De ouders van mijn vroegere collega Karl-Joseph Küpper waren geen nazi's, maar doodgewone Rijnlandse katholieken met een gezonde argwaan tegen die humorloze en fanatieke Pruisische machthebbers. Normaal dus dat ze in de late jaren dertig geen hakenkruisvlag aan hun gevel hingen om de verjaardag van de Führer te vieren. Tot de lokale Blockwart, de nazi-controleur van de wijk, hen kwam vragen waarom zij de enige familie waren zonder vlag. Zou het kunnen dat zij on-Duits en daarom staatsgevaarlijk waren? De Küppers liepen meteen naar de winkel en kochten er het laatste exemplaar, een reusachtige banier die hun halve gevel bedekte. Nu wisten hun buren natuurlijk voor de volgende duizend jaar dat zij in feite supernazi's waren. Zo kon in die dagen een Reichsmark rollen. In een totalitair regime is het gruwelijke, in dit geval de versleping naar de kampen, nooit ver verwijderd van het groteske.

Toen, na het Tweede Vaticaans Concilie, het verbod op vlees eten op vrijdag werd opgeheven, was mijn schoonmoeder heel kwaad. Omdat vegetarisme voor haar geen optie was, had ze haar leven lang tegen haar zin vis gegeten, omdat het nu eenmaal moest: vrijdag visdag, en daarmee uit. De dagen en maanden van het jaar, de moraal, de politieke keuzes, de waarden en gewoonten stonden vast, net zoals de Kerk Van Twintig Eeuwen in het midden van de gemeente stond. Lekker geruststellend in deze en de volgende wereld, vanzelfsprekend totalitair. En nu begonnen de leiders van diezelfde Kerk aan deze goed geconstrueerde en geoliede ideologie te morrelen en een aantal eeuwenlange zekerheden in twijfel te trekken.

Want dat is het aantrekkelijke van een totalitair regime, of het nu gaat om een politiek of een religieus bestel: iedereen weet waaraan zij zich te houden hebben om te weten wie zijzelf en de anderen zijn, voor eeuwig en altijd. "Moge 't nimmer hier veranderen, liefste Lieve Vrouw van Vlaanderen." Toen ik dat als kind tijdens de Mariavieringen in de meimaand meezong besefte ik niet hoe letterlijk dat gemeend was.

Akkoord, we hebben de ondergang van het Duizendjarige Rijk beleefd en de zekerheden van de christelijke wereld verlaten, en toch botsen we bijna dagelijks op nieuwe vormen van totalitarisme, of in elk geval op medeburgers hier en in Afghanistan, van Oklahoma tot Ankara, en van New Delhi tot Rio de Janeiro, die blijkbaar weinig of geen problemen hebben met nieuwe vormen van totalitair leven en niet-denken, integendeel.

Hadden de nationaalsocialisten, de Stalinisten en de salafisten, de Modi-Hindoes en de ultrazionisten, de humorloze (herhaling) leiders van Noord-Korea en de bestormers van het Capitool dan toch gelijk? Kunnen wij echt niet zonder de ietwat beklemmende maar vaste steun van een totalitaire ideologie? Anders gezegd: kunnen we, wanneer het erop aankomt, echt niet verdragen dat onze buren er andere meningen op nahouden, zich anders kleden en andere (of helemaal geen) feestdagen vieren? Wanneer iemand over honderd jaar een mentaliteitsgeschiedenis van onze tijd zou schrijven, gebaseerd op citaten uit de "sociale media", zou zij streng wetenschappelijk moeten vaststellen dat de burgers wellicht nog nooit zo totalitair, onverdraagzaam en snel, (wat de Duitsers zo mooi vorschnell noemen) veroordelend gedacht en gehandeld hadden als tijdens het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw. En dat zonder de Inquisitie of de geheime diensten van alle staten en hoedanigheden.

We schelden en oordelen er blijkbaar vrolijk op los, alsof we nooit de logica van Aristoteles of het Discours van Descartes, laat staan de verzoenende toespraken van Mandela of Martin Luther King gelezen hebben, alsof alles mag omdat alles kan, ook al wordt er met reputaties en soms ook levens van ideologische tegenstanders gesold alsof we vergeten zijn dat "wie één mensenleven vernietigt het leven van álle mensen in gevaar brengt".

Ik heb nooit goed begrepen wat de theologie met de zwaarste zonde, die "tegen de Heilige Geest", bedoelde, maar ik begin langzaam te vermoeden wat dit vandaag zou kunnen betekenen, met name dat je uit afgunst, wraaklust of machtsstreven tegen je eigen rationele en redelijke inzichten ingaat, zonder ook maar één moment na te denken over de gevolgen van je gedrag. En je mag één keer raden wie je daarmee het meeste schade berokkent.

Ludo Abicht is kernlid van Vlinks.

De ouders van mijn vroegere collega Karl-Joseph Küpper waren geen nazi's, maar doodgewone Rijnlandse katholieken met een gezonde argwaan tegen die humorloze en fanatieke Pruisische machthebbers. Normaal dus dat ze in de late jaren dertig geen hakenkruisvlag aan hun gevel hingen om de verjaardag van de Führer te vieren. Tot de lokale Blockwart, de nazi-controleur van de wijk, hen kwam vragen waarom zij de enige familie waren zonder vlag. Zou het kunnen dat zij on-Duits en daarom staatsgevaarlijk waren? De Küppers liepen meteen naar de winkel en kochten er het laatste exemplaar, een reusachtige banier die hun halve gevel bedekte. Nu wisten hun buren natuurlijk voor de volgende duizend jaar dat zij in feite supernazi's waren. Zo kon in die dagen een Reichsmark rollen. In een totalitair regime is het gruwelijke, in dit geval de versleping naar de kampen, nooit ver verwijderd van het groteske. Toen, na het Tweede Vaticaans Concilie, het verbod op vlees eten op vrijdag werd opgeheven, was mijn schoonmoeder heel kwaad. Omdat vegetarisme voor haar geen optie was, had ze haar leven lang tegen haar zin vis gegeten, omdat het nu eenmaal moest: vrijdag visdag, en daarmee uit. De dagen en maanden van het jaar, de moraal, de politieke keuzes, de waarden en gewoonten stonden vast, net zoals de Kerk Van Twintig Eeuwen in het midden van de gemeente stond. Lekker geruststellend in deze en de volgende wereld, vanzelfsprekend totalitair. En nu begonnen de leiders van diezelfde Kerk aan deze goed geconstrueerde en geoliede ideologie te morrelen en een aantal eeuwenlange zekerheden in twijfel te trekken. Want dat is het aantrekkelijke van een totalitair regime, of het nu gaat om een politiek of een religieus bestel: iedereen weet waaraan zij zich te houden hebben om te weten wie zijzelf en de anderen zijn, voor eeuwig en altijd. "Moge 't nimmer hier veranderen, liefste Lieve Vrouw van Vlaanderen." Toen ik dat als kind tijdens de Mariavieringen in de meimaand meezong besefte ik niet hoe letterlijk dat gemeend was. Akkoord, we hebben de ondergang van het Duizendjarige Rijk beleefd en de zekerheden van de christelijke wereld verlaten, en toch botsen we bijna dagelijks op nieuwe vormen van totalitarisme, of in elk geval op medeburgers hier en in Afghanistan, van Oklahoma tot Ankara, en van New Delhi tot Rio de Janeiro, die blijkbaar weinig of geen problemen hebben met nieuwe vormen van totalitair leven en niet-denken, integendeel. Hadden de nationaalsocialisten, de Stalinisten en de salafisten, de Modi-Hindoes en de ultrazionisten, de humorloze (herhaling) leiders van Noord-Korea en de bestormers van het Capitool dan toch gelijk? Kunnen wij echt niet zonder de ietwat beklemmende maar vaste steun van een totalitaire ideologie? Anders gezegd: kunnen we, wanneer het erop aankomt, echt niet verdragen dat onze buren er andere meningen op nahouden, zich anders kleden en andere (of helemaal geen) feestdagen vieren? Wanneer iemand over honderd jaar een mentaliteitsgeschiedenis van onze tijd zou schrijven, gebaseerd op citaten uit de "sociale media", zou zij streng wetenschappelijk moeten vaststellen dat de burgers wellicht nog nooit zo totalitair, onverdraagzaam en snel, (wat de Duitsers zo mooi vorschnell noemen) veroordelend gedacht en gehandeld hadden als tijdens het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw. En dat zonder de Inquisitie of de geheime diensten van alle staten en hoedanigheden. We schelden en oordelen er blijkbaar vrolijk op los, alsof we nooit de logica van Aristoteles of het Discours van Descartes, laat staan de verzoenende toespraken van Mandela of Martin Luther King gelezen hebben, alsof alles mag omdat alles kan, ook al wordt er met reputaties en soms ook levens van ideologische tegenstanders gesold alsof we vergeten zijn dat "wie één mensenleven vernietigt het leven van álle mensen in gevaar brengt". Ik heb nooit goed begrepen wat de theologie met de zwaarste zonde, die "tegen de Heilige Geest", bedoelde, maar ik begin langzaam te vermoeden wat dit vandaag zou kunnen betekenen, met name dat je uit afgunst, wraaklust of machtsstreven tegen je eigen rationele en redelijke inzichten ingaat, zonder ook maar één moment na te denken over de gevolgen van je gedrag. En je mag één keer raden wie je daarmee het meeste schade berokkent. Ludo Abicht is kernlid van Vlinks.