Mexicanen die dagelijks het nieuws volgen worden soms met zoveel gruwel geconfronteerd dat ze er gelaten van worden. Maar soms schudt een gebeurtenis het land wakker. Vorig weekend werden tijdens een feest in de deelstaat Veracruz dertien mensen, onder wie een eenjarige peuter, in koelen bloede doodgeschoten door een groep gewapende mannen. Hoewel de overheid stelt dat het allicht een 'afrekening' tussen misdaadbendes betreft is er nog niemand verhoord, laat staan opgepakt. Geen van de slachtoffers had een crimineel verleden.
...

Mexicanen die dagelijks het nieuws volgen worden soms met zoveel gruwel geconfronteerd dat ze er gelaten van worden. Maar soms schudt een gebeurtenis het land wakker. Vorig weekend werden tijdens een feest in de deelstaat Veracruz dertien mensen, onder wie een eenjarige peuter, in koelen bloede doodgeschoten door een groep gewapende mannen. Hoewel de overheid stelt dat het allicht een 'afrekening' tussen misdaadbendes betreft is er nog niemand verhoord, laat staan opgepakt. Geen van de slachtoffers had een crimineel verleden. En dan het moordcijfer, dat opnieuw records breekt. Volgens officiële cijfers werden in de eerste drie maanden van dit jaar 8.493 moorden opgetekend in Mexico, goed voor een toename van 9,6 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar, dat ook al het dodelijkst was sinds 1997, toen het register opgestart werd. Mexico-Stad zag de voorbije drie maanden een toename van maar liefst 46 procent in het aantal moorden. De cijfers confronteren het land van 129 miljoen inwoners met een pijnlijke realiteit: geweld blijft maar toenemen. Het nieuwe dieptepunt valt samen met de eerste maanden van de nieuwe Mexicaanse president, Andrés Manuel López Obrador. Die schrijft de onveiligheid in zijn land toe aan de erfenis van voorgaande regeringen, die volgens hem een 'varkensstal' achterlieten, en corruptie van de veiligheidsdiensten. López Obrador is er zeker van dat zijn veiligheidsstrategie binnen de komende zes maanden vruchten gaat afwerpen. 'Het geweld gaat afnemen', verzekert de president. Zes maanden om het schijnbaar onmogelijke te realiseren, is dat realistisch? De regering van López Obrador mag alvast een eerste succes op het conto schrijven. Terwijl zijn voorgangers een oorlog tegen drugshandel voerden, verklaarde de nieuwe president die afgelopen. Wél zou hij ten strijde trekken tegen brandstofdieven, die de voorbije jaren een bloeiend handeltje hadden opgetuigd door pijpleidingen van staatsoliebedrijf Pemex af te tappen. Ook medewerkers van het bedrijf gingen op grote schaal met benzine aan de haal. Dat kostte de overheid maar liefst drie miljard dollar per jaar. Maar het tij lijkt te keren. Pemex meldde afgelopen week dat brandstofdiefstal met 95 procent afgenomen is sinds López Obrador aantrad. Daarmee is tot dusver omgerekend 570 miljoen euro uitgespaard. Een aantal leiders van brandstofdievenbendes zit in de cel. Drie voormalige Pemex-directeuren zullen berecht worden voor hun aandeel in de zwendel. Ook benzinestations functioneren opnieuw normaal nadat de hele bevoorradingsketen aanvankelijk ernstig was ontwricht. Het heet een van de meest succesvolle beleidsmaatregelen van López Obrador tot dusver. Javier Oliva, veiligheidsspecialist bij de UNAM-universiteit, heeft er echter een kanttekening bij: 'Tegelijk zijn de inbeslagnames van drugsladingen bestemd voor de Verenigde Staten afgenomen', zegt hij aan Knack. 'De middelen zijn beperkt: er zijn heel wat manschappen ingezet om de brandstofdiefstal een halt toe te roepen, en zodoende zijn andere taken een tijdlang verwaarloosd. Het is kiezen tussen de pest en de cholera, zeg maar.' Naast het aanpakken van brandstofdiefstal zet López Obrador in op een tweeledige veiligheidsstrategie. Zo komt er enerzijds een nieuw veiligheidskorps, de Guardia Nacional, dat binnenkort de strijd moet aangaan tegen misdaadbendes. Anderzijds wil de president het sociale weefsel in Mexico versterken aan de hand van allerlei sociale programma's. De Guardia Nacional zal bestaan uit leden van de federale politie en politie-eenheden van de marine en het leger. Samen met duizenden nieuwe rekruten zou het korps uiteindelijk honderdduizend sterk moeten worden. Critici werpen tegen dat de voornamelijk militaire ordemacht meer van hetzelfde is. Zo zijn de meeste bevelhebbers militaire oudgedienden uit de war on drugs van voormalige president Felipe Calderón. Daarbij zijn sinds 2006 meer dan honderdduizend mensen om het leven gekomen. De strategie in de strijd tegen drugshandel was gericht op het arresteren van bendeleiders, maar dat heeft een versplintering van het criminele landschap in de hand gewerkt, waardoor een veelvoud van kleinere organisaties elkaar nu naar het leven staan. Veiligheidsanalyst Alejandro Hope schreef afgelopen week in de krant El Universal dat het nog een tijdje kan duren eer nieuwe rekruten van de Guardia Nacional daadwerkelijk aan de slag gaan. Intussentijd, zo klinkt het, moet de regering het dus doen 'met hetzelfde aantal elementen, op dezelfde plekken, die hetzelfde als altijd doen, met dezelfde tactieken, onder hetzelfde leiderschap en met dezelfde uitrusting, maar dan met een nieuw uniform. Tenzij dat uniform met toverkracht is uitgerust, zou men geen andere resultaten moeten verwachten.' Javier Oliva bevestigt dat er nog veel onduidelijkheid is over het precieze mandaat van de Guardia Nacional. 'Het ontbreekt de Guardia Nacional vooralsnog aan een duidelijke strategie', zegt hij. 'Zou het niet raadzaam zijn om een strategie te formuleren alvorens de troepenmacht aan het werk te zetten? Of om bij specialisten te rade te gaan?' Tijdens de kiescampagne van vorig jaar nam López Obrador geregeld de veiligheidsstrategieën van zijn voorgangers Calderón en Enrique Peña Nieto op de korrel, die volgens hem alleen maar olie op het vuur goten. Maar de nieuwe president zet nu zelf opnieuw militairen in om de openbare veiligheid te handhaven. Die troepen zijn doorgaans niet getraind voor dagelijks politiewerk. Bovendien heeft het leger de kwalijke reputatie zich schuldig te maken aan folterpraktijken. Tegelijk wil de president het sociale weefsel versterken. Zo moeten studiebeurzen tienduizenden jongeren een kans op een toekomst geven. 'Met onze sociale programma's zal geleidelijk aan de sfeer veranderen, en zullen misdaadbendes zich geïsoleerd weten, en zonder voedingsbodem', heeft López Obrador laten optekenen. Wat vindt veiligheidsanalyst Javier Oliva ervan? 'De voorganger van López Obrador, Enrique Peña Nieto, heeft geen peso uitgegeven aan preventie. Wat het land vandaag doorstaat is deels zijn verantwoordelijkheid. Nu krijgt preventie de aandacht die het verdient. Dat is een positieve evolutie. Anderzijds is het een mythe dat enkel armoede aan de basis ligt van het geweld. Het zijn vaak de rijkste zones in het land, waaronder enkele staten in het noorden, die het hoogste misdaadcijfer voorleggen. Het valt dus nog te bekijken of studiebeurzen het geweld kunnen terugdringen.'