In Mexico won de linkse kandidaat Andrés Manuel López Obrador gisteren afgetekend de presidentsverkiezingen. Zijn triomf maakte een einde aan de heerschappij van de Institutionele Revolutionaire Partij en de Nationale Actiepartij, die elkaar sinds 2000 afwisselden.
...

In Mexico won de linkse kandidaat Andrés Manuel López Obrador gisteren afgetekend de presidentsverkiezingen. Zijn triomf maakte een einde aan de heerschappij van de Institutionele Revolutionaire Partij en de Nationale Actiepartij, die elkaar sinds 2000 afwisselden.In Argentinië kondigt de snelle achteruitgang van de centrumrechtse regering van Mauricio Macri eveneens nieuwe veranderingen aan, veranderingen die de erfgenamen van het peronisme, dat eind 2015 van de macht verdreven werd, in de kaart spelen.In Brazilië waren twee jaar bestuur van Michel Temer, in 2016 president geworden na de afzetting van Dilma Rousseff, fataal voor de centrumpartijen, die met hun orthodoxe economische beleid veel bijval kennen bij de ondernemers maar niet bij de rest van de bevolking.Centrumkandidaten voor de presidentsverkiezingen in oktober, zoals Geraldo Alckmin, oud-gouverneur van São Paulo, en Henrique Meirelles, voormalig minister van Financiën, halen in de peilingen slechts een paar procentpunten.Hun scores liggen ver onder het politieke gewicht van hun partijen, respectievelijk de Braziliaanse Sociaaldemocratische Partij (PSDB) en de Braziliaanse Democratische Beweging (MDB).Beide partijen zijn partners in de huidige regering maar ondervinden de toxische gevolgen van de impopulariteit van Temer en van de MDB.Die situatie speelt in het voordeel van een terugkeer van een linkse of centrumlinkse president. Van 2003 tot 2016 was de linkse Arbeiderspartij (PT) aan de macht, eerst met Luiz Inacio Lula da Silva en vervolgens met Rousseff.De afwisseling van links en rechts heeft de neiging om te versnellen, zegt socioloog Elimar Nascimento, hoogleraar aan het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit van Brasilia.Hij vreest vandaag vooral de opkomst van extreemrechts in Brazilië, vertegenwoordigd door Jair Bolsonaro, een voormalig legerkapitein die kandidaat is van de Sociaalliberale Partij (PSL) en bijna 20 procent van de stemmen zou halen. Alleen Lula doet beter, maar omdat hij veroordeeld is voor corruptie en in de gevangenis zit, kan hij niet deelnemen aan de verkiezingen. Dat speelt in de kaarten van extreemrechts.Volgens een peiling van het Datafolha-instituut in de tweede week van juni zou Lula 30 procent halen en Bolsonaro 17 procent. In een peiling zonder Lula loopt Bolsonaro's score op tot 19 procent.Hij wordt gevolgd door Marina Silva, voormalig minister van Milieu en leider van de partij Duurzaamheidsnetwerk, met 15 procent.Bolsonaro nam het al op voor de militaire dictatuur (1964-1985) en zelfs voor collega's waarvan bekend is dat ze toen mensen gefolterd hebben. Hij heeft conservatieve opvattingen over maatschappelijke vraagstukken zoals seksuele geaardheid. Hij zag zijn populariteit stijgen toen het gerecht de corruptie in de politiek en het bedrijfsleven ging aanpakken en de bevolking het PT-beleid steeds meer afwees.Die trend wordt versterkt door de mogelijke herverkiezing in 2020 van de Amerikaanse president Donald Trump, die ondanks zijn controversiële acties populair blijft dankzij de economische groei van zijn land, zegt Nascimento.