Amerika is in de ban van het college admissions scandal, een groot corruptieschandaal dat de afgelopen weken bekend is geraakt. Ouders legden grote sommen geld neer om hun kinderen een plek op een topuniversiteit als Yale of Stanford te garanderen. In totaal zijn er vijftig mensen, waaronder naast ouders ook werknemers van de betrokken universiteiten, die door federale aanklagers worden verdacht van medewerking aan de fraude.

Centraal in het schandaal staat William Rick Singer, een adviseur die scholieren advies gaf over hoe het beste toegelaten te kunnen worden tot universiteiten. In de Verenigde Staten is toelating tot een universiteit een vrij ingewikkelde onderneming, waarvoor testscores, aanmeldformulieren, essays en soms flinke sommen aanmeldvergoedingen (te betalen aan de universiteiten) nodig zijn. Scholieren die zich willen verzekeren van toelating melden zich doorgaans voor meerdere universiteiten aan, in de hoop er tenminste door een toegelaten te worden. Ouders met enig vermogen schuwen kosten noch moeite, van bijlessen tot het huren van een adviseur (zoals collega's van Singer), om hun kind zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor universiteiten.

In totaal zijn er in 'Operation Varsity Blues' vijftig mensen in beschuldiging gesteld, waaronder 33 ouders en 11 universiteitsmedewerkers (waaronder coaches) van 8 verschillende universiteiten.

Dat zijn dure, maar legale, hulpmiddelen. Maar met het inhuren van Singer gingen de betrokken ouders een flinke stap verder. Singer nam tussen 2011 en 2018 tot wel 25 miljoen dollar omkoopgeld aan om kinderen uit 750 gezinnen geplaatst te krijgen op goede universiteiten als Yale, Stanford, University of Texas of University of Southern California. Hij richtte daarvoor een stichting en een bedrijf op, via welke het omkoopgeld betaald werd. Op het geld dat via de stichting liep, hoefde hij geen inkomstenbelasting te betalen. En de ouders die 'doneerden', konden op hun beurt de 'donatie' van hun inkomstenbelasting aftrekken.

Twee werkwijzen

Singer werkte op twee manieren. De eerste was het falsifiëren van testscores. In samenwerking met psychologen kon hij voor scholieren een valse verklaring krijgen waardoor ze langer mochten doen over de standaard toelatingstoetsen. Daarvoor rekende hij tussen de 4000 en 5000 dollar. Vervolgens vroeg hij de ouders van de scholieren een reden te bedenken waarom de scholier de toets niet op de gebruikelijke plek en tijd kon invullen, maar dat enkel kon in een van de twee centra in Los Angeles en Houston, waar hij totale controle had over de afname van de toetsen.

In sommige gevallen maakten de scholieren de toetsen zelf, maar werden de antwoorden door Singer verbeterd. In andere gevallen liet Singer een ander persoon de toets namens de scholier maken. De actrice Felicity Huffman, bekend van onder andere Desperate Housewives, betaalde Singer 15.000 dollar om haar oudste dochter op deze manier te helpen.

De andere manier waarop Singer werkte, was door een valse, atletische gave te bedenken. In de Verenigde Staten vormen sportteams op universiteiten een miljoenenbusiness. Universiteiten geven doorgaans beurzen aan studenten met een lagere academische gave, als ze goed zijn in een sport die op die universiteit belangrijk is. Van American football tot vrouwenvoetbal, van zeilen tot roeien. Singer kocht coaches van zulke teams om. Die coaches dienden vervolgens de aanvraag van een scholier in bij het toelatingsbureau van de universiteit, met de vraag de scholier een beurs te geven. Er werden zelfs foto's van de scholieren in kwestie op lichamen van sporters gephotoshopt om de fraude overtuigend te doen overkomen. Actrice Lori Loughlin (bekend van haar rol als 'tante Becky' in Full House) en haar man, mode-ontwerper Mossimo Giannulli, zouden 500.000 dollar neergelegd hebben om hun twee dochters geaccepteerd te krijgen als rekruten voor het zeilteam van University of Southern California (USC), terwijl geen van beide daadwerkelijk zeilt. Het wordt als behoorlijk ironisch gezien dat 'tante Becky' nu juist voor een half miljoen gefraudeerd blijkt te hebben.

Varsity Blues

De zaak, die bekend staat als Operation Varsity Blues, kwam aan het licht doordat een verdachte in een heel andere fraudezaak, Morrie Tobin, zei informatie te hebben over studiefraude. Hij bood de informatie aan in ruil voor een lichtere straf in de andere zaak. Tobin is zelf alumnus van Yale en vertelde dat de coach van het vrouwenvoetbalteam daar, Rudolph Meredith, hem 450.000 dollar had gevraagd om zijn dochter toegelaten te krijgen tot de school. De FBI vroeg Tobin dat gesprek nogmaals met Meredith te hebben, maar het in het geheim op te nemen. Zo geschiedde, Meredith werd gearresteerd en om een lichtere straf te krijgen leidde hij de FBI naar William Singer.

Het wordt als behoorlijk ironisch gezien dat 'tante Becky' uit 'Full House' nu juist voor een half miljoen gefraudeerd blijkt te hebben.

In totaal zijn er in Operation Varsity Blues vijftig mensen in beschuldiging gesteld, waaronder 33 ouders en 11 universiteitsmedewerkers (waaronder coaches) van 8 verschillende universiteiten. Nog eens drie universiteiten waren bij het schandaal betrokken, maar zonder dat er werknemers verdacht worden van fraude. Dertien van de ouders (waaronder Huffman) en een coach hebben schuldig gepleid aan 'postfraude'. Zestien andere ouders, waaronder Loughlin en Giannulli, werden dinsdag voor de tweede keer aangeklaagd voor het witwassen van het geld dat ze aan Singer gaven. Daarop staat een celstraf van twintig jaar of een boete van ten minste 250.000 dollar.

De universiteiten gaan verschillend om met betrokken studenten. Het is onbekend in hoeverre de scholieren/studenten op de hoogte waren van de fraude. Dat wordt op individuele basis onderzocht.

De betrokken universiteiten reageren op verschillende manieren, maar allemaal ontsloegen ze de afgelopen weken de betrokken medewerkers. USC heeft ondertussen aangegeven dat er in de huidige toelatingsronde zes betrokken studenten zijn, die allemaal geweigerd zullen worden. Betrokken studenten die al aan USC studeren, mogen zich niet inschrijven voor vakken zolang het onderzoek loopt. Yale heeft de toelating van een student met een gefalsifieerd atletisch CV teruggetrokken en onderzoekt nog andere gevallen. Andere universiteiten, waaronder Georgetown - waar twaalf huidige en voormalige studenten mogelijk betrokken zijn - doen nog onderzoek naar de feiten.

Geen meritocratie

Het is een fraudeschandaal van ongekende proporties in de Verenigde Staten. Maar wat het vooral laat zien, is dat het hoger onderwijs in Amerika amper meritocratisch te noemen is. Het gaat er in tegendeel om hoeveel geld je kunt neerleggen. In een studie uit 2017 bleek dat de Amerikaanse topuniversiteiten meer studenten aannemen uit de 1 procent van meest verdienende Amerikanen, dan uit de totale onderste helft van de inkomensverdeling. Daarnaast bleek uit dezelfde studie dat universiteiten als State University of New York Stony Brook en Cal State University LA met de grootste mobiliteitsratio's (wat inhoudt dat ze in verhouding de meeste lageinkomensstudenten naar carrières met hoge inkomens brengen) sinds 2000 steeds duurder, en daarmee ontoegankelijker, worden.

Met een onderwijssysteem dat op alle mogelijke manieren de voorkeur geeft aan rijke en witte Amerikanen, lijkt de Amerikaanse Droom gedoemd.

Bovendien hebben de elite-universiteiten doorgaans een legacy-programma, wat inhoudt dat kinderen van alumni een grotere kans op toegang hebben. Op Harvard is maar liefst 1 op de 7 studenten een legacy-student. Op Yale en Stanford hebben legacy-studenten een drie keer grotere kans toegelaten te worden dan 'normale' studenten (op Harvard is het vijf keer zo groot). Deze legacy-studenten zijn doorgaans kinderen van rijke alumni, want het uberhaupt toelaten van kansarme studenten is een betrekkelijk nieuw verschijnsel. Harvard deed er onderzoek naar: in 2018 kwam 36 procent van de legacy-studenten uit een gezin met een inkomen van meer dan een half miljoen dollar per jaar.

Het elitisme van het onderwijs begint ook niet pas bij de universiteiten en heeft niet alleen met inkomen te maken, merkt website Voxop. Schooldistricten (voor basis- en middelbaar onderwijs) met voornamelijk witte inwoners krijgen 23 miljard dollar meer van de overheid dan schooldistricten waar voornamelijk mensen van kleur wonen. Met andere woorden: een goede opleiding, met een betere kans op goedbetaalde job, was, is en blijft een voorrecht van de rijke en witte Amerikaan.

Anthony Jack, universitair docent aan Harvard in de onderwijs-opleidingen, zei tegen Politico dat het niet zou moeten verbazen dat mensen frauderen voor toelating tot de universiteit. 'We hebben het idee dat het ertoe doet hoe hard je gewerkt hebt of hoe je toetsen gemaakt hebt of hoe je je essays geschreven hebt, of hoeveel activiteiten je buiten school gedaan hebt. Maar het doet er echt niet toe. Rijke mensen, vooral rijke, witte mensen, doen dit (frauderen, nvdr.) al heel lang. Deze keer is het gewoon heel publiek geworden.'

Kortom: het fraudeschandaal dat nu breed wordt uitgemeten in de Amerikaanse media en samenleving is schokkend vanwege de omvang. Maar het is des te stuitender omdat het een fundamenteel probleem van de Amerikaanse samenleving blootlegt. De meritocratische American Dream betekent dat iedere Amerikaan, ongeacht afkomst of huidskleur, het zover kan schoppen als hij of zij maar wil. Gelijke kansen voor iedereen, met onderwijs als de motor van opwaartse sociaal-economische mobiliteit is. Maar met een onderwijssysteem dat op alle mogelijke manieren de voorkeur geeft aan rijke en witte Amerikanen, lijkt de Amerikaanse Droom gedoemd.