Vorige herfst werd in de gemeente Wassenaar, bij Den Haag, een nieuw museum geopend, een privéinitiatief van de puissant rijke industrieel en collectioneur Joop van Caldenborgh. Hij was al eigenaar van het landgoed Voorlinden dat destijds diende als buitenverblijf van meer dan welgestelde lieden. Men kan het vergelijken met de Antwerpse "Huizen van Plesantië" waar de rijke burgers hun zomers doorbrachten. Denk aan Middelheim, Den Brandt, Rivierenhof, Schoonselhof e.a.
...

Vorige herfst werd in de gemeente Wassenaar, bij Den Haag, een nieuw museum geopend, een privéinitiatief van de puissant rijke industrieel en collectioneur Joop van Caldenborgh. Hij was al eigenaar van het landgoed Voorlinden dat destijds diende als buitenverblijf van meer dan welgestelde lieden. Men kan het vergelijken met de Antwerpse "Huizen van Plesantië" waar de rijke burgers hun zomers doorbrachten. Denk aan Middelheim, Den Brandt, Rivierenhof, Schoonselhof e.a. Het landgoed ligt in een uitgestrekt park waar zowel inheemse als exotische bomen groeien. Van Caldenborgh liet in dat park een nieuw gebouw neerzetten (Kraaijvanger architects) dat het parkzicht niet mocht beschadigen maar genoeg ruimte moest bieden om zijn verzameling moderne en hedendaagse kunst te herbergen. De architectuur is discreet, een langwerpige grondvorm uit natuursdteeen en glaspartijen de grootte van een voetbalveld. Er is ruimte voor een permanente collectie, wisselende tentoonstellingen en permanente in-situ werken. Verder is er een auditorium, een boekenwinkel, een restauratie-atelier en een bibliotheek. Het restaurant werd ondergebracht in het voormalig landgoed.De collectie weerspiegelt de smaak van de verzamelaar en is dus subjectief. Ze gaat van de Nederlanders Jan Sluyters en Pyke Koch, over de Belgen Marcel Broodthaers, René Magritte tot Francis Alÿs en Michael Borremans tot Damien Hirst en Ai Weiwei. Een heel gamma van vooraanstaande kunstenaars.En dan zijn er de tijdelijke exposities waarvan de eerste gewijd was aan Ellsworth Kelly en vanaf nu Martin Creed, de Britse kunstenaar die in 2001 de Turner prijs won. Het meest in het oog springen de permanente installaties met voorop de monumentale sculptuur van de Amerikaan Richard Serra "Open Ended", waarin de bezoeker kan wandelen langs een labyrintisch gekromde vorm in corten-staal. Ondanks zijn gewicht van 216 ton behoudt het werk een frappante elegantie. In een andere zaal ontwierp de eveneens Amerikaanse James Turell een vierkante opening in het dak waardoor de bezoeker rechtstreeks in contact staat met de lucht in al zijn seizoensgebonden variaties. Ook Roni Horn is een Amerikaanse kunstenares die hier een zaal innam met vijf cylindervormige massief glazen sculpturen die lijken op reusachtige vazen in subtiele kleuren waarvan de oppervlakte volledig glad en transparant is zoals een onberoerd wateroppervlak. Sensationeel en een publiekssucces is een immense afbeelding van een ouder koppel onder een parasol op een imaginair strand. De figuren zijn meer dan levensgroot en zijn dermate levendig en minutieus uitgewerkt dat ze écht lijken. Het is een werk in polyester hars en siliconen van de Australër Ron Mueck. Soortgelijke hyperrealistische sculpturen kenden we van Duan Hanson en John de Andrea en bij ons Jacques Verduyn maar dat was in de jaren zeventig. Mueck deed het nog eens over maar dan in buitenmenselijk formaat. Het is een publiek succes en het aantal selfies die er van genomen worden loopt waarschijnlijk in de vele honderden. Dan is er nog het hallucinerende werk van de Argentijn Leandro Erlich die een zaal omtoverde in een zwembad met in het bassin het voor zwemmers bekende blauwe water en de typerende lampen. Men kijkt er naar en ontdekt dat onderaan bezoekers lopen. Geen optisch bedrog, maar een reëele constructie met een echte dubbele bodem, een optische illusie. En tenslotte, ergens laag bij de grond, niet onmiddellijk de aandacht trekkend, twee liftdeuren op een schaal van 1:7,5 (30 cm hoog bij 16,5 cm breed) die open en dicht schuiven zoals een normale lift. Alles werkt, je kan op de knopjes drukken, de lift komt er aan, de deuren schuiven open en je ziet een miniatuur interieur van de cabine. Het is een werk van de Italiaan Maurizio Cattelan die met deze schaalverkleining inspeelt op onze verwachtingen, we zien het miniatuur maar denken aan de normaliteit.Dat zijn de aantrekkingspunten van een collectie die verder bestaat uit meer "klassieke" hedendaagse kunstwerken van wisselende kwaliteit maar altijd bijzonder. Het begrip "museum" slaat traditioneel op een openbare verzameling kustwerken die een historische opeenvolging en verwantschap inhoudt. De bezoeker kan zich een beeld vormen van een evolutie en van een ontwikkeling van stijlen. Het is een educatief parcours. Privémusea bieden wat anders. Het zijn de reflecties van een individu met alle subjectiviteit van dien. De educatieve rol is minder aanwezig en de bezoeker zal op eigen houtje verbanden moeten leggen en zijn weg vinden in een persoonlijke keuze. Het maakt het hem er niet gemakkelijker op, zeker niet wanneer het om hedendaagse kunst gaat. Maar laten we toch blij en dankbaar zijn dat privéverzamelaars hun schatten met ons willen delen.