Opinie

Anneleen Kenis

‘Klimaatstrijd in oorlogstijd: als de wereld instabiel wordt, veranderen de parameters van het debat’

Anneleen Kenis Senior onderzoeker in de politieke ecologie & werkzaam aan de KUL, UGent en University of Cambridge

Anneleen Kenis, onderzoeker in de politieke ecologie (FWO), analyseert wat Earth Day kan betekenen in oorlogstijden. Ze herinnert ons eraan dat Earth Day, als start van de hedendaagse milieubeweging, diep geworteld was in de antinucleaire beweging. Nu de oorlog in Oekraïne laat zien dat kernenergie als ‘modern’ antwoord voor klimaatverandering ook nucleaire dreiging kan betekenen, roept ze op weer bij de oorspronkelijke spirit van Earth Day aan te knopen.

We lijken het alweer bijna vergeten: enkele dagen na de invasie van Rusland in Oekraïne woedde er in de kerncentrale van Zaporizja, de grootste van Europa, een heftige brand. Ook de befaamde kerncentrale van Tsjernobyl werd door het Russische leger ingenomen. Niet zonder reden sloeg het internationaal Atoomenergieagentschap alarm. Brand in een kerncentrale brengt grote risico’s met zich mee. Kerncentrales in verkeerde, of zelfs maar weinig voorzichtige handen, vergroten de kans op ongelukken.

In diezelfde eerste dagen van de invasie kende ook de schrik voor een atoomoorlog een hoge vlucht: dat zagen we bijvoorbeeld in het aantal google-zoekopdrachten die daarover gingen. Was de angst voor de bom gedurende de voorbije decennia weggedeemsterd, met de weinig omfloerste verwijzing van Poetin naar het mogelijke gebruik van kernwapens werd deze plotsklaps weer in het collectieve bewustzijn gegrift.

De oorlog in Oekraïne noopt ons om de strijd tegen klimaatverandering fundamenteel te herdenken

De link tussen kernenergie en kernwapens blijft vaak onderbelicht. Toch zijn beide fundamenteel met elkaar verbonden. Niet enkel op het vlak van hun historische oorsprong, de uitvinding van de kernsplijting, maar ook op het vlak van hun verdere ontwikkeling tot op vandaag.

Niet voor niets bleef de westerse wereld gedurende de voorbije decennia bezorgd over het atoomprogramma van Iran. Terwijl Iran stelt enkel uranium te verrijken voor vredevolle doeleinden, weten regeringsleiders heel goed dat de ontwikkeling van atoombommen potentieel niet ver af ligt. Tegelijk ziet diezelfde westerse wereld er uiteraard geen graten in zelf over deze technologie te beschikken, en ze verder te ontwikkelen. Sterker zelfs, het is geen geheim dat verschillende westerse landen lange tijd hun eigen kerncentrales praktisch en financieel gesteund hebben mede in functie van hun kernwapenprogramma.

Waarom over nucleaire dreiging beginnen op een dag als Earth Day? Elk jaar wordt op 22 april de Dag van de Aarde gevierd. Hoewel veel mensen Earth Day kennen, is de geschiedenis van de dag minder bekend. Earth Day staat symbool voor de geboorte van de zogenaamde ‘moderne’ milieubeweging. De eerste Earth Day vond plaats in 1970. Twee historische wetenswaardigheden zijn belangrijk in deze context. Ten eerste was dit de periode van de grote antinucleaire beweging. Ten tweede staat Earth Day, met haar referentie naar de ‘Aardopkomst’ (‘Earth Rise’), ofwel de eerste van uit de ruimte geschoten beelden van ‘Planeet Aarde’ (‘Whole Earth’) ook symbool voor het ontstaan van een specifiek soort van milieubewustzijn.

u003cemu003eEarth Dayu003c/emu003e, en in haar kielzog de moderne milieubeweging en tal van groene partijen, ontstond in een periode geteisterd door koude oorlog en in de schoot van een grootschalige antinucleaire beweging

Laat ik met het tweede beginnen. Niet meer dan een goed jaar voor de eerste Earth Day, in December 1968, haalde een foto genomen door astronauten van de Apollo 8 ruimtemissie naar de maan wereldwijd de voorpagina’s. De foto toonde de aarde zoals ze voorheen nooit gezien was: als een planeet, een geheel, bekeken van buitenaf. Vervuld van schoonheid en tegelijk klein en kwetsbaar in de grootsheid van het heelal. Het idee van ecologische limieten werd in één klap duidelijk in het beeld van een eindige planeet. Tegelijk drukte de foto ook de fundamentele menselijke verbondenheid uit. Het werd één van de meest iconische beelden van de nieuwe milieubeweging.

Het beeld gaf ook nieuwe kracht aan de vredesbeweging. Earth Day, en in haar kielzog de moderne milieubeweging en tal van groene partijen, ontstond namelijk in een periode geteisterd door koude oorlog en in de schoot van een grootschalige antinucleaire beweging: een beweging die initieel vooral voor nucleaire ontwapening, maar in toenemende mate ook tegen de ontwikkeling en ingebruikname van kernenergie vocht. Geconfronteerd met het beeld van één planeet aarde leek die strijd alleen maar belangrijker te worden. Uiteindelijk, of zo werd toch symbolisch gesteld, zaten we allemaal in dezelfde boot. Bekende slogans als ‘we are all in this together’ en ‘there is no planet B’ refereren tot op vandaag aan dit idee.

Het moderne milieubewustzijn leidde tot een logica waarbij milieubeleid in toenemende mate voornamelijk op techno-wetenschappelijke criteria, zoals bijvoorbeeld gemeten COu003csubu003e2u003c/subu003e-uitstoot, beoordeeld werd

Tezelfdertijd helpt de centraliteit van dit beeld van ‘planeet aarde’ om de beperkingen van het ‘moderne’ milieubewustzijn te begrijpen. Met het beeld van ‘planeet aarde’ was de moderne milieubeweging van bij het begin gegrond in een afstandelijke blik en een techno-wetenschappelijk verstaan. Uiteindelijk was het een ruimtemissie, een technologische prestatie van het hoogste niveau, die ons op deze manier de aarde had leren kennen.

De zogenaamd objectieve maar vooral ook objectiverende blik van buitenaf, het ‘perspectief van god’, zou de milieuwetenschappen van de decennia daarna gaan bepalen. In hun kielzog zouden ook de aardesysteemwetenschappen en klimaatwetenschappen ontstaan. Dit heeft ongetwijfeld een enorme kennis en inzicht in het ‘ecosysteem aarde’ opgeleverd. Tegelijkertijd werd deze kennis vaak artificieel losgekoppeld van sociale en politieke realiteiten en lokaal beleefde, cultureel vormgegeven milieuervaringen op het terrein.

De klimaatverandering maakt dat we bijvoorbeeld anders moeten nadenken over wat begrippen als rechtvaardigheid of welvaart kunnen betekenen

Wat is de relevantie van dit alles? Het moderne milieubewustzijn leidde tot een logica waarbij milieubeleid in toenemende mate voornamelijk op techno-wetenschappelijke criteria, zoals bijvoorbeeld gemeten CO2-uitstoot, beoordeeld werd. Daarbij was er steeds minder aandacht voor de sociale en politieke gevolgen van specifieke maatregelen. Het is in deze context dat kernenergie weer als een valabele optie op de tafel kon komen te liggen als een ‘modern’ antwoord op de klimaatverandering. Machtsconcentraties of sociale ongelijkheden vormen de blinde vlek van deze manier van kijken. Enkel de lineaire, gekwantificeerde reductie van uitstoot is van tel.

In ‘This changes everything’, het wijdverspreide klimaatboek van Naomi Klein, beargumenteert de auteur dat de confrontatie met de klimaatverandering ons noodzaakt om onze sociale en politieke analyses en strijd fundamenteel te herzien. De klimaatverandering maakt dat we bijvoorbeeld anders moeten nadenken over wat begrippen als rechtvaardigheid of welvaart kunnen betekenen.

Maar het argument kan ook omgekeerd worden: de oorlog in Oekraïne verandert alles. Het noopt ons om een aantal pistes die recentelijk op tafel kwamen te liggen in de strijd tegen de klimaatverandering fundamenteel te herdenken. Als Oekraïne ons iets leert, is het dat we een vredevolle (westerse) wereld niet (langer) als een gegeven kunnen beschouwen (zoals iedereen met een minimale kennis van bijvoorbeeld de oorlog in Jemen of de bezetting in Palestina uiteraard al lang wist). We kunnen er niet van uit gaan dat Hiroshima, Nagasaki of Tsjernobyl nooit meer zullen gebeuren. We kunnen niet anders dan onze intuïtieve noties van geschiedenis en vooruitgang, waarbij grootschalige oorlog definitief iets van het verleden is, radicaal te herzien.

In het zoeken naar oplossingen, bestaat de uitdaging erin om technologieën en andere maatregelen in een onstabiele wereld te denken. Dit moet ons de nodige voorbehoud geven tegenover de ontwikkeling van nieuwe, nog niet bestaande technologieën die in een oorlogssituatie nog meer slachtoffers kunnen maken of de situatie verder kunnen doen escaleren. Niet voor niets zijn velen er vandaag van overtuigd dat de wereld er zonder de uitvinding van de atoomsplitsing veel beter had uitgezien. Die klok kan niet meer worden teruggedraaid, maar we kunnen wel proberen gelijkaardige fouten te vermijden.

Denk je even in wat het kan betekenen als landen in een oorlogssituatie controle hebben over het weer.

De ‘Godsblik’ levert intussen immers nog andere technologieën op die vaak ook een militaire component hebben. Het bekendste voorbeeld is wellicht geo-engineering, dat net als kernenergie in toenemende mate als een oplossing naar voor geschoven wordt in de strijd tegen de klimaatverandering. Net als kernenergie is ook deze technologie direct of indirect verbonden met een heel arsenaal aan oorlogsmethoden. Denk je even in wat het kan betekenen als landen in een oorlogssituatie controle hebben over het weer. Voorstanders stellen dat het gebruik uiteraard door respectabele organen zoals de verenigde naties moet worden gecontroleerd. Het is dit soort illusies dat de situatie in Oekraïne te kijk zet. Het is op dit vlak dat ze ons denken over de strijd tegen de klimaatverandering een spiegel voorhoudt.

De groene beweging moet een antinucleaire beweging blijven en zijn

In oorlogstijden kan Earth Day niet louter de dag van het recycleren van afval of het kiezen voor herbruikbare luiers zijn. Laten we deze Earth Day gebruiken om ons te herbronnen over wat de brede milieubeweging is of moet zijn. Dat kunnen we doen door aan te knopen bij de oorspronkelijke spirit. De groene beweging moet een antinucleaire beweging blijven en zijn. Ze moet een vredesbeweging zijn. Ze moet een beweging van massamobilisatie en protest zijn, die niet louter technocratische antwoorden zoekt, maar geworteld is in culturele verbanden en de sociale en politieke realiteit. Of, zo vrees ik, ze zal niet zijn.

Anneleen Kenis is senior onderzoeker in de politieke ecologie (FWO). Ze is werkzaam aan de KU Leuven, Universiteit Gent en University of Cambridge.

Partner Content