Dat blijkt uit een rapport van Unicef en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO).

Het rapport geeft een wereldwijde schatting weer van 2016 tot 2020. Nadat het aantal kinderen in kinderarbeid de laatste 20 jaar daalde, valt er nu opnieuw een stijging te merken. Begin 2020 was het aantal kinderen dat kinderarbeid verricht opgelopen tot 160 miljoen, of bijna 10 procent van het totaal aantal kinderen. Het gaat volgens het rapport om 63 miljoen meisjes en 97 miljoen jongens.

Het rapport beschouwt de leeftijd van zeventien jaar als bovengrens om van kinderarbeid te spreken, maar in de 'oudere' groep van twaalf tot zeventien jaar nam het aantal gevallen van kinderarbeid tussen 2016 en 2020 nog altijd af.

Het grote probleem schuilt in de groep kinderen van vijf tot elf jaar, die nu goed is voor iets meer dan de helft van het totale wereldwijde cijfer. Volgens het rapport waren in 2020 maar liefst 16,8 miljoen kinderen tussen vijf en elf méér aan het werk dan in 2016.

Het aantal kinderen van vijf tot zeventien jaar in gevaarlijk werk is sinds 2016 met 6,5 miljoen gestegen tot 79 miljoen, of bijna de helft van het totaal aantal werkende kinderen.

Het grootste deel van de kinderen, zowat 112 miljoen, werkt in de landbouwsector. Bijna 28 procent van de kinderen tussen vijf en elf jaar en 35 procent van de kinderen tussen twaalf en veertien jaar die kinderarbeid verrichten, gaat niet naar school.

'De nieuwe schattingen zijn een wake-up call. We kunnen niet weerloos toezien terwijl een nieuwe generatie kinderen in gevaar wordt gebracht', zegt directeur-generaal van de ILO, Guy Ryder. 'Inclusieve sociale bescherming stelt gezinnen in staat hun kinderen op school te houden, zelfs in tijden van economische tegenspoed. Meer investeringen in plattelandsontwikkeling en fatsoenlijk werk in de landbouw zijn essentieel.'

Afrika

In Sub-Saharisch Afrika hebben de bevolkingsgroei, terugkerende crisissituaties, extreme armoede en ontoereikende sociale beschermingsmaatregelen ertoe geleid dat de afgelopen vier jaar zowat 16,6 miljoen meer kinderen in kinderarbeid geduwd werden. In Azië en Latijns-Amerika zet de daling van het aantal werkende kinderen zich wel nog door.

Het rapport is niet optimistisch. Wereldwijd lopen tegen eind 2022 nog 9 miljoen kinderen het gevaar van in kinderarbeid te belanden als gevolg van de pandemie. Dat aantal kan volgens het rapport zelfs oplopen tot 46 miljoen als kinderen geen toegang hebben tot essentiële sociale bescherming.

Om de stijgende trend in kinderarbeid tegen te gaan, pleiten de ILO en Unicef voor adequate sociale bescherming voor iedereen, inclusief universele kinderbijslag. Er moet ook meer geld gaan naar kwaliteitsonderwijs om alle kinderen opnieuw naar school te sturen, ook de kinderen die voor de coronacrisis niet naar school gingen. Tot slot moet er geïnvesteerd worden in kinderberschermingssystemen en moet er een einde komen aan de gendernormen en discriminatie die van invloed zijn op kinderarbeid.

'We verliezen terrein in de strijd tegen kinderarbeid en het afgelopen jaar heeft die strijd er niet eenvoudiger op gemaakt', zegt Henrietta Fore, directeur van Unicef. 'We dringen er bij regeringen en internationale ontwikkelingsbanken op aan om prioriteit te geven aan investeringen in programma's die kinderen uit het arbeidsproces kunnen halen en terug naar school kunnen sturen, en in sociale beschermingsprogramma's die gezinnen kunnen helpen om te voorkomen dat ze deze keuze überhaupt moeten maken.'

Dat blijkt uit een rapport van Unicef en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Het rapport geeft een wereldwijde schatting weer van 2016 tot 2020. Nadat het aantal kinderen in kinderarbeid de laatste 20 jaar daalde, valt er nu opnieuw een stijging te merken. Begin 2020 was het aantal kinderen dat kinderarbeid verricht opgelopen tot 160 miljoen, of bijna 10 procent van het totaal aantal kinderen. Het gaat volgens het rapport om 63 miljoen meisjes en 97 miljoen jongens. Het rapport beschouwt de leeftijd van zeventien jaar als bovengrens om van kinderarbeid te spreken, maar in de 'oudere' groep van twaalf tot zeventien jaar nam het aantal gevallen van kinderarbeid tussen 2016 en 2020 nog altijd af. Het grote probleem schuilt in de groep kinderen van vijf tot elf jaar, die nu goed is voor iets meer dan de helft van het totale wereldwijde cijfer. Volgens het rapport waren in 2020 maar liefst 16,8 miljoen kinderen tussen vijf en elf méér aan het werk dan in 2016. Het aantal kinderen van vijf tot zeventien jaar in gevaarlijk werk is sinds 2016 met 6,5 miljoen gestegen tot 79 miljoen, of bijna de helft van het totaal aantal werkende kinderen. Het grootste deel van de kinderen, zowat 112 miljoen, werkt in de landbouwsector. Bijna 28 procent van de kinderen tussen vijf en elf jaar en 35 procent van de kinderen tussen twaalf en veertien jaar die kinderarbeid verrichten, gaat niet naar school.'De nieuwe schattingen zijn een wake-up call. We kunnen niet weerloos toezien terwijl een nieuwe generatie kinderen in gevaar wordt gebracht', zegt directeur-generaal van de ILO, Guy Ryder. 'Inclusieve sociale bescherming stelt gezinnen in staat hun kinderen op school te houden, zelfs in tijden van economische tegenspoed. Meer investeringen in plattelandsontwikkeling en fatsoenlijk werk in de landbouw zijn essentieel.'In Sub-Saharisch Afrika hebben de bevolkingsgroei, terugkerende crisissituaties, extreme armoede en ontoereikende sociale beschermingsmaatregelen ertoe geleid dat de afgelopen vier jaar zowat 16,6 miljoen meer kinderen in kinderarbeid geduwd werden. In Azië en Latijns-Amerika zet de daling van het aantal werkende kinderen zich wel nog door.Het rapport is niet optimistisch. Wereldwijd lopen tegen eind 2022 nog 9 miljoen kinderen het gevaar van in kinderarbeid te belanden als gevolg van de pandemie. Dat aantal kan volgens het rapport zelfs oplopen tot 46 miljoen als kinderen geen toegang hebben tot essentiële sociale bescherming. Om de stijgende trend in kinderarbeid tegen te gaan, pleiten de ILO en Unicef voor adequate sociale bescherming voor iedereen, inclusief universele kinderbijslag. Er moet ook meer geld gaan naar kwaliteitsonderwijs om alle kinderen opnieuw naar school te sturen, ook de kinderen die voor de coronacrisis niet naar school gingen. Tot slot moet er geïnvesteerd worden in kinderberschermingssystemen en moet er een einde komen aan de gendernormen en discriminatie die van invloed zijn op kinderarbeid. 'We verliezen terrein in de strijd tegen kinderarbeid en het afgelopen jaar heeft die strijd er niet eenvoudiger op gemaakt', zegt Henrietta Fore, directeur van Unicef. 'We dringen er bij regeringen en internationale ontwikkelingsbanken op aan om prioriteit te geven aan investeringen in programma's die kinderen uit het arbeidsproces kunnen halen en terug naar school kunnen sturen, en in sociale beschermingsprogramma's die gezinnen kunnen helpen om te voorkomen dat ze deze keuze überhaupt moeten maken.'