In 2045 is Europa één republiek. Binnen die republiek spreken we niet langer over naties, maar over regio's en stadstaten. Die mogen allemaal hun culturele eigenheid behouden, maar zijn gelijk voor de wet. Dat betekent: één belastingformulier, één pensioenleeftijd en één sociale zekerheid voor iedereen van Stockholm tot Barcelona. Alle buitengrenzen gaan open, en immigranten hoeven niet te integreren.
...

In 2045 is Europa één republiek. Binnen die republiek spreken we niet langer over naties, maar over regio's en stadstaten. Die mogen allemaal hun culturele eigenheid behouden, maar zijn gelijk voor de wet. Dat betekent: één belastingformulier, één pensioenleeftijd en één sociale zekerheid voor iedereen van Stockholm tot Barcelona. Alle buitengrenzen gaan open, en immigranten hoeven niet te integreren. Of bovenstaande paragraaf nu uw droom of uw nachtmerrie beschrijft, het minste wat u kan zeggen is dat Ulrike Guérot in Red Europa! de vlucht vooruit kiest. Guérot is niet de eerste de beste. De Oostenrijkse historica werkte twee decennia als politieke adviseur binnen de Europese Unie en liet in al die jaren haar radicale visie voor de toekomst van het oude continent rijpen. Dat ze gepokt en gemazeld is in de Europese instellingen, blijkt uit het eerste deel van haar boek, een harde, maar stevig ondersteunde analyse van de huidige malaise op het Europese politieke front. Volgens haar is de EU economisch voldoende, maar politiek nauwelijks geïntegreerd. Er gaapt een kloof tussen de nationale parlementen, die steeds minder slagkracht hebben, en de Europese instellingen, die nog te weinig impact hebben door de heibel tussen de lidstaten. In dat gat tieren het nationalisme, het populisme en het neoliberalisme welig. En toch, maakt de academica zich sterk, koesteren veel mensen nog een groot verlangen naar een sociaal, democratisch Europa, dat niet langer zijn waarden en burgers verraadt. Hoe dat Europa er dan moet uitzien, werkt Guérot uit in het tweede deel van Red Europa! Het kernbegrip is gelijkvrijheid: meer gelijkheid leidt volgens de auteur niet noodzakelijk tot minder vrijheid en omgekeerd. Vanuit dat kernbegrip werkt Guérot haar politieke en economische ideeën uit. Sommige daarvan liggen al ergens op een onderhandelingstafel, zoals het basisinkomen en de Europese werkloosheidsverzekering. Andere zijn een pak radicaler. Of ziet u snel een open Europees burgerschap geïnstalleerd, waar ook vluchtelingen zonder problemen onder vallen? Gelooft u in een democratie waar vooral via het internet wordt vergaderd en tijdens een hackathon wordt gestemd?Guérot weet dat niet iedereen haar ideeën genegen is, en stiekem denken we dat het haar weinig kan schelen. 'Wie mee wil doen, leest verder. Alle anderen kunnen dit boek nu dichtslaan', schrijft ze uitdagend. Wat ze wil, is het debat over toekomst van de EU verrijken en daar slaagt ze in. In tijden waarin Europese machthebbers vooral willen bric-à-braccen met de structuren die er zijn, is het goed dat iemand met een boud alternatief op de proppen komt.Dat ze het genre van de utopie beoefent, biedt de critici, van europessimisten met een megafoon tot oude krokodillen met grote belangen, wel wat munitie. Zolang Guérot geen raming kan (of wil?) geven van hoeveel die republiek gaat kosten, zullen criticasters vlot brandhout blijven maken van lange, abstracte bespiegelingen over welke vorm van liberalisme nu de juiste is en neologismen als gelijkvrijheid. Het valt ook op hoe gemakkelijk zij komaf maakt met cultuur- en mentaliteitsverschillen. De passage waarin ze minestrone, stamppot en pot-au-feu vlotjes op één lijn zet, is maar een van de naïevere in haar boek. Met Red Europa! liggen de krijtlijnen op tafel van een interessant plan, dat op zijn minst een studieronde waard is. Maar om haar utopie in de praktijk om te zetten en haar tegenstanders te overtuigen, heeft Guérot aan dit boek niet genoeg. Wel hopen we op een opvolger, waarin de dromen cijfers worden en de stippellijnen tussen de vele nieuwe gedachten met dikke stift worden overtrokken.