Hoe Merkel en Macron Europa willen versterken (en de nationalisten willen afremmen)

Duits Bondskanselier Angela Merkel en Frans president Emmanuel Macron. © Belga
Bjorn Gens
Bjorn Gens Freelancejournalist

Dinsdag ondertekenen Angela Merkel en Emmanuel Macron een nieuw verdrag dat de bilaterale banden tussen beide landen moet bekrachtigen. Wordt een versterke Frans-Duitse as opnieuw dé ruggengraat van de Europese Unie?

Dinsdag sluiten Duitse Bondskanselier Angela Merkel en Frans president Emmanuel Macron een akkoord over een nauwere samenwerking tussen Duitsland en Frankrijk op vlak van onder meer buitenlands beleid, defensie en veiligheid. De intentieverklaring bouwt verder op het Elysée-akkoord uit 1963, toen Konrad Audenauer en Charles De Gaulle na drie oorlogen in zeventig jaar tijd de bilaterale vriendschapsbanden tussen beide landen opnieuw wilden aanhalen.

Verenigd Europa

De viering van het nieuwe verdrag vindt in Aken plaats en dat geen toeval. Vorig jaar werd Frans president Macron er nog bekroond met de Internationale Karelsprijs om zijn inzet voor de Europese eenmaking in de verf te zetten.

Een sterke Frans-Duitse as moet naar aanloop van de Europese parlementsverkiezingen in mei de nationalistische krachten in de Europese Unie counteren. Italiaans minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini ging vorige week nog op de koffie bij de Poolse premier Matteusz Morawiecki om een internationale van nationalisten op de been te brengen. Grootste vijand van beide heren? Juist, diezelfde Frans-Duitse as.

Maar het Frans-Duitse verdrag kijkt verder dan de Europese stembusgang. De brexit en veranderende wereldorde stelt de Europese Unie immers voor de uitdaging om de eigen rol in de wereld te herdefiniëren. Met zijn America First­­-politiek wond Donald Trump er bij zijn aantreden als president geen doekjes om: Europa moet zelf meer instaan voor de eigen veiligheid en kan voor defensie niet louter steunen op de Amerikaanse budgetten van de NAVO.

Frankrijk en Duitsland moeten het nu vooral ook doén en die defensieprojecten concreet opstarten. Zonder actie van hun kant, zeker in PESCO-verband, zullen de anderen niet bewegen.

Professor Sven Biscop

Duitsland en Frankrijk kwamen in 2017 al tegemoet aan Trumps oproep met de aanzet tot de oprichting van de Europese defensiesamenwerking PESCO. Als Europese gangmakers willen ze met het Verdrag van Aken de volgende stap in de Europese integratie inleiden. ‘De wereld is veranderd en daarom hebben we een nieuw verdrag nodig’, zei Duits bondskanselier Angela Merkel aan de vooravond van het gebeuren. ‘We willen nieuwe impulsen geven om Europa te verenigen’.

Defensiesamenwerking

Naast traditionele Frans-Duitse engagementen om meer culturele uitwisselingen mogelijk te maken en de samenwerking in de grensregio’s te versterken, springt vooral het hoofdstuk Vrede, Veiligheid en Ontwikkeling in het oog. Beide landen schuiven een sterker gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid naar voren en spreken de ambitie uit om de mogelijkheden van Europa om zelfstandig te handelen gevoelig te vergroten. Europa moet zelfbewuster optreden in de wereldpolitiek, klinkt het unisono.

Een nauwgezette Frans-Duitse militaire samenwerking moet de hoeksteen vormen. Zo krijgt de gemeenschappelijke Defensie- en Veiligheidsraad een meer autonome rol toegedicht om Frans-Duitse bataljons in buitenlandse missies aan te sturen en komt de focus van hun gezamenlijke beleid nog meer dan vroeger op Afrika te liggen.

Het Elyséeverdrag uit 1963
Het Elyséeverdrag uit 1963 © Reuters

Vooral de toenadering tussen de Franse en Duitse defensie-industrieën lijkt van belang voor de verdere uitbouw van een Europese defensiesamenwerking. Het Verdrag van Aken verklaart namelijk de intentie om gezamenlijke defensieprogramma’s uit te werken, zoals ook wordt voorzien in het Europees Ontwikkelingsprogramma voor Defensie-industrie (EDIDP). Op die manier willen beide landen de technologische en industriële basis van een Europese defensie op eigen bodem verder ontwikkelen en competitief maken op mondiaal niveau.

Een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad staat bovenaan het lijstje van de langetermijnobjectieven van de Duitse diplomatie.

Diplomaat in Berlijn

Het Verdrag van Aken is dan wel een bilateraal werkdocument, maar het Duitse EU-voorzitterschap in 2020 doet vermoeden dat het een belangrijke bouwsteen in de verdere Europese integratie kan zijn. Ook professor Sven Biscop, directeur van het Europe in the world-programma van het Egmont Instituut, beaamt dat: ‘Een pyrrusoverwinning is het zeker niet, het is eerder een bevestiging van eerder afgelegde verklaringen. Maar Frankrijk en Duitsland moeten het nu vooral ook doén en die defensieprojecten concreet opstarten. Zonder actie van hun kant, zeker in PESCO-verband, zullen de anderen niet bewegen.’

Het defensieluik van het Verdrag van Aken bouwt verder op de verklaring die de Franse minister van Defensie Florence Parly en haar Duitse ambtsgenoot Ursula von der Leyen in april 2018 aflegden om vanaf 2040 samen nieuwe gevechtsvliegtuigen te ontwikkelen en in gebruik te nemen, een plan dat in de jaren tachtig nog afgesprongen was.

Dat betekent evenwel niet dat de Amerikaanse defensie-industrie in de nabije toekomst buitenspel wordt gezet door het Verdrag van Aken. Net zoals in België barst het debat over de F-35 ook in Duitsland langzaam los. Lockheed Martin is niet van plan om toe te kijken en diende al officieel een dossier in bij het Duitse ministerie van Defensie. Sven Biscop voorziet geen koerswissel door het Frans-Duitse verdrag: ‘Ook een Duitse keuze voor de F-35 blijft nog steeds open.’

VN-Veiligheidsraad

In het kader van de nieuwe samenwerking heeft Frankrijk bovendien aangegeven dat het binnen de schoot van de VN-Veiligheidsraad een permanente zetel voor Duitsland zal bepleiten. Het frustreert Berlijn al langer dat ze door de Tweede Wereldoorlog nog steeds niet kunnen meespelen met de grote spelers in het belangrijkste orgaan van de Verenigde Naties. Berlijn levert de vierde grootste bijdrage aan het budget van de Verenigde Naties, maar moet het stellen zonder vetorechten die de permanente leden wel genieten. ‘Het staat bovenaan het lijstje van de langetermijnobjectieven van de Duitse diplomatie’, zegt een diplomaat in Berlijn aan Knack.

Nu Duitsland opnieuw in het offensief gaat voor een permanente zetel in de Veiligheidsraad lijkt Berlijn de Europese piste voorgoed te verlaten. Vorige jaar pleitte onder meer Bondskanselier Angela Merkel (CDU) en vicekanselier Olaf Scholz (SPD) nog om de Franse zetel in te ruilen voor een Europese stek. ‘Kan niet’, riposteerde Frankrijk. Volgens het charter van de VN-Veiligheidsraad is het namelijk niet mogelijk dat een internationale organisatie een permanente plaats in New York krijgt, zo luidt het argument.

Maar een permanente zetel voor Duitsland is überhaupt niet realistisch. Het valt namelijk niet te verantwoorden dat drie Europese landen (Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) hun veto kunnen stellen, terwijl geen enkel Afrikaans of Zuid-Amerikaans land daar momenteel gebruik van kan maken. ‘Zoiets is allerminst realistisch. Het vergt een totale reorganisatie van de werking van de Veiligheidsraad. Dat is momenteel niet aan de orde’, zegt een andere diplomaat vertrouwd met de materie.

Partner Content