In Duitsland had in de vroege namiddag 29,4 procent van de kiezers een stem uitgebracht. Dat is bijna vier procentpunten meer dan in 2014. Ook in Frankrijk tekent zich een hogere opkomst af. Omstreeks 17.00 uur had 43,29 procent van onze zuiderburen gestemd. Vijf jaar geleden had op dat moment slechts 35,07 procent van het Franse electoraat gestemd. In Spanje was de opkomst al beduidend hoog voor de recente parlementsverkiezingen, en die lijn lijkt zich door te trekken voor de Europese stembusgang. Rond 14.00 uur had 34,63 procent van de Spaanse kiezers al een bezoekje gebracht aan het stemlokaal. Vijf jaar geleden was dat slechts 15,7 procent. In Italië lag de opkomst rond het middaguur stabiel in vergelijking met 2014. Ongeveer 16 procent heeft al gestemd.

De opwaartse trend lijkt zich ook af te tekenen in Centraal- en Oost-Europa. Vijf uur na het openen van de stemlokalen hadden al dubbel zoveel Polen (14,39 pct) gestemd als vijf jaar geleden. In Hongarije, Roemenië en Slovakije was de toeloop in de eerste uren eveneens groter dan in 2014. Toen bengelde Slovakije aan de staart van het Europese peloton met een opkomst van amper 13 procent. Nu wordt de deelname in het land op 20 procent geraamd.

Zo lijkt het erop dat de interesse voor de Europese verkiezingen opnieuw toeneemt. De opkomst vertoonde immers een dalende lijn sinds de eerste rechtstreekse verkiezingen van het Europees Parlement in 1979. Veertig jaar geleden nam 61,9 procent van de kiezers deel. Tegen 2014 was dat aantal gestaag gezakt tot 42,61.

Ook de aandacht van de media lijkt in de lift te zitten. Het Europees Parlement meldde dat 1.300 journalisten een accreditatie hebben aangevraagd om de stembusgang vanuit het halfrond te verslaan. Dat is een absoluut record. Het Europees Parlement zelf spaarde de voorbije maanden kosten noch moeite om de Europese burgers naar het stemhokje te lokken.