Het was een surreële ervaring, deze Amerikaanse verkiezingsnacht, en niet alleen door de ratelende snelheid waarmee CNN-nieuwankers blijkbaar kunnen praten.

Vier jaar geleden waren we er zo gerust in dat we allemaal gingen slapen, om op te staan met als machtigste persoon ter wereld niet de vrouw die niet perfect was, maar de man die wreedheid en meedogenloosheid zou gaan belichamen. Dus dit keer bleven we kijken en bleven we vrezen. Trump deed al weken waar hij goed in was: de verkiezingen aanpakken als een tactisch spel. Hij ontmoedigde zijn aanhangers om per post te gaan stemmen: dat zou onbetrouwbaar zijn. En passant viel hij de Amerikaanse post aan, daarmee de zoveelste van de instellingen onder zijn hoede die hij wilde discrediteren of perverteren. Dat de Democraten omwille van de pandemie juist wél poststemmen aanmoedigden, speelde in zijn kaarten. Vervolgens hield Trump tegen dat de poststemmen al geteld zouden worden, zodat de overwegend democratische stemmen pas naderhand een eventueel tij zouden keren. En keerde het té veel, dan kon Trump de verkiezingsuitslag aanvallen, met ruggensteun van een opgejutte aanhang.

In dit cynische jaar vol slepende tegenslagen was er eindelijk een lichtpunt.

Natuurlijk werkte het. In de globalisering had het land van duizend beloften en een gebrekkig vangnet zo veel mensen tot verliezer gemaakt. Tegelijk was het Westen het zo gewend om het beter te hebben dan je ouders, dat wie het slechter deed, daardoor persoonlijk beschaamd wordt. Trump toonde die mensen dat hij hen en hun malaise zag. Zijn oplossing was makkelijker dan je waarden in vraag stellen in volle miserie. De relatieve eerste plaats tegenover anderen, die hoefde je van Trump niet af te geven. Je mocht seksistisch zijn tegenover vrouwen die niet plooiden, racistisch tegenover mensen van kleur die zichzelf evenveel waarde toedichtten, je mocht gays abnormaal vinden en lbgtq+ niet uit je bek krijgen. Migranten waren mensensmokkelaars en kinderen in kooien was de enige manier om die buiten te houden. De ander was niet je medemens, maar de tegenstander. Wie dat in twijfel trok, stond aan "hun" kant.

Natuurlijk hadden er al eerder politici de instellingen zwart gemaakt, de wetenschap, juridische macht en de media. Maar in vergelijking met hun voorzichtige stellingen bulldozerde Trump het luidop rond. Met beledigingen voor lamestream media of corrupt judges. De fundering van zijn geloof leek je te kunnen samenvatten als: winnaars versus verliezers. Darwin was zoals wel vaker het schaamlapje voor discriminatie en onderdrukking; wie te zwak was voor Trumps macho-wereld, moest maar baan ruimen. De orgie van de onderdrukking: wat een heerlijkheid om daarin te kunnen opgaan onder het mom van rechtvaardige goedheid. Vier jaar lang was de schaamte weg. In een gecompliceerde wereld had Trump de simpele oplossing: de anderen waren zowel de schuldigen als de rechtmatige verliezers.

In de verkiezingsnacht, toen zijn kansen op de overwinning begonnen te keren, schakelde de president een versnelling hoger: de verkiezing werd gestolen, tweette hij, de eerste stemmen waren immers voor hem. Men moest stoppen met tellen. Er was fraude. Zijn aanhangers moesten gaan controleren aan de kiesbureaus. Onverstoorbaar bleven intussen de CNN-journalisten herhalen dat het niet klopte. Dat er geen aanwijzingen waren voor fraude. Waarom het normaal was dat de nu getelde stemmen vooral Democratisch waren. We moeten het proces vertrouwen, bleef Joe King onverstoorbaar zeggen. We moeten de mensen rustig laten tellen. En passant bedankte hij hen, de zovele mensen die in kiesbureaus in het midden van een pandemie aan het tellen waren, dagenlang. Is er een basaler, ontroerender beeld van democratie mogelijk dan mensen in die kale hallen, tellend onder TL-licht? De president gaf als volgende zet een persconferentie waarin hij zijn twitterboodschappen en fantasieën herhaalde met een extra laagje aanmoediging tot geweld: "mensen werden ietwat gewelddadig".

Het was allemaal onwaar, maar ook meer dan dat. Het was perfide, ongelofelijk, ongezien in een democratische rechtsstaat - of toch eentje die we zo stevig achtten als de States. Dit waren scènes die deden denken aan totalitaire staten. We hadden het vooraf moeten weten. We wisten immers wat de inzet was van deze verkiezingen: niet wie er zou winnen, wel of de rechtsstaat zelf en de democratie in de US zouden overleven. Maar op de een of andere manier bleef dat zien ontrollen overweldigend en surreëel.

En toen gebeurde er iets bijzonders, er kwam een brede omslag in de reacties op Trump. Zender NBC schakelde weg van de persconferentie omdat men de leugens niet wilde uitzenden. CNN gaf kalm en spijtig aan dat de president loog en waarover. De nieuwsankers uitten rustig maar zonder terughoudendheid hoe erg ze het vonden dat hij de democratie in gevaar bracht. Op het moment dat Pennsylvania viel en de overwinning van Joe Biden toch werd bevestigd, barstte Van Jones, ex-raadgever van Obama en commentator, in tranen uit over hoeveel dit moment betekende. Abby Phillip en Dana Bash praatten tegen mekaar over het belang van een vrouwelijke vice-president, een vrouw van kleur. Op twitter stroomden de felicitaties binnen van wereldleiders. Zelfs het doorgaans Trump-gezinde Fox News gaf aan dat Joe Biden verkozen president was, al zouden de twijfels en zelfs bedreigingen op de zender kort nadien weer opflakkeren.

We keken ernaar van in de huiskamer en vierden als in een nieuwjaarsnacht waarin alles zo goed en mooi loopt als je je het vooraf inbeeldt. We weenden in stilte, kijkend naar de mensen die de straten op kwamen. We openden champagne en toastten. We vierden zoals je viert in een pandemie. Het doomscrolling door Twitter werd joyscrolling. We lachten over de persconferentie van Trump in de Four Seasons total landscaping, op een rattige binnenplaats waar inderhaast wat campagneposters waren geplakt over een garagepoort.

Zo vele mensen waren zo lang zo bang geweest, dat de ontlading enorm was. Was dit alleen vreugde omdat het niet Donald Trump was? Maakte het niet uit of het Joe Biden werd? Misschien maakte het erg veel uit dat hij de verkiezing niet over zichzelf mààkte.

Zijn speech ging over vrouwen, mensen van kleur, de lbgtq+-gemeenschap, transgender mensen. Hij loofde zijn vrouw, een professor met een eigen carrière - "I'm Jill's husband". Hij haalde de instellingen aan en wetenschap - beide verguisd door populistisch rechts. Misschien zag hij zichzelf wel als de grote overwinnaar, maar wat hij centraal plaatste was het ambt, de verplichting, de overwinning van mensen en ideeën, zijn land verenigen. Het waren zulke evidenties, die ook bij ons geregeld in vraag worden gesteld en ontmanteld, soms zelfs door politici die zichzelf ergens in het moedige midden plaatsen. De ontroering die iedereen voelde, kwam misschien neer op de ontreddering van het vanzelfsprekende weer te mogen ervaren.

Natuurlijk was er ook wat niet-vanzelfsprekend was: Kamala Harris. Tegen de slagschaduw van de ontslagnemend president belichaamde zij zo veel. De eerste vrouw als vice-president. De eerste vrouw van kleur, met een eerste Second Husband en een nieuw samengestelde familie. In een land waar de verbetenheid van "family values" zo vaak neerkomt op kandidaten die ongelukkige huwelijken laten voortslepen om tijdens de campagne met schandalen door het slijk te worden gehaald, was dat laatste niet evident. Haar man tweette trots. Ik moest even denken aan de vorige vice-president, die zijn vrouw "mother" noemde. We keken keek naar de persiflage van Harris' speech op Saturday Night Live, waarin actrice Maya Rudolph haar liet zeggen: "to all the brown and black girls out there: if your mama's crying, it's because she's drunk." Ook dat deed me huilen, denkend aan de zovele meisjes en moeders om me heen. Hoe veel mensen hun kinderen moesten hebben omhelsd.

Zo veel mensen waren dronken van opluchting, alsof er een voet van hun nek was gehaald. Harris toonde wat Obama toonde: dat dit mogelijk was. Zoals pioniers van de Belgische politiek zoals Miet Smet me ooit toonden dat een vrouw een mening kon hebben en een leider kon zijn, zou zij meisjes tonen dat je eruit mocht zien zoals zij, en leider zijn. En moest de rol van Joe Biden dan zijn om dat mogelijk te maken: prima. Elke ontvoogdingsstrijd heeft medestanders nodig gehad. Natuurlijk kwam er commentaar. Over de diversiteit in Joe Bidens verkiezingsfilmpje. Maar uit de tegenstand, de laconieke vraag dat rechts dan eindelijk ook eens zou verenigen, sprak ongecompliceerde rust. Er werd geklaagd: dat Kamala een bulldog was, Joe Biden voor fracking was, en ze allebei te rechts waren. Links is zo goed in zelfkritiek.

Maar vanavond hoefde het even niet. De vloedgolf van racisme, seksisme, ableisme, het sadisme en de meedogenloosheid waren gestopt. Het systematisch en wreed scheiden van kindjes van hun ouders, hun identiteit letterlijk verloren. Het gebruiken van mensen als kanonnenvoer tegen anderen. De onverschilligheid tegenover de klimaatcrisis. De casual agressie tegenover elke tegenstander.

De consensus leek duidelijk: vanavond hoefden we niet te zeuren over de vrouw die Trump van zijn mandaat af kreeg. Dat hadden we vier jaar geleden al gedaan tegenover de vrouw die het niet werd.

Ook de dag nadien was het stil in huis, als de dag na nieuwjaar. De rust was groter dan bij mijn eigen verkiezing, waar de schok van extreem-rechts de overwinning eerst zwaar had overschaduwd. Het enige dat nu moest gebeuren, was dat Trump zich twee maand lang onledig zou houden met rechtzaken, twee maand waarin de wereld niet té veel moest bewegen, in de hoop dat de man die de nucleaire codes bezit niet de wereld zou meeslepen in de zelfdestructie van zijn grote geïmplodeerde ego.

Bij ons moest het tij nog keren. Maar in dit cynische jaar vol slepende tegenslagen was er eindelijk een lichtpunt. Door 2020 zelf was de opluchting en ontroering onverdeelder. Het was feest in dit donkere jaar. Er was licht. Er was hoop. Voor iedereen, zelfs voor wie er niet van wilde weten.

Het was een surreële ervaring, deze Amerikaanse verkiezingsnacht, en niet alleen door de ratelende snelheid waarmee CNN-nieuwankers blijkbaar kunnen praten. Vier jaar geleden waren we er zo gerust in dat we allemaal gingen slapen, om op te staan met als machtigste persoon ter wereld niet de vrouw die niet perfect was, maar de man die wreedheid en meedogenloosheid zou gaan belichamen. Dus dit keer bleven we kijken en bleven we vrezen. Trump deed al weken waar hij goed in was: de verkiezingen aanpakken als een tactisch spel. Hij ontmoedigde zijn aanhangers om per post te gaan stemmen: dat zou onbetrouwbaar zijn. En passant viel hij de Amerikaanse post aan, daarmee de zoveelste van de instellingen onder zijn hoede die hij wilde discrediteren of perverteren. Dat de Democraten omwille van de pandemie juist wél poststemmen aanmoedigden, speelde in zijn kaarten. Vervolgens hield Trump tegen dat de poststemmen al geteld zouden worden, zodat de overwegend democratische stemmen pas naderhand een eventueel tij zouden keren. En keerde het té veel, dan kon Trump de verkiezingsuitslag aanvallen, met ruggensteun van een opgejutte aanhang.Natuurlijk werkte het. In de globalisering had het land van duizend beloften en een gebrekkig vangnet zo veel mensen tot verliezer gemaakt. Tegelijk was het Westen het zo gewend om het beter te hebben dan je ouders, dat wie het slechter deed, daardoor persoonlijk beschaamd wordt. Trump toonde die mensen dat hij hen en hun malaise zag. Zijn oplossing was makkelijker dan je waarden in vraag stellen in volle miserie. De relatieve eerste plaats tegenover anderen, die hoefde je van Trump niet af te geven. Je mocht seksistisch zijn tegenover vrouwen die niet plooiden, racistisch tegenover mensen van kleur die zichzelf evenveel waarde toedichtten, je mocht gays abnormaal vinden en lbgtq+ niet uit je bek krijgen. Migranten waren mensensmokkelaars en kinderen in kooien was de enige manier om die buiten te houden. De ander was niet je medemens, maar de tegenstander. Wie dat in twijfel trok, stond aan "hun" kant. Natuurlijk hadden er al eerder politici de instellingen zwart gemaakt, de wetenschap, juridische macht en de media. Maar in vergelijking met hun voorzichtige stellingen bulldozerde Trump het luidop rond. Met beledigingen voor lamestream media of corrupt judges. De fundering van zijn geloof leek je te kunnen samenvatten als: winnaars versus verliezers. Darwin was zoals wel vaker het schaamlapje voor discriminatie en onderdrukking; wie te zwak was voor Trumps macho-wereld, moest maar baan ruimen. De orgie van de onderdrukking: wat een heerlijkheid om daarin te kunnen opgaan onder het mom van rechtvaardige goedheid. Vier jaar lang was de schaamte weg. In een gecompliceerde wereld had Trump de simpele oplossing: de anderen waren zowel de schuldigen als de rechtmatige verliezers. In de verkiezingsnacht, toen zijn kansen op de overwinning begonnen te keren, schakelde de president een versnelling hoger: de verkiezing werd gestolen, tweette hij, de eerste stemmen waren immers voor hem. Men moest stoppen met tellen. Er was fraude. Zijn aanhangers moesten gaan controleren aan de kiesbureaus. Onverstoorbaar bleven intussen de CNN-journalisten herhalen dat het niet klopte. Dat er geen aanwijzingen waren voor fraude. Waarom het normaal was dat de nu getelde stemmen vooral Democratisch waren. We moeten het proces vertrouwen, bleef Joe King onverstoorbaar zeggen. We moeten de mensen rustig laten tellen. En passant bedankte hij hen, de zovele mensen die in kiesbureaus in het midden van een pandemie aan het tellen waren, dagenlang. Is er een basaler, ontroerender beeld van democratie mogelijk dan mensen in die kale hallen, tellend onder TL-licht? De president gaf als volgende zet een persconferentie waarin hij zijn twitterboodschappen en fantasieën herhaalde met een extra laagje aanmoediging tot geweld: "mensen werden ietwat gewelddadig". Het was allemaal onwaar, maar ook meer dan dat. Het was perfide, ongelofelijk, ongezien in een democratische rechtsstaat - of toch eentje die we zo stevig achtten als de States. Dit waren scènes die deden denken aan totalitaire staten. We hadden het vooraf moeten weten. We wisten immers wat de inzet was van deze verkiezingen: niet wie er zou winnen, wel of de rechtsstaat zelf en de democratie in de US zouden overleven. Maar op de een of andere manier bleef dat zien ontrollen overweldigend en surreëel. En toen gebeurde er iets bijzonders, er kwam een brede omslag in de reacties op Trump. Zender NBC schakelde weg van de persconferentie omdat men de leugens niet wilde uitzenden. CNN gaf kalm en spijtig aan dat de president loog en waarover. De nieuwsankers uitten rustig maar zonder terughoudendheid hoe erg ze het vonden dat hij de democratie in gevaar bracht. Op het moment dat Pennsylvania viel en de overwinning van Joe Biden toch werd bevestigd, barstte Van Jones, ex-raadgever van Obama en commentator, in tranen uit over hoeveel dit moment betekende. Abby Phillip en Dana Bash praatten tegen mekaar over het belang van een vrouwelijke vice-president, een vrouw van kleur. Op twitter stroomden de felicitaties binnen van wereldleiders. Zelfs het doorgaans Trump-gezinde Fox News gaf aan dat Joe Biden verkozen president was, al zouden de twijfels en zelfs bedreigingen op de zender kort nadien weer opflakkeren. We keken ernaar van in de huiskamer en vierden als in een nieuwjaarsnacht waarin alles zo goed en mooi loopt als je je het vooraf inbeeldt. We weenden in stilte, kijkend naar de mensen die de straten op kwamen. We openden champagne en toastten. We vierden zoals je viert in een pandemie. Het doomscrolling door Twitter werd joyscrolling. We lachten over de persconferentie van Trump in de Four Seasons total landscaping, op een rattige binnenplaats waar inderhaast wat campagneposters waren geplakt over een garagepoort. Zo vele mensen waren zo lang zo bang geweest, dat de ontlading enorm was. Was dit alleen vreugde omdat het niet Donald Trump was? Maakte het niet uit of het Joe Biden werd? Misschien maakte het erg veel uit dat hij de verkiezing niet over zichzelf mààkte. Zijn speech ging over vrouwen, mensen van kleur, de lbgtq+-gemeenschap, transgender mensen. Hij loofde zijn vrouw, een professor met een eigen carrière - "I'm Jill's husband". Hij haalde de instellingen aan en wetenschap - beide verguisd door populistisch rechts. Misschien zag hij zichzelf wel als de grote overwinnaar, maar wat hij centraal plaatste was het ambt, de verplichting, de overwinning van mensen en ideeën, zijn land verenigen. Het waren zulke evidenties, die ook bij ons geregeld in vraag worden gesteld en ontmanteld, soms zelfs door politici die zichzelf ergens in het moedige midden plaatsen. De ontroering die iedereen voelde, kwam misschien neer op de ontreddering van het vanzelfsprekende weer te mogen ervaren. Natuurlijk was er ook wat niet-vanzelfsprekend was: Kamala Harris. Tegen de slagschaduw van de ontslagnemend president belichaamde zij zo veel. De eerste vrouw als vice-president. De eerste vrouw van kleur, met een eerste Second Husband en een nieuw samengestelde familie. In een land waar de verbetenheid van "family values" zo vaak neerkomt op kandidaten die ongelukkige huwelijken laten voortslepen om tijdens de campagne met schandalen door het slijk te worden gehaald, was dat laatste niet evident. Haar man tweette trots. Ik moest even denken aan de vorige vice-president, die zijn vrouw "mother" noemde. We keken keek naar de persiflage van Harris' speech op Saturday Night Live, waarin actrice Maya Rudolph haar liet zeggen: "to all the brown and black girls out there: if your mama's crying, it's because she's drunk." Ook dat deed me huilen, denkend aan de zovele meisjes en moeders om me heen. Hoe veel mensen hun kinderen moesten hebben omhelsd. Zo veel mensen waren dronken van opluchting, alsof er een voet van hun nek was gehaald. Harris toonde wat Obama toonde: dat dit mogelijk was. Zoals pioniers van de Belgische politiek zoals Miet Smet me ooit toonden dat een vrouw een mening kon hebben en een leider kon zijn, zou zij meisjes tonen dat je eruit mocht zien zoals zij, en leider zijn. En moest de rol van Joe Biden dan zijn om dat mogelijk te maken: prima. Elke ontvoogdingsstrijd heeft medestanders nodig gehad. Natuurlijk kwam er commentaar. Over de diversiteit in Joe Bidens verkiezingsfilmpje. Maar uit de tegenstand, de laconieke vraag dat rechts dan eindelijk ook eens zou verenigen, sprak ongecompliceerde rust. Er werd geklaagd: dat Kamala een bulldog was, Joe Biden voor fracking was, en ze allebei te rechts waren. Links is zo goed in zelfkritiek. Maar vanavond hoefde het even niet. De vloedgolf van racisme, seksisme, ableisme, het sadisme en de meedogenloosheid waren gestopt. Het systematisch en wreed scheiden van kindjes van hun ouders, hun identiteit letterlijk verloren. Het gebruiken van mensen als kanonnenvoer tegen anderen. De onverschilligheid tegenover de klimaatcrisis. De casual agressie tegenover elke tegenstander.De consensus leek duidelijk: vanavond hoefden we niet te zeuren over de vrouw die Trump van zijn mandaat af kreeg. Dat hadden we vier jaar geleden al gedaan tegenover de vrouw die het niet werd. Ook de dag nadien was het stil in huis, als de dag na nieuwjaar. De rust was groter dan bij mijn eigen verkiezing, waar de schok van extreem-rechts de overwinning eerst zwaar had overschaduwd. Het enige dat nu moest gebeuren, was dat Trump zich twee maand lang onledig zou houden met rechtzaken, twee maand waarin de wereld niet té veel moest bewegen, in de hoop dat de man die de nucleaire codes bezit niet de wereld zou meeslepen in de zelfdestructie van zijn grote geïmplodeerde ego.Bij ons moest het tij nog keren. Maar in dit cynische jaar vol slepende tegenslagen was er eindelijk een lichtpunt. Door 2020 zelf was de opluchting en ontroering onverdeelder. Het was feest in dit donkere jaar. Er was licht. Er was hoop. Voor iedereen, zelfs voor wie er niet van wilde weten.