De tomeloze sociale ambitie van de voorzitter van de Europese Commissie-Jüncker reikt bijzonder ver. In 2016 lanceerde hij in zijn werkprogramma de idee van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats voor gedetacheerde werknemers. Vooralsnog hebben gedetacheerde werknemers enkel recht op het minimumloon in het gastland, dat daarenboven tevens gedefinieerd wordt door dat gastland. Jüncker wil dit graag uitbreiden naar alle vergoedingen die verplicht worden gesteld door de wet maar ook door de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten en dit voor alle sectoren. Dit lijkt op zich een zeer nobel en sociaal doel dat ook gedragen wordt door de West-Europese lidstaten. De vraag is echter of dit juridisch haalbaar is en of dit geen (ernstige) afbreuk doet aan één van de fundamentele vrijheden van de Europese Unie, namelijk het vrij verkeer van diensten. Vooral de Oost-Europese lidstaten zien de hervorming als een inbreuk op het vrij verkeer. De EU lijkt vast te zitten in een tweespalt tussen Oost en West. Is een hervorming dan wel überhaupt wenselijk in zulk klimaat? Bovendien rijst de vraag of de gelijkheid waar Jüncker van droomt dan wel een gelijkheid is gezien er stemmen opgaan dat van echte gelijkheid geen sprake kan of zelfs mag zijn.We moeten ons ook de vraag stellen of dit niet nog meer sociale fraude en dumping in de hand zal werken.

Is equal pay for equal work voor gedetacheerde werknemers een vergiftigd geschenk voor de EU?

Vrij verkeer van diensten

De regeling rond detacheringen wordt gestoeld op het vrij verkeer van diensten (art. 56 VWEU). De dienstverlener maakt gebruikt van zijn vrij verkeer van diensten en biedt zijn vaardigheden aan in een ander land van de Europese Unie. Het doel van dat vrije verkeer is om binnen de EU een open interne dienstenmarkt tot stand te brengen en tegelijkertijd de kwaliteit van de dienstverlening aan de consumenten in de Unie te waarborgen.

Huidige regeling

De huidige regeling rond detacheringen wordt gecoördineerd in de detacheringsrichtlijn (Richtlijn 96/71/EG). Concreet komt het op neer dat het arbeidsrecht van het lidstaat van oorsprong toepasselijk blijft, maar de belangrijkste regels van het arbeidsrecht van het gastland moeten gerespecteerd worden. Hieronder vallen onder meer het maximum aantal werkuren, minimumloon en gezondheid en veiligheid op het werk. Het doel hiervan is de werkgever optimaal van zijn vrijheid van dienstverlening te laten genieten door enkel te vereisen dat hij voldoet aan de arbeidsvoorwaarden in zijn thuisland en de belangrijkste arbeidsrechtelijke regels van het gastland, dit in plaats van te voldoen aan het hele pakket aan arbeidsrecht van het gastland.

Nabije toekomst

De regeling die in de pijplijn zit, houdt in dat het pakket van hard core arbeidsrechtelijke regels die gerespecteerd dienen te worden naar de normen van het gastland uitgebreid zal worden. Bovendien zal er na een periode van 12 maanden, evenwel verlengbaar met zes maanden, toch het volledige pakket van arbeidsrechtelijke regels van het gastland opgelegd. De bedoeling hiervan is om een gelijke behandeling van gedetacheerde en lokale werknemers te bekomen na de periode van 12 maanden. De verloning wordt zo naar een evenwichtiger niveau getild aangezien ook bonussen en toeslagen toegekend dienen te worden alsook elementen rond verloning uit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten. Om enigszins tegemoet te komen aan de rechtsonzekerheid voorziet de hervorming ook in een informatieplicht voor de lidstaten, opdat werkgevers tenminste weten welke regels te respecteren in het gastland.

Jüncker's droom

Jüncker verklaarde in zijn werkprogramma dat hij een absolute gelijkheid wil tussen de gedetacheerde werknemers en de werknemers van het gastland en dit vanaf het begin van de detachering. Zijn argumentatie hiervoor is dat er geen 'tweederangsburgers' zijn. Wie hetzelfde werk uitvoert, moet daarvoor dezelfde verloning genieten. Het opzet van de gerichte herziening van de detacheringsrichtlijn is braindrain en oneerlijke praktijken die tot sociale dumping leiden, tegengaan.

Juridisch haalbaar?

De vraag is of dit wel verzoenbaar is met het vrij verkeer van diensten. Het vrij verkeer houdt namelijk in essentie in dat werkgevers zo eenvoudig mogelijk hun diensten in andere landen van de EU kunnen aanbieden als in hun eigen land. Een werkgever leeft namelijk al de wetgeving van zijn eigen staat na en om daarnaast tevens te moeten voldoen aan de volledige wetgeving van het land waar zijn werknemers naartoe gezonden worden, is zeer beklemmend. Dit zou bovendien een zware administratieve last meebrengen. Critici menen dat enkel de prijsconcurrentie tussen lokale en gedetacheerde werknemers aangepakt wordt door deze maatregel. De regeling zou alleszins het vrij verkeer van diensten sterk ontmoedigen.

Zorgt de gelijkheid voor daadwerkelijke gelijkheid?

Hoewel gelijkheid vooropgesteld wordt, zal het effect van de hervorming geen absolute gelijkheid zijn. Nergens wordt immers voorzien in afdwingbare rechten voor de werknemers. De uitbreiding van de toepasselijkheid van algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkosmten zal slechts effect hebben in vier lidstaten, aangezien de overige lidstaten hetzij deze al van toepassing verklaren op gedetacheerde werknemers, hetzij geen algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten kennen.

Bovendien zou de nieuwe regeling zorgen voor een grotere ongelijkheid tussen de Oost- en West-Europese landen. Er is immers een groot verschil in arbeidsrecht (o.a. loonvoorwaarden) tussen Oost- en West-Europa. Weinig Oost-Europeanen zouden nog gebruik willen (en kunnen) maken van het vrij verkeer van diensten wegens de te grote belemmering hierop, terwijl dit voor West-Europeanen niet al teveel verschil zou uitmaken.

Toename van sociale dumping?

Sociale dumping is dé incentive van de hervormingen die Jüncker wenst verwezenlijkt te zien. De afdwingbaarheid van de detacheringsrichtlijn (en bijgevolg de harde kern-normen van de uitgezonden staat) liet vaak aan de wensen over. Recentelijk werd er aan de lidstaten in 2014 meer slagkracht gegeven om op te treden tegen sociale dumping. Hoewel dit voor een verbetering heeft gezorgd, is de sociale dumping in de westerse landen nog altijd enorm hoog. Bovendien kwam Jüncker aanzetten met het idee van een hervorming vooraleer de omzettingstermijn van deze maatregel was verstreken, waardoor de effecten hiervan moeilijk al konden gemeten worden.

Conclusie

Het lijkt ons dan ook aangeraden dat de sociale inspectie en Europa eerst ervoor zorgt dat de harde kern regels van het gastland worden nagekomen, want dat is op heden totaal nog niet het geval. Pas als dit kordaat wordt opgevolgd kan men overschakelen naar de volgende stap en streven naar meer gelijkheid. Het is essentieel dat er hierbij geen stappen worden overgeslagen. Een klein kind gaat immers ook niet lopen alvorens het kan stappen, zo niet gebeuren er ongelukken. Dat is in het recht niet anders.