'Buitenkomen!' klinkt het autoritair vanuit het donker. De gesprekken stokken. De asielzoekers die net nog met passie hun telkens terugkerende grieven kenbaar maakten - de overstromende toiletten, de hardnekkige koorts waar hun kinderen maar niet van verlost raken, de urenlange wachtrijen voor eten, drie keer per dag, waar ze hun zieke kinderen noodgedwongen mee naartoe slepen - staren nu angstig, met ingehouden adem, naar de ingang van de wooncontainer.
...

'Buitenkomen!' klinkt het autoritair vanuit het donker. De gesprekken stokken. De asielzoekers die net nog met passie hun telkens terugkerende grieven kenbaar maakten - de overstromende toiletten, de hardnekkige koorts waar hun kinderen maar niet van verlost raken, de urenlange wachtrijen voor eten, drie keer per dag, waar ze hun zieke kinderen noodgedwongen mee naartoe slepen - staren nu angstig, met ingehouden adem, naar de ingang van de wooncontainer. Ze zijn met z'n drieën, de agenten. 'Geef me die camera', zegt de hoogste in rang met uitgestoken hand. 'Moet dat?' protesteer ik voorzichtig. 'Ja, want ik ga je in de boeien slaan.' Met de handen achter de rug word ik naar het politiekantoor hogerop in het kamp geleid, langs containers, tenten en omheining met scheermesjesprikkeldraad, door verbaasde gezichten nagestaard. De afgelopen dagen sprak ik tientallen van hen, nog altijd maar een fractie van de mensen die hun verhaal wilden doen. In de hotspot van Vathy zijn ze geen journalistenbezoek gewend. 'Het is anders een verborgen parel', zei dokter Manos Logothetis eerder die avond, niet van cynisme gespeend. Hij leidt het medische departement van het kamp. Tot vorige week was hij er de enige dokter. Hij ziet vijftig tot zestig patiënten per dag. 'Toen de hotspot opende, werden we nog ondersteund door enkele ngo's. Maar ze zijn allemaal vertrokken. Ik weet niet waarom. Alle ngo's en journalisten zitten nu in Moria, op Lesbos, terwijl de problemen hier nog groter zijn.' De hotspots van Vathy en Moria, op Samos en Lesbos, zijn het meest uit de kluiten gewassen nageslacht van Europa's krachtigste worp in de vluchtelingencrisis: het op 19 maart 2016 bezegelde akkoord tussen de Europese Unie en Turkije dat de massale overtocht van vluchtelingen op de Middellandse Zee moest indammen. In ruil voor (ondertussen) 6 miljard euro en wat visumbeloftes zou Turkije de grens beter bewaken en de vluchtelingen in eigen land opvangen. Asielzoekers die toch per boot de Griekse eilanden zouden bereiken, zouden voortaan teruggestuurd worden. Het akkoord bereikte zijn gewenste effect. Terwijl in 2015 nog 856.000 vluchtelingen de gevaarlijke oversteek van Turkije naar Griekenland waagden, decimeerde dat aantal de jaren nadien. Maar stoppen deed de influx niet. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR telt op dit moment 17.747 asielzoekers in en rond de ontvangst- en registratiecentra op de Griekse eilanden. Naar de geest van de EU-Turkije-deal zouden ze daar maar even blijven. Een medische check, een interview, voor de zeldzame gelukkigen die een advocaat tegen het lijf lopen nog snel een beroepsprocedure, en dan, hooguit enkele weken later, weer de boot op naar Turkije. Proper, snel, klinisch, zonder asielzoekers al te lang de illusie te laten koesteren zich ooit binnen de wallen van Fort Europa te kunnen balsemen met een veilig bestaan. Maar snelle asielprocedures bleven uit en de registratiecentra stroomden vol. Dagelijks brengt de kustwacht nieuwe op zee opgepikte drenkelingen aan land. In de afgelopen drie maanden kwamen 11.000 vluchtelingen aan op de Griekse eilanden. In diezelfde tijd werden maar 6500 mensen naar het vasteland gebracht. Omdat de overheid weigert nieuwe ontvangstkampen te openen op de eilanden, puilen de bestaande kampen uit. In Moria verblijven 6500 asielzoekers, drie keer meer dan de capaciteit van het kamp. In en rond het kamp van Vathy, dat 650 vluchtelingen kan opvangen, zitten 4400 mensen op elkaar gepakt. Toen Ali en zijn jongere broer dertien maanden geleden per boot Samos bereikten vanuit Turkije, kregen ze te horen dat er in het kamp geen plaats voor hen was. 'We kregen alleen een deken. We kochten een tentje voor 10 euro in de Chinese supermarkt, zoals alle vluchtelingen dat hier doen. We leefden maanden in het bos naast het kamp, maar putje winter hielden we het niet meer. We trokken in een container, maar de politie kwam ons er met geweld verjagen. Twee neven van me werden gearresteerd en bleven drie maanden lang in de gevangenis, zonder proces.' Ali slaapt nog altijd in zijn tent. 'Al lig ik vooral wakker, door de ratten.' Ook de onzekerheid houdt hem uit zijn slaap. Hij werd negen maanden geleden geïnterviewd door de asieldiensten, maar kreeg nog geen nieuws. Zijn broer, die pas drie maanden later op gesprek mocht, heeft twee maanden geleden wel asiel gekregen. 'We komen uit dezelfde Iraakse stad, onze situatie is dezelfde. Ik begrijp er niets van, en niemand vertelt me iets', klinkt het gefrustreerd. Recent aangekomen asielzoekers zijn nog slechter af, zegt advocate Mariza Koronioti. 'Ze krijgen een interview in 2020, sommigen zelfs in 2021. Ze worden verondersteld om nog twee, drie jaar in vochtige tenten op een beslissing te blijven wachten.' Ali heeft zijn tentje ondertussen tussen twee containers kunnen proppen. Daar is hij, ietwat beschermd tegen regen, wind en slangen, beter af dan de meesten in Vathy. Ondertussen wonen er meer vluchtelingen rond dan in het kamp. Buiten de omheining zijn er geen voorzieningen. Wie wil eten, moet mee in de rij die nog altijd op 650 mensen is voorzien. Ook om zich te kunnen wassen of naar het toilet te gaan, moeten de vluchtelingen naar het kamp, al gaat de mensenstroom in de praktijk de omgekeerde richting uit. Misnoegde bewoners tonen de toiletten: bruine plassen, gaten in de vloer. Ze gaan buiten het kamp hun behoefte doen. De 27-jarige Hassan en enkele andere Syriërs proberen er te midden van het afval en in een verzengende stank brood te bakken met behulp van een teiltje, een plastic zak en de zon. Het toilet van de ene is de keuken van de ander. 'Waar moesten we anders heen?' Hij haalt er de vertaalapp op zijn gsm bij. " We're living in the European Union, living in Somalia." De retorische vraagstelling, lost in translation, speelt hij met uitgestreken gezicht af - op repeat. Hassan wijst aan waar zij noodgedwongen hun behoefte doen, twintig meter verderop. De plek waar de vluchtelingen die deze ochtend de baai van Vathy binnenvoeren vanavond op hun beurt hun tent zullen opzetten. 'Een tijd geleden stroomde het riool over waar de kamptoiletten op uitkomen. De drek bleef tien dagen liggen op de enige toegangsweg naar het kamp. Veel bewoners hebben geen schoenen, ze zagen zich genoodzaakt om op hun blote voeten door de stront te ploegen', zegt Mariza Koronioti. Gevraagd naar welke Griekse en Europese wetten er in Vathy precies geschonden worden, weet ze niet waar te beginnen. 'Hun recht op asiel, medische zorg, scholing, een veilige omgeving, familieleven... Hoelang moet ik doorgaan?' Ze is een van de niet meer dan vijf advocaten op het eiland die vluchtelingen helpen bij hun asielaanvraag. 'De meesten krijgen nooit een advocaat te zien. Ze hebben daar anders recht op. Ze kunnen ook gratis in beroep gaan, maar dat is technisch. Zonder advocaat maken ze geen schijn van kans.' Bijzonder problematisch vindt Koronioti dat vluchtelingen die behoren tot kwetsbare groepen - zoals kinderen, zwangere vrouwen, ernstig zieken en slachtoffers van foltering of seksueel geweld - het recht hebben om naar het vasteland te reizen, maar daarvan vaak niet op de hoogte zijn. 'De interviewers van het European Asylum Support Office (EASO, dat de Griekse overheid ondersteunt bij de asielaanvragen, nvdr) vragen er vaak niet naar, waardoor die kwetsbaarheden ook niet kunnen worden vastgesteld.' 'En dus moeten ook zwangere vrouwen, moeders met pasgeborenen en kankerpatiënten in kampeertentjes de winter doorkomen, maandenlang de ene regenbui na de andere trotserend. Na twee dagen in doorweekte kleren krijg je een dag om op te drogen, en dan begint het opnieuw. De Griekse legende van Sisyphos in de praktijk', zegt dokter Logothetis. In de tent die hij met vijf anderen deelt plant een Syrische man met door diabetes opgezwollen voeten een shot insuline in zijn buik. Een plek om de medicatie gekoeld te houden heeft hij niet. Zijn vriend toont me het doktersbevel voor repatriëring. Meer dan duizend vluchtelingen op Samos hebben de toestemming om naar het vasteland te reizen, maar ook daar zitten de kampen vol. Dus komt de boot maar niet. Logothetis: 'Ik heb minstens vier kankerpatiënten in het kamp. Wat zeg je tegen een man die op je deur komt kloppen en vraagt: "Dokter, wat doe ik hier nog? Ik had al weken met mijn chemotherapie moeten beginnen!"' Dat het statuut van kwetsbare de enige ontsnappingsroute is, maakt het werk van de dokter er niet makkelijker op. Hij is de poortwachter. Toen hij in het kamp aankwam, wendden veel vluchtelingen zich tot zelfverminking om als kwetsbaar te worden erkend. 'Ik heb daar meteen komaf mee gemaakt, door te weigeren hen te ontvangen als ze zichzelf sneden. Maar het is vechten tegen de bierkaai. Normaal gesproken is een patiënt blij als hij geen hiv heeft, hier zegt hij: "Verdomme, ik heb geen hiv. Dan zou ik hier weg kunnen."' Velen proberen op hun eigen manier het hoofd erbij te houden. Douga Dembele uit Mali klimt elke middag de heuvel op om gratis kungfules te geven aan al wie daar zin in heeft. Woordeloos en met eindeloos geduld slaagt hij er wonderwel in een vijftal Syrische kinderen in het gareel te krijgen. Eén bocht verder staat de 31-jarige Edmond uit Kameroen uit volle borst met Mariah Carey mee te kelen. I can make it through the rainI can stand up once again on my own'Om de stress te verzachten', zegt hij. Via de app Smule op zijn telefoon zingt hij samen met popliefhebbers in andere landen. 'Samos is de hel', zegt hij. 'De omstandigheden hier had ik me in mijn ergste nachtmerries niet kunnen voorstellen. Ik begrijp echt niet waar ik terechtgekomen ben.' Ook Ali trekt het niet meer. Hij is anders wel wat gewend. Hij was tien toen het Amerikaanse leger zijn stad bombardeerde. Daarna waren er jarenlang gewapende conflicten tussen sjiitische en soennitische milities. Op zijn achttiende raakte hij gewond bij een aanslag met een autobom. Toen viel IS binnen. Hij praat er niet graag over. Telkens als het over Irak gaat, begint hij nerveus zijn knokkels te kraken. 'In mijn stad is er niets meer. En toch is het hier erger. In Irak voelde ik me tenminste als mens behandeld. Hier leef ik in een gevangenis. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik psychologische hulp nodig had, tot nu. Maar als je de dokter wilt zien voor een voorschrift, sta je dagen in de rij - om dan een afspraak te krijgen over drie maanden.' 'Er zijn lange wachttijden', erkent dokter Logothetis. 'Van de vijf psychologen heeft vorige week de vierde ontslag genomen. Ik kan het hun niet kwalijk nemen, ook voor het personeel zijn de werkomstandigheden bikkelhard.' Logothetis raadt vluchtelingen af om psychologische zorgen te vragen. 'Dit is geen plek om trauma's naar boven te spitten. Natuurlijk is het cynisch dat we hun trauma ondertussen verder verdiepen, door hen hier maanden tot jaren te laten blijven zonder dat ze weten wat er met hen gaat gebeuren.' Vooral op kinderen is de impact enorm. 'Als je een kind uit een gebombardeerde stad haalt en twee maanden later in een gebombardeerd kamp steekt, traumatiseer je het opnieuw. Ze kunnen niet naar school omdat ze geen vaccinatieboekje hebben, ze staan samen met de volwassenen urenlang in de rij voor eten. Veel vrouwen en kinderen durven 's nachts niet naar het toilet uit angst om overvallen of verkracht te worden.' Hij windt zich op. 'Weet je wat zo erg is? Dit is een beleid. We creëren een onmenselijke situatie om vluchtelingen niet te hoeven ontvangen. We zeggen tegen hen: "Waarom kom je naar dit slechte kamp hier, terwijl we mooie kampen voor jullie hebben in Turkije?" Sommigen beweren dat er meer mensen zullen komen als we betere kampen voorzien. Wat is dat voor onzin? Nu hebben we hier helemaal niets voor hen, en ze komen toch. Omdat ze naar iets nog fundamentelers op zoek zijn dan menswaardige verblijfsomstandigheden: vrijheid en veiligheid.''De echte vraag is: vinden wij Europeanen het aanvaardbaar dat kinderen van twee jaar oud in de regen slapen in het bos? Als dat zo is, laten we het dan niet meer over mensenrechten hebben. We beledigen de vluchtelingen en we beledigen onszelf.' De overtuiging dat Griekenland en Europa de kampen doelbewust onleefbaar houden, is breedgedragen onder humanitaire hulpverleners. Maar klopt het ook? Ik vroeg het in Athene aan zeven topdiplomaten van EU-lidstaten, vooral ambassadeurs. Geen van hen wilde bij naam genoemd worden. 'We zien nu eenmaal dat vluchtelingen sneller komen als je hen beter ontvangt', antwoord een Noord-Europese diplomaat. 'En de levenssituatie in de kampen is slecht, maar laten we ook niet doen of het erger is dan bijvoorbeeld de hongersnood in Jemen.' Is Jemen dan de toetssteen voor Europa geworden? Hij aarzelt. 'We worstelen met de waarden waar we voor staan in Europa, dat klopt. Maar de waarheid is dat vluchtelingen geen prioriteit zijn voor ons.' 'Ik ga geen namen noemen, maar sommige EU-lidstaten zijn doodsbenauwd voor een aanzuigeffect', zegt een diplomaat uit een land dat de afgelopen jaren veel vluchtelingen opving. 'Het stuitende gebrek aan voedsel en basishygiëne in de kampen kun je haast alleen zien als uiting van een gebrek aan politieke wil bij de Griekse autoriteiten.' De ambassadeur van een rijke lidstaat verwoordt het nog harder. 'Voor de Grieken moet de slechte reputatie van de eilanden blijven. Dat komt de EU goed uit, al is dat natuurlijk niet de officiële positie. It's an ugly game. Ons hart bloedt voor Syrië, en in een ideale wereld zouden de vluchtelingen in Griekenland onder de EU-lidstaten worden verdeeld. Maar dit is waar waarden op de realiteit botsen, je móét cynisch zijn. Met de flowerpowermentaliteit van bondskanselier Angela Merkel - "iedereen welkom" - kom je er ook niet.' Allen zeggen ze dat de Griekse autoriteiten ervoor moeten zorgen dat vluchtelingen geen jaren op hun asielprocedure moeten wachten in een kamp dat op kortstondige opvang is voorzien. 'Het is geen kwestie van geld, want wij betalen alles', zegt een West-Europese diplomaat. 'We zeggen tegen de Grieken: net doordat jullie procedures niet efficiënt zijn, creëeren jullie een aanzuigeffect. Er wordt haast niemand teruggestuurd naar Turkije. Zet eens 300 mensen uit, dan blijven ze niet komen.' Toch speelt ook Turkije zijn rol: 'De Turken bewaken de grens, maar laten voldoende vluchtelingen door om Europa onder druk te houden.' Een Zuid-Europese diplomaat vindt dat zijn westelijke en noordelijke collega's zich er te makkelijk van afmaken. 'We moeten meer druk zetten op Griekenland om zijn verplichtingen na te komen, dat klopt. Maar je kunt de verantwoordelijkheid niet alleen aan de aankomstlanden laten. Nu eist men veel van ons, zonder veel solidariteit te tonen.' 'Griekenland, Italië en Spanje dragen de last van de vluchtelingen op hun schouders, terwijl hij de verantwoordelijkheid is van heel Europa. Het lijden van de asielzoekers is het resultaat van de EU die niet naar adequate oplossingen heeft gezocht', zegt Sari Nissi, delegatiehoofd van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) in Griekenland. Ook Gianluca Rocco, missiehoofd van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Griekenland, benadrukt dat de overbevolking op de eilanden een politieke kwestie is en geen logistieke. 'Maar aangezien de problemen uit het zicht blijven, is er in Europa weinig animo om een oplossing te zoeken.' Zowel het ICRC als de IOM roept de EU-lidstaten op om de geografische restricties van de EU-Turkije-deal op te heffen en vluchtelingen naar het vasteland te brengen. Beide partijen hopen ook op een nieuw Europees herverdelingsmechanisme, waarbij andere landen asielzoekers overnemen van Griekenland. Ze roepen in de woestijn. Op één na ziet geen van de diplomaten zijn land bereid om nog veel vluchtelingen op te nemen, en al zeker niet om nieuwe quota te aanvaarden. 'We erkennen dat Griekenland aan de frontlinie staat. Maar ook thuis is er een front: de publieke opinie, waarin angst heerst voor meer migratie', zegt een ambassadeur. 'Wij hebben veel vluchtelingen opgenomen, maar we zijn geen kandidaat om dat te blijven doen. Als Griekenland 50 miljoen toeristen per jaar kan ontvangen, moet het ook 60.000 vluchtelingen aankunnen', klinkt het bij de diplomaat uit het voordien welwillende land. Dokter Logothetis begrijpt dat een ambtenaar in Athene dat zegt. 'Maar de Turkije-deal mag dan gewerkt hebben voor Europa, hij deed dat zeker niet voor de Griekse eilanden. Als Europa met moeite een miljoen mensen aankon in 2015, zouden ze moeten begrijpen dat een gemeenschap van 5000 mensen geen 4400 vluchtelingen kan dragen.' Op het centrale plein van Vathy herinnert een spandoek aan een vakbondsbetoging van enkele dagen geleden. Ook al lopen hun bekommernissen uiteen, op Samos zijn links en rechts het erover eens dat de hotspot dicht moet, en snel. Logothetis: 'Ik kan het mijn mede-Samosanen niet kwalijk nemen, want diezelfde mensen gingen vluchtelingen enkele jaren geleden voedsel en kleren brengen op het strand. Maar mensen herkennen hun eiland niet meer en begrijpen niet waarom de EU hen en de vluchtelingen straft.' Criminaliteit is er nog altijd nauwelijks in Vathy, maar dat de vluchtelingen overal zijn, maakt een deel van de lokale bevolking wel angstig en vijandig. 'Nog erger dan de problemen in het kamp is de discriminatie', zegt Ali. 'Veel shops en restaurants weigeren ons iets te verkopen. "Alleen voor Europeanen", zeggen ze vlakaf. Iemand zei me: "Ga van dit eiland, we willen je hier niet." Boven op al de rest is dat er gewoon te veel aan.' Vooral de jonge mannen blijven tot laat in de avond rondhangen op de boulevard, in stilte starend naar de gele strepen die de verlichting in het zeewater trekt. Alles is beter dan de stank op de heuvel. Kort voor middernacht loop ik met een jonge Irakees terug naar het kamp. Ik wil de overbevolking zien. Slapen ze echt met vijf in een iglotentje, met vijftien in de robuustere versie die de UNHCR voorziet? Of overdrijven ze, de vluchtelingen en de ngo's, zoals sommige diplomaten in Athene beweerden? We wandelen door de openstaande poort naar binnen. De Irakees slaat linksaf, ik loop rechtdoor. Voor me leunt een politieagent induttend op een stoeltje tegen de omheining aan. Ik klop lukraak op de deur van een van de containers, bewoond door kinderen met hun vaders. Moeders hebben ze niet meer. Ze delen de container met zestien mensen; vier per stapelbed. Een Syrische grijsaard is me net aan het vertellen dat zijn zieke dochter - scherp hoestend achter hem op bed - door de lange wachtrijen op de medische boeg maar niet aan medicijnen raakt, wanneer de agenten komen en me in de boeien slaan. In de politiecontainer gaat de man met hoekjes op de epauletten geïrriteerd door mijn documenten. Alleen de perskaarten gooit hij naar me terug. De ijskoffies en koekjes van de betere patisserie verraden dat ze op een rustige nacht hadden gerekend. Er worden nerveuze telefoontjes gepleegd en veel sigaretten opgestoken. Een agent in burger laat zich briefen. Met zijn volle baard, donkere trui, gescheurde broek en zwarte boevenmuts ziet hij eruit als een vluchteling en dat is ook de bedoeling. Alleen zijn rugzakje verraadt hem. 'Waar is je collega?' vraagt hij. Ik zeg dat ik alleen ben. Hij zet zijn neus op centimeters van de mijne en begint te schreeuwen. 'Lieg niet! Ik zweer dat ik het tegen je zal gebruiken!' Hij beent weg en geeft instructies om het kamp uit te kammen, verder speurend naar de handlanger die er niet is. Na anderhalf uur als een gestraft kind op de gang te hebben moeten staan, word ik door andere agenten opgehaald. We slingeren de gele lichtjes van de baai tegemoet. De man met de baard is mee afgedaald naar het hoofdkantoor en leidt me naar een kantoortje een verdieping hogerop. 'Geheime dienst', zegt hij me desgevraagd. De kamer walmt, maar niet langer naar filtersigaretten. Die zijn voer voor uniformplichtigen. Geheim agenten, die rollen hun shag. Ze zijn met vijf en ze willen alles van me weten. 'Met wie heb je gesproken? In welke landen van de vluchtelingen ben je geweest? Hoeveel verdien je hiermee? Waarom doe je het dan?' Hij vraagt me om de beelden op mijn camera te zien. En of ik mijn gsm kan ontgrendelen. Hij schuift hem al een uur voor zijn neus over het bureau, het scherm ondertussen met as bedekt. 'Ben ik daartoe verplicht?' 'Voorlopig niet, nu vraag ik het je nog gewoon.' Telkens als ik naar mijn recht op een advocaat informeer, neemt hij gas terug. Hij laat me in de illusie dat ik wellicht dadelijk buitenwandel als een vrij man, maar suggereert dat ik beter mensen kan aandragen die kunnen bewijzen dat ik journalist ben, en niet, pakweg, een spion. 'Je kunt me googelen', zeg ik, in de overtuiging dat ze dat allang gedaan hebben. Niet zo, ze beginnen allen druk hun schermen te raadplegen. Het moet rond 3 uur zijn wanneer de derde ondervragingsronde begint. Opnieuw filtersigaretten, en een hoop in te vullen formulieren. Voor de tigste keer de naam van mijn vader, van mijn moeder, en wat nu precies mijn voor- en wat mijn familienaam mag zijn. De beruchte bureaucratische gesel die in de ambassades de rol van grote schuldige in de vluchtelingencrisis toegewezen krijgt, wordt als een rafelige loper zonder einde voor mijn voeten uitgerold. Het is ontstellend van hoeveel agenten ik de voltijdse nachtshift blijk te zijn. Een erg misnoegde vrouw voert nu het hoge woord. Ze stelt me vragen zonder naar de antwoorden te luisteren. Dan beent ze het kantoor uit, weer naar bed, in de vlucht vermeldend dat ze de kampmanager is. Ik vraag me af wie me hier nog allemaal het vuur aan de schenen zal komen leggen, zich voordoend als politieagent, maar het is mooi geweest. 'Morgenmiddag verschijn je voor de rechter. Die zal meteen een vonnis vellen', zegt een agent. 'Normaal zou je nu de cel in moeten, maar die zit al vol vluchtelingen.' Hij knikt naar het hok met ijzeren tralies, inclusief zwaar hangslot, recht uit een western geplukt. Drie asielzoekers staan me de spijlen omklemmend aan te staren. Achter hen liggen mannen op dunne dekentjes op de grond, uitgerekend exemplaren van de UNHCR, die dezer maanden de stem hees schreeuwt over de levensomstandigheden op de Griekse eilanden. Ik vraag me af of ze ermee opgezet zijn: hun logo, hier op een koude gevangenisvloer. Zouden de neven van Ali hier drie maanden opgesloten gezeten hebben? 'Omdat je zo vriendelijk bent, mag jij hier tot morgenmiddag op een stoel blijven zitten', zegt de agent. 'Wil je niet dat journalisten de overbevolkte cellen zien?' 'O nee, ik wil je dat gewoon niet aandoen.' Ik zeg dat ik wat platte rust in de cel verkies, als ik me morgen voor de rechtbank moet verantwoorden. Ze worden er ongemakkelijk van. Uiteindelijk krijg ik een matras in de gang, naast een Afrikaan voor wie er ook geen plaats meer was. Hij moet het met een dekentje doen, ik krijg de luxe er één over me heen te kunnen leggen - met de hemelsblauwe vredeskrans van de UNHCR erop. Slapen zit er niet in, elk uur word ik wakker geschreeuwd of gepord. Of ik even die verklaring in het Grieks kan ondertekenen. Dat ik er geen woord van begrijp, hoeft echt geen bezwaar te zijn, dringt de agent geïrriteerd aan. Even later: wat nu alweer precies mijn voor- en mijn achternaam was. Slaapdronken wijs ik hem nogmaals de weldoordachte gelijkenis met de naam van mijn vader op zijn papieren aan. Een half uur later staat hij er weer. 'De Deken, toch?' Ik slik de smaad in die al deze onzin zou legitimeren. Bij het ochtendgloren moet ik opstaan om te wachten. Alweer. Tenminste geen jaren, en niet in een tent, maak ik me sterk. Ik slijt de uren met bewakingscamerabeelden kijken; ijsberende mannen in kale cellen, een ochtendwandeling bij elkaar schrapend per drie meter rechte lijn. Waarop ik zit te wachten, weet ik niet; noch de beloofde advocaat, noch de beloofde tolk daagt op. De koffie en het broodje die ik mocht bestellen, komen wel. Er wordt me nog een paar keer verzocht om een verklaring in het Grieks te ondertekenen, ook al begrijpen ze onvoldoende Engels om die af te nemen. 'Oké', zegt de agent met een zucht, 'dan geef je je testament dadelijk maar aan de rechter.' Ik hoop hartstochtelijk dat hij mijn verklaring bedoelt. Kort na de middag mogen de vluchtelingen hun cel uit. Zij moeten naar de rechtbank met een lege maag. Per twee worden ze aan elkaar geboeid en achter in een gepantserde bus gezet. Ik mag met vrije polsen plaatsnemen naast de rechtbankmedewerker achter het stuur. Toch staan zij niet meer of minder onder arrest dan ik. Zouden ze gevaarlijk zijn? Ik vraag de chauffeur wat ze op hun kerfstok hebben. 'Ze probeerden met valse identiteitskaarten op een chartervlucht naar Zweden te stappen.' Hij vertelt me over de meest absurde asielroute die ik tot nog toe hoorde. Vluchtelingen steken over land de Turks-Griekse grens over, gaan naar Athene en nemen daar de boot naar Samos, op een steenworp van Turkije, om hier op de lokale, minder goed bewaakte luchthaven een chartervlucht noordwaarts te nemen. De rechtbank van Samos ligt aan de oever van de baai. Voor de deur dobbert een schip van de Duitse kustwacht, op Frontex-missie. De vluchtelingen moeten plaatsnemen op een trap, ik krijg een stoel. Het wordt een beetje gênant dat zelfs een poging uitblijft om te veinzen dat in Europa iedereen gelijk is voor de wet. 'Hoeveel heb je betaald voor je valse paspoort?' vraagt de chauffeur. '1500 euro. Ik heb niets meer', zegt een jongen met stoppelbaard. En jij? '500', antwoordt een Arabier met leren vest. '100', zegt de zwarte Afrikaan achter hem. Ze lachen. Ik moet een kantoortje in. Een vrouw achter een bureau stelt dezelfde vooringenomen vragen als de kampmanager vannacht. Er is een vertaler, maar hij vertaalt niet naar de taal die me beloofd was. Van een advocaat geen spoor. Had ik daar geen recht op? 'Gewoon antwoorden', bijt de vrouw me toe. Desgevraagd beweert ze de rechter te zijn, maar later blijkt dat ze de procureur is. Ik vraag of ik ook mijn versie van de feiten mag geven. 'Nee, neem een advocaat.' Lacht ze er nu mee? Ik stap buiten zonder te weten wat me aangewreven wordt. Huisvredebreuk en niet-gehoorzamen aan politieorders, zo verneem ik later pas. Op een ongedefinieerd moment in de toekomst komt er, allicht, een rechtszaak. Mijn camera houden ze, voor onderzoek. Bijkomende aanklachten op basis van de camerabeelden zouden welkom zijn, want voor de huidige aantijgingen is er geen wettelijke grond voor de inbeslagname. En voor huisvredebreuk iemand een nacht vasthouden, zo zegt een lokale advocaat, dat gaat verdacht veel op pesterijen lijken. Ook de Griekse pers pikt de zaak op. 'Beschamend voor Griekenland', klinkt het. Terwijl de politie me de hele nacht voorhield dat het deze middag wel beklonken zou zijn, dringt nu door dat me rechtsonzekerheid zonder nabije vervaldatum te wachten staat. Mijn frustratie geeft de vluchtelingen op de trap geen moed. 'Als ze dit met jou doen, een Belg, beeld je dan eens in hoe ze ons behandelen', verwoordt een twintiger wat ze allen denken. 'Waar kom je vandaan?' 'Libanon. Ik ben trouwens met een valse identiteitskaart uit België gereisd', zegt hij lachend. Een rechtbankmedewerkster gebiedt me tien meter verderop te gaan zitten. Praten met vluchtelingen, daar houden ze hier niet zo van.