De telefoonsessie tussen drie rechters en twee advocaten werd door het Hof van Beroep live uitgezonden. De Amerikaanse tv-zenders voorzagen de gesprekken van foto's.
...

De telefoonsessie tussen drie rechters en twee advocaten werd door het Hof van Beroep live uitgezonden. De Amerikaanse tv-zenders voorzagen de gesprekken van foto's. Donald Trump vaardigde op 27 januari een inreisverbod van 90 dagen uit voor bewoners van zeven moslimlanden, naast een opschorting gedurende 120 dagen van het vluchtelingenprogramma van de VS. In vele staten deden rechtbanken uitspraken tegen dat inreisverbod, maar het meest uitgebreide kwam van rechter James Robart, die in Seattle inging op de bezwaren van de staten Washington en Minnesota en het inreisverbod nationaal blokkeerde. Tijdens de (telefonische) zitting in San Francisco argumenteerde August E. Flentje namens het ministerie van Justitie voor het inreisverbod, terwijl Noah Purcell namens Washington en Minnesota tegen pleitte. Michelle Taryn Friedland, een door Barack Obama aangestelde rechter, vroeg of er concrete aanduidingen waren voor gevaar vanuit de zeven landen. Flentje kon er geen geven. Rechter Richard Clifton, aangeduid door president George W. Bush, zei dat de regering voordien ook al grondige controles hanteerde voor bewoners van deze landen. "Is er enige reden voor ons om te denken dat er een reëel risico is of dat de omstandigheden zodanig veranderd zijn dat er een reëel risico is?"Waarop advocaat Flentje repliceerde: "De president bepaalde dat er een reëel risico was". Hij verwees met naam naar Somalië (de andere landen in de geblokkeerde ban zijn Iran, Irak, Syrië, Soedan, Libië en Jemen). Flentje argumenteerde dat de inreisbeperking tijdelijk is en bedoeld om het land te beschermen. De maatregel paste volgens hem binnen de bevoegdheden die aan de president zijn toegekend.Purcell wees namens de staten Washington en Minnesota herhaaldelijk op expliciete uitspraken van Trump inzake een moslimban, en op uitspraken van Trumps medestander en gewezen burgemeester van New York Rudy Giuliani, die in de pers had gesteld dat Trump hem gevraagd had om de moslimban zo te verpakken dat hij niet in strijd met de wet zou zijn. Washington en Minnesota pleiten onder meer ook economische schade ten gevolge van de ban.Rechter Clifton zei dat hij moeite had om te begrijpen waarom we religieuze drijfveren moesten zien daar waar de grote meerderheid van moslims niet onder de inreisban valt. En Flentje vond dat een rechtbank niet mocht oordelen over uitspraken in krantenartikelen, maar moest uitgaan van het presidentieel besluit, waarin het inreisverbod is geregeld, en waarin geen sprake is van een moslimban.De rechtbank liet weten dat ze wellicht nog deze week een uitspraak zal doen. Rechter Friedland sprak van een "snel" oordeel. De partij die verliest, zal wellicht naar het Hooggerechtshof stappen. En dat Hooggerechtshof, schrijft The Washington Post, gaat in dergelijke disputen doorgaans aan de kant van de president staan.