Wie de voorbije elf jaar langs Pennsylvania Avenue kuierde, en in de buurt kwam van de tempel van de spoorwegen, Union Station, kon het Newseum niet missen. Als je vanop afstand keek, zag je het eerste amendement van de Amerikaanse Grondwet op de gevel uitgeschreven. In dat amendement wordt onder meer gesteld dat het Congress (parlement) geen wetten zal maken die 'de vrijheid van meningsuiting of de pers beknotten'. Binnenin kon je (vooral Amerikaanse) sterren van de journalistiek op tv-schermen aan het woord zien en horen, kon je notaboekjes bekijken van baanbrekende reportages, kon je de stukken van de Berlijnse Muur zien, foto's van de terreuraanslagen van 11 september, het decor van The Daily Show met Jon Stewart, en zoveel meer.

Het museum, dat in 1997 werd opgericht, verhuisde in 2008 naar Pennsylvania Avenue, de straat die het Witte Huis en het Capitool verbindt. Dat was een tactische vergissing. Niet qua bezoekersaantallen, want ruim 10 miljoen mensen hebben het Newseum sinds 2008 bezocht. Maar qua investering. Het 'paleis' waarin het museum werd gevestigd, kostte 450 miljoen dollar. Dat bedrag werd betaald terwijl de bankencrisis woedde, en terwijl wereldwijd kranten en andere media duizenden journalisten ontsloegen. Reken daar bovenop buitensporige lonen voor de top van het Newseum, en een inkomgeld van 25 dollar voor bezoekers (in een stad waar vele musea gratis zijn), en je kon zo voorspellen dat het Newseum moeite zou hebben om te overleven.

Bezoekers van de laatste week, voor een stukje Berlijnse Muur., Reuters
Bezoekers van de laatste week, voor een stukje Berlijnse Muur. © Reuters

Het gebouw wordt nu verkocht aan Johns Hopkins University. De tentoongestelde objecten worden gestockeerd en kunnen eventueel deel gaan uitmaken van reizende tentoonstellingen. Enkele populaire online aanbiedingen blijven voorlopig behouden, daarbij de ruim 1000 voorpagina's van kranten die dagelijks beschikbaar worden gesteld.

Echt 'fake news'

En al is de sluiting in eerste instantie een gevolg van economische misrekening, dan verwijzen toch nogal wat Amerikaanse commentatoren naar een tijdsgewricht waarin de journalistiek vaker dan tevoren politiek verguisd wordt en president Donald Trump over media en journalisten spreekt in termen van 'vijanden van het volk'. Journalisten worden uitgefloten of bedreigd tijdens meetings van de president.

Het Newseum daarentegen was geneigd de heroïek van het journalistieke vak te benadrukken.

Zelfs in tijden van sluiting ronken de mededelingen: 'Er waren geen historici aanwezig bij de landing in Normandië. Journalisten geven een eerste versie van geschiedschrijving'. Prominent op de website staat een citaat van journaliste Ida B. Wells: 'De manier om verkeerde dingen recht te zetten, is door er het licht van de waarheid op te richten.'

Niet dat het Newseum het 'fake news', het echte 'fake' dan, uit de weg ging: men stelde onder meer kopieën tentoon van notities die Stephen Glass maakte om te kunnen 'bewijzen' dat hij zijn succesrijke maar helaas compleet fictieve reportages voor de New Republic niet uit de duim gezogen had.

Maar de grote teleurstelling rond de sluiting van het museum, aldus Philip Kennicott in de Washington Post, lag toch bij ons. 'Ons gebrek aan weerstand tegen het triviale, of het aanvaarden van een economie waarin de macht geconcentreerd zit in de handen van een kleine minderheid...'

Een Newseum met bakken lof voor journalisten, van de grootste sterren tot de meest bescheiden 'burger-journalisten' op het internet, kon ons daar niet voor behoeden.

Wie de voorbije elf jaar langs Pennsylvania Avenue kuierde, en in de buurt kwam van de tempel van de spoorwegen, Union Station, kon het Newseum niet missen. Als je vanop afstand keek, zag je het eerste amendement van de Amerikaanse Grondwet op de gevel uitgeschreven. In dat amendement wordt onder meer gesteld dat het Congress (parlement) geen wetten zal maken die 'de vrijheid van meningsuiting of de pers beknotten'. Binnenin kon je (vooral Amerikaanse) sterren van de journalistiek op tv-schermen aan het woord zien en horen, kon je notaboekjes bekijken van baanbrekende reportages, kon je de stukken van de Berlijnse Muur zien, foto's van de terreuraanslagen van 11 september, het decor van The Daily Show met Jon Stewart, en zoveel meer.Het museum, dat in 1997 werd opgericht, verhuisde in 2008 naar Pennsylvania Avenue, de straat die het Witte Huis en het Capitool verbindt. Dat was een tactische vergissing. Niet qua bezoekersaantallen, want ruim 10 miljoen mensen hebben het Newseum sinds 2008 bezocht. Maar qua investering. Het 'paleis' waarin het museum werd gevestigd, kostte 450 miljoen dollar. Dat bedrag werd betaald terwijl de bankencrisis woedde, en terwijl wereldwijd kranten en andere media duizenden journalisten ontsloegen. Reken daar bovenop buitensporige lonen voor de top van het Newseum, en een inkomgeld van 25 dollar voor bezoekers (in een stad waar vele musea gratis zijn), en je kon zo voorspellen dat het Newseum moeite zou hebben om te overleven. Het gebouw wordt nu verkocht aan Johns Hopkins University. De tentoongestelde objecten worden gestockeerd en kunnen eventueel deel gaan uitmaken van reizende tentoonstellingen. Enkele populaire online aanbiedingen blijven voorlopig behouden, daarbij de ruim 1000 voorpagina's van kranten die dagelijks beschikbaar worden gesteld. En al is de sluiting in eerste instantie een gevolg van economische misrekening, dan verwijzen toch nogal wat Amerikaanse commentatoren naar een tijdsgewricht waarin de journalistiek vaker dan tevoren politiek verguisd wordt en president Donald Trump over media en journalisten spreekt in termen van 'vijanden van het volk'. Journalisten worden uitgefloten of bedreigd tijdens meetings van de president. Het Newseum daarentegen was geneigd de heroïek van het journalistieke vak te benadrukken. Zelfs in tijden van sluiting ronken de mededelingen: 'Er waren geen historici aanwezig bij de landing in Normandië. Journalisten geven een eerste versie van geschiedschrijving'. Prominent op de website staat een citaat van journaliste Ida B. Wells: 'De manier om verkeerde dingen recht te zetten, is door er het licht van de waarheid op te richten.'Niet dat het Newseum het 'fake news', het echte 'fake' dan, uit de weg ging: men stelde onder meer kopieën tentoon van notities die Stephen Glass maakte om te kunnen 'bewijzen' dat hij zijn succesrijke maar helaas compleet fictieve reportages voor de New Republic niet uit de duim gezogen had. Maar de grote teleurstelling rond de sluiting van het museum, aldus Philip Kennicott in de Washington Post, lag toch bij ons. 'Ons gebrek aan weerstand tegen het triviale, of het aanvaarden van een economie waarin de macht geconcentreerd zit in de handen van een kleine minderheid...'Een Newseum met bakken lof voor journalisten, van de grootste sterren tot de meest bescheiden 'burger-journalisten' op het internet, kon ons daar niet voor behoeden.