Sinds vrijdagochtend is er een staakt-het-vuren van kracht tussen Israël en Hamas, de radicale Palestijnse beweging in Gaza. Het bestand kwam er na elf dagen van zware gevechten tussen beide partijen, die meer dan 240 mensenlevens eisten, het gros daarvan in Gaza.

Nu het staakt-het-vuren er is maakt minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir (Vooruit) 8 miljoen euro vrij om zo snel mogelijk humanitaire hulp ter plaatse te krijgen in Gaza, laat ze vrijdagavond weten. Dat geld gaat naar het humanitair VN-fonds in Palestina, zodat de organisaties ter plaatse er meteen gebruik van kunnen maken.

'Zij kunnen onmiddellijk actie ondernemen. Zo gaat er geen kostbare tijd verloren om de mensen te helpen', zegt Kitir.

De Vooruit-minister drong eerder deze week al aan op humanitaire toegang tot het gebied. Kitir had vandaag/vrijdag al een ontmoeting met twee vrouwen die deel uitmaken van partnerorganisaties in Gaza 'om een juist beeld te krijgen van de actuele noden en hoe we die hulp ook effectief tot bij de mensen krijgen', laat ze weten. 'De schade is enorm. Duizenden mensen zijn dakloos en cruciale infrastructuur werd getroffen.'

'Toekomstperspectief nodig'

De minister benadrukt dat humanitaire hulp alleen geen duurzame oplossing is voor het conflict in het Midden-Oosten. 'Jongeren moeten opnieuw toekomstperspectief krijgen', benadrukt ze. Dat is ook het uitgangspunt van een samenwerkingsprogramma dat met de Palestijnse partnerorganisaties wordt ontwikkeld, en waarbij werkgelegendheid en vorming in de regio, ook in Gaza, centraal staan. 'Ik neem op deze manier mijn verantwoordelijkheid op, maar we moeten verder kijken en ook de grondoorzaken van het conflict aanpakken', zegt Kitir nog. 'Ik ben alvast tevreden dat de federale regering beslist heeft om op korte termijn te onderzoeken hoe de toepassing van het differentiatiebeleid (andere handelsvoorwaarden voor Israëlische goederen uit de bezette Palestijnse gebieden, red.) kan worden verbeterd, zodat we op verschillende beleidsdomeinen nog beter een onderscheid kunenn maken tussen Israël enerzijds en de nederzettingen in de bezette gebieden anderzijds.'

Sinds vrijdagochtend is er een staakt-het-vuren van kracht tussen Israël en Hamas, de radicale Palestijnse beweging in Gaza. Het bestand kwam er na elf dagen van zware gevechten tussen beide partijen, die meer dan 240 mensenlevens eisten, het gros daarvan in Gaza. Nu het staakt-het-vuren er is maakt minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir (Vooruit) 8 miljoen euro vrij om zo snel mogelijk humanitaire hulp ter plaatse te krijgen in Gaza, laat ze vrijdagavond weten. Dat geld gaat naar het humanitair VN-fonds in Palestina, zodat de organisaties ter plaatse er meteen gebruik van kunnen maken. 'Zij kunnen onmiddellijk actie ondernemen. Zo gaat er geen kostbare tijd verloren om de mensen te helpen', zegt Kitir. De Vooruit-minister drong eerder deze week al aan op humanitaire toegang tot het gebied. Kitir had vandaag/vrijdag al een ontmoeting met twee vrouwen die deel uitmaken van partnerorganisaties in Gaza 'om een juist beeld te krijgen van de actuele noden en hoe we die hulp ook effectief tot bij de mensen krijgen', laat ze weten. 'De schade is enorm. Duizenden mensen zijn dakloos en cruciale infrastructuur werd getroffen.' De minister benadrukt dat humanitaire hulp alleen geen duurzame oplossing is voor het conflict in het Midden-Oosten. 'Jongeren moeten opnieuw toekomstperspectief krijgen', benadrukt ze. Dat is ook het uitgangspunt van een samenwerkingsprogramma dat met de Palestijnse partnerorganisaties wordt ontwikkeld, en waarbij werkgelegendheid en vorming in de regio, ook in Gaza, centraal staan. 'Ik neem op deze manier mijn verantwoordelijkheid op, maar we moeten verder kijken en ook de grondoorzaken van het conflict aanpakken', zegt Kitir nog. 'Ik ben alvast tevreden dat de federale regering beslist heeft om op korte termijn te onderzoeken hoe de toepassing van het differentiatiebeleid (andere handelsvoorwaarden voor Israëlische goederen uit de bezette Palestijnse gebieden, red.) kan worden verbeterd, zodat we op verschillende beleidsdomeinen nog beter een onderscheid kunenn maken tussen Israël enerzijds en de nederzettingen in de bezette gebieden anderzijds.'