'Indonesië stapt een donker tijdperk binnen. En het licht aan het einde van de tunnel is lang niet in zicht.' Andreas Harsono voelt niet de aandrang om met een positieve noot te eindigen, na anderhalf uur roeren in de etterende wonde die radicalisering heet. Somber walst de Indonesische expert religie van de ngo Human Rights Watch zijn laatste restje avocadosap. Achter ons klettert de koffiemolen, de geur van gemalen Javaanse bonen mengt zich met de aircolucht en jarennegentigreggae die uit de speakers schalt. Maar het is niet voor de sfeer dat Harsono deze Starbucks in hartje Jakarta als ontmoetingsplek uitgekozen heeft.
...

'Indonesië stapt een donker tijdperk binnen. En het licht aan het einde van de tunnel is lang niet in zicht.' Andreas Harsono voelt niet de aandrang om met een positieve noot te eindigen, na anderhalf uur roeren in de etterende wonde die radicalisering heet. Somber walst de Indonesische expert religie van de ngo Human Rights Watch zijn laatste restje avocadosap. Achter ons klettert de koffiemolen, de geur van gemalen Javaanse bonen mengt zich met de aircolucht en jarennegentigreggae die uit de speakers schalt. Maar het is niet voor de sfeer dat Harsono deze Starbucks in hartje Jakarta als ontmoetingsplek uitgekozen heeft. Op 14 januari 2016 bliezen twee zelfmoordterroristen de politiepost voor de deur van dit etablissement op. Gewapende mannen stormden de Starbucks en een nabijgelegen bioscoop binnen. Ze openden het vuur, er volgen meerdere explosies. Het doelwit was met zorg gekozen: het symbool van consumptie en verwestersing, recht tegenover een gebouw van de Verenigde Naties en te midden van shoppingcenters, internationale bedrijven en luxehotels. Er vielen minstens acht doden. Onverwacht kwam de aanslag niet. Twee weken eerder werden nog 150.000 militairen en politieagenten ontplooid om publieke plaatsen te bewaken op oudejaarsnacht. Een van de Starbucks-terroristen, zo bleek, had op zijn blog de aanslagen in Parijs geprezen en opgeroepen om meer ongelovigen af te slachten. Nog tekenen aan de wand waren de vele Indonesische extremisten die elders het land werden uitgegooid, de jihadisten die terugkeerden uit het mislukte kalifaat in Syrië en Irak, de vele slapende IS-cellen in eigen land en de IS-vlaggen die steeds vaker tijdens betogingen in het straatbeeld opdoken. Toch zijn jihadisten niet eens Indonesiës grootste probleem. In het land met de grootste moslimbevolking - 87 procent van de 262 miljoen inwoners - schuift ook de mainstream op naar een meer orthodoxe, intolerante islam. Begin november 2017 toonde een peiling van het ministerie van Religieuze Zaken en de Wahid Foundation dat drie vierde van 16.000 moslimscholieren de oprichting van een kalifaat ondersteunt. 30 procent geeft aan de jihad te interpreteren als oorlogvoering tegen andersgelovigen. Uit een enquête van het Pew Research Center blijkt dat 72 procent van de Indonesische moslims de sharia wil invoeren. Bijna de helft ziet heil in lijfstraffen zoals amputatie. Dat vloekt met de reputatie die het Indonesische staatsbestel en de zogenoemde islam nusantara of 'islam van de archipel' internationaal genieten: voorbeelden van pluralisme, van vreedzaam samenleven, aangepast aan de multiculturele realiteit van duizenden eilanden. Stap als buitenstaander een moskee binnen en je krijgt een bord eten onder je neus geschoven, moslim of niet. 'Zij zijn duidelijk ook niet van hier. Waarom neem je hen niet mee naar je hotel?' zegt de opzichtster in het vrouwengedeelte van de Istiqlal-moskee, de grootste van Zuidoost-Azië, terwijl ze wijst naar twee dames met zwarte nikabs die selfies maken tijdens het vrijdaggebed. Ze moet hartelijk lachen om haar suggestie. De Indonesische islam, dat is morele rek en zuidelijke gemoedelijkheid. Wie het heden aan het recente verleden toetst, ziet het hellende vlak. Kerken van de christelijke minderheid moeten sluiten. De Indonesische Raad van Ulama's, de hoogste islamitische autoriteit, maant moslims aan hun christelijke landgenoten niet langer een vrolijk kerstfeest te wensen. In het parlement ligt een voorstel klaar om celstraffen op te leggen voor seks buiten het huwelijk. Bier en wijn zijn altijd moeilijker te vinden, en er gaan stemmen op om alcohol helemaal te verbieden. Waar hoofdbedekking vroeger de uitzondering was, is ze nu de regel. Tot 2015 mochten vrouwelijke politieagenten geen hijab dragen, twee jaar later zijn gesluierde vrouwen bij de ordediensten in de meerderheid. In steeds meer provincies worden shariawetten het juridische bestel binnengeloodst. In 2016 telde de Nationale Commissie voor Geweld Tegen Vrouwen (KP) 422 discriminerende nationale en lokale wetten, tegenover 389 in 2015. In 2017 stopte de commissie met tellen, omdat Jakarta na een sterk doorgedreven decentralisering toch geen impact meer heeft op de lokale besturen. Syahar Banu heeft het klimaat zien veranderen. 'In de lagere school voelde ik me gediscrimineerd omdat ik geen hijab mocht dragen, op een islamitische school nog wel. In het middelbaar mocht het, maar de leraars waarschuwden me: "Mensen zullen op je neerkijken. Met een hoofddoek vind je nooit werk." De hijab, dat was iets van de onderklasse. Toen ik aan de universiteit filosofie ging studeren, begon ik de religieuze gebruiken die ik van huis uit had meegekregen in vraag te stellen, maar toen had de realiteit me al ingehaald. Nu bedek ik mijn hoofd voor mijn moeder en mijn schoonmoeder. Voor de samenleving. Vijftien jaar geleden werd je onderschat of uitgemaakt voor terrorist wanneer je een hijab droeg, nu ben je een slechte vrouw als je het níét doet.' Banu is journaliste en blogger, en balanceert constant op het slappe koord van het maatschappelijk aanvaardbare. Ze schrijft complexloos over seks en neemt uitgesproken progressieve standpunten in over holebirechten en interreligieuze huwelijken, twee van de grootste taboes binnen de islam. Haar ontslag als hoofdredactrice van een islamitische nieuwswebsite neemt ze maar voor lief. 'Het is mijn protest tegen een hypocriete moraal. De meeste mensen gaan akkoord met mijn standpunten, maar de stille meerderheid is bang van een luid schreeuwende minderheid.' Tegelijk wil ze niet gefotografeerd worden aan een tafel waarop het logo van een biermerk prijkt. Een nachtclub zal ze nooit binnenstappen, om haar critici geen zuurstof te geven. 'Islamitische hardliners gaan daar foto's nemen om meisjes aan de schandpaal te nagelen op sociale media.' Berucht voor dat soort acties is het Islamitisch Verdedigingsfront (FPI), een beweging die opereert als zelfverklaarde zedenpolitie en 'goede moslims' mobiliseert om cafés, kerken en religieuze minderheden aan te vallen. 'Groepen zoals het FPI gebruiken soft violence, in tegenstelling tot het harde geweld van de jihadisten. Ze hebben een sterke onlineaanwezigheid en zijn erg gesofisticeerd, wat hun acties zeer efficiënt maakt', zegt Andreas Harsono. Hij benadrukt dat die groepen niet nieuw zijn. 'De islam is een huis met vele kamers, een orthodoxe interpretatie heeft daarin ook in Indonesië altijd haar plaats gehad. Tijdens het bewind van president Soeharto (van 1967 tot 1998, nvdr.) waren radicale strekkingen haast onzichtbaar omdat er hard tegen opgetreden werd. De democratisering na de dictatuur heeft orthodoxe moslims hun stem teruggegeven.' De instrumenten die zij steeds doortastender hanteren, worden hun door de overheid aangereikt. Cruciaal is de blasfemiewet van 1965, zegt Harsono. 'Die werd tot 2004 maar 8 keer gebruikt. In het daaropvolgende decennium 89 keer. Wie zich kritisch uitlaat over de islam, wordt voor het gerecht gedaagd. Ook de wet van 2006 over religieuze harmonie is problematisch. Die houdt in dat de religieuze meerderheid de minderheden beschermt, wat in de praktijk discriminatie in de hand werkt. Wil je je restaurant openhouden tijdens de ramadan, dan heb je daarvoor een speciale vergunning nodig. Het hele idee van een tolerant, multireligieus Indonesië met gelijke rechten voor alle burgers is een leugen. Alle infrastructuur voor religieuze discriminatie zat al ingemetseld in het systeem', zo verklaart Harsono zijn pessimisme. Het verhardende discours en de gewelddadige acties van fundamentalisten maken ook Syahar Banu ongerust. 'Ik ben een sjiiet, wat mij volgens groepen zoals het FPI per definitie een slechte moslima maakt. Wat gebeurt er als Indonesië een kalifaat wordt? Komen ze me dan vermoorden?' ' Khilafah, khilafah!' Demonstranten scanderen hun droom van een kalifaat terwijl ze naar het parlement marcheren, in een betoging die een veronderstelde communistische couppoging in 1965 herdenkt. Met 1500 betogers is de opkomst veel lager dan verwacht, maar de 20.000 aanwezige politieagenten verraden hoe strak de zenuwen gespannen staan. Het communisme is al decennialang geen factor van belang meer in Indonesië, maar een gelegenheidscoalitie van militairen en islamisten grijpt het rode gevaar graag aan om de gematigde president Joko Widodo aan te vallen. 'Gisterenavond hielden we een panelgesprek over de coup van 1965. De politie had het ons afgeraden, uit vrees dat fundamentalisten onze samenkomst met geweld zouden verstoren', zegt Ayu Utami. De 49-jarige schrijfster was een van de gezichten van de democratiseringsbeweging aan het einde van de Soeharto-dictatuur. 'Aanvankelijk waren we euforisch om de herwonnen vrijheden, maar al gauw zagen we dat de dreiging voortaan van religieuze fundamentalisten kwam.' Dat ondervond Utami al in 2005, toen de Raad van Ulama's een fatwa uitsprak tegen wat hij 'SIPILIS' noemde: secularisme, pluralisme, liberalisme en interreligieuze huwelijken. Naar analogie met een syfilislijder diende het land van die kwalen genezen te worden. Gesterkt door de fatwa viel het FPI de kantoren van Utami's burgerrechtenbeweging aan. 'Maar de huidige radicaliseringsgolf is van een andere orde. Met de protesten tegen Ahok is een rode lijn overschreden.' Ahok, ofwel Basuki Tjahaja Purnama, was de gedoodverfde kandidaat om in april 2017 zichzelf op te volgen als gouverneur van Jakarta. Als etnisch Chinese christen was hij een atypische kandidaat, maar zijn no-nonsenseaanpak en schone handen maakten hem razend populair in de hoofdstad. Purnama's tegenstanders waarschuwden kiezers dat het moslims niet was toegestaan om op niet-moslims te stemmen. Purnama betwistte het bestaan van die islamitische regel, maar na wat knip-en-plakwerk klonk het alsof hij de Koran zelf in twijfel trok. Purnama werd aangeklaagd wegens godslastering. Militante islamistische organisaties mobiliseerden honderdduizenden betogers tegen de blasfemische gouverneurskandidaat. Het werden de grootste protesten sinds het einde van de dictatuur. Purnama werd veroordeeld en ging in mei vorig jaar voor twee jaar de cel in. Purnama's opposant Anies Baswedan haalde na de karaktermoord op zijn tegenstander het gouverneurschap binnen. Nochtans stond Baswedan voordien noch als populist, noch als orthodox moslim geboekstaafd. Pas nadat hij vorig jaar door president Widodo ontslagen werd als diens minister van Onderwijs, keerde hij zich radicaal tegen zijn voormalige broodheer, om met een islamistisch discours en de steun van Widodo's aartsrivaal Prabowo Subianto voor het gouverneurschap van Jakarta te strijden. Voor Soeharto's schoonzoon en oud-generaal Subianto, die in 2014 nipt de presidentsverkiezingen verloor van Widodo, waren die gouverneursverkiezingen een repetitie voor de presidentiële strijd van 2019. 'Islamisten en politici die elkaar instrumentaliseren moeten ons meer angst inboezemen dan uit Syrië terugkerende kinderen die met afgehakte hoofden speelden', zegt Ayu Utami. 'Islamisten helpen populistische politici aan de macht, waarna die zich verplicht zien om de islamistische agenda uit te voeren. Het maakt de dreiging dat Indonesië een fundamentalistische staat wordt reëel.' Wil dat zeggen dat Indonesië de richting van Atjeh kan uitgaan, de noordwestelijke provincie waar de sharia nu al van kracht is? 'Het kan erger worden', zegt Utami. 'Atjeh is in grote meerderheid islamitisch, er is weinig interreligieus conflict. Jakarta is veel pluralistischer. Nu al was er tijdens de verkiezingsstrijd een plotse toename van geweld tegen religieuze minderheden.' Toch ziet Utami ook redenen voor optimisme. Terwijl vorige presidenten graag surften op de hekgolven van orthodoxe moslimleiders, heeft Widodo de strijd aangebonden met de fundamentalisten. In juli 2017 verbood hij het Indonesische filiaal van Hizb ut-Tahrir, een groepering die wereldwijd van alle gebieden waar moslims leven een kalifaat wil maken. Ze is een van de voornaamste aanstokers van straatprotesten en een belangrijke kweekvijver voor jonge Indonesiërs die zich bij de IS aansluiten. Toch associeert ze zich niet met de terreurgroep, benadrukt Hizb ut-Tahrir-woordvoerder Ismail Yusanto. 'Wij willen op vreedzame wijze de islamitische levensstijl herstellen, waarbij iedereen samenleeft onder het gezag van de kalief en de sharia.' Het is maandagochtend en Ismail Yusanto heeft zich aangeboden bij het Grondwettelijk Hof, recht tegenover het Monumen Nasional, het 132 meter hoge symbool voor de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Voor 's lands hoogste rechters komt hij het bestaansrecht van zijn organisatie bepleiten. Hij ontkent de beschuldigingen dat Hizb ut-Tahrir uit is op een staatsgreep en doelbewust de veiligheidstroepen infiltreert. 'Uiteraard komen er ook militairen en politieagenten naar onze predikers luisteren, maar wij proberen alle moslims te overtuigen van de waarde van het kalifaat.' Voor Yusanto is het de enige garantie op wereldvrede. Andersgelovigen hoeven zich voor hem niet te bekeren. 'Wel moet iedereen het kalifaat als het enige wettige politieke systeem erkennen.' De in Atjeh toegepaste sharia, met publiekelijke stokslagen voor onder andere homoseksualiteit gaan voor Yusanto niet ver genoeg. In de geweldloze samenleving die Hizb ut-Tahrir voorstaat moeten holebi's de doodstraf krijgen. De zaak zal wellicht maanden duren, maar Yusanto heeft vertrouwen in de goede afloop. 'De argumentatie van de regering is erg zwak.' Tevreden ziet hij in de zitting van vandaag een rechtenprofessor het gebrek aan legale gronden voor het presidentiële verbod bepleiten. Niet alle gematigde krachten zijn onverdeeld gelukkig met de nieuwe illegale status van Hizb ut-Tahrir. Sommigen vragen zich af welke middenveldorganisaties een volgende president naar eigen goeddunken zal verbieden. Anderen vrezen dat Hizb ut-Tahrir garen kan spinnen bij het martelaarschap. Bovendien heeft Widodo niet de vetste vis gevangen. Maar de president moest íéts doen, en tegen het machtige FPI durft hij nog geen schoktherapie toe te passen. 'We moesten Hizb ut-Tahrir elimineren vooraleer de groepering te groot werd', verdedigt Adung Rochman de beslissing. Hij is algemeen secretaris van GP Ansor, de jongerenbeweging van de Nahdlatul Ulama (NU), met naar schatting veertig miljoen aanhangers Indonesiës grootste moslimorganisatie. De NU was de drijvende kracht achter de liquidatie van Hizb ut-Tahrir. Rochman ziet het islamisme, de politieke islam, als de grootste bedreiging voor Indonesië. 'Rumah Toleransi' of 'Huis van Tolerantie' is de niet mis te verstane slagzin die prominent op de wand van de vergaderzaal in het GP Ansor-hoofdkwartier prijkt. Rochman: 'Onze Indonesische islamitische traditie is er al eeuwenlang een van pluralisme. Maar daarnaast heeft er altijd een politieke variant bestaan. Ook die beroept zich op de Koran, het is zinloos om dat te ontkennen. We moeten moslims duidelijk maken dat teksten uit de middeleeuwen geherinterpreteerd moeten worden naar onze tijd.' Rochman gelooft dat de meeste Indonesische moslims tolerantie voorstaan, maar beseft dat de islamisten terrein winnen, vooral onder jongeren. 'Progressieve moslims hebben de sociale media te lang verwaarloosd. Daardoor hebben extremisten online vrij spel gekregen. Jongeren die meer willen weten, komen automatisch bij het FPI en de IS terecht.' In mei 2017 lanceerde GP Ansor de Humanitaire Islam-beweging. Die moet moslims waarschuwen voor problematisch gedachtegoed. Met Banser heeft de jongerenbeweging ook een 1,7 miljoen man sterke militie (zonder vuurwapens) die in het verleden de communisten bestreed en die nu haar pijlen op de islamisten richt. 'Niet zo lang geleden hebben we een massabijeenkomst van Hizb ut-Tahrir verhinderd door de routes ernaartoe te blokkeren. We stapten op de bussen om te zien wie hun aanhangers waren. Vooral dorpelingen die geen idee hadden waar ze heen gingen, zo bleek. Er was hun een all-inclusivebedevaart naar een lokaal islamitisch heiligdom beloofd. Ze zeiden dat het militairen waren die hen op de bus hadden gezet.' Het toont volgens Rochman niet alleen aan hoe ernstig de situatie is, het werpt ook de vraag op tegenover wie Banser zal staan als het conflict met de islamisten zijn kookpunt bereikt. In de kazernes heeft lang niet iedereen het machtsverlies door de val van de militaire dictatuur goed verteerd. Zwaargewichten in het leger waren actief betrokken bij de oprichting van het FPI, als vehikel om politieke instabiliteit te creëren. Uit gelekte diplomatieke documenten bleek dat het FPI eveneens gefinancierd werd vanuit de politie en de geheime dienst. Niets wijst erop dat radicale islamisten en veiligheidsdiensten ondertussen van tafel en bed gescheiden zouden zijn. 'We doen er alles aan om de extremisten op een vreedzame manier te counteren', zegt Rochman sussend. 'Maar als het tot een gewelddadig conflict komt, zijn wij bereid om onze tradities te verdedigen. Elke dag bieden zich bij Banser nieuwe leden aan die tegen de wahabieten willen strijden.' GP Ansor en de NU benoemen radicale islamisten consequent als wahabieten. Daarmee benadrukken ze de richting vanwaaruit het salafistisch fundamentalisme volgens hen komt aangewaaid: het Arabische schiereiland. Rochman: 'Sinds de democratisering van Indonesië subsidiëren en promoten landen als Saudi-Arabië hier massaal hun extremistische interpretatie van de islam. In naam van authenticiteit proberen ze een monolithische islamitische cultuur te installeren. Maar wij zijn geen Arabieren. Wij hadden al een cultuur voor de islam naar Indonesië kwam.' Piyungan, een dorp in de agglomeratie van Indonesiës academische hoofdstad Yogyakarta, zag al in de jaren tachtig de eerste wahabitische predikers arriveren. Zodra ze zich hadden opgewerkt in het bestuur, werkten ze de gematigde bestuursleden buiten. In 2000 opende het Islamitisch Centrum Bin Baz, genoemd naar de toen net overleden Saudische moefti Abdul Aziz bin Baz. Er kwamen scholen, een moskee, een ziekenhuis en een universiteit. Elk huis op de markt komt, koopt Bin Baz op voor een veelvoud van de vraagprijs. Plattelandsbewoners die naar Piyungan verhuizen en hun kinderen naar Bin Baz-scholen sturen, krijgen financiële bijstand. 'Een opleiding aan de gerenommeerde universiteiten van Yogyakarta kon ik niet betalen. Hier studeer ik bijna gratis', zegt een studente verpleegkunde die anoniem wil blijven. Dat ze daarvoor een nikab en lange gewaden tot aan de tenen moet dragen, was wel even wennen. Piyungan lijkt een continent verwijderd van doorsnee-Java. De baarden zijn er langer, boerka's en lange gewaden voeren de boventoon. In het Bin Baz-centrum wordt elke vrouw door haar man vergezeld. Het heeft haast iets tragikomisch, de zichtbare innerlijke strijd van vrouwen die zichzelf eraan trachten te herinneren dat ze de blik van vreemde mannen horen te mijden. 'Het is pure indoctrinatie', zegt Jadul Maula, een aan de NU verbonden islamgeleerde die hier een Koranschool heeft, zuchtend. 'Overal krijgen de bewoners van Piyungan te horen dat hun eeuwenoude islamitische gebruiken polytheïstisch en dus zondig zijn. Zo breken de wahabieten steen voor steen het Indonesische pluralisme af.' Dat Maula's eigen dorp aan het wahabisme ten prooi is gevallen, doet dubbel pijn. Hij reist al jaren door Indonesië om moslims aan de waarde van hun culturele erfgoed te herinneren. Trots beschouwt hij op zondagmiddag de mee door hem georganiseerde optocht van meer dan duizend in traditionele klederdracht uitgedoste mannen en vrouwen. Ze komen vanuit de hele provincie. Als krijgers, dansers en monsters betonen ze eer aan hindoeïstische, boeddhistische en islamitische tradities en aan oude koninkrijken. Hier geen ontwijkende blikken: meisjes met felgekleurde hijabs, rieten hoofddeksels en hoeden van krantenpapier delen duckfaces en uitgestoken tongen met de duizenden smartphonecamera's aan de kant van de weg. 'De fundamentalisten proberen deze optochten te verbieden. Met muziek, dans, kunst en theater - alles waar zij tegen zijn - benadrukken we onze culturele eigenheid', zegt Maula. Weinig provincies kregen de afgelopen jaren meer religieus geïnspireerd geweld te verwerken dan Yogyakarta. Ook aan de universiteiten woedt de strijd om de geesten. Hizb ut-Tahrir, de Moslimbroederschap en wahabitische groepen infiltreren in sleutelfaculteiten zoals de lerarenopleidingen. Jongeren die voor het eerst naar de grootstad komen bestoken ze met cursussen creatief schrijven en documentaireregie, wandbekleding voor islamistisch onderricht. Indonesië mag in zijn geheel dan wel pluralistisch zijn, veel nieuwbakken studenten zijn in monoculturele, islamitische dorpen opgegroeid. Het salafisme klinkt hun niet minder exotisch in de oren dan de westerse, hedonistische levensstijl. Ze krijgen beurzen om in Saudi-Arabië en Jemen te gaan studeren, waarna ze huiswaarts keren om op hun beurt wahabitische Koranscholen op te richten. President Widodo kent de Saudische beïnvloedingsmechanismen, maar staat machteloos. Met de quota voor de hadj - Saudi-Arabië beslist hoeveel Indonesische moslims jaarlijks naar Mekka mogen reizen - heeft het land een belangrijk machtsinstrument in handen. Geen president die een verlaging van dat quotum op zijn geweten wil. Zeker Widodo niet, die vlak voor zijn verkiezing nog met zeven haasten naar Mekka moest om zich als goede moslim te bewijzen. Volgens zijn tegenstanders was hij niet vroom genoeg. Of zelfs: een christen in schapenvacht. Politici, veiligheidsdiensten, moslimorganisaties, de Raad van Ulama's, Saudi-Arabië, zelfs de overwegend christelijke, etnisch Chinese economische elite: allen wapenen ze zich met de islam in een moeilijk te ontwarren tronenspel, met de jonge, kwetsbare democratie als inzet. 'De radicale bewegingen kunnen we één voor één verslaan. Politieke opportunisten zijn veel moeilijker te bekampen', zegt Adung Rochman. 'We moeten de strijd nu aangaan, nu we hem nog kunnen winnen.'