Is de ‘conservatieve golf’ in Latijns-Amerika aan het breken?

© AFP

De afgelopen twee jaar kwamen er opnieuw linkse presidenten aan de macht in Bolivia, Peru en Argentinië. Met de verkiezing van Xiomara Castro, eind november, vervoegt ook Honduras zich in dat rijtje. Is links bezig aan een comeback in Latijns-Amerika?

De overwinning van Castro in Honduras maakt een einde aan de twaalfjarige hegemonie van de rechts-conservatieve Nationale Partij (PNH), die in 2008 een staatsgreep pleegde tegen toenmalig president Manuel Zelaya. In die twaalf jaar kwam de PNH amper toe aan doortastend beleid. De machtspartij speelde vooral de hoofdrol in allerlei corruptieschandalen.

Huidig president Juan Orlando Hernandez zou geld verduisterd hebben om zijn eigen campagne te financieren. Maar dat is nog klein bier vergeleken met de talloze beschuldigingen van drughandel die hem en voorganger Porfirio Lobo vanuit de Verenigde Staten boven het hoofd hangen. Sommige onderzoekers stellen dat Honduras onder PNH-vlag afgegleden is tot een narco-staat. Die onderzoekers zijn niet van de minste. Onder meer een New Yorkse aanklager maakt gewag van ‘door de staat gesponsorde drughandel’.

Dat Xiomara Castro getrouwd is met uitgerekend de in 2012 afgezette Manuel Zelaya, is dus meer dan louter PNH’s afspraak met de geschiedenis. Doorslaggevender was de haast openlijke corruptie van kopstukken binnen de machtspartij, het economische wanbeleid, verkiezingsfraude en het mismanagement van de coronacrisis in het Centraal-Amerikaanse land. Xiomara Castro wist de oppositie te verenigen, en de Hondurezen duwden de slinger na twaalf jaar opnieuw richting links.

‘Geen arme mensen in een rijk land’

Honduras is niet het eerste Latijns-Amerikaanse land dat kortgeleden het rechtsconservatisme de rug toekeerde. In Peru won in juni Pedro Castillo het nipt van z’n rechtse tegenkandidaat Keiko Fujimori.

Dat Castillo won met de slogan ‘geen arme mensen meer in een rijk land’, is tekenend voor zijn overwinning. Veel van Castillo’s supporters koesterden Castillo’s belofte dat hij komaf zou maken met het neoliberale economische systeem dat Peru in de maag gesplitst kreeg van Keiko Fujimori’s vader, voormalig dictator Alberto Fujimori.

Dat systeem bracht dan wel economische groei en beteugelde de inflatie. Maar tegelijk deed het nauwelijks moeite om de miljoenen arme Peruvianen uit de armoede te tillen. Castillo werd de eerste linkse Peruviaanse president in meer dan een generatie.

Roze golf

De overwinningen van Castro en Castillo verstevigen de invloed van links op het continent, na eerdere overwinningen in Bolivia en Argentinië. Op het eerste zicht bouwen de nieuwe linkse presidenten voort op de erfenis van Hugo Chavez, die in 1998 aan de macht kwam in Venezuela.

FIDEL CASTRO EN HUGO CHÁVEZ
FIDEL CASTRO EN HUGO CHÁVEZ© Gettyimages

Nadien volgden nog Ignacio ‘Lula’ da Silva in Brazilië (2002), Evo Morales in Bolivia (2005) en Rafael Correo in Ecuador (2006). Het waren telkens breed gedragen overwinningen met grote marges voor de overwinnaars. De reeks linkse overwinningen aan het begin van het decennium kwam te boek te staan als de ‘roze golf’.

In een directe reactie daarop kwam rond 2015 de kentering. In zowel Argentinië, Brazilië, Peru, Paraguay, Chili als Ecuador kwamen rechts- tot extreemrechtse presidenten aan de macht. Dezelfde golf van populisme en nationalisme die Donald Trump aan de macht bracht, werd ten zuiden van de VS gecombineerd met een groeiende invloed van sociaal-conservatieve pinksterkerken.

Anticommunisme

Links werd teruggebracht tot enkele geïsoleerde havens. Naast de historische sterkhouder Cuba bleven slechts Venezuela en Nicaragua over. Meer en meer begonnen die overgebleven linkse presidenten uit het vaatje te tappen van de caudillo – de traditionele sterke man uit de tijd van de onafhankelijkheidsoorlogen. Het resultaat was autoritarisme, gestolen verkiezingen en een morrende bevolking met slechts één droom: hun land ontvluchten. Zo’n zes miljoen Venezolanen verlieten hun land sinds 2015, net als zo’n 100.000 Nicaraguanen.

Eén zin kwam overal op het continent terug in de aanloop naar de rechtse overwinningsgolf: ‘Laten we van ons land geen tweede Venezuela maken’. Het sloeg aan bij miljoenen Latijns-Amerikanen, die maar in de straten van hun grootsteden hoefden rond te kijken. Daar troffen ze de verarmde Venezolaanse diaspora, koortsachtig op zoek naar een nieuwe plek in de wereld.

Maar even later bleek de vertegenwoordigers van de ‘rechtse golf’ in hetzelfde bedje ziek te zijn als hun verfoeide ‘communistische’ tegenpolen.

Dat was niet alleen in Honduras het geval. Jair Bolsonaro, boegbeeld van rechtsconservatief Latijns-Amerika, spant de kroon. ‘In Brazilië bedreigt Jair Bolsonaro het democratische gezag’, stelt Human Rights Watch in een rapport. ‘Bolsonaro intimideert het Hooggerechtshof en zinspeelt op het annuleren van de verkiezingen van 2022. Hij bedreigt het recht op vrij meningsuiting’, klinkt het. Human Rights Watch ziet dezelfde tendens in andere landen in de regio.

Supporter van Bolsonaro: 'Ga weg communisten'
Supporter van Bolsonaro: ‘Ga weg communisten’

En niet alleen de democratische instellingen krijgen het te verduren. Ook de corruptie blijkt als vanouds voort te gaan. Bolsonaro, alweer, zou al meer dan dertig jaar betrokken zijn bij het zogenaamde rachadinha, een afpersingschema waarbij bepaalde functionarissen delen van hun loon moeten afstaan om louter hun job te behouden.

Breuk in Maduro’s pantser?

Verkiezingen op zich blijken niet voldoende te zijn om te kunnen spreken van een democratie. Ook dat toonde de afgelopen stembusgangen in onder meer Nicaragua en Venezuela aan. Daniel Ortega bleef aan de macht in Nicaragua met een internationaal gecontesteerde overwinning. En ook in Venezuela vonden er in november dubieuze verkiezingen plaats. Nicolas Maduro’s socialistische partij won er op vijf na alle 23 gouverneurszetels en goed twee derde van de burgemeesterspostjes.

‘Niet vrij, en niet eerlijk’, concludeerde onder meer de Europese Unie na afloop van de verkiezingen in beide pseudo-democratieën

‘Niet vrij, en niet eerlijk’, concludeerde onder meer de Europese Unie na afloop van de verkiezingen in beide pseudo-democratieën. En toch. Waar het bergaf lijkt te gaan met de democratische instellingen in Nicaragua, komen er voor het eerst sinds lang barsten in het autocratische pantser van de Venezolaan Nicolas Maduro.

Politici uit de oppositie konden namelijk op eigen houtje beslissen of ze deelnamen aan de verkiezingen. Aan die keuze hing weliswaar een moreel prijskaartje. Legitimeer je door deel te nemen een doorgestoken stembusgang? Of bied je een greintje politieke hoop aan een moe getergd en verarmd volk? Hoe dan ook, voor het eerst sinds lang had de Venezolaanse kiezer nog eens een keuze. En dat is een niet te onderschatten tendens, zeker in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2024.

Chili, Brazilië, Colombia: een blik op de toekomst

2024 mag dan nog ver in de toekomst liggen, elders op het continent vinden er binnenkort drie cruciale verkiezingen plaats. In Brazilië lijkt ‘Lula’ da Silva goede kaarten te krijgen om Bolsonaro weg te stemmen. In Chili presenteert Gabriel Boric zich als te kloppen presidentskandidaat op links. In de eerste ronde op 21 november kwam het in Chili nog tot een nek-aan-nekrace tegen de ultraconservatieve José Antonio Kast. Die laatste spiegelt zich graag aan de Braziliaanse president Jair Bolsonaro en Donald Trump. Intussen kreunt Chili onder de nalatenschap van een neoliberale grondwet die nog door dictator Augusto Pinochet werd doorgevoerd. Boric, een voormalige studentenleider die al zeker sinds 2011 op de barricaden staat, maakte van het veranderen van die grondwet het speerpunt van zijn campagne. En ook in Colombia komt het in mei 2022 waarschijnlijk tot een krachtmeting tussen Gustavo Petro, een voormalige guerrillero, en een kandidaat uit het kamp van het rechtsconservatieve uribismo.

Wat die drie verkiezingen toch vooral aantonen, is enerzijds dat de polarisatie ook in Latijns-Amerika hand over hand toeneemt. Linkse recepten lijken wel weer wind in de zeilen te krijgen. Maar hun voorstanders winnen vandaag doorgaans maar met flinterdunne marges.

Vooral dat lijkt het grote verschil met de ‘linkse golf’ van rond de eeuwwisseling. Figuren als Lula, Chavez en Morales waren breed gedragen figuren met een verleden en een netwerk. De hoop van progressief Latijns-Amerika – in de eerste plaats Pedro Castillo in Peru en Gabriel Boric in Chili – worden toch een stuk minder breed omarmd. Bovendien is hun netwerk binnen de democratische instellingen veel beperkter.

Goed dertig jaar na de terugkeer van de democratie op het continent, lijkt Latijns-Amerika zich schrap te zetten voor een nieuwe golf van politieke vernieuwing. Of de conservatieve golf effectief zal breken en overgaan in een tweede ‘roze golf’, lijkt van ondergeschikt belang. Eerder is de vraag: hebben de instellingen de voorgaande twee golven overleefd? Het antwoord daarop verschilt per land, maar klinkt alvast niet éénduidig positief.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content