De jezidi's zijn een etnische minderheid die vooral in de Noord-Irakese regio Sinajr en in Shekhan, ten noordoosten van Mosoel, woonden. Met hoeveel ze precies zijn, is niet duidelijk, maar volgens schattingen zou het wereldwijd om ongeveer 800.000 mensen gaan.

In 2014 lanceerde terreurgroep Islamitische Staat grootschalige zuiveringen op jezidi-dorpen in Irak. De mannelijke bevolking werd systematisch uitgemoord, terwijl vrouwen als sekslavinnen werden verkocht en kinderen tot IS-strijders werden opgeleid. Nog altijd worden honderden mensen vermist. IS beschouwt het jezidi-volk als afvallig en vijandig, omdat het er een eigen religie op nahoudt en Koerdisch spreekt.

CdH-Kamerlid Georges Dallemagne diende in de Kamer een resolutie in met de vraag aan de regering om die misdaden te erkennen als genocide en om 'alle interne en internationale rechtsmiddelen aan te wenden' om te verzekeren dat de feiten niet onbestraft blijven.

Grootste slachtoffers van IS

N-VA-Kamerlid Koen Metsu ondertekende de tekst mee. De resolutie kreeg uiteindelijk ook de steun van oppositiepartij DéFI en regeringspartijen PS, MR, Ecolo-Groen, CD&V, Open Vld en Vooruit. De Kamercommissie Buitenlandse Betrekkingen zette het licht woensdagmiddag op groen. De resolutie verhuist nu naar de plenaire vergadering van de Kamer.

'Dit is een erg belangrijke stap in het collectieve verwerkingsproces van de jezidigemeenschap', zegt Metsu. Het N-VA-Kamerlid is eind vorig jaar samen met Dallemagne naar Syrië afgereisd en de twee waren er sindsdien 'enorm op gebrand om iets voor dit volk te doen', zegt Metsu. 'Zij kunnen tot de grootste slachtoffers van IS gerekend worden. Vandaag geven we de jezidi hun waardigheid terug.'

Dallemagne reageerde 'ontroerd en fier' op de unanieme steun voor zijn tekst. 'De bewijzen waren er, ze waren talrijk en belangrijk. Er bestond geen twijfel over dat de groep Islamitische Staat vanaf de zomer van 2014 een genocide voorbereidde.'

De jezidi's zijn een etnische minderheid die vooral in de Noord-Irakese regio Sinajr en in Shekhan, ten noordoosten van Mosoel, woonden. Met hoeveel ze precies zijn, is niet duidelijk, maar volgens schattingen zou het wereldwijd om ongeveer 800.000 mensen gaan. In 2014 lanceerde terreurgroep Islamitische Staat grootschalige zuiveringen op jezidi-dorpen in Irak. De mannelijke bevolking werd systematisch uitgemoord, terwijl vrouwen als sekslavinnen werden verkocht en kinderen tot IS-strijders werden opgeleid. Nog altijd worden honderden mensen vermist. IS beschouwt het jezidi-volk als afvallig en vijandig, omdat het er een eigen religie op nahoudt en Koerdisch spreekt. CdH-Kamerlid Georges Dallemagne diende in de Kamer een resolutie in met de vraag aan de regering om die misdaden te erkennen als genocide en om 'alle interne en internationale rechtsmiddelen aan te wenden' om te verzekeren dat de feiten niet onbestraft blijven. N-VA-Kamerlid Koen Metsu ondertekende de tekst mee. De resolutie kreeg uiteindelijk ook de steun van oppositiepartij DéFI en regeringspartijen PS, MR, Ecolo-Groen, CD&V, Open Vld en Vooruit. De Kamercommissie Buitenlandse Betrekkingen zette het licht woensdagmiddag op groen. De resolutie verhuist nu naar de plenaire vergadering van de Kamer. 'Dit is een erg belangrijke stap in het collectieve verwerkingsproces van de jezidigemeenschap', zegt Metsu. Het N-VA-Kamerlid is eind vorig jaar samen met Dallemagne naar Syrië afgereisd en de twee waren er sindsdien 'enorm op gebrand om iets voor dit volk te doen', zegt Metsu. 'Zij kunnen tot de grootste slachtoffers van IS gerekend worden. Vandaag geven we de jezidi hun waardigheid terug.' Dallemagne reageerde 'ontroerd en fier' op de unanieme steun voor zijn tekst. 'De bewijzen waren er, ze waren talrijk en belangrijk. Er bestond geen twijfel over dat de groep Islamitische Staat vanaf de zomer van 2014 een genocide voorbereidde.'