Het nieuws sloeg in Israël in als een raket uit de Gazastrook. De Amerikaanse roomijsfabrikant Ben & Jerry's besliste enkele weken geleden om zijn producten niet meer aan te bieden in de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. De reactie was bits. Premier Naftali Bennett noemde de beslissing moreel verkeerd, anti-Israëlisch en zelfs antisemitisch. De Israëlische ambassadeur bij de Verenigde Naties riep de gouverneurs van 35 Amerikaanse staten op om de ijsjes van Ben & Jerry's in de ban te doen.
...

Het nieuws sloeg in Israël in als een raket uit de Gazastrook. De Amerikaanse roomijsfabrikant Ben & Jerry's besliste enkele weken geleden om zijn producten niet meer aan te bieden in de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. De reactie was bits. Premier Naftali Bennett noemde de beslissing moreel verkeerd, anti-Israëlisch en zelfs antisemitisch. De Israëlische ambassadeur bij de Verenigde Naties riep de gouverneurs van 35 Amerikaanse staten op om de ijsjes van Ben & Jerry's in de ban te doen. Die reactie stond alvast in schril contrast met de stilte van officiële zijde op het nieuws dat een Israëlisch hightechbedrijf met steun van de regering gerief levert aan een aantal bedenkelijke regimes, waarmee journalisten, activisten die opkomen voor mensenrechten en politici worden afgeluisterd. Knack werkte mee aan het internationale onderzoek dat de zaak aan het licht bracht. Pas nadat een opmerkelijk slachtoffer zoals de Franse president Emmanuel Macron zijn beklag had gedaan, leek Israël bereid om er aandacht aan te besteden. Het verhaal zou daarmee verteld zijn. Ware het niet dat in de krant The New York Times vorige week een opiniebijdrage verscheen van Ben Cohen en Jerry Greenfield - de echte Ben en Jerry. Ze kropen in hun pen om de beslissing van het bedrijf te verdedigen, dat ze in 2000 aan de multinational Unilever verkochten. Ben en Jerry noemen zich trotse Joden en fervente aanhangers van de staat Israël. Maar, schrijven ze, je kunt Israël steunen zonder dat je het daarom met elke beleidsdaad eens hoeft te zijn. Cohen en Greenfield maken een onderscheid tussen het grondgebied van de democratische staat Israël en het gebied dat het sinds 1967 bezet. Dat daar nederzettingen worden gebouwd voor kolonisten is in strijd met het internationale recht. Ben & Jerry's wil nog graag ijsjes verkopen in Israël, maar niet meer in de Bezette Gebieden. Die houding past volledig in de filosofie van het bedrijf. Het komt bijvoorbeeld al langer op tegen de hoge Amerikaanse uitgaven voor defensie en promoot initiatieven die vrede bevorderen. De Israëlische politiek in de Bezette Gebieden en de manier waarop Palestijnen er worden behandeld, past daar niet in. Toen het duo zijn bedrijf aan Unilever verkocht, kreeg het voor elkaar dat er aandacht zou blijven voor de sociale opdracht van Ben & Jerry's. Bedrijven, vinden Cohen en Greenfield, moeten hun kracht en hun invloed ook gebruiken in het algemeen belang. Bedrijven zijn er, met andere woorden, niet alleen om aandeelhouders rijker te maken. Een frisse gedachte.