Huiszoeking bij ambtenaar die Trump aan het hoofd van ministerie van Justitie wilde

Confrontatie tussen Trumpaanhang en politie op 6 janauri 2021. © Reuters

Speurders van de Amerikaanse federale recherche hebben woensdag het huis van Jeffrey Clark doorzocht. Het was Clark die na de presidentsverkiezingen van 2020, op vraag van Donald Trump, het ministerie van Justitie ertoe probeerde aan te zetten om betrokken te raken bij pogingen om de verkiezingsuitslag aan te vechten. In de onderzoekscommissie naar de bestorming van het Capitool stond de rol die Clark gespeeld zou hebben net op donderdag centraal.

Een woordvoerder van het federaal parket bevestigt enkel dat er woensdag ‘ordehandhavingsactiviteiten’ waren in de buurt van Lorton, in de staat Virginia. Maar Russ Vought, onder Trump een hoge ambtenaar, hekelde de huiszoeking op Twitter. Clark werkt tegenwoordig voor Voughts Center for Renewing America, een rechtse organisatie.

In de commissie in het Huis van Afgevaardigden die de bestorming van het Capitool, op 6 januari vorig jaar, onderzoekt, bogen de leden zich donderdag over de rol van ambtenaren binnen het ministerie van Justitie om twijfel te zaaien over het resultaat van de presidentsverkiezingen.

In de dagen voor de bestorming probeerde Trump de lager gerangschikte Clark te benoemen als minister van Justitie, nadat de top van het ministerie weigerde om zich achter Trumps theorieën over kiesfraude te scharen. Clark probeerde de top van het ministerie er ook van te overtuigen de staten een brief te sturen waarin zou staan dat ze de autoriteit hadden om kiesmannen aan te stellen die voor Trump zouden kiezen. Bedoeling was zo de verkiezing van Trumps tegenstander en huidig president Joe Biden ongedaan te maken.

Jeffrey Rosen, in de laatste weken van Trumps presidentschap waarnemend minister van Justitie, getuigde donderdag voor de commissie, samen met zijn adjunct Richard Donoghue, hoe Trump hen zwaar onder druk zette. Trump zag pas af van de plannen om Clark te promoveren toen bleek dat Rosen, Donoghue en twee andere hooggeplaatste medewerkers dan zouden opstappen, en dat de beste federale aanklagers dan hun voorbeeld zouden volgen.

In de periode van 23 december tot 3 januari kreeg Rosen Trump zo goed als dagelijks aan de lijn. Donoghue zei dan weer dat Trump ‘een arsenaal aan aantijgingen’ had over kiezersfraude, maar het ging daarbij om ongegronde beschuldigingen of samenzweringstheorieën. Het ministerie hield zich uiteindelijk aan het recht en de feiten, beklemtoonde Rosen.

Eind december was Rosen minister geworden, nadat zijn voorganger William Barr was afgetreden in de strijd rond de verkiezingsresultaten. ‘Donald Trump wilde niet dat het ministerie een onderzoek zou voeren’, legde commissievoorzitter Bennie Thomspon uit. ‘Hij wou enkel dat het ministerie hem zou helpen om zijn leugens te legitimeren en, ongegrond te verklaren dat de verkiezing vervalst was.’

Partner Content