Het akkoord vormt de basis voor een nauwe politieke en economische samenwerking in de komende jaren. Het armste land van de Balkan moet de democratische beginselen van Europa respecteren en stapsgewijs zijn wetgeving en standaarden afstemmen op de Europese. In ruil krijgt het land meer handels- en investeringskansen en behoort ook een versoepeling van de visumplicht tot de mogelijkheden. Het akkoord treedt allicht in de eerste helft van volgend jaar in werking.

Een stabilisatie- en associatieakkoord wordt aanzien als een opstap naar het lidmaatschap. Kosovo was het enige land in de Westerse Balkan dat nog wachtte op zo'n akkoord. Ook moeten Kosovaren nog steeds over een visum beschikken om naar de Schengenzone te reizen. Eén van de oorzaken voor het trage toenaderingsproces is de omstreden status van Kosovo, dat zich in 2008 onafhankelijk verklaarde van Servië. Een aantal lidstaten, waaronder Spanje en Griekenland, heeft die onafhankelijkheid nooit erkend. Tot 2020 ontvangt Kosovo 645 miljoen euro om de toenadering tot Europa voort te zetten.