In de mensensmokkelhoofdstad van Afrika: ‘Als chauffeur waag ook ik elke keer mijn leven’

© Lucas Destrijcker
Lucas Destrijcker
Lucas Destrijcker Freelancejournalist

De oude karavaanroute naar Agadez in Niger brengt niet langer goud en zout. Op weg naar Europa zetten talloze Afrikaanse migranten hun leven op het spel met een reis door de woestijn. ‘De Middellandse Zee? Een makkie. Dat is enkel de eindhalte.’

We kennen intussen allemaal de beelden van uitgeputte vluchtelingen en migranten die wanhopig het Europese vasteland proberen te bereiken. De afgelopen drie maanden braken volgens de VN opnieuw alle records: met zeker 1,354 slachtoffers gaat het om de dodelijkste winter ooit op zee. Negen op de tien mensen komen om het leven op de centrale route, tussen Libië en Italië. Het merendeel hiervan is afkomstig uit Afrikaanse landen als Nigeria, Ivoorkust of Eritrea. Op zoek naar bescherming of simpelweg een beter leven leggen ze alles in de waagschaal om hun doel te bereiken.

Een deel van hun verhaal blijft echter vaak een blinde vlek: wat moeten ze doorstaan nog voor ze de bootjes instappen? Knack reisde mee met migranten terwijl ze de ‘eerste zee’ doorkruisen: de onherbergzame gebieden van de Sahel en de Sahara.

De laatste bus

Het is halfdrie ’s nachts in het busstation van Niamey, de hoofdstad van Niger, gelegen in de westelijke uithoek van het Sahelland. Tussen de aftandse bussen kopen passagiers nog snel water en droge koekjes voor de afreis, want het is een lange rit tot in de woestijn. Een niemandsland, maar toch wil iedereen er naartoe.

‘Bonjour, good morning’, klinkt het enkele uren later. De politieagent behelpt zich in zijn beste Engels en Frans en verzoekt iedereen vriendelijk maar dwingend uit de bus te stappen. Tijdens de daaropvolgende identiteitscontrole blijken we ons in een bijzonder internationaal reisgezelschap te bevinden, met Senegalezen, Gambianen, Malinezen, Ivorianen en Kameroeners. Een vijftienjarige jongen uit Guinee-Bissau verstaat enkel Portugees en volgt ietwat versuft de procedure.

Les avonturiers, worden ze hier genoemd. Jonge mannen, voornamelijk economische migranten op weg naar Europa, maar de volgende halte is de smokkelhoofdstad van Afrika. Tijdens de paspoortcontrole neemt de politiechef een voor een de onvermijdelijke steekpenningen in ontvangst. We mogen ons dan wel in de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) bevinden – zeg maar de West-Afrikaanse versie van de Schengenzone – van vrij verkeer van personen is hier bitter weinig sprake.

‘Vroeger vertrokken avonturiers met al hun geld op zak, maar dan werd je gewoon kaalgeplukt onderweg’

Een avonturier

Eens de slagboom omhoog en opnieuw onderweg glimlacht Rasta, een lange Senegalees met opgestoken dreadlocks: ‘Het is veel minder dan verwacht! In Burkina Faso was het dikwijls 15,000 CFA (cfr. zo’n twintig euro) per checkpoint.’

Zijn metgezel geeft nog enkele tips mee over hoe je het best door deze regio reist. ‘Vroeger vertrokken avonturiers met al hun geld op zak, maar dan werd je gewoon kaalgeplukt onderweg. Nu is het de kunst om zo weinig mogelijk cash mee te nemen en voor elke nieuwe etappe het nodige bedrag te laten overmaken door vrienden of familie.’ De groep Senegalezen betaalde meer dan 300 euro per persoon aan ‘bijkomende vervoerskosten’ om tot in Niger te geraken. Uit een rondvraag op de bus blijkt Burkina Faso veruit het lastigste transitland te zijn. Daarvoor alleen al moet je tussen de 100 en 150 euro aan steekpenningen voorzien. Buitenlanders die niet kunnen betalen, blijven simpelweg achter.

De poort van de Sahara

Een slordige twintig uur later hobbelt de bus eindelijk tot haar eindbestemming: Agadez, een uit kleisteen opgetrokken woestijnstad en al eeuwen een belangrijk handelsknooppunt tussen de Maghreb en West-Afrika. De oude karavaanroute bracht vroeger goud en zout, maar vandaag staat ze vooral bekend als een draaischijf voor wapen-, drugs- en mensensmokkel.

Agadez is de place to be voor iedereen op weg naar Europa. De volgende stop is Libië, maar om daar te geraken wacht een meer dan duizend kilometer lange tocht door de Sahara. De ‘eerste zee’, noemen ze het hier graag. Om deze te braveren rest migranten geen andere keuze dan samen te werken met terreindeskundigen, de enigen die door de grote leegte kunnen navigeren.

Hoe vind je de geschikte smokkelaar? Keuze te over. Geradbraakt van de lange reis wacht een legertje ongeduldige ronselaars, zogenaamde coxeurs, migranten op in het busstation. Je kan ze een beetje vergelijken met vertegenwoordigers van smokkelaars. Aan elke klant die ze binnenhalen verdienen ze een kleine commissie, maar de concurrentie is moordend.

'We kennen allemaal de bedragen die de overheid onder tafel ontvangt', vertelt een Nigerese smokkelaar me. 'Van de straatagent tot de burgemeester, iedereen verdient mee aan de smokkelindustrie. Waarom zouden ze deze bron van inkomsten opgeven?'
‘We kennen allemaal de bedragen die de overheid onder tafel ontvangt’, vertelt een Nigerese smokkelaar me. ‘Van de straatagent tot de burgemeester, iedereen verdient mee aan de smokkelindustrie. Waarom zouden ze deze bron van inkomsten opgeven?’© Lucas Destrijcker

We ontmoeten Jerome, een Beniner van amper zesentwintig en al vijf jaar ‘op avontuur’ naar Europa. Hij studeerde talen in Senegal en spreekt vloeiend Frans, Engels en Spaans. Toch bleek werk vinden onmogelijk en daarom besloot hij te vertrekken. Na enkele mislukte pogingen langs Marokko en de Spaanse enclaves dacht hij het dan maar via Libië te proberen, maar daar werd hij mishandeld, uitgebuit, bedrogen. Opgesloten in een van de vele Libische gevangenissen kon hij zijn vrijheid pas kopen met dwangarbeid. Het verklaart al die jaren onderweg, maar ook de lege blik in zijn ogen terwijl hij schijnbaar emotieloos zijn verhaal vertelt. Jerome keerde met lege zakken terug naar Agadez, maar opgeven staat niet in zijn woordenboek. Met een baantje als coxeur voor een lokale smokkelaar gaat het hem op dit moment voor de wind: ‘Door mijn talenkennis haal ik heel wat klanten binnen. Het laat me toe om een aardige som naar mijn familie te sturen en zelf te sparen tot ik optimaal ben voorbereid om een nieuwe oversteek te wagen.’

‘Door mijn talenkennis haal ik heel wat klanten binnen. Het laat me toe om een aardige som naar mijn familie te sturen en zelf te sparen tot ik optimaal ben voorbereid om een nieuwe oversteek te wagen’

Jerome, coxeur

Het verhaal van Jerome is niet uniek in Agadez. Slechts enkelen bereiken zonder kleerscheuren Libië, en al zeker de Middellandse Zee. ‘Ziekte, uithongering en dehydratie zijn de voornaamste doodsoorzaken, vaak na motorpech of verdwalen in de woestijn’, legt de Nederlander Bram Frouws uit, coördinator bij RMMS, een onderzoeksinstelling die migratieroutes vanuit de Hoorn van Afrika onder de loep neemt. ‘Naast dodelijke ongelukken onderweg zijn velen slachtoffer van overval, kidnapping, seksueel misbruik en mishandeling.’ Volgens tellingen van RMMS zouden meer migranten het leven laten in de Sahara dan op de Middellandse Zee. In Soedan, Libië en Egypte alleen al schat Frouws het aantal dodelijke slachtoffers tussen 2014 en 2016 op minstens 2700, alleen al langs de oostelijke Sahararoute. Frouws: ‘Door de relatief kleine schaal van ons onderzoek ligt het werkelijke aantal doden in de woestijn vermoedelijk vele malen hoger.’

Langs de westelijke Sahararoute door Niger bestaan voorlopig geen tellingen. ‘Het overgrote deel sterft een anonieme dood wegens gebrek aan rapportering’, bevestigt Guiseppe Loprete, vertegenwoordiger van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Niger. In 2013 stierven zeker 92 migranten, voornamelijk vrouwen en kinderen, van de dorst nadat ze aan de Algerijnse grens waren achtergelaten door hun smokkelaars. In juni 2016 werden bij een gelijkaardig incident 34 lichamen gevonden.

Dit Nigerese kind verbleef in het IOM transitcentrum in Agadez en is klaar om naar huis terug te keren.
Dit Nigerese kind verbleef in het IOM transitcentrum in Agadez en is klaar om naar huis terug te keren.© IOM

Hoe Niger het transitland bij uitstek werd

Na de val van kolonel Kadhafi in 2011 lagen lang gesloten smokkelroutes van Libië er plots aantrekkelijk open bij. Wapens uit de ene richting en Zuid-Amerikaanse drugs uit de andere kwamen naar Agadez. Talloze bandietenbendes, rebellenbewegingen en jihadisten vonden een nieuwe uitvalsbasis in de zwak beschermde noordelijke gebieden van Niger en Mali. De toegenomen onveiligheid zorgde ervoor dat de bloeiende toeristische sector in Agadez volledig instortte. Nomadische bevolkingsgroepen als Toeboes en Toearegs, die lange tijd toeristen door de mysterieuze Ténéréwoestijn en het Aïrgebergte gidsten, moesten plots op zoek naar ander werk, maar veel mogelijkheden bestaan er niet in dit desolate gebied. Het Libische machtsvacuüm en de open grenzen, maar tegelijkertijd ook de striktere controle langs andere Afrikaanse migratieroutes, zorgden ervoor dat Agadez overspoelde door migranten en in een mum van tijd uitgroeide tot de belangrijkste doorvoerhaven op weg naar Europa. Voor de nomaden was de optelsom snel gemaakt: nieuwe klanten, nieuwe business. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) passeerden in de eerste helft van 2016 bijna 170.000 migranten in Agadez. Dat zijn zo’n 6500 nieuwkomers per week. Negen op tien zijn mannen en bijna 10 procent minderjarig, het merendeel hiervan niet-begeleid.

Les avonturiers

Eens overtuigd door de praatjes van een coxeur trekken migranten van het busstation naar een getto, waar ze verscholen achter een stalen poort en hoge muren wachten op de volgende etappe van hun reis. Er zouden zich honderden zogenaamde foyers in Agadez bevinden, maar eigenlijk weet niemand het exacte aantal.

Tareq, een zevenentwintigjarige Libische smokkelaar, gaat akkoord om een korte rondleiding te geven in zijn getto. De rijke Nigerese eigenaar is toch van huis, no problem dus. Op de binnenkoer liggen een twintigtal migranten kriskras door elkaar, wachtend op de grote dag. Elke maandagavond vindt in Agadez een ware exodus plaats. Honderden pick-ups en trucks volgeladen met goederen en migranten zetten dan koers naar de grens met Libië, een reis van zo’n drie dagen. Ze volgen de tred van het wekelijkse militaire konvooi en reizen in colonne, hun enige vorm van bescherming tegen de vele bandietenbendes die het noorden van Niger onveilig maken.

Deze week zijn het merendeel van Tareqs klanten ongeschoolde landbouwers afkomstig uit Mali en Ivoorkust. Ze spreken geen Frans, maar vertellen allemaal een gelijkaardig verhaal: door geldproblemen en een gebrek aan perspectief in hun thuisland willen ze het erop wagen in Europa, vooral omdat ze vrezen hun familie niet meer te kunnen onderhouden.

‘Ik geef met plezier alles op om hen die vrijheid te gunnen’

Ibrahim, migrant, over zijn kinderen

Ibrahim – zijn kompanen noemen hem niet ontoepasselijk Le Costeau – is anders. De tweeëndertigjarige Senegalees werkte jaren als verpleger voor het Rode Kruis in crisisgebieden, in onder andere Liberia en de Centraal Afrikaanse Republiek. Het werk viel hem mentaal te zwaar en daarom besloot hij ermee te kappen. Met al zijn ervaring dacht hij in zijn thuisland wel aan de bak te komen, maar tevergeefs. Ibrahim vertrekt niet alleen naar Europa om zijn kansen op een job te verhogen: ‘Als ik erin slaag om ooit legaal tussen Europa en Senegal te reizen, weet ik dat mijn kinderen niet dezelfde strijd als ik zullen moeten voeren. Ik geef met plezier alles op om hen die vrijheid te gunnen.’ De geschoolde Ibrahim is geen uitzondering op de migratieroute: volgens een OESO-rapport uit 2013 is bijna een kwart van de Afrikaanse emigranten hooggeschoold.

Winnaars en verliezers

Na de zoveelste thee vertelt ook Tareq hoe hij in Agadez belandde. Hij studeerde politieke wetenschappen en internationale relaties in Oekraïne en keerde na de Arabische Lente vol goede hoop terug naar zijn thuisland. Met een mooi diploma op zak droomde hij ervan Libië mee op te bouwen na de revolutie. Dit viel echter lelijk tegen: anarchistische chaos en een spiraal van geweld zorgden ervoor dat hij enkel veilig was in het zuidelijke grensgebied onder controle van zijn clan. ‘Ik doe dit werk omdat er hier geen andere mogelijkheden bestaan. Vergeet niet dat ik als chauffeur ook elke keer mijn leven waag.’

Daarom rijdt Tareq steevast met zijn kalasjnikov op de schoot. ‘Zodra ik opnieuw veilig kan reizen naar Tripoli, wil ik met mijn spaargeld terugkeren naar Europa.’ Op de zanderige binnenplaats staat een witte Toyota Hilux pick-up. ‘De meest betrouwbare wagens voor de tocht’, knikt hij. Zo’n 28 migranten passen vanachter in de laadbak, samen met drie grote jerrycans benzine en de bagage. ‘Iedereen mag maar één rugzak meenemen en een fles water, anders zijn we te zwaar geladen.’ In de kofferbak zijn houten stokken aan de binnenkant gebonden, de enige houvast voor onderweg. Een enkeltje Libië kost ongeveer 250 euro. Tareq verdient naar eigen zeggen zo’n 1000 euro per oversteek, de rest gaat naar de eigenaar van het getto, de ronselaars, transportkosten en steekpenningen.

In de mensensmokkelhoofdstad van Afrika: 'Als chauffeur waag ook ik elke keer mijn leven'
© Lucas Destrijcker

Waar mensen risico’s nemen, is onvermijdelijk ook falen en verlies. Dat is niet anders in Agadez. Veel migranten hebben geen rooie cent meer over eens ze de woestijnstad bereiken. Ze zoeken manieren om de oversteek te financieren en dat maakt hen goedkope werkkrachten, maar ook ideale slachtoffers voor dwangarbeid. Niet voor niets worden de nieuwkomers ook Bambara genoemd, het Toeareg-woord voor slaaf.

Voor mensen die hun migratiedromen zagen uiteenspatten en naar huis willen terugkeren richtte IOM een transitcentrum op. Hier bitter weinig hoop, wel schrijnende verhalen over wat fout liep onderweg. Zo verloor een Gambiaanse voetballer zijn vriend nadat die tijdens een zandstorm van de pick-up viel. De terreinwagens kunnen niet halthouden omdat ze anders wegzakken in het zand. Hijzelf kwam in een van de beruchte Libische ‘schuldhuizen’ terecht, waar hij werd gefolterd tot zijn ouders geld opstuurden voor een ticket naar de vrijheid.

‘In ruil voor financiële steun sluiten Afrikaanse transitlanden hun grenzen, maar legale wegen om jongeren kansen te bieden om te werken, te studeren of te reizen in Europa blijven volledig geblokkeerd’

Amadou Alichina, magistraat en directeur van de Nigerese Commissie voor Mensenrechten

Ook het Nigeriaanse meisje Faith wil zo snel mogelijk naar huis terugkeren. Haar droom is Amerika, niet Europa. Ze trok naar Libië omdat ze er als huishoudster beter hoopte te verdienen dan in haar moederland, maar ze werd gekidnapt en meermaals verkracht. Met een landgenoot kon ze uiteindelijk ontsnappen en terugkeren naar het zuiden.

Handje contantje

Smokkelaars als Tareq werden jarenlang geen strobreed in de weg gelegd, maar in 2015 nam het Nigerese parlement onder druk van Europese geldschieters een wet aan die mensensmokkel strafbaar stelt. De EU, die liefst zo weinig mogelijk bootmigranten ziet aankomen, investeert zelf ook volop in het versterken van grensbewaking om smokkelpraktijken aan banden te leggen. Een politiek die ze in meerdere Afrikaanse transitlanden toepast en die door mensenrechtenorganisaties zwaar wordt bekritiseerd. Voor overheden die niet willen samenwerken of te weinig resultaten kunnen voorleggen, beloofde de Commissie sancties, zoals een vermindering van het ontwikkelingsbudget, de verstrenging van visums of het opzeggen van handelsvoordelen.

Tijdens de EU-top in Valletta van 3 februari 2017 werden een aantal punten vastgelegd in de zogenaamde Maltaverklaring om de vluchtelingeroute tussen Libië en Europa in te dammen. De EU zal de Libische kustwacht trainen en ondersteunen om mensensmokkel aan te pakken, en stelt 200 miljoen euro beschikbaar voor migratieprojecten. Europees president Donald Tusk liet naar aanleiding van de EU-top verstaan dat ‘het tijd werd om de doorgang tussen Libië en Italië te sluiten’, en dat dat doel zelfs binnen handbereik ligt. Op het terrein blijkt het tegendeel: ‘We kennen allemaal de bedragen die de overheid onder tafel ontvangt’, vertelt een Nigerese smokkelaar me. ‘Van de straatagent tot de burgemeester, iedereen verdient mee aan de smokkelindustrie. Waarom zouden ze deze bron van inkomsten opgeven? Europees geld zal daar niet veel aan veranderen.

In de mensensmokkelhoofdstad van Afrika: 'Als chauffeur waag ook ik elke keer mijn leven'
© Lucas Destrijcker

Amadou Alichina, magistraat en directeur van de Nigerese Commissie voor Mensenrechten, uit zich bijzonder kritisch over hoe de EU haar buitengrenzen externaliseert: ‘In ruil voor financiële steun sluiten Afrikaanse transitlanden hun grenzen, maar legale wegen om jongeren kansen te bieden om te werken, te studeren of te reizen in Europa blijven volledig geblokkeerd. Zo duwen we economische migranten alleen maar verder in de illegaliteit. Repressieve maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit zijn uiteraard belangrijk, maar welke alternatieven bieden we hen?’

Het is maandagavond in Agadez en iedereen maakt zich op voor het grote vertrek. Migranten schuimen nog snel de lokale markt af op zoek naar een zonnebril en tulband, onmisbaar voor zandstormen en de verschroeiende zon onderweg. Vandaag loopt echter niet alles zoals gepland: de politie voert razzia’s uit in verschillende getto’s, arresteert migranten en neemt voertuigen van smokkelaars in beslag. Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje, de meesten stellen het vertrek uit of gaan er vandoor als een dief in de nacht. Werpt de Europese druk dan toch zijn vruchten af? De volgende ochtend krijgen we een verontwaardigde Tareq aan de lijn. Zijn auto werd in beslag genomen, maar hijzelf is op vrije voeten: ‘Typisch… Het gebeurt steeds vaker, maar geen nood, over enkele dagen kan ik die alweer gaan ophalen.’ Hij lacht eens op de vraag of hij niet beter ander werk probeert te zoeken. ‘We moeten gewoon het kostenplaatje voor de autoriteiten een beetje verhogen. Alles komt goed, insha’Allah.’

Deze reportage werd mogelijk gemaakt met de steun van het Postcode Loterij Fonds en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten.

Partner Content