Sinds de stichting van de staat Israël is er een overeenkomst waarbij ultraorthodoxe joden, de Haredim, een uitzondering op de militaire dienst kunnen verkrijgen. Vrouwen verrichten bijna nooit hun militaire dienst (seculiere vrouwen moeten voor minstens twee jaar in dienst) en mannen kunnen wegblijven als ze religieuze studies ondernemen. Die studies passen in het orthodoxe bestaan, dat zich hoe dan ook afwendt van de moderne wereld.

Een bataljon met uitzonderingsregels om de ultraorthodoxen toch te lokken, geraakt niet opgevuld. Er werden ook andere taken in het leger voorzien die niet in strijd zijn met religieuze voorschriften van de Haredi, maar ook die kennen geen groot succes.

Dat alles was ooit een klein probleem, maar tegenwoordig vormen de ultraorthodoxen 11 procent van de bevolking, en hun aandeel is groeiende.

Al twintig jaar geleden oordeelde het hooggerechtshof dat de uitzonderingsmaatregelen voor ultraorthodoxen ongrondwettelijk waren.

Twee logica's botsen. Voor de ultraorthodoxen moet Israël bij uitstek de plek zijn waar ze naar hun geloof kunnen leven. Voor de seculieren is het een kwestie van rechtsongelijkheid, waarbij de ene haar of zijn leven moet riskeren, haar of zijn tijd moet opofferen, en de andere dat vertikt, maar toch beveiligd wil zijn.

Dit is al enige jaren een thema in verkiezingen. De ultraorthodoxe vertegenwoordigers verdedigen het ene belang, en onder meer gewezen minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman, een ultranationalist, vertegenwoordigt de seculiere stem.

'Te enthousiast'

De indruk bestond dat het de goede kant uitging, en dat men de ultraorthodoxen langzaamaan aan het overtuigen was om hun dienstplicht te vervullen. Legerstatistieken toonden een gestage, zij het zeker niet spectaculaire toename van het aantal ultraorthodoxe rekruten.

In 2017 waren er volgens legerstatistieken 3070 Haredi mannen in dienst gekomen. De interne legercijfers, bleek deze week, kwamen voor datzelfde jaar echter slechts tot 1300 ultraorthodoxe rekruten. Het was geen fraude, preciseerde het leger, al wordt dat verder onderzocht. Het hogere cijfer was volgens een legerwoordvoerder een gevolg van de verandering van de definitie van ultraorthodox, in een 'te enthousiaste' interpretatie, waarbij onder meer uitgetreden leden van de Haredim toch nog als ultraorthodox beschouwd werden.

Waar het tot voor deze week kon lijken alsof 35 procent van de Haredi een of andere vorm van militaire dienst vervulden, zo schrijft de Jerusalem Post, dan zit men nu weer ver van dat streefcijfer.

In september was de ultraorthodoxe aanwezigheid in het leger een thema in de verkiezingen. Tijdens de formatiegesprekken heeft Avigdor Lieberman van de verplichte legerdienst van Haredi mannen een breekpunt gemaakt, terwijl de ultraorthodoxe vertegenwoordigers met evenveel vuur het tegendeel verdedigen. De bijgestuurde cijfers van het leger maken de onderhandelingen alleen maar moeilijker.

Sinds de stichting van de staat Israël is er een overeenkomst waarbij ultraorthodoxe joden, de Haredim, een uitzondering op de militaire dienst kunnen verkrijgen. Vrouwen verrichten bijna nooit hun militaire dienst (seculiere vrouwen moeten voor minstens twee jaar in dienst) en mannen kunnen wegblijven als ze religieuze studies ondernemen. Die studies passen in het orthodoxe bestaan, dat zich hoe dan ook afwendt van de moderne wereld. Een bataljon met uitzonderingsregels om de ultraorthodoxen toch te lokken, geraakt niet opgevuld. Er werden ook andere taken in het leger voorzien die niet in strijd zijn met religieuze voorschriften van de Haredi, maar ook die kennen geen groot succes.Dat alles was ooit een klein probleem, maar tegenwoordig vormen de ultraorthodoxen 11 procent van de bevolking, en hun aandeel is groeiende. Al twintig jaar geleden oordeelde het hooggerechtshof dat de uitzonderingsmaatregelen voor ultraorthodoxen ongrondwettelijk waren. Twee logica's botsen. Voor de ultraorthodoxen moet Israël bij uitstek de plek zijn waar ze naar hun geloof kunnen leven. Voor de seculieren is het een kwestie van rechtsongelijkheid, waarbij de ene haar of zijn leven moet riskeren, haar of zijn tijd moet opofferen, en de andere dat vertikt, maar toch beveiligd wil zijn. Dit is al enige jaren een thema in verkiezingen. De ultraorthodoxe vertegenwoordigers verdedigen het ene belang, en onder meer gewezen minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman, een ultranationalist, vertegenwoordigt de seculiere stem. De indruk bestond dat het de goede kant uitging, en dat men de ultraorthodoxen langzaamaan aan het overtuigen was om hun dienstplicht te vervullen. Legerstatistieken toonden een gestage, zij het zeker niet spectaculaire toename van het aantal ultraorthodoxe rekruten. In 2017 waren er volgens legerstatistieken 3070 Haredi mannen in dienst gekomen. De interne legercijfers, bleek deze week, kwamen voor datzelfde jaar echter slechts tot 1300 ultraorthodoxe rekruten. Het was geen fraude, preciseerde het leger, al wordt dat verder onderzocht. Het hogere cijfer was volgens een legerwoordvoerder een gevolg van de verandering van de definitie van ultraorthodox, in een 'te enthousiaste' interpretatie, waarbij onder meer uitgetreden leden van de Haredim toch nog als ultraorthodox beschouwd werden. Waar het tot voor deze week kon lijken alsof 35 procent van de Haredi een of andere vorm van militaire dienst vervulden, zo schrijft de Jerusalem Post, dan zit men nu weer ver van dat streefcijfer.In september was de ultraorthodoxe aanwezigheid in het leger een thema in de verkiezingen. Tijdens de formatiegesprekken heeft Avigdor Lieberman van de verplichte legerdienst van Haredi mannen een breekpunt gemaakt, terwijl de ultraorthodoxe vertegenwoordigers met evenveel vuur het tegendeel verdedigen. De bijgestuurde cijfers van het leger maken de onderhandelingen alleen maar moeilijker.