten of de bescherming tegen geweld en discriminatie, dan doet het land het niet erg goed.

Maar sinds de Maidan revolutie in 2013-14 en de pro-EU houding die het land er sindsdien op nahield, was er wel een positieve evolutie te zien. Volgens de European Social Survey van 2010 vond amper 28% van de Oekraïners dat LGBTI+-personen hun leven zouden mogen leiden zoals ze dat zelf willen. In 2016 had echter al iets meer dan de helft van de inwoners van Oekraïne daar geen probleem meer mee. In 2015 keurde het parlement een wet goed die discriminatie bij aanwerving moest tegengaan, ook voor LGBTI+-personen. Een jaar kwam de regelgeving die transpersonen toestond hun identiteitsdocumenten makkelijker te laten aanpassen. De Kiev-Pride werd voor 2014 vaker gecanceld dan dat hij kon doorgaan maar verliep de laatste jaren zonder geweld en met steeds meer deelnemers. Het aantal verenigingen van LGBTI+-personen nam gestaag toe en sinds 2019 was er zelfs een groep van openlijk gay militairen.

Laten we de Oekraïense LGBTI+-vluchtelingen welkom heten.

Die kleine stappen in de goede richting stonden echter voortdurend onder druk. En daar was de Russische invloed en dreiging niet vreemd aan.

Op de Nederlandse website De Correspondent verscheen kortgeleden nog een artikel dat accuraat de anti-LGBTI+-agenda van Poetin blootlegde. Ze tonen aan hoe de Russische president de LGBTI+-rechten ziet als een bedreiging voor het voortbestaan van Rusland en hoe hij het Westen ervan verdenkt die rechten te gebruiken om zijn land te destabiliseren.

Rémy Bonny, executive director van de NGO Forbidden Colours, vond in zijn onderzoek heel wat aanwijzingen dat Rusland een internationaal netwerk van anti-LGBTI+-organisaties actief ondersteunt en promoot.

In de regio’s die Rusland sinds enkele jaren bezet was de situatie voor de lokale holebi- en transpersonen sowieso al heel moeilijk geworden. Zowel in de Krim als in Donbas voerde men de facto de Russische anti-LGBTI+-wetten in of werd homoseksualiteit een misdaad. Bang geworden trokken dan ook heel wat homo’s, lesbiennes, bi, trans en intersekse-mensen naar Kiev, in de hoop daar een opener klimaat te vinden.

Moskou gebruikte het ‘homo-thema’ dan ook lange tijd als propagandamiddel om Oekraïne en zijn bondgenoten als zwak of ontaard voor te stellen.

Toen de Maidan-revolutie tegen de pro-Russische president Janoekovytsj begon, schreven Russische kranten dat de revolte was georganiseerd door nationalisten, antisemieten, neonazi’s en homoseksuelen.

Professor Lien Verpoest zegt het in De Morgen zo: “Euromaidan wordt in Rusland Gayromaidan genoemd, Europa Gayropa. In Rusland geloven sommige mensen nu dat het Westen een genocide plant in alle landen die zich verzetten tegen het homohuwelijk.”

En vergeten we ook de uitspraken niet van patriarch Kirill, het hoofd van de Russische orthodoxe kerk en goede vriend van Poetin, die begin maart beweerde dat de oorlog in Oekraïne ook een spirituele oorlog is: Rusland strijdt volgens hem tegen een westerse cultuur die Gay Prides en homoseksualiteit aan anderen wil opleggen.

De LGBTI+-gemeenschap in Oekraïne was dus met reden bang voor de Russische dreiging. Zeker toen, enkele dagen voor de Russen het land binnenvielen, de Amerikaanse ambassadrice Bathsheba Nell Crocker, een brief schreef aan de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten waarin ze stelde dat Rusland lijsten opgesteld had van mensen die uitgeschakeld moesten worden door ze te doden of naar kampen te sturen en dat daar naast Russische en Wit-Russische dissidenten, journalisten en anti-corruptie activisten ook LGBTI+-personen op stonden.

Het feit dat in de begindagen van de oorlog grote groepen Tsjetsjeense soldaten meevochten aan Russische kant, was dan ook zeer verontrustend. LGBTI+-personen zijn in Tsjetsjenië al langer loslopend wild voor Ramzan Kadyrov en zijn volgelingen.

Je wil als LGBTI+-persoon niet in handen vallen van soldaten die geïndoctrineerd zijn met homofobe propaganda en die verkrachtingen en mishandelingen gebruikten als oorlogswapen. De eerste dagen na de inval van de Russen hielden veel mensen dan ook grote schoonmaak op hun sociale media uit angst om zware problemen te krijgen bij een confrontatie met Russische militairen.

De Oekraïense LGBTI+-gemeenschap vraagt dus terecht onze steun. Ze loopt namelijk het risico om meerdere keren slachtoffer te worden. Op korte termijn door de oorlogsmisdaden van de Russische soldaten. Op langere termijn – als de Russen de macht toch zouden kunnen overnemen -, dreigen ze alle rechten te verliezen die ze in Oekraïne tot nu toe konden opbouwden. Het is dan ook geen wonder dat er heel wat voorbeelden te vinden zijn van LGBTI+-personen die de wapens hebben opgenomen of hun troepen actief ondersteunen. Velen van hen zijn open over hun geaardheid en hebben het gevoel van aanvaard te worden. Dat maakt dat ze ook durven hopen van na de oorlog beloond te worden voor hun engagement door bv. de openstelling van het huwelijk.

Op hetzelfde moment zijn er natuurlijk ook duizenden LGBTI+-Oekraïners op de vlucht. Zij zijn een zeer kwetsbare groep. Doordat de maatschappelijke aanvaarding van queer mensen in Oekraïne nog een stuk moeilijker lag dan in onze streken, zijn er meer mensen die moeten steunen op hun ‘gekozen familie’ dan op hun echte verwanten. In een normale situatie hoeft dit geen probleem te zijn maar in een oorlogs- of vluchtelingensituatie kan dit wel voor extra moeilijkheden zorgen. Het wordt makkelijker aanvaard dat familieleden samen willen blijven dan dat voor vrienden (hoe intens de vriendschap ook mag zijn) het geval is. Elke grenspost, opvang- of zorginstelling wordt dan een extra hindernis.

Het cynische is ook dat de LGBTI+-Oekraïners eerst terechtkomen in landen waar hun rechten onder druk staan. Polen stond enkele jaren geleden nog op plaats 30 in de Rainbow-index van Ilga-Europe, intussen is het land gezakt naar de 43ste plaats (achter Oekraïne dus). Hongarije voert onder leiding van zijn president Victor Orban al jaren een strijd tegen zijn LGBTI+-gemeenschap en ook Slovakije staat niet bekend als open-minded als het over regenboogrechten gaat.

Op een moment dat je steun, troost en begrip zou moeten krijgen, moeten deze LGBTI+-vluchtelingen zich dus afvragen of ze open kunnen zijn dan wel opnieuw in de kast moeten kruipen om niet gediscrimineerd te worden. Uit de kast komen is sowieso vaak moeilijk. Maar als je hulp nodig hebt, dan wordt het nog lastiger. En als je er alleen voorstaat omdat je ‘gekozen familie’ niet bij je kan of mag zijn, dan kan de eenzaamheid wel erg zwaar wegen.

Natuurlijk is de situatie van elke vluchteling hard en heeft het niet veel zin te gaan bepalen wie nu het meest slachtoffer is. Maar als we expertise hebben en op een efficiënte manier een groep die ontegenzeglijk lijdt, kunnen helpen, dan moeten we dat doen. Vandaar dat landen als België, landen die aan de top van de regenboogrankings staan, actief het signaal moeten geven aan de LGBTI+-vluchtelingen dat ze hier welkom zijn. Door samen te werken met en middelen te voorzien voor organisaties als Çavaria, de regenbooghuizen, Sensoa… kunnen we ook aangepaste zorg en opvang voorzien. Zo blijft het niet bij woorden maar tonen we ook echt dat we oog en oor hebben voor de noden van deze groep.

Bruno De Lille is gewezen Brussels staatssecretaris voor Groen en LGBTI+-activist.

Partner Content